Kerncijfers wijken en buurten 2003
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Overzicht van statistische gegevens op regionaal niveau van gemeenten, wijken
en buurten.
Gegevens beschikbaar: 2003.
Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat
het voorlopige cijfers betreft.
Wijzigingen per 21 februari 2011:
De cijfers over 2003 maakten voorheen deel uit van een omvangrijke tabel met
cijfers tot en met 2009. Vanwege de omvang van deze tabel zijn met het toevoegen
van de cijfers van 2010, de cijfers van 2003 in een eigen tabel geplaatst.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Eenmalig.
Toelichting onderwerpen
- Arbeid
- Werkzame personen
- Personen van 15 tot 65 jaar met inkomsten uit arbeid als werknemer
en/of zelfstandige.
De cijfers zijn ontleend aan het Sociaal Statisch Bestand (SSB) en
betreffen voorlopige cijfers.- Werkzame personen totaal
- Het aandeel werkzame personen op de laatste vrijdag van september,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en
betreft een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 werkzame personen op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Zelfstandigen
- Het aandeel zelfstandigen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt
in hele procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar. Dit
gegeven is gebaseerd op belastingaanslagen en ontleend aan het Sociaal
Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 zelfstandigen op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Werkzame personen naar herkomst
- Het aandeel werkzame personen van de betreffende herkomstgroep op de
laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal
inwoners van deze herkomstgroep van 15 tot 65 jaar.- Autochtonen
- Het aandeel werkzame autochtonen op de laatste vrijdag van september,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal autochtonen van 15 tot 65
jaar.
Een autochtoon is een persoon waarvan beide ouders in Nederland zijn
geboren.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en
betreft een voorlopig cijfer.
- Westerse allochtonen
- Het aandeel werkzame westerse allochtonen op de laatste vrijdag van
september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal westerse
allochtonen van 15 tot 65 jaar.
Tot de categorie "westerse allochtonen" behoren allochtonen uit Europa,
Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en
betreft een voorlopig cijfer.
- Niet-westerse allochtonen
- Het aandeel werkzame niet-westerse allochtonen op de laatste
vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal
niet-westerse allochtonen van 15 tot 65 jaar.
Tot de categorie 'niet-westerse allochtonen' behoren allochtonen uit
Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië
en Japan.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en
betreft een voorlopig cijfer.
- Werkzame personen naar sector
- Het aandeel werkzame personen op de laatste vrijdag van september naar
hoofdgroep van de Standaarbedrijfs Indeling (SBI), uitgedrukt in hele
procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.- Landbouw
- Het aandeel werkzame personen in de landbouw op de laatste vrijdag van
september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen
van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Industrie
- Het aandeel werkzame personen in de industrie op de laatste vrijdag van
september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen
van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Commerciële dienstverlening totaal
- Het aandeel werkzame personen in de commerciële dienstverlening op de
laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het
aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Handel
- Het aandeel werkzame personen in de handel op de laatste vrijdag van
september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen
van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Overige commerciële dienstverlening
- Het aandeel werkzame personen in de overige commerciële dienstverlening
op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het
aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Niet-commerciële dienstverlening totaal
- Het aandeel werkzame personen in de niet-commerciële dienstverlening op
de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het
aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Onderwijs
- Het aandeel werkzame personen in het onderwijs op de laatste vrijdag van
september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal werkzame personen
van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Gezondheidszorg
- Het aandeel werkzame personen in de gezondheids- en welzijnszorg op de
laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele procenten van het
aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Overige niet-commerciële dienstverlening
- Het aandeel werkzame personen in de overige niet-commerciële
dienstverlening op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele
procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Onbekende sector
- Het aandeel werkzame personen met een onbekende economische
activiteit op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in hele
procenten van het aantal werkzame personen van 15 tot 65 jaar.
Het gaat hier onder andere om personen die als freelancer of in het
buitenland werkzaam zijn.
Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
- Inkomen
- Het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) is een zeer grote steekproef van 1,9
miljoen huishoudens (ruim 5 miljoen personen), zodat voor de uitkomsten
voor kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen. Zo is
bijvoorbeeld voor verslagjaar 2002 en 2003 voor een gebied met 200 tot 300
inwoners de standaardfout van het gemiddeld inkomen per inwoner
respectievelijk 1,5 duizend euro en 0,7 duizend euro.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) zijn
afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek van het voorgaande jaar. De
cijfers gepubliceerd bij 2003 hebben dus betrekking op het inkomen over
2002. Het betreft voorlopige cijfers.- Aantal inkomensontvangers
- Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De
categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken
inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook
personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie
ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een
studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet
tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers
zijn afgerond op tientallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per
buurt.
- Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het
voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van
een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen
met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten,
al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze
definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend
euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Gemiddeld inkomen per inwoner
- Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het voorgaande jaar. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu,
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 10,2 lezen als 10,2 duizend euro. De
waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
- Lage inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat lager was dan of gelijk was aan het
40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 13,8 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Hoge inkomens
- Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat hoger was dan of gelijk was aan het
80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 24,2 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Niet actieven
- Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat
in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had,
uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van
15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend. Vanaf
het verslagjaar 2002 worden ook werkstudenten meegenomen in de populatie.
Zij worden ook tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
- Pensioenontvangers
- Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag
van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal
inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene
ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en
verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van
levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen
bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen. Dit gegeven is ontleend aan
het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Sociale zekerheid
- Uitkeringsontvangers
- Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar op de laatste vrijdag
van september, uitgedrukt in hele procenten van het aantal personen van 15
tot 65 jaar. Bij uitkeringen gaat het hier om uitkeringen krachtens de
Algemene Bijstandswet (ABW), de Wet op de
Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), de
Werkloosheidswet (WW) of een andere uitkering. Dit gegeven is ontleend aan
het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer. Het
percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Uitkeringsontvangers > 1 jaar
- Het aandeel uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar met een uitkering
langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt in
hele procenten van het aantal uitkeringsontvangers van 15 tot 65 jaar. Dit
gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft
een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 uitkeringsontvangers met een
uitkering langer dan één jaar op de laatste vrijdag van september en meer
dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
- Uitkeringen Arbeidsongeschiktheid (AO)
- Het aantal AO-uitkeringen krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet
arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (WAZ) die aan het eind
van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende
uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de volledige
of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan aanspraak bestaan op meer dan
één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Het gaat
hierbij om zo'n tienduizend uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn
van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen
zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de
uitkering, sanctie of schorsing. De cijfers zijn exclusief de uitkeringen
aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn
wel de uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is
meegeteld.
Uitkomsten over het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden
ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut
Werknemersverzekeringen (UWV).- AO-uitkeringen totaal
- Het aantal AO-uitkeringen per 31 maart van het betreffende jaar.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale
Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het
standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.
Bij 'Nederland totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio
van de aanvrager onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 100 of meer inwoners van 15-64 jaar per buurt.
- AO-uitkeringen relatief
- Het aantal AO-uitkeringen per 31 maart van het betreffende jaar per 1 000
inwoners van 15-64 jaar op 1 januari van het betreffende jaar.
Doordat de uitkeringen en inwoners een verschillend peilmoment hebben én
omdat één persoon meerdere AO-uitkeringen kan hebben, kan het relatieve
cijfer boven de 1000 uitkomen.
De relatieve cijfers in deze publicatie wijken af van de relatieve cijfers
in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie
worden de relatieve cijfers berekend met de uitkeringen en inwoners van
15-64 jaar per 31 december van het betreffende jaar. Bij 'Nederland
totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio van de
aanvrager onbekend is.
De relatieve cijfers zijn vermeld bij 100 of meer inwoners van 15-64 jaar
per buurt. Relatieve cijfers lager dan 20 zijn afgerond op vijftallen.
- AO-uitkeringen jaarmutatie
- Het percentage verandering in totaal aantal AO-uitkeringen per buurt, wijk
of gemeente ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierbij is gecorrigeerd
voor eventuele hercoderingen van adressen en ook voor veranderingen van de
grenzen.
De jaarmutatie is vermeld bij minimaal 50 uitkeringen in het voorgaande
jaar en bij minimaal 100 inwoners van 15-64 jaar in het huidige jaar.
- Motorvoertuigen
- De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto's en
motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet
meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze
gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor
het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen
gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens
die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van
lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op
het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan
ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van
de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en
buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke
totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.- Personenauto's
- Personenauto's totaal
- Het aantal motorvoertuigen ingericht voor het vervoer van ten hoogste
8 passagiers (exclusief bestuurder) op 1 januari.
De cijfers zijn afgerond op vijftallen.
- Personenauto's jaarmutatie
- Het percentage verandering in het totaal aantal personenauto's per buurt,
wijk of gemeente ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierbij is
gecorrigeerd voor eventuele hercoderingen van adressen en ook voor
veranderingen van de grenzen. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op
postbusadressen zijn niet meegeteld in de jaarmutatie, maar staan wel
vermeld bij de absolute aantallen per gemeente.
De jaarmutatie is vermeld bij minimaal 50 personenauto's in het voorgaande
jaar.
- Personenauto's per huishouden
- Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De
personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de
kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres
van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per
huishouden.
Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50
huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto's per
huishouden.
- Personenauto's naar oppervlakte
- Het aantal personenauto's per km² land op 1 januari. De personenauto's
worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie.
Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of
verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per oppervlakte.
Het aantal personenauto's naar oppervlakte is vermeld als ook het aantal
personenauto's per huishouden is gepubliceerd. Dat is bij minimaal 50
huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto's per
huishouden.