Kerncijfers wijken en buurten 2013

Kerncijfers wijken en buurten 2013

Regio's Bevolking Leeftijdsgroepen 0 tot 15 jaar (%) Bevolking Leeftijdsgroepen 15 tot 25 jaar (%) Bevolking Leeftijdsgroepen 25 tot 45 jaar (%) Bevolking Leeftijdsgroepen 45 tot 65 jaar (%) Bevolking Leeftijdsgroepen 65 jaar of ouder (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Niet-actieven (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%)
Woonschepenhaven 13 20 35 31 1 100 20,1 14,5 56 5 . . . . .
Wijk 41 Schepenbuurt 13 25 32 13 17 700 17,3 13,1 72 5 58 89 5 32 33
Schepenbuurt 13 25 32 13 17 700 17,3 13,1 72 5 58 89 5 32 33
Peperga 25 3 21 23 28 . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Peperga . . . . . . . . . . . . . . .
De Stoepen 26 13 27 29 5 1.500 35,5 22,7 29 29 11 14 30 . .
Siepelveen 19 7 23 39 12 . . . . . . . . . .
Wijk 09 Diepenveen 18 11 20 31 21 8.100 33,1 23,0 38 24 16 27 30 4 5
Dorp Diepenveen 17 9 16 33 25 3.100 35,8 26,4 35 27 16 25 31 . .
Verspreide huizen Stepelo (gedeeltelijk) 25 14 23 23 16 100 28,0 19,2 44 11 . . . . .
Brunnepe 18 10 32 25 15 2.800 24,2 18,1 45 8 21 52 8 9 9
Epe 16 11 21 30 22 23.600 29,3 21,8 43 17 18 36 20 7 7
Wijk 00 Epe 16 9 21 30 25 10.600 31,0 23,1 42 19 19 37 20 6 7
Epe-Centrum 13 7 18 28 34 1.500 30,1 23,9 42 20 17 40 18 . .
Epe-Zuid 17 10 23 30 20 4.700 26,0 19,2 44 13 20 40 14 7 8
Epe-Oost 14 12 21 26 26 500 39,4 27,8 36 27 . 33 27 . .
Epe-Noord 10 7 9 34 40 700 54,3 42,5 32 40 . 19 47 . .
Ooyse Schependom 9 14 37 37 4 200 34,3 28,5 39 27 . 49 19 . .
Scheperkamp 19 11 23 34 13 1.800 28,2 20,6 40 17 19 32 17 . .
Schepen . . . . . . . . . . . . . . .
Schepenbuurt bedrijvengeb. Cartesiusweg 20 15 38 20 7 900 29,8 21,1 34 18 19 30 21 . .
Schepenbuurt 18 13 21 33 14 2.600 33,5 23,6 37 25 18 18 32 . .
Schepenbuurt 17 12 25 25 21 1.100 23,2 17,1 50 7 39 63 6 21 20
Schouten en Schepenenbuurt 10 13 20 34 23 1.000 25,0 20,2 45 11 30 52 9 . .
Diepenbuurt 16 12 34 28 11 600 25,7 19,1 42 12 28 54 6 . .
Beroepenbuurt 15 12 26 29 18 600 28,6 21,3 43 17 . 51 15 . .
Wijk 05 Lepelstraat 15 10 20 36 19 1.400 29,6 22,1 43 18 17 35 21 . .
Lepelstraat 15 10 21 34 20 1.000 27,4 20,7 44 16 18 39 17 . .
Genneperzijde 15 7 17 19 42 800 42,7 31,7 28 35 . 37 29 . .
Stepekolk 34 6 36 19 5 1.100 41,0 24,7 28 36 13 16 44 . .
De Buitenpepers 11 19 25 29 16 1.700 30,0 23,8 37 22 29 34 19 . .
Verspreide huizen Diepenhoek 17 17 20 35 11 400 27,3 20,0 42 18 . 25 37 . .
Schepelweijen 19 12 25 36 9 1.900 30,1 21,7 37 20 20 28 21 . .
Vredepeel 23 16 23 28 9 200 31,7 21,5 34 21 . . . . .
Stoepert 19 9 24 32 16 1.000 26,6 19,0 44 15 26 47 13 . .
Wijk 11 Wanneperveen 16 10 23 30 21 1.000 29,4 22,4 41 18 20 40 20 . .
Wanneperveen 19 12 20 27 22 200 33,0 23,6 43 27 . 35 28 . .
Wijk 05 Epen 12 9 19 34 25 900 29,1 23,0 42 20 . 37 24 . .
Epen 13 10 19 32 25 600 28,2 21,8 43 19 . 39 21 . .
Eperheide 6 5 18 35 36 100 28,5 25,1 41 16 . . . . .
Wijk 05 Diepenheim 15 10 19 34 22 2.000 28,5 22,2 44 17 17 33 23 . .
Diepenheim-Noord 15 10 19 33 23 900 27,3 21,0 46 16 20 37 16 . .
Diepenheim-Zuid 13 10 19 37 21 400 29,8 23,8 40 17 . 32 22 . .
Peperkamp en De Enk 19 12 22 35 12 1.100 27,7 20,1 40 15 20 33 16 . .
Wijk 03 Wesepe 19 12 21 31 17 800 29,4 21,5 43 18 . 32 25 . .
Wesepe Kern 22 11 24 27 16 400 27,5 19,6 43 16 . 33 18 . .
Buitengebied Wesepe 16 13 17 36 18 400 31,6 23,8 44 19 . 30 34 . .
Diepengoor 12 15 14 44 15 300 26,0 20,0 44 14 . 28 21 . .
Schepenwijk, Waddenwijk en Oosterterp 17 11 26 31 14 1.500 28,8 21,2 36 18 18 37 14 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2013.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Leeftijdsgroepen
Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
0 tot 15 jaar
Aantal inwoners dat op 1 januari 0 tot 15 jaar oud is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
15 tot 25 jaar
Aantal inwoners dat op 1 januari 15 tot 25 jaar oud is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
25 tot 45 jaar
Aantal inwoners dat op 1 januari 25 tot 45 jaar oud is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
45 tot 65 jaar
Aantal inwoners dat op 1 januari 45 tot 65 jaar oud is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
65 jaar of ouder
Aantal inwoners dat op 1 januari 65 jaar of ouder is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet-actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met 52 weken inkomen, jonger dan 65 jaar. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met lage koopkracht
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.