Intervallen bevolking naar huishoudenspositie, 2011-2060
| Prognose(-interval) | Perioden | Bevolking naar positie in het huishouden Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Totaal mannen en vrouwen (aantal) | Bevolking naar positie in het huishouden Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Mannen (aantal) | Bevolking naar positie in het huishouden Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden Vrouwen (aantal) |
|---|---|---|---|---|
| Prognose | 2060 | 368.900 | 190.821 | 178.079 |
| Ondergrens 95% prognose-interval | 2060 | 223.571 | 123.240 | 100.342 |
| Bovengrens 95% prognose-interval | 2060 | 596.174 | 294.563 | 300.474 |
| Ondergrens 67% prognose-interval | 2060 | 287.907 | 152.811 | 133.909 |
| Bovengrens 67% prognose-interval | 2060 | 464.487 | 235.376 | 229.045 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland
in huishoudens en particuliere huishoudens in Nederland.
De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.
De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen naar positie in het huishouden, geslacht en prognose-interval;
- Particuliere huishoudens naar prognose-interval;
- Gemiddelde huishoudensgrootte naar prognose-interval;
Gegevens beschikbaar vanaf: 2011
Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende prognosecijfers.
Wijzigingen per 4 april 2011.
De prognoseperiode loopt van 2011 tot 2060.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In de eerste helft van 2013 komt de nieuwe huishoudensprognose uit.
Toelichting onderwerpen
- Bevolking naar positie in het huishouden
- Bevolking van Nederland naar positie in het huishouden, 1 januari.
.
Bevolking:
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn
opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont,
opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente.
Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen
vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het
bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende
personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming
in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en
personen die niet legaal in Nederland verblijven.
.
Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.
.
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
.
Institutioneel huishouden:
Huishouden bestaande uit één of meer personen, die bedrijfsmatig worden
voorzien van huisvesting en dagelijkse levensbehoeften.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire
inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen)
verblijven.
.
Positie in het huishouden:
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de
referentiepersoon van het huishouden.
.
Referentiepersoon:
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere
leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken
eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt
gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als
deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.- Personen in particuliere huishoudens
- Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus
niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.- Overig lid huishouden
- Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of
als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin
inwoont, twee broers die samen één huishouding vormen, of pleegkinderen.- Totaal mannen en vrouwen
- Mannen
- Vrouwen