Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en -aanbod, doodsoorzaken; kerncijfers
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel biedt een actueel overzicht van de belangrijkste cijfers die op StatLine beschikbaar zijn op het brede gebied van gezondheid en zorg. Alle cijfers zijn rechtstreeks afkomstig uit andere tabellen op StatLine of via een eenvoudige omrekening verkregen. De oorspronkelijke tabellen waaruit de cijfers afkomstig zijn bieden mogelijkheden voor uitsplitsing naar kenmerken van personen of andere eenheden.
Het moment waarop nieuwe cijfers beschikbaar komen is niet voor alle cijferreeksen hetzelfde.
Bij de cijferreeksen over het aantal gediplomeerden/afgestudeerden staat bij verslagjaar t het aantal personen dat in school- of studiejaar t-1 tot t een diploma heeft behaald.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2001
Status van de cijfers:
2025:
De beschikbare cijfers zijn definitief.
2024:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn voorlopig voor:
- huisartspatiënten naar diagnose;
- verstrekte geneesmiddelen;
- AWBZ/Wlz-zorg;
- jeugdzorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- personen werkzaam in de gezondheidszorg;
- gediplomeerden mbo;
- afgestudeerde artsen en verpleegkundigen;
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg;
- gemiddelde afstand tot voorzieningen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
2023:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn voorlopig voor:
- ziekenhuisopnamen naar diagnose;
- gemiddelde verpleegduur klinische opname ziekenhuis;
- artsen en verpleegkundigen werkzaam in de zorg;
- personen werkzaam in de gezondheids- en welzijnszorg;
- personen werkzaam in de gezondheidszorg.
Cijfers zijn nader voorlopig voor:
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg.
2022:
Meeste beschikbare cijfers zijn definitief.
Cijfers zijn nader voorlopig voor:
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg.
2021 en eerder:
Alle beschikbare cijfers zijn definitief.
Wijzigingen per 18 december 2025:
Nieuwe cijfers zijn toegevoegd aan bestaande reeksen voor:
- levendgeborenen, relatief;
- geboorte naar leeftijd moeder;
- perinatale sterfte bij zwangerschapsduur 24 weken of meer;
- huisartspatiënten naar diagnose;
- verstrekte geneesmiddelen;
- aantal 80+-ers;
- AWBZ/Wlz-zorg;
- jeugdzorg;
- uitgaven gezondheids- en welzijnszorg;
- gemiddelde afstand tot voorzieningen;
- instellingen: rentabiliteit en opbrengst per arbeidsjaar.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In juli 2026 verschijnen de op dat moment beschikbare meest recente cijfers.
Toelichting onderwerpen
- Geboorte, sterfte en levensverwachting
- Bruto geboortecijfer, het aantal levendgeborenen uit tienermoeders en oudere moeders, enkele doodsoorzaken, perinatale sterfte, levensverwachting en levensverwachting in als goed ervaren gezondheid.
- Enkele doodsoorzaken
- Overledenen naar enkele doodsoorzaken, per 10 duizend van de gemiddelde bevolking. Naast relatieve cijfers zijn voor wegverkeersongevallen en zelfdoding ook aantallen gegeven.
Doodsoorzaken zijn gecodeerd aan de hand van ICD-codes afkomstig uit de internationaal toegepaste International Statistical Classification of Diseases, 10e revisie.
De gemiddelde bevolking van leeftijd L in jaar t is als volgt berekend: ((Leeftijd (L) op 1 januari jaar t)+(leeftijd (L) op 1 januari jaar t+1))/2.
Het gemiddeld aantal 0-jarigen in jaar t is als volgt berekend: ((levendgeborenen in jaar t)+(0-jarigen op 1 januari jaar t+1))/2.- Ziekten van hart en vaatstelsel
- Ziekten van hart en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: I00-I99;
ICD-9: 390-459;
ICD-8: 390-458.
- Ziekten van de ademhalingsorganen
- Ziekten van de ademhalingsorganen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: J00-J99;
ICD-9: 460-519;
ICD-8: 460-519.
- Ziekten van de spijsverteringsorganen
- Ziekten van de spijsverteringsorganen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-10: K00-K93;
ICD-9: 520-579;
ICD-8: 520-577.
- Gezondheid en ziekte
- Ervaren gezondheid, contacten met de huisarts en ziekenhuisopnamen voor enkele diagnosen, ziekteverzuim
- Bij de eigen huisarts bekend met
- Personen die bij de eigen huisarts bekend zijn met genoemde diagnosen.
De diagnosen worden gecodeerd volgens de International Classification of Primary Care (ICPC-1).- Klachten of ziekten spijsverteringsorg.
