Kerncijfers wijken en buurten 2004-2008

Kerncijfers wijken en buurten 2004-2008

Regio's Perioden Bevolking Allochtonen Niet-westers Nederlandse Antillen en Aruba (%) Wonen Woningen naar bouwjaarklasse Bouwjaarklasse vanaf 2000 (%) Arbeid Werkzame personen Werkzame personen naar herkomst Autochtonen (%) Arbeid Werkzame personen Werkzame personen naar herkomst Westerse allochtonen (%) Arbeid Werkzame personen Werkzame personen naar herkomst Niet-westerse allochtonen (%) Arbeid Werkzame personen Werkzame personen naar sector Landbouw (%) Inkomen Pensioenontvangers (%) Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Aantal inkomensontvangers (aantal) Inkomen Inkomen jaren t/m 2007 Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (1 000 euro) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (1 000 euro) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Personen met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van personen Niet actieven (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huishouden met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen jaren vanaf 2008 Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Sociale zekerheid Uitkeringsontvangers (%) Sociale zekerheid Uitkeringsontvangers jaarmutatie (%-punt) Sociale zekerheid Uitkeringsontvangers > 1 jaar (%) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Bedrijfsvestigingen vanaf 2007 (aantal) Oppervlakte Land (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Totaal stedelijk bodemgebruik (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Verkeersterrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Bebouwd terrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Semi-bebouwd terrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Recreatieterrein (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Totaal niet-stedelijk bodemgebruik (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Agrarisch terrein (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Bos en open natuurlijk terrein (ha)
Nederland 2008 1 . 76 67 58 2 . 13 . 79 793.510 3.375.617 611.074 117.149 344.874 51.391 97.659 2.760.830 2.275.827 485.003
Wijk 01 Land 2008 x . 74 88 x 11 . 9 . 85 65 3.701 811 136 352 281 42 2.916 2.643 272
Wijk 01 Land 2008 0 . 72 64 67 4 . 8 . 84 140 3.182 253 73 49 6 125 2.923 2.590 333
Hollandsekant 2008 x . x x x x . x . x 30 42 32 4 28 - 0 10 - 10
Sallandsekant 2008 x . x x x x . x . x 35 76 75 5 43 24 3 0 0 0
Landgoederenbuurt 2008 1 . 79 73 68 1 . 12 . 76 110 72 72 4 51 - 18 - - -
Eilandenbuurt 2008
Eilandenbuurt 2008 3 . 83 78 71 0 . 11 . 72 205 83 79 2 64 7 6 0 - 0
Noord Landskant 2008 0 . 72 58 55 2 . 15 . 77 40 234 67 21 44 2 - 166 150 16
Waterland 2008 0 . 78 63 100 x . 12 . 85 x 31 29 2 27 0 - - - -
Meerland 2008 x . 79 x x x . 12 . 85 x 272 12 3 1 6 2 86 77 9
Verspreide huizen in de Hooilandspolder 2008 x . 67 67 - 13 . 24 . 91 x 1.493 48 27 2 19 - 1.411 1.302 110
Ommelanderwijk 2008 0 . 73 62 56 3 . 14 . 76 35 296 60 12 42 5 0 237 232 4
Jonkersland 2008 x . 80 x - - . 16 . 79 x 30 25 1 10 - 14 5 5 -
Wijk 01 Oud Haskerland 2008 0 . 78 72 50 3 . 9 . 74 210 1.845 317 73 113 112 19 1.521 1.453 68
Dokkum Fonteinslanden 2008 0 . 64 51 33 x . 23 . 75 85 116 101 5 65 19 11 15 15 -
Dokkum Weeshuislanden 2008 0 . 76 43 71 1 . 12 . 89 20 91 40 3 31 6 - 51 50 1
Dokkum Kooilanden 2008 0 . 81 73 x x . 7 . 80 40 102 48 4 34 1 9 54 54 -
Ameland 2008 0 . 79 67 88 3 . 9 . 86 300 5.918 563 113 150 30 270 5.321 2.025 3.295
Businesspark Friesland 2008 x . x x x x . x . x 50 48 48 12 35 0 0 0 0 -
Kollumerland en Nieuwkruisland 2008 0 . 73 67 49 4 . 13 . 81 520 10.989 796 226 384 73 112 10.179 8.625 1.554
Zaailand 2008 1 . 76 58 50 - . 17 . 60 70 9 9 1 8 - - - - -
Hollanderwijk 2008 0 . 71 47 50 x . 20 . 81 65 28 28 2 26 - 0 - - -
Wijk 53 Goutum & De Zuidlanden 2008
De Zuidlanden 2008
Wijk 54 De Zuidlanden 2008 x . 82 63 - x . x . x x 612 88 43 0 36 9 525 525 -
