Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel biedt een actueel overzicht van de belangrijkste cijfers die op StatLine beschikbaar zijn op het brede gebied van gezondheid en zorg. Alle cijfers zijn rechtstreeks afkomstig uit andere tabellen op StatLine of via een eenvoudige omrekening verkregen. De oorspronkelijke tabellen waaruit de cijfers afkomstig zijn bieden mogelijkheden voor uitsplitsing naar kenmerken van personen of andere eenheden.
Het moment waarop nieuwe cijfers beschikbaar komen is niet voor alle cijferreeksen hetzelfde.
Bij de cijferreeksen over het aantal gediplomeerden/afgestudeerden staat bij verslagjaar t het aantal personen dat in school- of studiejaar t-1 tot t een diploma heeft behaald.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2001
Status van de cijfers:
2025:
De beschikbare cijfers zijn definitief.
2024:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn voorlopig voor:
- huisartspatiënten naar diagnose;
- verstrekte geneesmiddelen;
- AWBZ/Wlz-zorg;
- jeugdzorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- personen werkzaam in de gezondheidszorg;
- gediplomeerden mbo;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg;
- gemiddelde afstand tot voorzieningen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
2023:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn voorlopig voor:
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- personen werkzaam in de gezondheidszorg.
Cijfers zijn nader voorlopig voor:
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg.
2022:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn nader voorlopig voor:
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg.
2021 en eerder:
Alle beschikbare cijfers zijn definitief.
Wijzigingen per 18 december 2025:
Nieuwe cijfers zijn toegevoegd aan bestaande reeksen voor:
- levendgeborenen, relatief;
- geboorte naar leeftijd moeder;
- perinatale sterfte bij zwangerschapsduur 24 weken of meer;
- huisartspatiënten naar diagnose;
- verstrekte geneesmiddelen;
- aantal 80+-ers;
- AWBZ/Wlz-zorg;
- jeugdzorg;
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg;
- gemiddelde afstand tot voorzieningen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In juli 2026 verschijnen de op dat moment beschikbare meest recente cijfers.
Toelichting onderwerpen
- Geboorte, sterfte en levensverwachting
- Bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen uit tienermoeders en oudere moeders, enkele doodsoorzaken, perinatale sterfte, levensverwachting en levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.
- Enkele doodsoorzaken
- Overledenen naar enkele doodsoorzaken, per 10 duizend van de gemiddelde bevolking. Naast relatieve cijfers zijn voor wegverkeersongevallen en zelfdoding ook aantallen gegeven.
Doodsoorzaken zijn gecodeerd aan de hand van ICD-codes afkomstig uit de internationaal toegepaste International Statistical Classification of Diseases, 10e revisie.
De gemiddelde bevolking van leeftijd L in jaar t is als volgt berekend: ((Leeftijd (L) op 1 januari jaar t)+(leeftijd (L) op 1 januari jaar t+1))/2.
Het gemiddeld aantal 0-jarigen in jaar t is als volgt berekend: ((levendgeborenen in jaar t)+(0-jarigen op 1 januari jaar t+1))/2.- Ziekten van hart en vaatstelsel
- Ziekten van hart en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: I00-I99;
ICD-9: 390-459;
ICD-8: 390-458.
- Ziekten van de ademhalingsorganen
- Ziekten van de ademhalingsorganen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: J00-J99;
ICD-9: 460-519;
ICD-8: 460-519.
- Ziekten van de spijsverteringsorganen
- Ziekten van de spijsverteringsorganen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: K00-K93;
ICD-9: 520-579;
ICD-8: 520-577.
- Gezondheid en ziekte
- Ervaren gezondheid, contacten met de huisarts en ziekenhuisopnamen voor enkele diagnosen, ziekteverzuim
- Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen
- Het totaal aan klinische opnamen, dagopnamen en langdurige observaties zonder overnachting (vanaf 2015) in algemene, academische en twee categorale ziekenhuizen.
De diagnosen zijn tot 2013 geregistreerd volgens de 'International Classification of Diseases' versie 9 (ICD9-CM). Vanaf 2013 wordt de ICD-10 gebruikt.
