Gezondheid, aandoeningen, beperkingen; persoonskenmerken, 2010-2013
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel beschrijft de gezondheid van de Nederlandse bevolking. Daarbij wordt ingegaan op de volgende aspecten van gezondheid:
- ervaren gezondheid
- langdurige aandoeningen, chronische ziekten
- generieke gezondheidsmaten
- psychische gezondheid en psychische klachten
- infectieziekten
- malaiseklachten
- functiebeperkingen
De gegevens komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS en zijn uit te splitsen naar diverse persoonskenmerken. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking in particuliere huishoudens.
Gegevens beschikbaar van 2010 tot en met 2013
Status van de cijfers:
De gegevens zijn definitief.
Wijzigingen per 24 juli 2015
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Generieke gezondheidsmaat, 12 of ouder
- De generieke gezondheidsmaat bestaat uit een samenvattende maat voor fysieke gezondheid (normscore fysiek) en een samenvattende maat voor psychische gezondheid (normscore psychisch). Deze normscores worden berekend voor personen van 12 jaar of ouder. De cijfers hebben betrekking op de zogeheten 'Short Format 12' ofwel 'SF-12'. De SF-12 vragenlijst is een
veelgebruikte internationale standaard van een generieke gezondheidsmaat en is in de Verenigde Staten ontwikkeld door Ware e.a. (1995).- Afzonderlijke vragen gezondheidsmaat
- De percentages op de afzonderlijke vragen van de gezondheidsmaat worden
weergegeven.- Beperkt in dagelijkse bezigheden
- % personen met de antwoordcategorie 'ernstig beperkt' of 'een beetje beperkt' op de vraag 'In welke mate wordt u door uw gezondheid op dit moment beperkt wordt bij dagelijkse bezigheden die een matige inspanning vereisen, zoals het verplaatsen van een tafel, stofzuigen en fietsen?'
De 3 antwoordcategorieën zijn 'ernstig beperkt', 'een beetje
beperkt' en 'helemaal niet beperkt'.
- Beperkt in trappen oplopen
- % personen met de antwoordcategorie 'ernstig beperkt' of 'een beetje
beperkt' op de vraag 'In welke mate wordt u door uw gezondheid op dit
moment beperkt bij het oplopen van een paar trappen?'
De 3 antwoordcategorieën zijn ‘ernstig beperkt', 'een beetje
beperkt' en 'helemaal niet beperkt'.
- Lichamelijke gezondheid: beperkt
- % personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Als u denkt aan uw
werk of andere dagelijkse bezigheden, was u dan ten gevolge van uw
lichamelijke gezondheid, de afgelopen 4 weken beperkt in het soort werk
of soort bezigheden?' De vraag kan beantwoord worden met 'ja' of 'nee'.
- Functiebeperkingen
- Functie (lichamelijke) beperkingen worden in 3 vragenblokken waargenomen:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
c Tijdelijke activiteitenbeperking en beddagen van personen van 4 jaar of
ouder.- Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
- De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden:
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig
met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig
met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter
dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite;
met grote moeite; kan niet. Een respondent heeft een beperking als hij of
zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite'
antwoordt. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.- % personen met minstens 1 beperking
- % Personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een
beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet'
of 'met grote moeite' antwoordt. Deze vragen worden gesteld aan personen
van 12 jaar of ouder.
- Gemiddeld aantal beperkingen (bevolking)
- Het aantal beperkingen per persoon in de bevolking van 12 jaar of ouder,
gemeten met behulp van de OESO-indicator.
Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
- Aantal beperkingen p.p. met beperking
- Het aantal OESO- beperkingen per persoon met minstens 1 beperking,
gemeten met behulp van de OESO-indicator.
Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
- Soort beperking
- Beperking in horen
- % personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote
moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar
beperkingen in horen(volgens de OESO indicator).
- Beperking in zien
- % personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote
moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar
beperkingen in zien (volgens de OESO indicator).
- Beperking in bewegen
- % personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja, met grote
moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar
beperkingen in bewegen (volgens de OESO indicator).
- Beperking in verstaanbaarheid
- % personen van 12 jaar of ouder met 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat
kan ik niet' op de vraag: Kunt u normaal verstaanbaar praten?
- Activiteitbeperking,beddagen, 4 of ouder
- De vraag die gesteld werd aan de respondenten is: 'heeft u in de
afgelopen 14 dagen ten gevolge van ziekte of verwonding rustiger aan
moeten doen of dingen achterwege moeten laten die u gewoonlijk wel doet?'
Indien dit het geval is wordt vervolgens gevraagd naar het aantal dagen
met beperking in die periode en indien van toepassing naar het aantal
dagen daarvan dat men het bed heeft gehouden. Om jaarcijfers te berekenen
worden de aantallen vermenigvuldigd met een factor 26 [26 perioden van 14
dagen = 1 jaar].- Activiteitenbeperking per 14 dagen
- % personen van 4 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag:
'heeft u gedurende de laatste 14 dagen tengevolge van ziekte of
verwonding rustiger aan moeten doen of dingen achterwege moeten laten die
u gewoonlijk wel doet?'
- Dagen activiteitenbeperking per jaar
- Het aantal dagen met activiteitenbeperking per jaar. Dit cijfer wordt
berekend door het antwoord op de vraag ''hoeveel dagen van de afgelopen
14 dagen heeft de activiteitenbeperking geduurd?' te vermenigvuldigen met
een factor 26.
- Beddagen per 14 dagen
- % personen van 4 jaar of ouder met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag:
'heeft u gedurende de laatste 14 dagen tengevolge van ziekte of
verwonding rustiger aan moeten doen of dingen achterwege moeten laten die
u gewoonlijk wel doet?' én 'ja' op de vervolgvraag: 'waren daar dagen bij
waarop u volledig of voor het grootste gedeelte van de dag het bed heeft
gehouden?'
- Beddagen per jaar
- Het aantal beddagen per jaar. Dit cijfer wordt berekend door het antwoord
op de vraag 'Hoeveel dagen van de afgelopen 14 dagen heeft u dan op bed
gelegen?' te vermenigvuldigen met een factor 26.
---
Hier worden bedoeld beddagen ten gevolge van tijdelijke
activiteitenbeperking (ziekte en verwondingen). Beddagen van permanent
bedlegerige personen worden niet meegerekend.
- Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder
- De ADL-indicator (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) is gebaseerd
op de volgende 10 vragen:
1. Eten en drinken
2. Gaan zitten en opstaan uit een stoel
3. In- en uit bed stappen
4. Aan- en uitkleden
5. Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping
6. De trap op- en aflopen
7. De woning verlaten en binnengaan
8. Zich verplaatsen buitenshuis
9. Het gezicht en de handen wassen
10. Zich volledig wassen
De 4 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige
moeite; met grote moeite; alleen met hulp van anderen. Een respondent
heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 10 vragen met
'met grote moeite' of 'alleen met hulp van anderen' antwoordt. Deze
vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.- % personen met minstens 1 beperking
- % Personen met minstens 1 ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen)
beperking . Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens
één van de 10 vragen met 'met grote moeite' of 'alleen met hulp van
anderen' antwoordt.
Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.
- Gemiddeld aantal beperkingen (bevolking)
- Het aantal beperkingen per persoon in de bevolking van 55 jaar of ouder,
gemeten met behulp van de ADL-indicator.
Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.
- Aantal beperkingen p.p. met beperking
- Het aantal ADL- beperkingen per persoon met minstens 1 beperking, gemeten
met behulp van de ADL-indicator.
Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.