- Symptomen, klachten en ziekten van de spijsverteringsorganen.
Deze groep omvat de ICPC-codes: D01-D29, D70-D99
- Klachten of ziekten hartvaatstelsel
- Symptomen, klachten en ziekten van het hartvaatstelsel.
Deze groep omvat de ICPC-codes: K01-K29, K70-K99
- Klachten of ziekten luchtwegen
- Symptomen, klachten en ziekten van de luchtwegen.
Deze groep omvat de ICPC-codes: R01-R29, R70-R99.
Tot deze groep behoort ook ICPC-code R83 (overige luchtweginfecties), waar nu ook SARS-CoV-2 (COVID19) en post-COVID-syndroom onder vallen. Door tussentijdse wijzigingen in het coderingsadvies en wijzigingen in het testbeleid en de rapportage van testuitslagen aan de huisarts zijn de gegevens in deze groep over de jaren 2020-2022 niet goed met elkaar te vergelijken.
- Klachten of ziekten urinewegen
- Symptomen, klachten en ziekten van de urinewegen.
Deze groep omvat de ICPC-codes: U01-U29, U70-U99
- Ziekenhuisopnamen: enkele diagnosen
- Het totaal aan klinische opnamen, dagopnamen en langdurige observaties zonder overnachting (vanaf 2015) in algemene, academische en twee categorale ziekenhuizen.
De diagnosen zijn tot 2013 geregistreerd volgens de 'International Classification of Diseases' versie 9 (ICD9-CM). Vanaf 2013 wordt de ICD-10 gebruikt.
De indeling van de diagnosen volgt de afbakening zoals gedefinieerd in de ISHMT (International Shortlist for Hospital Morbidity Tabulation), Er zijn kleine verschillen in de afbakening volgens ICD-9 (tot 2013) en ICD-10 (vanaf 2013).
De cijfers naar diagnose zijn gebaseerd op de hoofddiagnose die geregistreerd is bij elke ziekenhuisopname. De hoofddiagnose is de diagnose die bij ontslag wordt beschouwd als de voornaamste reden van opname in het ziekenhuis.
De aantallen opgenomen personen worden gepresenteerd per 10 000 personen in de bevolking in het betreffende kalenderjaar.- Ziekten van hart- en vaatstelsel
- Ziekten van het hart- en vaatstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 390-434, 436-445, 447-459
ICD-10: I00-I99.
- Ziekten van ademhalingsstelsel
- Ziekten van het ademhalingsstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 034.0, 460-519
ICD-10: J00-J99.
- Ziekten van spijsverteringsstelsel
- Ziekten van het spijsverteringsstelsel.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD-9: 520-579
ICD-10: K00-K93.
- Ziekten urogenitaal stelsel
- Ziekten van de urinewegen en geslachtsorganen.
Bijbehorende ICD-codes:
ICD9: 099.4, 580-598, 599.0-599.6, 599.8-599.9, 600-629, 788.0
ICD-10: N00-N99.
- Zorggebruik
- Verpleegduur bij klinische opname, verstrekte geneesmiddelen, aantal contacten met zorgverleners, AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg inclusief aantal 80-plussers, jongeren met jeugdzorg
- Contacten zorgverleners
- Contacten met huisarts en fysio- of oefentherapeut in de 12 maanden voorafgaand aan de datum waarop de CBS-gezondheidsenquête is afgenomen.
Als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête hebben er in 2010 en 2014 trendbreuken plaatsgevonden.- Huisarts
- Contacten met de huisarts in Nederland:
- bezoeken op het spreekuur,
- visites van de huisarts,
- telefonische consulten,
- of anders contacten.
Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost tellen hierbij ook mee. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige tellen niet mee.
In 2014 heeft als gevolg van een nieuwe waarnemingsmethodiek en vragenlijst bij de Gezondheidsenquête in deze variabele een trendbreuk plaatsgevonden.
- Fysiotherapeut of oefentherapeut
- Contacten met een therapeut voor fysiotherapie en/of oefentherapie.
Fysio- of oefentherapie tijdens ziekenhuis- of dagopname telt niet mee.
Tot en met 2009 hebben de cijfers alleen betrekking op contacten met de fysiotherapeut.
- AWBZ/Wlz-gefinancierde zorg
- AWBZ-gefinancierde zorg met verblijf/Wlz-gefinancierde zorg
- Personen met AWBZ-zmv / Wlz-zorg
- Het aantal personen van 18 jaar of ouder dat op de peildatum van het verslagjaar (tweede vrijdag van november) AWBZ-zorg met verblijf (tot 2015) of Wlz-zorg (vanaf 2015) heeft ontvangen waarvoor een eigen bijdrage betaald moet worden.
