Kerncijfers wijken en buurten 2003

Kerncijfers wijken en buurten 2003

Regio's Perioden Wonen Woningen naar eigendom Huurwoningen (%) Wonen Woningen naar eigendom Koopwoningen (%) Inkomen Aantal inkomensontvangers (aantal) Inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger (1 000 euro) Inkomen Gemiddeld inkomen per inwoner (1 000 euro) Inkomen Lage inkomens (%) Inkomen Hoge inkomens (%) Inkomen Niet actieven (%) Inkomen Pensioenontvangers (%) Sociale zekerheid Uitkeringen Algemene bijstand (ABW) Algemene bijstandsuitkeringen totaal (aantal) Sociale zekerheid Uitkeringen Algemene bijstand (ABW) Algemene bijstandsuitkeringen relatief (per 1 000 huishoudens) Sociale zekerheid Uitkeringen Algemene bijstand (ABW) Algemene bijstandsuitk. jaarmutatie (%) Sociale zekerheid Uitkeringen Arbeidsongeschiktheid (AO) AO-uitkeringen totaal (aantal) Sociale zekerheid Uitkeringen Arbeidsongeschiktheid (AO) AO-uitkeringen relatief (per 1 000 inwoners 15-64 jaar) Sociale zekerheid Uitkeringen Arbeidsongeschiktheid (AO) AO-uitkeringen jaarmutatie (%) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Bedrijfsvestigingen tot en met 2006 (code) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Industrie (%) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Commerciële dienstverlening (%) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch) Niet-commerciële dienstverlening (%)
Groningen 2003 61 39 121.810 16,7 12,2 47 14 33 14 8.580 87 1 9.240 70 0 9 14 66 20
Wijk 00 Sellingen 2003 26 74 1.530 16,5 11,7 45 15 22 23 10 10 x 130 106 4 4 23 49 28
Sellingen 2003 35 65 790 17,2 12,1 43 x x 24 10 11 x 60 94 12 3 x x x
Verspreide huizen Sellingen 2003 8 92 x 15,7 11,6 x x x 22 0 0 x 30 99 x 2 x x x
Harlingen 2003 50 50 10.290 17,5 12,0 43 15 23 18 400 62 1 900 87 -3 7 22 66 12
Wijk 00 Harlingen 2003 52 48 9.530 17,3 11,9 44 15 23 18 390 65 2 840 87 -3 7 22 66 12
Verspreide huizen Harlingen 2003 27 73 x x x x x x 6 x x x 0 38 x 1 x x x
Schieringen 2003 71 29 1.470 14,1 10,4 57 x 46 13 190 160 11 140 89 -6 3 x x x
Schingen 2003 15 85 x x x x x x 11 x x x x x x 1 x x x
Handelspark De Weteringen 2003 - - . . . . . . x x x x x . x 4 26 72 1
Wijk 04 Beuningen 2003 22 78 620 17,1 9,9 x x x 15 0 0 x 40 67 x 3 x x x
Beuningen kern 2003 9 91 x x 9,7 x x x 8 0 0 x 10 36 x 1 x x x
Verspreide huizen Beuningen 2003 27 73 470 16,7 9,9 47 x x 18 0 0 x 40 77 x 3 x x x
Verspreide huizen Hezingen 2003 36 64 x x 10,8 x x x 17 0 0 x 10 63 x 1 x x x
Wijk 07 Fleringen 2003 23 77 520 19,7 12,0 x x x 11 0 12 x 30 59 x 3 x x x
Fleringen kern 2003 17 83 240 19,6 11,6 x x x 8 0 21 x 20 64 x 1 x x x
Verspreide huizen Fleringen 2003 31 69 270 19,8 12,3 x x x 14 0 0 x 10 54 x 3 x x x
Millingen 2003 22 78 3.190 18,6 12,9 32 18 10 4 20 13 x 220 66 11 4 16 68 17
Beuningen 2003 35 65 16.610 18,8 12,7 38 21 15 13 280 30 0 1.220 70 1 7 21 62 17
Wijk 01 Beuningen 2003 37 63 11.080 19,0 12,7 36 22 15 11 220 35 -5 810 68 3 7 17 65 19
Beuningen Buitengebied Noord 2003 12 88 360 18,2 11,3 x x x 13 0 0 x 20 72 x 3 x x x
Beuningen Buitengebied Zuid 2003 22 78 x x x x x x 13 x x x x x x 2 x x x
Beuningen Centrum 2003 63 37 640 18,6 14,5 37 x x 28 10 30 x 40 88 x 5 7 78 15
Beuningen Centrum Oost 2003 27 73 1.120 18,1 13,5 34 20 x 23 20 21 x 120 98 2 3 x x x
Beuningen De Haaghe 2003 3 97 350 22,7 14,5 x x x 11 0 0 x 20 54 x 2 x x x
