Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen Herkomstgroepering Autochtonen (aantal) Herkomstgroepering Westerse allochtonen (aantal) Herkomstgroepering Niet-westerse allochtonen (aantal) Werkzame beroepsbevolking Beroepsbevolking per bedrijfssector Landbouw, bosbouw en visserij (%) Bevolkingsgroei 2001-2011 Saldo binnenlandse migratie (aantal) Bevolkingsgroei 2001-2011 Saldo buitenlandse migratie (aantal) Wonen Woningvoorraad Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde van eigenwoningen (euro) Wonen Woningvoorraad Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde van huurwoningen (euro) Nabijheid voorzieningen Kinderopvang Afstand tot buitenschoolse opvang (km) Nabijheid voorzieningen Kinderopvang Afstand tot kinderdagverblijf (km) Oppervlakten Oppervlakte land en water (ha) Oppervlakten Oppervlakte land (ha)
Aarlanderveen 340 10 10 3 5 -30 321.000 220.000 3,2 3,2 9 9
Baarland 260 10 - 6 - -50 221.000 174.000 2,2 2,2 8 8
Broek in Waterland 1.455 145 65 - -30 -25 471.000 289.000 0,5 0,6 39 38
Broekland (O.) 670 10 5 1 -5 -45 279.000 172.000 0,4 0,4 24 24
Dirksland 4.460 90 70 1 -10 -80 263.000 156.000 0,8 0,6 109 108
Gijbeland/Molenaarsgraaf 915 50 15 1 -5 -80 263.000 208.000 3,7 3,7 15 15
Harderwijk-Drielanden (Gld.) 7.415 475 645 - 25 4.200 292.000 222.000 0,5 0,8 125 121
Hoek van Holland-Kern 7.465 680 365 4 50 -70 262.000 190.000 0,5 0,4 140 140
Hoek van Holland-Strand 475 30 5 4 -10 350 389.000 380.000 0,2 0,2 10 10
Hollandsche Rading 685 80 25 - 5 -35 437.000 308.000 4,0 4,6 20 20
Hollandsche Rading-West 80 10 5 - 5 -5 501.000 477.000 2,9 4,3 4 4
Hollandsche Rading-Zuid 65 5 5 - -10 - 570.000 417.000 2,4 4,5 3 3
Hollandscheveld 3.160 70 30 1 5 155 232.000 151.000 0,9 0,9 85 85
Hoogblokland 905 35 15 2 -5 -55 300.000 190.000 2,7 3,1 25 25
Jonkersland (Jonkerslân) 75 5 - 3 - 10 x x 4,3 4,4 2 2
Kamperland 1.370 90 20 3 - 110 234.000 152.000 0,6 0,6 77 77
Kruisland 1.305 75 30 3 -15 20 268.000 162.000 0,4 0,6 41 41
Landhorst 400 20 - 4 - -25 303.000 211.000 4,2 4,2 24 24
Landsmeer 6.910 660 445 - 20 -155 308.000 240.000 0,4 0,6 146 141
Maasland 5.190 285 175 6 20 -100 363.000 242.000 0,5 0,5 109 107
Midsland 870 50 10 1 5 110 327.000 228.000 35,5 0,4 33 33
Mijnsheerenland/Westmaas 4.925 395 130 1 -60 -260 327.000 217.000 0,6 0,7 158 157
Nieuw- en Sint Joosland 885 75 20 - -10 - 202.000 126.000 0,4 0,4 29 29
Nieuw-Beijerland 3.230 110 50 2 -10 -135 269.000 202.000 0,6 3,6 75 75
Nieuwland (ZH.) 425 5 10 1 - -70 273.000 195.000 3,7 5,4 8 8
Nieuwlande (D.) 800 25 5 1 -20 25 213.000 154.000 6,0 6,0 31 31
Nieuw-Lekkerland 7.695 305 170 1 -25 -590 256.000 175.000 1,4 4,2 160 158
Nuland 3.150 135 75 1 35 -235 363.000 221.000 0,7 0,5 105 105
Nijland (Nijlân) 770 15 10 1 -5 -100 226.000 156.000 0,3 3,7 26 25
Olland 455 5 - 4 -5 5 425.000 249.000 3,6 3,1 22 22
Ommelanderwijk 640 35 10 2 -5 -20 159.000 125.000 3,6 3,6 36 36
Oosterland (Z.) 1.800 100 25 6 10 -285 228.000 146.000 0,4 0,4 55 55
Oost-Maarland 515 45 15 1 -25 -45 296.000 210.000 0,4 0,6 14 14
Oost-Vlieland 985 70 20 1 65 -155 344.000 220.000 31,2 0,3 31 31
Ottoland 185 - 5 - - -10 387.000 212.000 5,4 2,3 3 3
Oud-Beijerland 20.775 1.330 785 - -145 360 282.000 195.000 0,4 0,8 607 600
Oudelande 385 35 10 3 -5 -30 235.000 147.000 0,3 0,3 14 14
Rilland 1.930 265 205 3 30 -10 214.000 135.000 0,4 0,4 55 55
Sint Annaland 3.095 95 25 4 10 90 198.000 129.000 0,5 0,5 75 75
Sint Philipsland 2.020 70 50 4 25 -45 199.000 144.000 0,4 0,4 41 41
Sirjansland 235 10 - 5 5 -30 232.000 178.000 3,6 3,6 12 12
Vreeland 1.085 110 35 1 10 -120 432.000 261.000 0,3 3,2 34 33
Waarland 1.365 55 25 4 -5 -90 259.000 175.000 0,7 0,7 51 51
Waterlandkerkje 185 35 5 3 10 -5 189.000 97.000 4,7 4,8 12 12
Westerland 255 10 5 7 - -25 220.000 153.000 2,5 2,5 6 6
Zeeland (NB.) 3.560 170 110 1 - 205 356.000 218.000 0,6 0,6 103 103
Zoutelande 1.225 85 15 1 15 -75 298.000 216.000 3,5 3,5 81 81
Zuid-Beijerland 2.225 95 35 1 5 -115 260.000 188.000 0,5 0,5 66 66
Zuidland 4.640 215 120 1 -5 -25 268.000 208.000 0,6 1,4 157 156
Friesland (PV) 491.895 28.285 22.120 1 4.955 125 220.000 132.000 1,5 1,6 19.836 19.160
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over aantallen inwoners, huishoudens en woningen, nabijheid van voorzieningen, oppervlakten en dichtheden voor bevolkingskernen (steden en dorpen) in Nederland. Een bevolkingskern bestaat uit aaneengesloten bebouwd gebied met woongebied als kern. Voormalige bevolkingskernen kunnen door de groei van het bebouwd gebied aan een andere kern vastgroeien. Zo maken bebouwde gebieden van onder andere Rijswijk (ZH), Voorburg, Loosduinen en Delft onderdeel uit van de kern Groot – ’s Gravenhage. Een bevolkingskern kan zich over meerdere gemeenten uitstrekken.

