Macro-economisch scorebord 2006 - 2013
| Perioden | Kredietstroom private sector als % bbp (%) | Schuld private sector als % bbp (%) | Totale schuld financiële sector (%) |
|---|---|---|---|
| 2013* | 1,7 | 218,6 | -4,8 |
| Bron: CBS. | |||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat de indicatoren van het Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP) scoreboard. Om bestaande en potentiële onevenwichtigheden en macro-economische risico's binnen de landen van de Europese Unie tijdig te signaleren heeft de Europese Commissie een scorebord met elf indicatoren opgesteld. Het scorebord maakt onderdeel uit van de Macroeconomic Imbalance Procedure (MIP). Deze tabel bevat voor deze elf indicatoren de kwartaal- en jaarcijfers voor Nederland.
Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2013.
Status van de cijfers:
Alle jaar- en kwartaalcijfers hebben een nader voorlopig of voorlopig karakter. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 10 juli 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Macro-economisch scorebord. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Kredietstroom private sector als % bbp
- Kredietstroom private sector als % van het bruto binnenlands product (bbp).
De particuliere kredietstroom geeft weer hoeveel de schulden van de sectoren huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en niet-financiële bedrijven zijn toegenomen (of afgenomen), waarbij prijsveranderingen van obligaties en geldmarktpapier niet worden meegerekend. Voor de schulden worden alleen effecten (exclusief aandelen en derivaten) en leningen meegerekend. De schulden zijn geconsolideerd: dit betekent dat de schulden binnen dezelfde sector niet worden meegerekend.
Bronnen:
De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Berekening van de scorebord indicator:
De particuliere kredietstroom wordt berekend als percentage van het bbp.
Interpretatie van de indicator:
Een hoge kredietstroom aan de private sector, bestaande uit de niet-financiële vennootschappen, de huishoudens en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, vergroot de kwetsbaarheid van de betrokken sectoren voor veranderingen in de conjunctuur, rentestanden en inflatie. Ook sterke prijsveranderingen in financiële en niet-financiële activa kunnen hun oorsprong hebben in hoge kredietverlening aan de private sector.
Grenswaarde(n):
De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 14 %. - Schuld private sector als % bbp
- Schuld private sector als % van het bruto binnenlands product (bbp).
De schuld van de private sector omvat de totale schulden van de sectoren huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en niet-financiële bedrijven. Voor de schulden worden alleen effecten (exclusief aandelen en derivaten) en leningen meegerekend. De schulden zijn geconsolideerd: dit betekent dat de schulden binnen dezelfde sector niet worden meegerekend.
Bronnen:
De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Berekening van de scorebord indicator:
De schuld van de private sector wordt berekend als percentage van het bbp.
Interpretatie van de indicator:
Een hoge schuldpositie vergroot de kwetsbaarheid van de private sector voor veranderingen in de conjunctuur, rentestanden of inflatie. Een gedeelte van de uitstaande schuld moet periodiek geherfinancierd worden. Een stijging van de rente kan er toe leiden dat kredietnemers voor hogere periodieke rentelasten komen te staan. Een verslechtering van de conjunctuur kan banken er toe bewegen strengere eisen te stellen m.b.t. onderpand. Dit kan ertoe leiden dat huishoudens minder hypotheek kunnen krijgen met potentiële gevolgen voor de ontwikkelingen op de woningmarkt en in de bouwsector.
Grenswaarde(n):
De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 133 %. - Totale schuld financiële sector
- Totale schuld financiële sector - jaarmutatie (%).
Deze indicator geeft het totaal van alle financiële verplichtingen van de financiële sector weer. Hieronder vallen onder meer deposito’s, leningen, obligaties, aandelen, verzekeringstechnische reserves. De schuld is niet-geconsolideerd: dit betekent dat schulden van financiële instellingen onderling worden meegerekend.
Bronnen:
De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Berekening van de scorebord indicator:
De totale schuld van de financiële sector wordt berekend. Vervolgens wordt hiervan de procentuele mutatie berekend ten opzichte van een jaar eerder.
Interpretatie van de indicator:
De omvang van de schuld van de financiële sector is een teken van de mate van blootstelling aan potentiële schokken in de financiële of reële economie. Een verandering in de schuld van de financiële sector duidt op een verandering in de kwetsbaarheid voor veranderingen in de conjunctuur, rente of inflatie.
Grenswaarde(n):
De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 16,5 %.