Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2013-2060

Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2013-2060

Perioden Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Overig huishouden (aantal)
2013 248.422 41.972
2014 246.953 41.263
2015 248.087 41.142
2016 250.820 41.411
2017 253.311 41.666
2018 255.859 41.955
2019 258.380 42.266
2020 260.839 42.589
2021 263.190 42.884
2022 265.519 43.197
2023 267.711 43.483
2024 269.851 43.812
2025 271.896 44.084
2026 273.926 44.352
2027 275.977 44.579
2028 278.068 44.795
2029 280.199 45.013
2030 282.309 45.187
2031 284.348 45.337
2032 286.374 45.461
2033 288.380 45.560
2034 290.390 45.672
2035 292.409 45.794
2036 294.385 45.911
2037 296.351 46.005
2038 298.264 46.098
2039 300.134 46.217
2040 301.956 46.367
2041 303.757 46.536
2042 305.523 46.722
2043 307.248 46.913
2044 308.961 47.115
2045 310.619 47.331
2046 312.244 47.544
2047 313.854 47.744
2048 315.448 47.965
2049 317.022 48.154
2050 318.549 48.333
2051 320.010 48.501
2052 321.396 48.651
2053 322.688 48.788
2054 323.867 48.886
2055 324.944 48.977
2056 325.915 49.058
2057 326.773 49.111
2058 327.526 49.146
2059 328.181 49.165
2060 328.739 49.161
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland in huishoudens en particuliere huishoudens in Nederland. De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen naar positie in het huishouden;
- Particuliere huishoudens naar samenstelling van het huishouden;
- Particuliere huishoudens naar grootte van het huishouden;
- Paren en eenouderhuishoudens naar kindertal;
- Huishoudens met kinderen naar leeftijd van het jongste thuiswonende kind.

Gegevens beschikbaar: 2013-2060

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per: 18 december 2015.
Stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de Huishoudensprognose 2016-2060. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Personen in huishoudens
Personen naar positie in het huishouden, 1 januari.

Huishouden
Particulier of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om personen in instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, die daar in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Positie in het huishouden:
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden.
De referentiepersoon wordt niet als aparte positie onderscheiden maar neemt een van de andere posities in, behalve die van thuiswonend kind of lid van een institutioneel huishouden.

Referentiepersoon
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Personen in particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Overig lid huishouden
Overig lid van een huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan iemand die samen met broer(s) en/of zus(sen) een huishouden vormt, een pleegkind, of een kostganger die bij een gezin inwoont.

Particuliere huishoudens: samenstelling
Particuliere huishoudens naar samenstelling van het huishouden, 1 januari.

Samenstelling van het huishouden
Typering van een particulier huishouden op basis van de onderlinge
relaties van de personen binnen het huishouden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Meerpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Overig huishouden
Overig huishouden
Particulier huishouden dat uitsluitend bestaat uit overige leden.