Prognose intervallen personen in huishoudens; 2013-2060

Prognose intervallen personen in huishoudens; 2013-2060

Prognose(-interval) Perioden Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Totaal mannen en vrouwen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Mannen (aantal) Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Vrouwen (aantal)
Prognose 2013 248.422 123.087 125.335
Prognose 2014 246.953 122.578 124.374
Prognose 2015 248.087 123.272 124.815
Prognose 2016 250.820 124.753 126.068
Prognose 2017 253.311 126.108 127.203
Prognose 2018 255.859 127.504 128.355
Prognose 2019 258.380 128.900 129.480
Prognose 2020 260.839 130.249 130.590
Prognose 2021 263.190 131.541 131.648
Prognose 2022 265.519 132.804 132.716
Prognose 2023 267.711 134.000 133.710
Prognose 2024 269.851 135.153 134.697
Prognose 2025 271.896 136.259 135.640
Prognose 2026 273.926 137.323 136.600
Prognose 2027 275.977 138.379 137.598
Prognose 2028 278.068 139.427 138.640
Prognose 2029 280.199 140.463 139.737
Prognose 2030 282.309 141.463 140.845
Prognose 2031 284.348 142.413 141.935
Prognose 2032 286.374 143.332 143.042
Prognose 2033 288.380 144.208 144.171
Prognose 2034 290.390 145.055 145.335
Prognose 2035 292.409 145.876 146.532
Prognose 2036 294.385 146.655 147.731
Prognose 2037 296.351 147.412 148.939
Prognose 2038 298.264 148.123 150.140
Prognose 2039 300.134 148.796 151.338
Prognose 2040 301.956 149.422 152.533
Prognose 2041 303.757 150.027 153.729
Prognose 2042 305.523 150.590 154.933
Prognose 2043 307.248 151.131 156.117
Prognose 2044 308.961 151.652 157.309
Prognose 2045 310.619 152.144 158.475
Prognose 2046 312.244 152.618 159.627
Prognose 2047 313.854 153.075 160.778
Prognose 2048 315.448 153.525 161.924
Prognose 2049 317.022 153.963 163.058
Prognose 2050 318.549 154.383 164.167
Prognose 2051 320.010 154.782 165.228
Prognose 2052 321.396 155.156 166.239
Prognose 2053 322.688 155.496 167.191
Prognose 2054 323.867 155.798 168.068
Prognose 2055 324.944 156.065 168.878
Prognose 2056 325.915 156.293 169.622
Prognose 2057 326.773 156.485 170.287
Prognose 2058 327.526 156.641 170.886
Prognose 2059 328.181 156.765 171.416
Prognose 2060 328.739 156.857 171.882
Ondergrens 95% prognose-interval 2013 234.927 116.983 117.965
Ondergrens 95% prognose-interval 2014 228.222 114.129 114.173
Ondergrens 95% prognose-interval 2015 225.624 112.889 112.234
Ondergrens 95% prognose-interval 2016 224.548 112.919 111.418
Ondergrens 95% prognose-interval 2017 223.784 112.872 110.821
Ondergrens 95% prognose-interval 2018 223.169 112.824 110.283
Ondergrens 95% prognose-interval 2019 223.108 112.854 109.904
Ondergrens 95% prognose-interval 2020 222.779 113.084 109.457
Ondergrens 95% prognose-interval 2021 222.436 113.251 109.287
Ondergrens 95% prognose-interval 2022 222.353 113.418 109.088
Ondergrens 95% prognose-interval 2023 222.362 113.387 108.962
Ondergrens 95% prognose-interval 2024 222.293 113.493 109.094
Ondergrens 95% prognose-interval 2025 222.066 113.593 109.021
Ondergrens 95% prognose-interval 2026 222.244 113.549 108.793
Ondergrens 95% prognose-interval 2027 221.985 113.648 108.511
Ondergrens 95% prognose-interval 2028 221.921 113.608 108.079
Ondergrens 95% prognose-interval 2029 221.499 113.607 108.203
Ondergrens 95% prognose-interval 2030 221.996 113.503 108.332
Ondergrens 95% prognose-interval 2031 221.682 113.488 108.275
Ondergrens 95% prognose-interval 2032 221.265 113.266 108.299
Ondergrens 95% prognose-interval 2033 220.896 112.903 108.539
