Prognose paren en eenouders naar kindertal, 2013-2060

Prognose paren en eenouders naar kindertal, 2013-2060

Leeftijd referentiepersoon Perioden Paar Totaal paren (aantal) Paar Geen kinderen (aantal) Paar 1 kind (aantal) Paar 2 kinderen (aantal) Paar 3 of meer kinderen (aantal) Eenouderhuishouden Totaal eenouderhuishoudens (aantal) Eenouderhuishouden 1 kind (aantal) Eenouderhuishouden 2 kinderen (aantal) Eenouderhuishouden 3 of meer kinderen (aantal)
Totaal over alle leeftijden 2020 4.296.802 2.316.320 760.803 887.284 332.395 541.252 331.609 162.686 46.957
15 tot 25 jaar 2020 72.156 61.694 7.679 2.291 492 10.981 8.618 2.068 295
25 tot 35 jaar 2020 581.089 297.033 140.576 114.378 29.102 67.541 37.854 22.445 7.242
35 tot 45 jaar 2020 715.816 115.240 141.483 320.021 139.072 125.485 59.181 47.124 19.180
45 tot 55 jaar 2020 890.071 209.198 205.432 340.057 135.384 198.791 114.545 67.503 16.743
55 tot 65 jaar 2020 879.577 550.234 203.818 100.071 25.454 91.001 68.697 19.334 2.970
65 tot 75 jaar 2020 733.932 674.922 47.364 9.108 2.538 23.266 20.681 2.275 310
75 tot 85 jaar 2020 353.781 340.050 12.259 1.166 306 14.535 13.164 1.233 138
85 tot 95 jaar 2020 68.797 66.423 2.144 186 44 8.713 8.002 635 76
95 jaar of ouder 2020 1.583 1.526 49 6 2 939 867 69 3
15 tot 20 jaar 2020 3.910 3.502 280 82 46 1.142 1.075 63 4
20 tot 25 jaar 2020 68.246 58.192 7.399 2.209 446 9.839 7.543 2.005 291
25 tot 30 jaar 2020 246.635 171.935 46.404 23.453 4.843 25.935 16.023 7.898 2.014
30 tot 35 jaar 2020 334.454 125.098 94.172 90.925 24.259 41.606 21.831 14.547 5.228
35 tot 40 jaar 2020 354.845 63.444 78.094 152.555 60.752 54.186 25.124 20.342 8.720
40 tot 45 jaar 2020 360.971 51.796 63.389 167.466 78.320 71.299 34.057 26.782 10.460
45 tot 50 jaar 2020 423.706 76.292 81.047 184.616 81.751 99.545 53.046 36.587 9.912
50 tot 55 jaar 2020 466.365 132.906 124.385 155.441 53.633 99.246 61.499 30.916 6.831
55 tot 60 jaar 2020 461.423 235.860 129.627 75.997 19.939 63.020 45.861 14.794 2.365
60 tot 65 jaar 2020 418.154 314.374 74.191 24.074 5.515 27.981 22.836 4.540 605
65 tot 70 jaar 2020 378.034 337.379 32.021 6.778 1.856 13.564 11.890 1.467 207
70 tot 75 jaar 2020 355.898 337.543 15.343 2.330 682 9.702 8.791 808 103
75 tot 80 jaar 2020 224.483 215.353 8.089 824 217 7.451 6.721 660 70
80 tot 85 jaar 2020 129.298 124.697 4.170 342 89 7.084 6.443 573 68
85 tot 90 jaar 2020 55.381 53.452 1.743 154 32 5.882 5.395 434 53
90 tot 95 jaar 2020 13.416 12.971 401 32 12 2.831 2.607 201 23
95 jaar of ouder 2020 1.583 1.526 49 6 2 939 867 69 3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van paren en eenouderhuishoudens in Nederland naar aantal thuiswonende kinderen en leeftijd van de referentiepersoon. De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

Gegevens beschikbaar: 2013-2060

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per: 18 december 2015.
Stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de Huishoudensprognose 2016-2060. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Paar
Paren in particuliere huishoudens naar aantal thuiswonende kinderen, 1 januari.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Paar (huishouden)
Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.

Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook adoptie- en stiefkinderen begrepen, maar geen pleegkinderen.
Totaal paren
Totaal paren in een particulier huishouden met thuiswonende kinderen.
Geen kinderen
Paren zonder thuiswonende kinderen.
1 kind
Paren met één thuiswonend kind.
2 kinderen
Paren met twee thuiswonende kinderen.
3 of meer kinderen
Paren met drie of meer thuiswonende kinderen.
Eenouderhuishouden
Eenouderhuishoudens naar aantal thuiswonende kinderen, 1 januari.

Eenouderhuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kinderen.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Thuiswonend kind
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook adoptie- en stiefkinderen begrepen, maar geen pleegkinderen.
Totaal eenouderhuishoudens
1 kind
Eenouderhuishouden met één thuiswonend kind.
2 kinderen
Eenouderhuishouden met twee thuiswonende kinderen.
3 of meer kinderen
Eenouderhuishouden met drie of meer thuiswonende kinderen.