Kerncijfers wijken en buurten 2013

Kerncijfers wijken en buurten 2013

Regio's Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Westers totaal (%) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (%) Wonen Woningen naar type Percentage eengezinswoning (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Niet-actieven (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Sociale zekerheid Personen met een WWB-uitkering totaal (aantal) Sociale zekerheid Personen met een AO-uitkering totaal (aantal) Sociale zekerheid Personen met een WW-uitkering totaal (aantal) Sociale zekerheid Personen met een AOW-uitkering totaal (aantal)
Veelerveen Bellingwedde 8 28 99 400 25,0 19,1 48 12 31 49 14 . . 20 50 10 110
Verspreide huizen Veelerveen Bellingwedde 10 25 100 100 29,1 21,6 43 20 . . . . . 0 10 0 30
Eenum Loppersum 1 31 100 . . . . . . . . . . . . . .
De Meenten Almere 10 36 66 1.700 30,7 23,0 35 20 24 39 17 10 10 60 130 70 290
Vledderveen Stadskanaal 6 22 100 200 29,5 22,7 36 19 . 30 23 . . 10 20 10 50
Meenteweg Slochteren 4 19 100 100 30,0 21,6 36 20 . . . . . 0 10 0 30
Steendam Slochteren 8 33 100 100 33,6 26,5 35 25 . . . . . 0 10 0 40
Verspr.h. in het Siddebuursterveen Slochteren 3 15 100 100 29,6 22,4 36 19 . . . . . 0 10 0 10
Veendam Veendam 5 31 80 19.900 27,0 19,6 45 14 24 46 13 11 11 880 1.750 820 5.430
Wijk 00 Veendam-kern Veendam 5 34 76 14.300 26,0 19,0 46 13 26 48 10 11 12 710 1.300 580 4.270
Veendam-Centrum Veendam 5 44 58 2.100 24,8 19,7 51 12 28 54 9 10 11 80 170 80 780
Veendam-Oude Ae Veendam 5 36 74 2.500 23,2 16,8 51 8 31 57 6 14 15 210 300 110 620
Veendam-Middenweg en omgeving Veendam 3 26 99 600 24,4 17,4 48 10 28 48 9 . . 40 70 30 120
Veendam en omgeving station Veendam 6 37 66 1.300 25,9 19,4 46 12 24 51 9 13 13 70 120 50 450
Veendam-Zuid Veendam 5 48 42 800 23,2 19,3 58 9 31 64 8 . . 30 80 20 430
Veendam-Sorghvliet Veendam 6 32 85 5.600 26,4 18,9 45 13 25 45 10 11 12 280 480 240 1.730
Veendam-industriegebied Veendam 7 50 86 . . . . . . . . . . . . . .
Wijk 01 Veendam-buitengebied Veendam 5 21 98 1.500 28,7 20,5 39 16 18 33 17 . . 30 130 60 320
Surhuisterveen Achtkarspelen 2 34 81 3.900 24,3 18,0 50 10 20 48 11 8 10 160 230 180 1.240
Verspreide huizen Surhuisterveen Achtkarspelen 1 12 100 300 26,3 18,1 45 14 . 28 20 . . 10 30 10 50
Heerenveen Heerenveen 6 35 75 31.200 28,5 21,0 43 16 21 42 16 9 9 1.180 1.800 1.290 8.530
Wijk 01 Heerenveen Heerenveen 7 39 66 20.800 28,3 21,1 43 16 23 46 14 10 11 970 1.310 800 5.890
Wijk 02 Noord-Heerenveen Heerenveen 3 21 95 1.200 29,4 20,7 38 18 14 26 26 . . 10 50 50 230
Veenklooster Kollumerland en Nieuwkruisland 3 26 95 100 . 19,1 . . . . . . . . 0 0 30
Wijk 05 Bakkeveen Opsterland 3 29 95 2.800 27,8 20,0 44 16 18 38 18 9 9 70 150 100 640
Bakkeveen Opsterland 3 32 95 1.100 28,6 20,7 42 16 19 42 15 . . 30 60 40 280
Verspreide huizen Bakkeveen Opsterland 4 18 100 300 30,9 22,1 42 24 . 22 35 . . 0 10 10 50
De Veenhoop Smallingerland 4 22 100 200 29,3 19,7 43 12 . . . . . 0 10 10 50
Wijk 08 Kloosterveen Assen 6 15 92 6.500 35,5 21,7 28 28 12 19 29 6 5 110 320 230 760
Recreatiepark Zeijerveen Assen . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uitbreidingsgebied Kloosterveen Assen 7 17 100 . . . . . . . . . . . . . .
Wijk 11 Steenwijksmoer Coevorden 5 20 96 700 26,3 19,4 42 14 18 32 20 . . 10 60 20 120
Steenwijksmoer Coevorden 5 24 96 400 27,0 19,6 39 13 . 35 17 . . 10 30 20 80
Verspreide huizen Steenwijksmoer Coevorden 5 13 95 200 25,2 18,9 47 15 . 25 25 . . 0 20 10 40
Dalerveen Coevorden 4 20 98 200 29,7 20,4 41 21 . 28 26 . . 0 20 10 30
Verspreide huizen Dalerveen Coevorden 4 17 95 . . . . . . . . . . . . . .
Wijk 40 Sleen Coevorden 4 28 96 5.000 28,7 21,9 43 16 21 39 18 8 9 110 320 170 1.540
Sleen Coevorden 3 26 92 1.700 30,6 23,4 41 19 18 35 21 . . 30 70 40 560
Verspreide huizen Sleen Coevorden . 28 . . . . . . . . . . . . . . .
Noord-Sleen Coevorden 2 23 98 300 32,9 24,5 36 21 . 25 22 . . 0 10 0 100
Verspreide huizen Noord-Sleen Coevorden 1 26 96 . . . . . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Kibbelveen Coevorden . 14 . . . . . . . . . . . . . . .
Verspreide huizen Veenoord Coevorden . 52 . . . . . . . . . . . . . . .
Siepelveen Emmen 3 11 100 . . . . . . . . . . . . . .
Emmer-Erfscheidenveen Emmen 6 17 98 1.400 25,9 18,9 45 13 19 32 17 . . 20 140 70 220
Barger-Erfscheidenveen Emmen 5 29 100 100 . 14,4 . . . . . . . . 20 0 20
Wijk 08 Klazienaveen Emmen 5 27 83 9.000 24,3 18,5 49 11 23 45 12 8 9 260 820 500 2.310
Klazienaveen-Noord Emmen 5 29 80 3.400 25,0 18,8 48 12 21 46 12 8 9 100 290 170 890
Klazienaveen-Zuid Emmen 6 28 82 4.700 23,4 17,9 52 9 25 47 10 9 9 150 460 270 1.270
Barger-Oosterveen Emmen 5 22 100 200 29,5 22,2 36 15 . 30 21 . . 0 20 10 50
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2013.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Bevolking
Personen met een migratieachtergrond
Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari.