De Zuidlanden 2008 x . 77 x - - . x . x x 470 46 35 0 2 9 424 424 -
Lemsterland 2008 0 . 75 68 60 5 . 12 . 76 820 7.624 726 210 345 41 129 6.866 6.637 228
Lemmer Frieslandpark en omgeving 2008 0 . 72 68 86 1 . 9 . 78 90 76 76 1 34 - 41 0 - 0
Opsterland 2008 0 . 75 65 53 4 . 13 . 79 1.260 22.486 1.638 501 793 118 226 20.830 17.920 2.910
Smallingerland 2008 1 . 73 64 53 1 . 15 . 75 2.325 11.846 2.354 375 1.480 222 278 9.467 8.874 592
Wijk 01 Overig Smallingerland 2008 0 . 74 53 25 5 . 11 . 78 400 9.517 683 272 249 89 73 8.817 8.247 570
Het Eiland 2008 0 . 64 59 45 - . 28 . 87 x 16 16 - 16 - 0 - - -
Wijk 01 Midsland 2008 x . 80 74 88 4 . 10 . 83 120 1.247 179 34 29 4 112 1.067 458 609
Midsland 2008 x . 82 83 86 2 . 11 . 86 80 38 30 2 27 0 1 8 8 -
Verspreide huizen Midsland-Zuid 2008 x . 72 50 x 9 . 8 . 72 40 583 93 25 0 4 64 490 449 41
Verspreide huizen Midsland-Noord 2008 x . x x x x . x . x x 626 56 7 2 - 47 569 1 568
Vlieland 2008 0 . 82 72 88 x . 10 . 80 115 3.616 139 16 37 16 70 3.474 9 3.466
Oost-Vlieland 2008 0 . 82 64 88 x . 10 . 80 105 81 44 4 34 4 2 35 - 35
Verspreide huizen Vlieland 2008 x . x x x x . x . x x 3.536 94 12 3 11 68 3.421 9 3.413
Veningerland 2008 0 . 72 76 46 1 . 22 . 82 30 37 37 2 34 - 1 - - -
Luchiesland 2008 1 . 72 60 55 x . 20 . 81 25 27 27 1 24 - 2 - - -
Verspreide huizen Nieuwlande 2008 x . 76 - - 18 . x . x x 390 13 13 - - - 377 348 29
Rietlanden 2008 0 . 75 68 60 1 . 15 . 78 200 273 256 11 189 0 55 18 17 0
Delftlanden 2008 x . 89 100 x x . 6 . 47 x 232 100 3 5 92 - 132 132 -
Schutlanden-Oost 2008 0 . 76 78 62 x . 8 . 83 20 46 45 4 22 0 19 2 - 2
Schutlanden-West 2008 1 . 79 72 69 x . 14 . 86 20 25 25 1 21 0 3 - - -
Erflanden 2008 0 . 84 75 72 1 . 6 . 77 50 84 82 5 43 34 - 2 1 0
Hollandscheveld kern 2008 0 . 73 66 x 2 . 14 . 80 140 168 83 6 68 4 6 85 84 1
Verspreide huizen Hollandscheveld-West 2008 x . 74 x x 20 . 13 . 85 x 1.055 16 16 0 - - 1.039 1.014 25
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van statistische gegevens op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2004
Eerdere jaren zijn te vinden in aparte StatLine tabellen. Zie voor de verwijzing naar deze tabellen paragraaf 3.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 3 mei 2013:
Deze tabel is afgesplitst van de tabel Kerncijfers Wijken en Buurten. Deze tabel bevatte zeer veel cijfers. Dat gaf soms problemen in het gebruik. Om de bruikbaarheid te verbeteren is deze tabel gesplitst in een tabel met cijfers over de jaren 2009-2012 en een tabel met cijfers over de jaren 2004-2008.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Allochtonen
Het aantal allochtonen op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Allochtonen worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland.
Allochtoon:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Eerste generatie allochtoon:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Tweede generatie allochtoon:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Niet-westers
Allochtonen worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan.
Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden allochtonen uit deze twee landen tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Nederlandse Antillen en Aruba
Het aandeel allochtonen met herkomstgroep van de tot het Nederlandse koninkrijk behorende eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en Aruba op 1 januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.
Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt en minimaal 10 niet-westerse allochtonen per buurt.
Wonen
Woningen naar bouwjaarklasse
Een door de gemeente aan het CBS gereed gemelde woning wordt opgenomen in het Woningregister. Het jaar waarin deze opneming plaatsvindt wordt hier als uitgangspunt genomen voor de bouwjaarklasse. Omdat er niet een exact bouwjaar geregistreerd wordt, is dit een indicatie van de bouwperiode.