Gepresenteerde cijfers betreft de inwoners en woningen die aanwezig zijn binnen deze kernen. Er worden geen gegevens over het gebied buiten de kernen gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar over verslagjaar 2011.

Status van de cijfers
Deze tabel bevat definitieve cijfers met uitzondering van gegevens over de gemiddelde WOZ-waarde, deze zijn voorlopig.

Toelichting onderwerpen

Herkomstgroepering
Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf.
Autochtonen
Het aantal personen van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het eigen geboorteland.
Westerse allochtonen
Het aantal personen van wie ten minste één ouder in het buitenland geboren is.

Als buitenland wordt aangehouden een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië of Indonesië of Japan.
Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalige Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Het betreft het totaal van personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie).
Niet-westerse allochtonen
Het aantal personen van wie ten minste één ouder in het buitenland geboren is.

Als buitenland wordt aangehouden een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.

Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalige Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Het betreft het totaal van personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie).
Werkzame beroepsbevolking
Personen die in Nederland wonen en betaald werk hebben van twaalf uur of meer per week.
Beroepsbevolking per bedrijfssector
Nederlandse indeling van bedrijfstakken volgens classificatie Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI2008).

Verdeling van de werkzame beroepsbevolking van 15 jaar tot 75 jaar naar vier bedrijfstakken::
-  Landbouw, bosbouw en visserij
-  Nijverheid
-  Commerciële dienstverlening
-  Niet-commerciële dienstverlening

Bij een persoon met meerdere banen vindt toedeling plaats naar de bedrijfstak waarin de persoon het meest verdiend.
Landbouw, bosbouw en visserij
Het percentage personen van de werkzame beroepsbevolking werkzaam in SBI2008 categorie A (Landbouw, bosbouw en visserij).
Bevolkingsgroei 2001-2011
Saldo binnenlandse migratie
De toe- of afname van de bevolking als gevolg van binnenlandse migratie in de periode van 1 januari 2001 tot 1 januari 2011.

Saldo van het aantal personen dat zich in een kern vestigde vanuit een plaats elders in Nederland verminderd met het aantal personen dat de kern verliet om te verhuizen naar een andere kern of het gebied buiten de kernen in Nederland.
Saldo buitenlandse migratie
De toe- of afname van de bevolking als gevolg van buitenlandse migratie in de periode van 1 januari 2001 tot 1 januari 2011.

Saldo van het aantal personen dat immigreert naar een kern verminderd met het aantal personen dat vanuit die kern emigreert, inclusief administratieve correcties.
Wonen
De geregistreerde woongebouwen van Nederland op 1 januari 2011.