Ondergrens 95% prognose-interval 2034 221.472 112.870 108.582
Ondergrens 95% prognose-interval 2035 221.087 112.860 108.185
Ondergrens 95% prognose-interval 2036 220.345 112.707 107.683
Ondergrens 95% prognose-interval 2037 219.727 112.420 107.477
Ondergrens 95% prognose-interval 2038 219.166 112.182 107.431
Ondergrens 95% prognose-interval 2039 218.166 111.866 107.074
Ondergrens 95% prognose-interval 2040 217.568 111.362 106.605
Ondergrens 95% prognose-interval 2041 216.251 110.724 106.138
Ondergrens 95% prognose-interval 2042 215.368 110.576 105.808
Ondergrens 95% prognose-interval 2043 215.413 110.039 105.533
Ondergrens 95% prognose-interval 2044 215.025 109.760 105.416
Ondergrens 95% prognose-interval 2045 214.721 109.432 105.325
Ondergrens 95% prognose-interval 2046 214.264 109.074 104.957
Ondergrens 95% prognose-interval 2047 213.748 108.699 104.714
Ondergrens 95% prognose-interval 2048 212.990 108.180 104.467
Ondergrens 95% prognose-interval 2049 212.169 107.766 104.220
Ondergrens 95% prognose-interval 2050 211.403 107.421 103.830
Ondergrens 95% prognose-interval 2051 210.889 106.858 103.418
Ondergrens 95% prognose-interval 2052 209.743 106.348 102.954
Ondergrens 95% prognose-interval 2053 208.442 105.979 102.385
Ondergrens 95% prognose-interval 2054 207.565 105.721 101.935
Ondergrens 95% prognose-interval 2055 206.842 105.234 101.474
Ondergrens 95% prognose-interval 2056 206.536 104.823 100.974
Ondergrens 95% prognose-interval 2057 206.286 104.302 100.743
Ondergrens 95% prognose-interval 2058 205.268 103.719 100.551
Ondergrens 95% prognose-interval 2059 204.136 103.293 100.294
Ondergrens 95% prognose-interval 2060 203.280 102.891 100.036
Bovengrens 95% prognose-interval 2013 264.736 130.577 134.173
Bovengrens 95% prognose-interval 2014 270.621 133.336 137.050
Bovengrens 95% prognose-interval 2015 277.517 136.714 140.699
Bovengrens 95% prognose-interval 2016 285.344 140.360 145.023
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland in huishoudens en particuliere huishoudens in Nederland. De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen naar positie in het huishouden, geslacht en prognose-interval;
- Particuliere huishoudens naar prognose-interval;
- Gemiddelde huishoudensgrootte naar prognose-interval;

Gegevens beschikbaar: 2013-2060

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per: 18 december 2015.
Stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de Huishoudensprognose 2016-2060. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Personen in huishoudens
Bevolking van Nederland naar positie in het huishouden, 1 januari.

Bevolking
De bewoners van een bepaald gebied.
In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om personen in instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, die daar in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Positie in het huishouden
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden.
De referentiepersoon wordt niet als aparte positie onderscheiden maar neemt een van de andere posities in, behalve die van thuiswonend kind of lid van een institutioneel huishouden.

Referentiepersoon
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Personen in particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Overig lid huishouden
Overig lid van een huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan iemand die samen met broer(s) en/of zus(sen) een huishouden vormt, een pleegkind, of een kostganger die bij een gezin inwoont.
Totaal mannen en vrouwen
Mannen
Vrouwen