De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 opgenomen in het Woningregister;
2) vóór het jaar 2000 opgenomen in het Woningregister.
Bouwjaarklasse vanaf 2000
Het aantal woningen dat in of na het jaar 2000 is opgenomen in het Woningregister, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Arbeid
Werkzame personen
Personen van 15 tot 65 jaar met inkomsten uit arbeid als werknemer en/of zelfstandige.
De cijfers zijn ontleend aan het Sociaal Statisch Bestand (SSB) en betreffen voorlopige cijfers.
Werkzame personen naar herkomst
Het aandeel werkzame personen van de betreffende herkomstgroep op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners van deze herkomstgroep van 15 tot 65 jaar.
Autochtonen
Het aandeel werkzame autochtonen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal autochtonen van 15 tot 65 jaar.
Een autochtoon is een persoon waarvan beide ouders in Nederland zijn geboren.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Westerse allochtonen
Het aandeel werkzame westerse allochtonen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal westerse allochtonen van 15 tot 65 jaar.
Tot de categorie 'westerse allochtonen' behoren allochtonen uit Europa, Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Niet-westerse allochtonen
Het aandeel werkzame niet-westerse allochtonen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal niet-westerse allochtonen van 15 tot 65 jaar.
Tot de categorie 'niet-westerse allochtonen' behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Werkzame personen naar sector
Het aandeel werkzame personen op de laatste vrijdag van september naar hoofdgroep van de Standaarbedrijfs Indeling (SBI), uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Landbouw
Het aandeel werkzame personen in de landbouw op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. De cijfers gepubliceerd bij 2003 zijn afkomstig uit RIO2002 en hebben dus betrekking op het inkomen over 2002. Het RIO is een zeer grote steekproef van ca. 2 miljoen huishoudens, zodat bij uitkomsten over kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA).
Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.

Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.
Pensioenontvangers
Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB)..
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Inkomen jaren t/m 2007
De inkomensgegevens zijn tot en met 2007 (RIO2006) gebaseerd op het besteedbaar inkomen. Dat is het totaal aan inkomsten van een individu,verminderd met betaalde premies en belastingen.
Aantal inkomensontvangers
Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers zijn tot 2004 afgerond op tientallen, vanaf 2005 op honderdtallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten, al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Inkomen jaren vanaf 2008
Met ingang van het jaar 2008 (RIO2007) is het inkomensbegrip gewijzigd van besteedbaar inkomen van personen naar persoonlijk inkomen en het aantal variabelen is op huishoudensniveau uitgebreid. Dit heeft ertoe geleid dat inkomensgegevens gesplitst zijn naar de periode tot en met 2007 en vanaf 2008.
Inkomen van personen
De inkomensgegevens zijn vanaf 2008 gebaseerd op het persoonlijk inkomen.
Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten. Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking. De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Personen met laag inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent personen ingeteld met een persoonlijk inkomen tot maximaal 19 200 euro.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Personen met hoog inkomen
Personen zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen.
In de hoogste 20-procent-groep worden de personen ingeteld behorend totde twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen (hoger dan 41 300 euro).
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep 'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.

Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
.
Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen.
De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishouden met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens ingeteld met een besteedbaar inkomen tot maximaal 25 100 euro.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuiliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishouden met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens ingeteld behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen (hoger dan 46 500 euro).
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishouden met lage koopkracht
Een inkomen dat, omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 259 euro in prijzen van 2000. Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt.
Sociale zekerheid
Uitkeringsontvangers
Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal personen van 15 tot 65 jaar.
Bij uitkeringen gaat het hier om uitkeringen krachtens de Algemene Bijstandswet (ABW) en met ingang van 1-1-2004 de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet op de beidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de Werkloosheidswet (WW) of een andere uitkering.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers op de laatste vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Uitkeringsontvangers jaarmutatie
De verandering in procentpunten van het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar per buurt, wijk of gemeente ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierbij is gecorrigeerd voor eventuele hercoderingen van adressen en ook voor verandering van de grenzen.
De jaarmutatie is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers op de laatste vrijdag van september in het verslagjaar en in het voorgaande jaar, en bij meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Uitkeringsontvangers > 1 jaar
Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar met een uitkering langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers met een uitkering langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Bedrijven
Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch)
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 1993).
Bedrijfsvestigingen in de landbouw en visserij zijn niet meegeteld. Met ingang van 1 januari 2007 zijn de bedrijfsvestigingen niet meer vermeld in grootteklassen, maar in absolute aantallen.

