Integratie; migratieachtergrond, 2009

Tabeltoelichting


Deze tabel gaat over de sociaal-culturele integratie van zes migratieachtergrond groepen in Nederland: Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Somaliërs, Polen en Chinezen. Aan de orde komen onder andere de mate waarin zij zich verbonden voelen met Nederland, contacten met migratieachtergrond, het beheersen van het Nederlands en deelname aan het verenigingsleven. Ook opvattingen over de rol van mannen en vrouwen en over familieverbanden, religie en mediagebruik komen in de tabel aan bod. Waar mogelijk zijn de westerse migratieachtergrond groepen vergeleken met een groep niet-westerse migratieachtergrond.

Gegevens beschikbaar over: 2009.

Status van de cijfers: definitief.

Wijziging per 14 januari 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Oriëntatie op Nederland
Aan respondenten is gevraagd naar hun identificatie met het land van herkomst, of ze zich thuis voelen in Nederland, hoe vaak zij heimwee hebben naar het land van herkomst, met wie zij contacten hebben in de vrije tijd en of ze wel eens gediscrimineerd zijn.
Identificatie met land van herkomst
Antwoord op de vraag of de respondent zich meer identificeert met het land van herkomst of meer met Nederland.
Zowel land van herkomst als Nederland
Meer Nederland
Voelt zich thuis in Nederland
Antwoord op de vraag of de respondent zich thuis voelt in Nederland.
Ja
Soms wel en soms niet
Nee
Gediscrimineerd
Antwoord op de vraag of de respondent wel eens gediscrimineerd is op grond van taal, etnische groep, geloof, achternaam, uiterlijk of hoofddoek.
Moeite met de Nederlandse taal
Percentage personen dat vaak moeite heeft met het Nederlands in een gesprek, bij het lezen of bij het schrijven.
Moeite met het voeren van een gesprek
Percentage personen dat aangeeft vaak moeite te hebben met de Nederlandse taal bij het voeren van een gesprek.
Moeite met lezen
Percentage personen dat aangeeft vaak moeite te hebben met de Nederlandse taal bij het lezen van kranten, brieven of folders.
Moeite met schrijven
Percentage personen dat aangeeft vaak moeite te hebben met het schrijven in het Nederlands.
Mediagebruik
Percentage personen dat vaak Nederlandse (dag)bladen leest, naar Nederlandse of naar zenders land herkomst kijkt.
Leest vaak Nederlandse (dag)bladen
Percentage personen dat op minstens 5 dagen per week Nederlandse kranten of tijdschriften leest.
Kijkt vaak naar Nederlandse zenders
Percentage personen dat op minstens 5 dagen per week naar Nederlandse tv-zenders kijkt.