Persoon met een migratieachtergrond:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.

Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Westers totaal
Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Tot de categorie "Westers totaal" behoren personen met een migratieachtergrond uit Europa, Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan.
Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt.

Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Eenpersoonshuishoudens
Het aantal huishoudens met één persoon, die ouder is dan 14 jaar, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal particuliere huishoudens. Het aandeel eenpersoonshuishoudens is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
Wonen
Woningen naar type
Er worden twee typen woningen onderscheiden, eengezins en meergezins. Een woning heeft het type meergezins wanneer het samen met andere woningen of (bedrijfs)ruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voorzover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur. Alle overige woningen hebben het type eengezins.
Percentage eengezinswoning
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal eengezinswoningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens. De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA). Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De waarde is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen met een persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen behorend tot de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen meegenomen.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet-actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met 52 weken inkomen, jonger dan 65 jaar. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishoudens met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens met een besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen meegenomen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishoudens met lage koopkracht
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Sociale zekerheid
Personen met een WWB-uitkering totaal
Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een algemene bijstandsuitkering krachtens de Algemene bijstandswet (ABW) en de Wet werk en bijstand (WWB) die in de betreffende maand geregistreerd zijn. Uitkeringen die met terugwerkende kracht na afloop van de betreffende maand worden vastgesteld, vallen hier niet onder (administratieve vertraging). Het betreft uitkeringen aan thuiswonenden, dus niet uitkeringen die worden toegekend aan mensen die in instellingen of inrichtingen verblijven.
Hoewel bij (echt)paren beide partners voor gelijke delen recht hebben op de uitkering, is er toch sprake van één uitkering. Bij de cijfers is er voor gekozen om bij het toedelen van uitkeringen aan (echt)paren consequent de persoonskenmerken (leeftijd en geslacht) over te nemen van de oudste persoon van het (echt)paar. Uitkomsten over het aantal bijstandsuitkeringen worden ontleend aan de administraties van de gemeenten.
Het gaat hierbij om personen met bijstandsuitkeringen binnen huishoudens waarvan het oudste lid van het bijstandshuishouden jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Bij 'Nederland totaal' zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de regio van de aanvrager onbekend is of waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 50 of meer totaal aantal huishoudens per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In de RKN hebben de bijstandsgegevens betrekking op 31 december van het desbetreffende jaar.

Het betreft voorlopige cijfers.

Personen met een AO-uitkering totaal
Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een AO-uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (WAZ) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan aanspraak bestaan op meer dan één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Het gaat hierbij om zo'n tienduizend uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de uitkering, sanctie of schorsing. De cijfers zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij ‘Nederland totaal’ zijn wel de uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is meegeteld. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Uitkomsten over het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het desbetreffende jaar.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen met een WW-uitkering totaal
Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een WW-uitkering krachtens de Werkloosheidswet (WW) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de werkloosheid kan aanspraak bestaan op meer dan één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de uitkering, sanctie of schorsing.
De cijfers per gemeente, wijk of buurt zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn wel de uitkeringen meegeteld waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland en ook uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Uitkomsten over het aantal WW-uitkeringen worden ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen met een AOW-uitkering totaal
Het aantal personen per 31 maart van het betreffende verslagjaar, met een AOW-uitkering krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) die aan het eind van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende uitkeringen.
De cijfers per gemeente, wijk of buurt zijn exclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn wel de uitkeringen meegeteld waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland en ook uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is. Bij gemeenten zijn ook de personen met uitkeringen meegeteld waarvan de wijk en/of buurt onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 100 of meer totaal aantal inwoners per buurt. De aantallen zijn afgerond op tientallen.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.

Het betreft voorlopige cijfers.