De indeling van de diagnosen volgt de afbakening zoals gedefinieerd in de ISHMT (International Shortlist for Hospital Morbidity Tabulation), Er zijn kleine verschillen in de afbakening volgens ICD-9 (tot 2013) en ICD-10 (vanaf 2013).
De cijfers naar diagnose zijn gebaseerd op de hoofddiagnose die geregistreerd is bij elke ziekenhuisopname. De hoofddiagnose is de diagnose die bij ontslag wordt beschouwd als de voornaamste reden van opname in het ziekenhuis.
De aantallen opgenomen personen worden gepresenteerd per 10 000 personen in de bevolking in het betreffende kalenderjaar.- Ziekten van hart- en vaatstelsel
- Ziekten van het hart- en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 390-434, 436-445, 447-459
ICD-10: I00-I99.
- Ziekten van ademhalingsstelsel
- Ziekten van het ademhalingsstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 034.0, 460-519
ICD-10: J00-J99.
- Ziekten van spijsverteringsstelsel
- Ziekten van het spijsverteringsstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 520-579
ICD-10: K00-K93.
- Zkt. van spieren, beenderen, bindweefsel
- Ziekten van spieren, beenderen en bindweefsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 099.3, 136.1, 279.4, 446, 710-739
ICD-10: M00-M99.
- Zorggebruik
- Verpleegduur bij klinische opname, verstrekte geneesmiddelen, aantal contacten met zorgverleners, AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg inclusief aantal 80-plussers, jongeren met jeugdzorg
- Personen met verstrekte geneesmiddelen
- Het aantal personen aan wie in het verslagjaar geneesmiddelen zijn verstrekt die vergoed worden door de verplichte basisverzekering voor geneeskundige zorg, uitgedrukt als percentage van de totale bevolking die op enig moment in verslagjaar ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (BRP).
De geneesmiddelen zijn op basis van de artikelcodes ingedeeld naar ATC-klasse. ATC staat voor 'Anatomisch Therapeutisch Chemisch'. In dit classificatiesysteem van de WHO (World Health Organization) worden geneesmiddelen eerst ingedeeld in groepen naar het orgaan of systeem waarop ze werkzaam zijn en daarna op therapeutische en chemische eigenschappen.- Totaal alle middelen
- Het percentage personen dat in het verslagjaar één of meer geneesmiddelen verstrekt heeft gekregen.
- AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg
- AWBZ-gefinancierde zorg met verblijf/Wlz-gefinancierde zorg
- Personen van 80 jaar of ouder
- Het aantal inwoners met een leeftijd van 80 jaar of ouder op 1 januari van het verslagjaar, die ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP).
- Personen met AWBZ-zmv / Wlz-zorg
- Het aantal personen van 18 jaar of ouder dat op de peildatum van het verslagjaar (tweede vrijdag van november) AWBZ-zorg met verblijf (tot 2015) of Wlz-zorg (vanaf 2015) heeft ontvangen waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden.
AWBZ-zorg met verblijf omvat alle zorg in natura die ontvangen is in een instelling, waarvan de kosten voor rekening van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) komen. Ook logeeropvang in een instelling met de indicatie kort verblijf is opgenomen onder het gebruik van zorg met verblijf.
Wlz-zorg omvat zorg voor personen die blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig hebben waarvan de kosten in rekening van de Wet langdurige zorg (Wlz) komen.
Personen onder de 18 jaar hoeven geen eigen bijdrage te betalen.
Zorg met verblijf wordt vanaf 2011 ingedeeld naar het type zorg dat men heeft ontvangen, uitgedrukt in zorgzwaartepakketten (zzp's).
Er zijn zzp's voor de sectoren Verpleging en Verzorging (VV), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de langdurige Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).- Totaal AWBZ-zorg met verblijf/Wlz-zorg
- Het totaal van personen met een zorgzwaartepakket (zzp) voor verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg of waarvoor geen zzp bekend is.
Een zzp bevat een bepaalde soort en hoeveelheid zorg die een persoon kan ontvangen. De zorg betreft het hele pakket zorg, wonen en diensten dat nodig is omdat een persoon niet alles zelf kan.
