Kerncijfers wijken en buurten 2013

Kerncijfers wijken en buurten 2013

Regio's Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Nederlandse Antillen en Aruba (%) Wonen Woningen naar bouwjaar Bouwjaar vanaf 2000 (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Niet-actieven (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit A Landbouw, bosbouw en visserij (aantal) Oppervlakte Oppervlakte land (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Stedelijk bodemgebruik totaal (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Niet-stedelijk bodemgebruik totaal (ha) Stedelijkheid Mate van stedelijkheid (code)
Nederland 1 12 11.898.900 30,8 22,4 40 20 21 40 20 9 10 70.260 3.368.627 . . 2
Wijk 01 Land . 4 500 31,6 23,0 33 24 . 26 27 . . 40 3.728 . . 5
Wijk 01 Land 0 7 1.300 37,8 28,5 37 29 16 27 38 . . 20 3.165 . . 5
Hollandsekant . . . . . . . . . . . . 0 43 . . 2
Sallandsekant . . . . . . . . . . . . 0 78 . . 4
Landgoederenbuurt 1 0 2.700 33,1 22,3 34 26 21 31 26 9 9 0 73 . . 2
Eilandenbuurt 3 100 3.700 37,0 23,7 29 29 18 31 26 11 10 0 77 . . 2
Noord Landskant 0 7 700 25,8 18,9 43 13 23 39 13 . . 5 238 . . 5
Waterland 0 38 600 34,4 23,9 35 28 . 15 31 . . 0 28 . . 3
Verspreide huizen in de Hooilandspolder . 13 100 . 23,8 . . . . . . . 10 1.450 . . 5
Ommelanderwijk 0 6 800 26,9 19,4 40 12 21 37 12 . . 10 296 . . 5
Jonkersland . 34 200 33,4 26,5 41 23 . 39 24 . . 0 29 . . 4
Wijk 01 Oud Haskerland 0 10 1.800 29,5 20,7 39 19 16 26 23 . . 20 1.838 . . 5
Dokkum Fonteinslanden 0 7 1.400 22,6 16,6 54 7 32 56 8 15 15 0 116 . . 3
Dokkum Weeshuislanden 0 3 900 27,0 18,8 43 16 16 28 18 . . 0 91 . . 4
Dokkum Kooilanden 0 35 1.000 32,7 20,9 34 26 15 11 36 . . 0 102 . . 4
Ameland 0 9 2.500 26,1 19,1 43 12 11 43 15 7 7 35 5.868 . . 5
Kollumerland en Nieuwkruisland 0 8 9.000 25,1 18,0 46 12 20 43 13 9 9 150 10.961 . . 5
Zaailand 2 13 300 32,5 28,1 35 23 . 54 10 . . 0 9 . . 1
Hollanderwijk 0 5 1.500 24,4 18,9 49 10 32 62 5 15 17 0 28 . . 1
De Zuidlanden 0 96 400 36,1 21,5 19 26 . 12 26 . . 0 362 . . 5
De Zuidlanden . . . . . . . . . . . . . 191 . . 5
Lemsterland 0 14 9.500 28,8 20,6 43 17 18 40 17 9 10 145 7.577 . . 4
Frieslandpark 0 0 1.100 36,1 26,3 36 29 15 25 27 . . 0 77 . . 4
Opsterland 0 13 21.000 27,9 20,0 43 16 19 38 17 8 8 325 22.450 . . 5
Smallingerland 1 13 38.800 27,3 19,6 44 14 23 44 14 11 11 175 11.771 . . 3
Wijk 01 Overig Smallingerland 0 10 7.400 28,7 19,6 43 16 19 33 22 7 7 165 9.455 . . 5
Wijk 01 Midsland 0 24 900 29,3 22,1 38 18 . 42 18 . . 5 1.245 . . 5
Midsland . 29 700 28,9 21,7 36 16 . 41 14 . . 0 38 . . 5
Verspreide huizen Midsland-Zuid . 8 300 30,0 23,2 44 22 . 39 32 . . 5 583 . . 5
Verspreide huizen Midsland-Noord . . . . . . . . . . . . . 625 . . 5
Vlieland 0 6 800 29,7 22,6 39 17 . 48 14 . . 0 3.575 . . 5
Oost-Vlieland 0 6 800 29,8 23,0 40 18 . 45 15 . . 0 80 . . 5
Verspreide huizen Vlieland . 10 . . . . . . . . . . . 3.495 . . 5
Landgoed Lariks 1 18 600 32,2 26,1 34 17 . 47 17 . . 0 33 . . 2
Luchiesland Zuid 1 0 700 20,7 16,4 58 5 38 72 5 . . 0 19 . . 2
Luchiesland Noord 1 0 500 19,9 15,4 56 5 40 77 5 . . 0 14 . . 2
Veningerland 1 12 1.500 23,6 18,8 48 8 28 57 7 13 13 0 36 . . 2
De Landen/De Akkers 1 0 1.700 26,0 19,0 41 12 22 46 8 11 . 0 39 . . 3
Verspreide huizen Nieuwlande . 4 . . . . . . . . . . . 390 . . 5
Rietlanden 0 2 6.700 32,0 22,4 35 23 20 29 22 6 6 0 273 . . 4
Delftlanden 0 100 400 36,4 15,4 22 28 . 12 30 . . 0 232 . . 5
Schutlanden-Oost 0 19 700 28,8 21,9 42 20 . 35 20 . . 0 46 . . 3
Schutlanden-West 1 0 1.000 28,8 20,0 38 16 16 27 14 . . 0 25 . . 3
Erflanden 0 100 1.900 36,3 21,8 27 28 10 12 30 . . 0 83 . . 4
Hollandscheveld kern 0 16 2.400 23,8 16,5 49 9 22 44 12 8 8 0 168 . . 5
Verspreide huizen Hollandscheveld-West . 10 200 23,2 17,0 53 11 . 36 22 . . 20 1.055 . . 5
Verspreide huizen Hollandscheveld-Oost . 9 500 25,2 18,6 45 12 . 39 15 . . 5 986 . . 5
Nieuwlande kern . 11 900 25,4 18,1 46 12 20 37 15 . . 25 206 . . 5
Verspreide huizen Nieuwlande . 7 . . . . . . . . . . . 556 . . 5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2013.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Personen met een migratieachtergrond
Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari.