Bedrijven hebben één of meer lokale eenheden, zogenaamde vestigingen. De meeste bedrijven bestaan uit één vestiging, een klein deel van de bedrijven heeft meer dan één vestiging. Een vestiging is een afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor de uitoefening van activiteiten. Vestigingen worden ingedeeld naar de economische activiteit van het bedrijf waartoe zij behoren.

De toedeling van bedrijfsvestigingen aan gemeenten, wijken en buurten vindt plaats met behulp van de 6-cijferige postcode. Indien deze niet bekend is wordt toegedeeld met behulp van de 4-cijferige postcode. Omdat de grenzen van postcodegebieden soms niet overeenkomen met de grenzen van gemeenten, wijken en buurten kan het voorkomen dat bedrijfsvestigingen aan een naastliggende gemeente, wijk of buurt worden toegekend.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de tabel 'Bedrijven; vestigingen per regio naar economische activiteit, SBI'93'.
Daar vindt de toedeling plaats met behulp van de 4 cijferige postcode.

De gegevens zijn ontleend aan de statistiek Bedrijven in Nederland. Vanaf 1 juli 2006 is het Algemene bedrijfsregister van het CBS ingrijpend gewijzigd. Als gevolg daarvan zijn de gegevens over het aantal vestigingen en instellingen op 1 januari 2007 niet meer vergelijkbaar met de gegevens van voor deze peildatum.
Bedrijfsvestigingen vanaf 2007
Het aantal bedrijfsvestigingen op 1 januari.
Met ingang van 1 januari 2007 zijn de bedrijfsvestigingen vermeld in absolute aantallen. Tot en met 2006 werd het aantal bedrijfsvestigingen vermeld in grootteklassen.
Het aantal bedrijfsvestigingen is vermeld bij minimaal 20 vestigingen en is afgerond op vijftallen.
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS. Als basis voor de gemeentegrenzen wordt het bestand Topgrenzen, de gemeentegrenzen van de Topografische Dienst gebruikt.
Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Land
De oppervlakte land is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.
Voor de jaren 2003 tot en met 2005 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2000.
Voor de jaren 2006 tot en met 2008 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2003.

De oppervlakte land wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).
Bodemgebruik
Het bodemgebruik in Nederland op 1 januari, uitgedrukt in hele hectaren (ha.) en als percentage van de oppervlakte land. Voor 2006 is uitgegaan van de landoppervlakte in het bestand Bodemgebruik 2006. Dit betekent echter dat optelling van de categorieën bodemgebruik kan afwijken van de gepubliceerde totale oppervlakte land. Dat oppervlaktecijfer is namelijk afgeleid uit het bestand Bodemgebruik 2003. Dit bestand was op het moment van publiceren van de cijfers over oppervlakte land het meest recente bestand Bodemgebruik. Bij het maken van de indeling van gemeenten in wijken en buurten wordt de oppervlakte buitenwater buiten beschouwing gelaten. De wijk-/buurtgrenzen volgen de land-watergrens, die op het moment van indelen bekend is. Deze land-watergrens kan licht afwijken van de daadwerkelijke land-watergrens in het betreffende jaar die periodiek in het bestand Bodemgebruik wordt vastgesteld. Hierdoor kan het voorkomen dat de wijken en buurten niet optellen naar gemeenten. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Stedelijk bodemgebruik
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
In hectare land
Totaal stedelijk bodemgebruik
Verkeersterrein
Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en vliegverkeer.
Bebouwd terrein
Terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen.
Semi-bebouwd terrein
Terrein met een zekere mate van verharding, dat niet in gebruik is als verkeersterrein of bebouwd terrein.
Recreatieterrein
Terrein bestemd voor recreatief gebruik.
Niet-stedelijk bodemgebruik
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
In hectare land
Totaal niet-stedelijk bodemgebruik
Agrarisch terrein
Terrein in gebruik voor glastuinbouw, of als grasland, tuinland, bouwland of boomgaard.
Bos en open natuurlijk terrein
Terrein in gebruik als bos, als droog of als nat open natuurlijk terrein.