AWBZ-zorg met verblijf omvat alle zorg in natura die ontvangen is in een instelling, waarvan de kosten voor rekening van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) komen. Ook logeeropvang in een instelling met de indicatie kort verblijf is opgenomen onder het gebruik van zorg met verblijf.
Wlz-zorg omvat zorg voor personen die blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig hebben waarvan de kosten in rekening van de Wet langdurige zorg (Wlz) komen.
Personen onder de 18 jaar hoeven geen eigen bijdrage te betalen.
Zorg met verblijf wordt vanaf 2011 ingedeeld naar het type zorg dat men heeft ontvangen, uitgedrukt in zorgzwaartepakketten (zzp's).
Er zijn zzp's voor de sectoren Verpleging en Verzorging (VV), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de langdurige Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).- zzp Gehandicaptenzorg
- Personen met een zorgzwaartepakket (zzp) Gehandicaptenzorg.
Zorg voor personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap op basis van een zorgzwaartepakket/zorgprofiel (zzp) in de sector Gehandicaptenzorg (GHZ).
- Determinanten van gezondheid
- Determinanten van de gezondheid: alle factoren die de volksgezondheid beïnvloeden.
Informatie over rookgedrag, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit, overgewicht en hoge bloeddruk, afkomstig van de CBS-Gezondheidsenquête.- Zwaar alcoholgebruik (12 jaar of ouder)
- % personen in de bevolking van 12 jaar of ouder dat zware drinker is. Voor de jaren tot en met 2011 geldt dat een zware drinker iemand is die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinkt. Voor de jaren vanaf 2012 is de definitie voor vrouwen veranderd: een vrouw wordt als zware drinker geclassificeerd als zij minstens 1 keer per week 4 of meer glazen alcohol op 1 dag drinkt. Door deze wijziging in de definitie kunnen de cijfers tot en met 2011 niet zonder meer vergeleken worden met de cijfers vanaf 2012.
- Voldoet aan beweegrichtlijn (4+)
- Percentage personen van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn. Personen vanaf 18 jaar dienen minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning te verrichten verspreid over diverse dagen, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten. Jongeren van 4 tot en met 17 jaar dienen minstens elke dag een uur matig intensieve inspanning te verrichten en minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten.
De beweegrichtlijn is eind 2017 opgesteld door de Gezondheidsraad. Deze nieuwe richtlijn vervangt de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, de fitnorm en de combinorm.
- Hoge bloeddruk (12 jaar of ouder)
- % personen van 12 jaar of ouder, dat met 'ja' antwoordt op de vraag: 'Heeft of had u in de afgelopen 12 maanden last van hoge bloeddruk?'.
Tot en met 2009 hebben de cijfers betrekking op de totale bevolking, waarbij is aangenomen dat personen jonger dan 12 jaar geen hoge bloeddruk hebben.
- Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg
- Uitgaven aan geneeskundige zorg, langdurige zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening, jeugdzorg en kinderopvang. Zorg omvat levering van diensten en goederen. De uitgaven zijn inclusief de geleverde zorg aan niet-ingezetenen door Nederlandse zorgaanbieders. Uitgaven aan onderlinge leveringen tussen zorgaanbieders tellen niet mee, het gaat om de uiteindelijke (finale) uitgaven.
De zorguitgaven zijn uitgedrukt in werkelijke prijzen; die geven aan hoe hoog de uitgaven zijn in prijzen van het betreffende jaar en geven de waardeontwikkeling weer. Het gaat om uitgaven aan zorggoederen en -diensten door alle instellingen, praktijken en organisaties die die goederen en diensten leveren; ook aanbieders voor wie het niet hun belangrijkste werk is, tellen mee.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.- Uitgaven naar type aanbieder
- Aanbieders van gezondheids- en welzijnszorg:
De organisaties en actoren die als primaire activiteit gezondheids- en welzijnszorg (goederen en diensten) leveren, alsmede de organisaties en actoren waarvoor zorgverlening slechts een van meerdere activiteiten is. Hierbij zijn ook aanbieders inbegrepen van buiten de sector gezondheids-en welzijnszorg van de Standaard Bedrijfsindeling, zoals apotheken en opticiens.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.- Aanbieders gehandicaptenzorg
- Instellingen voor lichamelijk en/of verstandelijke gehandicapten.
Omvat tevens de voorzieningen op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, en omvat de MEE-organisaties (organisaties die hulp en ondersteuning bieden aan mensen met een beperking) en gebaren- en schrijftolken.