- Geen zorgzwaartepakket (zzp)
- Zorg waarvoor geen zzp bekend is, komt onder andere voor in de volgende situaties:
- Bij oude indicaties voor AWBZ-zorg is niet altijd een zzp bekend. Oude indicaties voor verblijf blijven rechtgevend voor de duur van de indicatie. Het ontbreken van het zzp bij de indicatie betekent dat het zzp ook ontbreekt bij gegevens over gebruik van zorg.
- Bij gebruik van bijdrageplichtige AWBZ-zorg in de vorm van kortdurend verblijf
- Bij gebruik van zorg in de vorm van pgb voor Wlz-indiceerbaren.
- Bij gebruik van zorg in de vorm van modulair pakket thuis (mpt). Personen met mpt die een geregistreerd zzp hebben, worden meegeteld bij 'Geen zorgzwaartepakket (zzp)' van 2015 tot 2019.
- zzp Verpleging en verzorging
- Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Verpleging en verzorging.
Zorg voor ouderen en chronisch zieken op basis van een zorgzwaartepakket/zorgprofiel (zzp) in de sector Verpleging en Verzorging (VV).
- zzp Gehandicaptenzorg
- Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Gehandicaptenzorg.
Zorg voor personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op basis van een zorgzwaartepakket/zorgprofiel (zzp) in de sector Gehandicaptenzorg (GHZ).
- zzp Geestelijke gezondheidszorg
- Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Geestelijke gezondheidszorg.
Zorg voor personen met psychische en/of psychiatrische problemen op basis van een zorgzwaartepakket/zorgprofiel (zzp) in de sector Geestelijke gezondheidszorg (GGZ), voor zover die gefinancierd wordt vanuit de Wlz/AWBZ (ook wel langdurige GGZ).
- Personen met indicatie AWBZ-zmv / Wlz
- Het aantal personen dat op de peildatum een indicatie heeft voor AWBZ-zorg met verblijf / Wlz-zorg
Het betreft uitsluitend personen die op de peildatum in de BRP staan ingeschreven.
De peildatum is de tweede vrijdag van november.
Indicatie
Recht op een bepaalde soort en hoeveelheid zorg zoals dat vastgesteld wordt door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ).- Totaal indicatie AWBZ-zmv / Wlz
- Totaal personen met een iindicatie AWBZ-zorg met verblijf / Wlz, waarbij een grondslag is geregistreerd.
Grondslag
Reden waardoor iemand bepaalde activiteiten niet zelfstandig kan verrichten maar hierbij hulp nodig heeft. Er moet een grondslag aanwezig zijn om in aanmerking te komen voor zorg gefinancierd door de AWBZ/Wlz. De AWBZ/Wlz-grondslag wordt onafhankelijk door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) vastgesteld.
- Somatische aandoening
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag somatische aandoening
Somatische aandoening:
Actuele lichamelijke ziekte of aandoening. Een aandoening die gekenmerkt wordt door stabiele fases en bij verergering door medische en/of paramedische behandeling (nog) kan genezen of verbeteren, heeft als grondslag somatische aandoening, en niet de grondslag lichamelijke handicap.
Wanneer sprake is van blijvende beperkingen die niet veroorzaakt worden door stoornissen van het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel), dan is de grondslag somatische aandoening ook van toepassing. Dit is ook het geval bij een terminale situatie.
- Psychogeriatrische aandoening
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag psychogeriatrische aandoening
Psychogeriatrische aandoening
Ziekte, aandoening of stoornis in of van de hersenen (mede) als gevolg van ouderdom. Deze aandoening gaat vaak gepaard met aantasting van het denkvermogen, gevoelsleven, intellect en het geheugen. Soms is er ook sprake van een afname van motorische functies en een vermindering van de sociale redzaamheid.
- Psychiatrische aandoening
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag psychiatrische aandoening
Psychiatrische aandoening
Stoornis waarbij een of meer symptomen veroorzaakt worden door in de psyche gelegen factoren. Hiervoor wordt ook wel de term psychische stoornis gebruikt.
