Prognose intervallen personen in huishoudens; 2013-2060

Prognose intervallen personen in huishoudens; 2013-2060

Prognose(-interval) Perioden Personen in huishoudens Totaal personen in huishoudens Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Totaal personen in particuliere huish... Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind Totaal jongens en meisjes (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Samenwonend Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in institutionele huishoudens Totaal mannen en vrouwen (aantal) Particuliere huishoudens Totaal particuliere huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal)
Prognose 2020 17.141.012 16.930.036 4.448.317 3.086.032 8.593.600 541.247 260.839 211.042 7.966.674 2,13
Ondergrens 95% prognose-interval 2020 16.774.184 16.570.212 4.154.397 2.386.047 7.753.166 416.413 222.779 146.163 7.463.563 2,00
Bovengrens 95% prognose-interval 2020 17.510.886 17.288.860 4.770.962 3.785.937 9.355.707 667.583 312.207 282.251 8.478.598 2,25
Ondergrens 67% prognose-interval 2020 16.941.230 16.731.286 4.284.482 2.741.293 8.181.249 478.367 240.949 176.653 7.723.885 2,06
Bovengrens 67% prognose-interval 2020 17.319.330 17.109.744 4.590.421 3.422.272 9.004.907 601.103 285.348 244.706 8.209.567 2,19
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland in huishoudens en particuliere huishoudens in Nederland. De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen naar positie in het huishouden, geslacht en prognose-interval;
- Particuliere huishoudens naar prognose-interval;
- Gemiddelde huishoudensgrootte naar prognose-interval;

Gegevens beschikbaar: 2013-2060

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per: 18 december 2015.
Stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de Huishoudensprognose 2016-2060. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Personen in huishoudens
Bevolking van Nederland naar positie in het huishouden, 1 januari.

Bevolking
De bewoners van een bepaald gebied.
In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om personen in instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, die daar in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Positie in het huishouden
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden.
De referentiepersoon wordt niet als aparte positie onderscheiden maar neemt een van de andere posities in, behalve die van thuiswonend kind of lid van een institutioneel huishouden.

Referentiepersoon
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Totaal personen in huishoudens
Totaal mannen en vrouwen
Personen in particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal personen in particuliere huish...
Totaal mannen en vrouwen
Thuiswonend kind
Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook adoptie- en stiefkinderen begrepen, maar geen pleegkinderen.
Totaal jongens en meisjes
Alleenstaand
Alleenstaand
Persoon die alléén zichzelf particulier, d.w.z. niet-bedrijfsmatig voorziet van huisvesting en in dagelijkse levensbehoeften.
Een alleenstaande vormt een eenpersoonshuishouden. Tot eenpersoonshuishoudens worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Totaal mannen en vrouwen
Samenwonend
Samenwonend
Situatie van twee personen die als paar, al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormen.
Totaal mannen en vrouwen
Ouder in eenouderhuishouden
Ouder in eenouderhuishouden
Persoon die niet samenwoont met een partner, maar wel thuiswonende kinderen heeft.
.
Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook adoptie- en stiefkinderen begrepen, maar geen pleegkinderen.
Totaal mannen en vrouwen
Overig lid huishouden
Overig lid van een huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan iemand die samen met broer(s) en/of zus(sen) een huishouden vormt, een pleegkind, of een kostganger die bij een gezin inwoont.
Totaal mannen en vrouwen
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om personen in instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, die daar in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Totaal mannen en vrouwen
Particuliere huishoudens
Particuliere huishoudens in Nederland, 1 januari.
.
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Gemiddelde huishoudensgrootte
Gemiddeld aantal personen dat deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Wordt berekend door de totale bevolking in particuliere huishoudens te delen door het aantal particuliere huishoudens