Vanwege de revisie van de statistieken Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2021 zijn cijfers over 2021-2023 niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren.
- Zorgaanbod
- Kwantitatieve gegevens over aanbieders van zorg: afstand tot zorgverlener, instellingen met kleine rentabiliteit, aandeel overhead in instellingen.
- Gemiddelde afstand tot voorzieningen
- De gemiddelde afstand van alle inwoners van Nederland op hun woonadres tot een aantal dichtstbijzijnde voorzieningen.
- Huisartsenpost
- De gemiddelde afstand van alle inwoners van Nederland tot de dichtstbijzijnde huisartsenpost, berekend over de weg.
Huisartsenpost
Plaats waar huisartsen uit de regio de avond-, nacht- en weekenddiensten verzorgen. Voor een aantal huisartsenposten geldt een wisseldienst. De afstand van een woonadres tot een van de huisartsenposten in een cluster van wisseldiensten is het gemiddelde van de afstanden tot alle huisartsenposten binnen dat cluster.
- Ziekenhuis (incl. buitenpolikliniek)
- De gemiddelde afstand van alle inwoners van Nederland tot het dichtstbijzijnde ziekenhuis (inclusief buitenpolikliniek), berekend over de weg.
Ziekenhuis
Instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken. In een ziekenhuis kunnen patiënten voor meer dan 24 uur opgenomen worden en er kunnen grote operaties worden uitgevoerd.
Buitenpolikliniek
Locatie van een ziekenhuis waar niet bedlegerige patiënten worden behandeld of gecontroleerd. Patiënten worden er niet voor meer dan 24 uur opgenomen en er worden geen grote operaties uitgevoerd.
- Zorginstellingen met rentabiliteit < 0%
- Percentage ondernemingen in een bepaalde SBI-klasse met een rentabiliteit kleiner dan 0%.
Rentabiliteit
Rentabiliteit is de som van het bedrijfsresultaat, financieel resultaat en buitengewoon resultaat, gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten. De rentabiliteit zegt iets over de winstgevendheid van de onderneming.
---
Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. "Bedrijfstak" of "branche" zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven met dezelfde hoofdactiviteit. Het CBS hanteert voor de indeling van bedrijven naar hoofdactiviteit de zogenoemde Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 kent meerdere niveaus die aangegeven worden door maximaal vijf cijfers. Het niveau van vier cijfers komt vrijwel overeen met de indeling van de Europese Unie (NACE). De eerste twee cijfers komen overeen met die van de indeling van Verenigde Naties (ISIC).- 8720+87301 Gehandicaptenzorg
- Deze categorie is een samentelling van categorieën:
87.20 Huizen en dagverblijven voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische cliënten;
87.30.1 Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten.
De SBI-klasse 87.20 omvat:
- verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving (24-uursverblijf) van patiënten met een (ernstige) verstandelijke handicap;
- aanbieden van vormings-, ontwikkelings- en arbeidsactiviteiten als dagbesteding voor verstandelijk gehandicapten en dementerende ouderen;
- zorgboerderijen (activiteitenbegeleiding van gehandicapten rondom het boerenerf).
De SBI-klasse 87.30.1 omvat:
- verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving van patiënten met een lichamelijke of zintuiglijke handicap;
- aanbieden van vormings-, ontwikkelings- en arbeidsactiviteiten als dagbesteding voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten.
Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
- Opbrengsten per arbeidsjaar
- Totale bedrijfsopbrengsten gedeeld door totaal aantal arbeidsjaren werknemers.
Arbeidsjaren is een maat voor het arbeidsvolume die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) in een jaar om te rekenen naar voltijdequivalenten (vte).
Werknemers zijn personen die in een bepaalde periode arbeid verrichten voor loon of salaris, in geld of in natura.
---
Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt. "Bedrijfstak" of "branche" zijn gangbare termen voor groepen van bedrijven met dezelfde hoofdactiviteit. Het CBS hanteert voor de indeling van bedrijven naar hoofdactiviteit de zogenoemde Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Bedrijven in een bedrijfstak of branche kunnen naast deze activiteit ook andere activiteiten (nevenactiviteiten) uitoefenen. De SBI 2008 kent meerdere niveaus die aangegeven worden door maximaal vijf cijfers. Het niveau van vier cijfers komt vrijwel overeen met de indeling van de Europese Unie (NACE). De eerste twee cijfers komen overeen met die van de indeling van Verenigde Naties (ISIC).- Ziekenhuizen
- Totaal ziekenhuizen
Deze categorie is een samentelling van SBI-klassen:
86101 Universitair medisch centra;
86102 Algemene ziekenhuizen;
86103 Categorale ziekenhuizen.
De SBI-klasse 86101 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, met nadruk op zeer gespecialiseerde zorg voor patiënten met zeldzame of complexe ziektebeelden, wetenschappelijk onderzoek en opleiding.