Met ingang van 1 januari 2009 wordt de grondslag psychosociaal probleem niet meer geïndiceerd. Indicaties van vóór 2009 met de grondslag psychosociaal probleem die nog geldig zijn in de verslagperiode, zijn opgenomen bij de grondslag psychiatrische aandoening.
- Lichamelijke handicap
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag lichamelijke handicap
Lichamelijke handicap
Fysieke beperking als gevolg van stoornissen van het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat (bot/spierstelsel, gewrichten en bindweefsel) waarbij geen functionele verbetering meer mogelijk is en er geen sprake is van een terminale situatie.
- Verstandelijke handicap
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag verstandelijke handicap
Verstandelijke handicap
Handicap waarbij de persoon beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (IQ van 70 of lager) en blijvende beperkingen heeft op het gebied van de sociale redzaamheid. Beide zijn voor het 18e levensjaar ontstaan.
Op grond van historische overwegingen is er in Nederland overeenstemming dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, een IQ-score tussen 70 en 85 ook mag worden opgevat als een verstandelijke handicap. Dit wordt dan aangeduid als een licht verstandelijke handicap.
- Zintuiglijke handicap
- Personen met een indicatie voor zorg met verblijf met als grondslag zintuiglijke handicap
Zintuiglijke handicap
Visuele of auditiefcommunicatieve handicap of een (zeer) ernstig spraak/taalprobleem. Kern van een spraak/taalprobleem onder de grondslag van de zintuiglijke handicap is dat er een in de persoon gelegen oorzaak is aan te wijzen. Dat kunnen zowel neurobiologische als neuropsychologische factoren zijn. Spraak/taalstoornissen moeten onderscheiden worden van communicatieproblemen die het gevolg zijn van ziektebeelden als autisme en een verstandelijke handicap.
- Determinanten van gezondheid
- Determinanten van de gezondheid: alle factoren die de volksgezondheid beïnvloeden.
Informatie over rookgedrag, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit, overgewicht en hoge bloeddruk, afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête.- Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder)
- % personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat zware drinker is. Voor de jaren tot en met 2011 geldt dat een zware drinker iemand is die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 is de definitie voor vrouwen veranderd: een vrouw wordt als zware drinker geclassificeerd als zij minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op 1 dag drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers tot en met 2011 niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers vanaf 2012.
- Voldoet aan beweegrichtlijn (4+)
- Percentage personen van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn. Personen vanaf 18 jaar dienen minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning te verrichten verspreid over diverse dagen, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten. Jongeren van 4 tot en met 17 jaar dienen minstens elke dag een uur matig intensieve inspanning te verrichten en minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten.
De beweegrichtlijn is eind 2017 opgesteld door de Gezondheidsraad. Deze nieuwe richtlijn vervangt de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, de fitnorm en de combinorm.
- Hoge bloeddruk (12 jaar of ouder)
- % personen van 12 jaar of ouder, dat met 'ja' antwoordt op de vraag: 'Heeft of had u in de afgelopen 12 maanden last van hoge bloeddruk?'.
Tot en met 2009 hebben de cijfers betrekking op de totale bevolking, waarbij is aangenomen dat personen jonger dan 12 jaar geen hoge bloeddruk hebben.
- Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg
- Uitgaven aan geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang. Zorg omvat levering van diensten en goederen. De uitgaven zijn inclusief de geleverde zorg aan niet-ingezetenen door Nederlandse zorgaanbieders. Uitgaven aan onderlinge leveringen tussen zorgaanbieders tellen niet mee, het gaat om de uiteindelijke (finale) uitgaven.
De zorguitgaven zijn uitgedrukt in werkelijke prijzen; die geven aan hoe hoog de uitgaven zijn in prijzen van het betreffende jaar en geven de waardeontwikkeling weer. Het gaat om uitgaven aan zorggoederen en -diensten door alle instellingen, praktijken en organisaties die die goederen en diensten leveren; ook aanbieders voor wie het niet hun belangrijkste werk is, tellen mee.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.- Uitgaven per hoofd van de bevolking
- Totale uitgaven aan gezondheids- en welzijnszorg berekend per hoofd van de bevolking.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.
- Uitgaven als percentage van het bbp
- Totale uitgaven aan gezondheids- en welzijnszorg uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.