Het betreft hier gegevens over de woningvoorraad, de wooneenhedenvoorraad en de recreatiewoningvoorraad.

De cijfers zijn gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1 januari 1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Woningvoorraad
Het totaal aantal aanwezige woningen, zowel bewoond als onbewoond.

Een woning is een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden. Om als woning te worden geclassificeerd moet een gebouw voldoen aan vier criteria:

1. Het dient zodanig te zijn gebouwd of verbouwd dat het geschikt is voor particuliere bewoning.

2. Het dient een eigen toegangsdeur te hebben, die direct vanaf de openbare weg of via een gemeenschappelijke ruimte als een portiek, galerij, trappenhuis of corridor toegang biedt tot de woonruimte.

3. Het dient ten minste 14 vierkante meter aan verblijfsruimte te bevatten.
De verblijfsruimte wordt tussen de muren gemeten en is de in de woning gelegen ruimte, bestemd voor het verblijven van mensen. Hieronder vallen onder meer de keuken, woonkamer(s), slaapkamer(s) en werk- en hobbykamer(s). Niet tot de verblijfsruimte behoren de verkeersruimte, toiletruimte, badruimte, bergruimte en technische ruimte.

4. Het dient te beschikken over een toilet en over een keukeninrichting die is bestemd voor bereiding van complete maaltijden.

De zogenoemde bedrijfswoningen vormen een specifieke groep. Deze zijn volgens de bouw bestemd voor zowel bewoning door een particulier huishouden als voor de uitoefening van een bepaald beroep of bedrijf.
Er zijn twee soorten bedrijfswoningen: boerderijen of tuinderswoningen en woningen met winkel en/of werkplaats. Het tweede en het vierde criterium voor woningen zijn aangepast aan enkele specifieke eigenschappen van bedrijfswoningen. Naast de bouwtechnische criteria kan er ook sprake zijn van een juridisch criterium.
Gemiddelde WOZ-waarde
De gemiddelde waarde onroerende zaken (WOZ-waarde) van woningen uit de woningvoorraad met een bekende WOZ-waarde.

De WOZ-waarde heeft de waardepeildatum 1 januari 2010.
WOZ-waarde van eigenwoningen
De gemiddelde WOZ-waarde van de woningvoorraad, in gebruik wordt door de eigenaar, met een bekende WOZ-waarde.

De gemiddelde waarde is gegeven wanneer van zowel minimaal 5 huurwoningen als van minimaal 5 eigenwoningen de WOZ-waarde bekend is.
WOZ-waarde van huurwoningen
De gemiddelde WOZ-waarde van de woningvoorraad, in gebruik door een gebruiker anders dan de eigenaar, met een bekende WOZ-waarde.

De gemiddelde waarde is gegeven wanneer van zowel minimaal 5 huurwoningen als van minimaal 5 eigenwoningen de WOZ-waarde bekend is.
Nabijheid voorzieningen
De gemiddelde afstand voor alle inwoners naar een voor hen dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de weg.

Als afstand geldt de afstand tot de dichtstbijzijnde voorziening, tenzij anders aangegeven.

De afstand is berekend over verharde, voor auto's te gebruiken wegen. Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen, veerponten en eenrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen.
Verbindingen via het buitenland worden niet meegenomen.

De gemiddeld kortste afstand is opgenomen wanneer van minimaal 90 procent van de inwoners van een kern de exacte ligging (x-, y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld.
Kinderopvang
Buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf.

Afstand tot buitenschoolse opvang
De gemiddelde afstand van alle inwoners tot de dichtstbijzijnde buitenschoolse opvang, berekend over de weg.

Buitenschoolse opvang
Voorzieningen die bestemd zijn voor schoolgaande kinderen van vier tot en met twaalf jaar en die alleen geopend zijn voor en/of na schooltijd en eventueel tussen de middag. Vaak ook op woensdagmiddag en tijdens de schoolvakanties.

Afstand tot kinderdagverblijf
De gemiddelde afstand van alle inwoners tot het dichtstbijzijnde kinderdagverblijf, berekend over de weg.

Kinderdagverblijf
Plaats waar kinderen van 0 tot 4 jaar gedurende één of meer dagdelen per week het hele jaar door worden opgevangen. Er kan voor meer dan 5 uur per dag van het kinderdagverblijf gebruik gemaakt worden en voor maximaal 10 dagdelen per week.

Oppervlakten
De oppervlaktecijfers van land en water zijn afgeleid uit het Bestand Bodemgebruik 2010 van het CBS.
Oppervlakte land en water
Oppervlakte van de gehele bevolkingskern 2011.
Oppervlakte land
Oppervlakte land gelegen binnen de bevolkingskernen.