Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen 2011; steden en dorpen in Nederland

Bevolkingskernen Wonen Overige woongebouwen Wooneenheden (aantal) Stedelijkheid (klasse)
Beneden-Leeuwen - 4
Benedenvaart - 5
Bredevoort - 5
Breedenbroek - 5
Breedeweg - 5
Dedemsvaart - 4
Ede 40 2
Ederveen - 5
Eede - 5
Enschede 3.160 2
Giessendam/Neder-Hardinxveld - 3
Goedereede-Havenhoofd - 5
Goedereede-Kern - 5
Groede - 5
Haamstede/Burgh 5 5
Haamstede-Noord - 5
Haarlemmerliede - 5
Harkstede - 5
Hedel (Gld.) - 4
Hoedekenskerke - 5
Ledeacker - 5
Medemblik - 4
Meeden - 5
Nederasselt - 5
Nederhemert-Noord - 5
Nederhorst Den Berg/Overmeer - 5
Nederweert 5 4
Nederwetten - 5
Neede 10 4
Nieuw-Haamstede - 5
Poederoijen - 5
Rheden 65 4
Rhederbrug - 5
Sint Oedenrode 5 4
Terhofstede - 5
Tweede Exloërmond - 5
Uithuizermeeden 5 5
Wijk bij Duurstede - 3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over aantallen inwoners, huishoudens en woningen, nabijheid van voorzieningen, oppervlakten en dichtheden voor bevolkingskernen (steden en dorpen) in Nederland. Een bevolkingskern bestaat uit aaneengesloten bebouwd gebied met woongebied als kern. Voormalige bevolkingskernen kunnen door de groei van het bebouwd gebied aan een andere kern vastgroeien. Zo maken bebouwde gebieden van onder andere Rijswijk (ZH), Voorburg, Loosduinen en Delft onderdeel uit van de kern Groot – ’s Gravenhage. Een bevolkingskern kan zich over meerdere gemeenten uitstrekken.

Gepresenteerde cijfers betreft de inwoners en woningen die aanwezig zijn binnen deze kernen. Er worden geen gegevens over het gebied buiten de kernen gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar over verslagjaar 2011.

Status van de cijfers
Deze tabel bevat definitieve cijfers met uitzondering van gegevens over de gemiddelde WOZ-waarde, deze zijn voorlopig.

Toelichting onderwerpen

Wonen
De geregistreerde woongebouwen van Nederland op 1 januari 2011.

Het betreft hier gegevens over de woningvoorraad, de wooneenhedenvoorraad en de recreatiewoningvoorraad.

De cijfers zijn gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1 januari 1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.
Overige woongebouwen
Wooneenheden en recreatiewoningen.
Wooneenheden
Totaal aantal wooneenheden.

Een wooneenheid is een deel van een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door een particulier huishouden waarbij een keukeninrichting, die bestemd is voor het bereiden van complete maaltijden, en/of een toilet ontbreekt, zoals in studentenhuizen.
Deze ruimte is gelegen in een gebouw dat deze gemeenschappelijke voorzieningen bevat.
Stedelijkheid
De indeling naar vijf klassen stedelijkheid is gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (OAD) van een kern.

Allereerst is voor ieder adres binnen de kern de OAD vastgesteld. De OAD van een kern is de gemiddelde waarde hiervan voor alle adressen binnen de kern en wordt uitgedrukt in adressen per km².

De vijf stedelijkheidsklassen zijn gebaseerd op een indeling van de OAD naar klassegrenzen van 2500, 1500, 1000 en 500 adressen per km².
De volgende klassen worden onderscheiden:
1. Zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2500 of meer);
2. Sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1500 tot 2500);
3. Matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1000 tot 1500);
4. Weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1000);
5. Niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).