De SBI-klasse 86102 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, niet gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten of ziektebeelden van psychische aard.
De SBI-klasse 86103 omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op het herstellen van een lichamelijke aandoening of het verbeteren van de lichamelijke functionaliteit bij tijdelijk of blijvend gehandicapten (revalidatiecentra);
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met overnachting, gericht op een specifieke bevolkingsgroep en/of specifieke fysieke ziekten:
w.o. astmaklinieken;
w.o. epilepsiecentra;
w.o. longklinieken;
w.o. oogziekenhuizen;
w.o. transplantatiecentra;
w.o. privéklinieken met tot 24-uursverblijf.
Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
- 86104 GGZ met overnachting
- Geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting
SBI-klasse 86104 GGZ met overnachting omvat:
- medisch-specialistische centra voor behandeling en verpleging met mogelijkheid tot 24-uursverblijf, specifiek gericht op ziektebeelden van psychische aard;
- algemeen psychiatrisch ziekenhuizen, kinder- en jeugdpsychiatrische klinieken;
- klinieken voor behandeling van en verpleging van verslaafden met mogelijkheid tot 24-uursverblijf (verslavingsklinieken);
- behandeling met mogelijkheid tot 24-uursverblijf van mensen die een misdrijf hebben gepleegd (of dreigen te plegen) en behandeld worden voor psychiatrische stoornissen, zoals forensisch-psychiatrische klinieken, inrichtingen voor TBS (TBS=TerBeschikkingStelling);
- instellingen voor verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving (24-uursverblijf) van psychiatrische patiënten met psychosociale problemen en verminderde zelfredzaamheid, zoals regionale instellingen voor beschermd wonen.
Tot en met 2014 inclusief SBI-klasse 86222 (instellingen voor geestelijke gezondheidszorg zonder overnachting).
Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
- 8720+87301 Gehandicaptenzorg
- Deze categorie is een samentelling van categorieën:
87.20 Huizen en dagverblijven voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische cliënten;
87.30.1 Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten.
De SBI-klasse 87.20 omvat:
- verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving (24-uursverblijf) van patiënten met een (ernstige) verstandelijke handicap;
- aanbieden van vormings-, ontwikkelings- en arbeidsactiviteiten als dagbesteding voor verstandelijk gehandicapten en dementerende ouderen;
- zorgboerderijen (activiteitenbegeleiding van gehandicapten rondom het boerenerf).
De SBI-klasse 87.30.1 omvat:
- verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving van patiënten met een lichamelijke of zintuiglijke handicap;
- aanbieden van vormings-, ontwikkelings- en arbeidsactiviteiten als dagbesteding voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten.
Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
- Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg
- Deze categorie is een samentelling van categorieën:
Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg
87.10 Verpleeghuizen;
87.30.2 Verzorgingshuizen;
88.10.1 Thuiszorg
De SBI-klasse 87.10 omvat:
- intensieve verzorging, verpleging en behandeling in een beschutte woonomgeving van patiënten die behoefte hebben aan continue bijstand door chronische lichamelijke en geestelijke problemen en verminderde zelfredzaamheid;
- woonvoorzieningen voor terminale patiënten met eigen verpleegkundig personeel (high-care hospices).
De SBI-klasse 87.30.2 omvat:
- verzorging en begeleiding in een beschutte woonomgeving van ouderen met lichamelijke en geestelijke problemen en verminderde zelfredzaamheid;
- woonzorgcentra: complexen van zelfstandige woningen voor ouderen gericht op beschermd wonen met een zorg- en servicearrangement;
- woonvoorzieningen voor terminale patiënten zonder eigen verpleegkundig personeel;
- bijna-thuishuizen;
- kraamhotels en zorghotels.
De SBI-klasse 88.10.1 omvat:
- verpleging, persoonlijke en huishoudelijke verzorging in de thuissituatie aan chronisch zieken, ouderen, gehandicapten en mensen die daaraan tijdelijke behoefte hebben;
- assistentie tijdens de bevalling, huishoudelijke en persoonlijke verzorging van moeder en kind en geven van voorlichting over de verzorging van kind tijdens de kraamperiode.
Tot en met 2014 betrof het alleen instellingen die geheel of gedeeltelijk gefinancierd werden via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).