Persoon met een migratieachtergrond:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.

Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Niet-westers
Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot de westerse personen met een migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Nederlandse Antillen en Aruba
Het aantal personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten op 1 januari uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.

Vanaf 10 oktober 2010 zijn de Nederlands Antillen ontbonden. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat vanaf die datum uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alle eilanden hebben een nieuwe status. Curaçao en Sint Maarten zijn nieuwe landen binnen het Koninkrijk. Met een ‘Status aparte’ binnen het Koninkrijk zijn Curaçao en Sint Maarten autonome landen. De landen hebben een zelfstandig bestuur en zijn niet meer afhankelijk van Nederland. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wel Caribisch Nederland, hebben een diepere band met Nederland en functioneren als een bijzondere gemeente van Nederland.
Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt en minimaal 10 personen met een niet-westerse migratieachtergrond per buurt.
Wonen
Woningen naar bouwjaar
Het bouwjaar is het jaar waarin een pand, waarin een woning zich bevindt, oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar.

De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 gebouwd;
2) vóór het jaar 2000 gebouwd.
Bouwjaar vanaf 2000
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet-actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met 52 weken inkomen, jonger dan 65 jaar. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met lage koopkracht
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Bedrijfsvestigingen, SBI 2008
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008), exclusief bedrijfsvestigingen in de sectoren overheid, onderwijs en zorg

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens.

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
A Landbouw, bosbouw en visserij
Het betreft voorlopige cijfers.
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS.
Het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster wordt gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen.
Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn.
Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Oppervlakte land
De oppervlakte land is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.
Voor het jaar 2013 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2010.

De oppervlakte land wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).
Bodemgebruik
Het bodemgebruik in Nederland op 1 januari, uitgedrukt in hele hectaren (ha.) en als percentage van de oppervlakte land. Bij het maken van de indeling van gemeenten in wijken en buurten wordt de oppervlakte buitenwater buiten beschouwing gelaten.
Voor het jaar 2013 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2010. Aangezien de regionale indelingen in Nederland jaarlijks kunnen wijzigingen en de land-watergrens ook aan verandering onderhevig is, kunnen er onnauwkeurigheden in de cijfers zitten.
Stedelijk bodemgebruik
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
In hectare land
Stedelijk bodemgebruik totaal
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
Niet-stedelijk bodemgebruik
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
In hectare land
Niet-stedelijk bodemgebruik totaal
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
Stedelijkheid
Mate van stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km²
2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km²
3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km²
4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km²
5: niet stedelijk < 500 adressen per km²