Beuningen Duivenkamp 2003 37 63 690 18,0 12,3 43 x x 17 10 30 x 50 68 x 3 x x x
Beuningen de Linde 2003 x 97 x x x x x x 9 x x x x x x 1 x x x
Beuningen Hoeve-1 2003 36 64 270 19,6 12,7 x x x 12 0 29 x 20 54 x 1 x x x
Beuningen Hoeve-2 2003 32 68 410 16,7 10,3 x x x 4 10 32 x 40 75 x 2 x x x
Beuningen Hoeve-3 2003 36 64 x x 12,9 x x x 11 0 19 x 10 62 x 1 x x x
Beuningen Schoenaker 2003 - x . . . . . . x x x x x . x 3 x x x
Beuningen Aalstervelden 2003 76 24 500 18,4 12,2 x x x 6 10 35 x 40 68 x 4 17 66 17
Beuningen Olden Tempel 2003 68 32 810 16,1 11,2 39 x x 5 70 111 -18 80 84 22 1 x x x
Beuningen Blanckenburgh 2003 43 57 580 16,5 11,6 39 x x 7 20 48 x 50 85 x 3 x x x
Beuningen Viermorgen 2003 51 49 670 17,3 10,4 37 x x 3 30 61 x 60 61 7 2 x x x
Beuningen Tinnegieter 2003 43 57 1.420 18,6 12,3 35 18 x 6 30 43 x 100 61 -2 3 x x x
Beuningen Den Balmerd 2003 33 67 720 22,2 14,4 35 34 x 24 0 10 x 30 61 x 3 x x x
Beuningen Heuve-1 2003 38 62 620 21,6 13,7 38 x x 10 10 21 x 40 61 x 3 x x x
Beuningen Heuve-2 2003 10 90 390 20,2 12,8 x x x 5 0 16 x 10 36 x 2 x x x
Beuningen Heuve-3 2003 4 96 290 20,6 11,6 x x x 4 10 37 x 20 54 x 2 x x x
Beuningen Heuve-4 2003 x 99 x x 16,5 x x x 4 0 0 x 10 61 x 3 x x x
Beuningen Beuningse Plas 2003 8 92 770 21,6 14,5 30 34 x 8 0 5 x 50 52 x 3 x x x
Wijk 04 Ingen 2003 29 71 1.430 20,0 13,0 37 23 x 15 10 15 x 130 90 -1 5 21 63 16
Ingen 2003 38 62 770 20,7 13,2 35 x x 13 10 28 x 60 75 4 4 19 66 16
Gendringen 2003 36 64 13.520 16,6 11,3 45 14 20 16 210 28 -2 1.360 97 2 7 30 55 14
Wijk 01 Overig Gendringen 2003 33 67 4.590 17,3 11,7 44 16 20 17 60 22 -6 440 90 1 5 31 52 17
Gendringen 2003 46 54 2.420 16,9 11,7 45 15 26 18 50 33 -13 270 102 4 5 24 54 23
Verspreide huizen Gendringen 2003 29 71 310 18,5 11,7 x x x 12 0 20 x 20 60 x 2 x x x
Millingen aan de Rijn 2003 40 60 3.910 17,4 12,0 43 16 13 16 60 26 -3 330 83 2 5 20 57 22
Millingen aan de Rijn 2003 42 58 3.700 17,3 12,1 44 16 13 16 60 28 -3 310 86 2 5 21 56 23
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens op regionaal niveau van gemeenten, wijken
en buurten.

Gegevens beschikbaar: 2003.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat
het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 21 februari 2011:
De cijfers over 2003 maakten voorheen deel uit van een omvangrijke tabel met
cijfers tot en met 2009. Vanwege de omvang van deze tabel zijn met het toevoegen
van de cijfers van 2010, de cijfers van 2003 in een eigen tabel geplaatst.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Wonen
Woningen naar eigendom
Dit gegeven is verkregen met behulp van de gegevens van de WOZ voor het
gebruikers- en het eigenaarsdeel. Bij het vaststellen van het aandeel
huur- of koopwoningen is uitgegaan van de bewoonde adressen volgens de
Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Confrontatie van deze adressen met
de totale woningvoorraad naar eigendom, levert de tweedeling huur- of
koopadressen op. Adressen met eigendom onbekend zijn bij deze berekening
buiten beschouwing gebleven. Als gevolg hiervan kunnen deze percentages
gering afwijken van gepubliceerde gemeentelijke uitkomsten.
De huurwoningen kunnen verhuurd worden door zowel een vereniging als door
een particulier eigenaar. Dit gegeven is ontleend aan het Sociaal
Statistisch Bestand (SSB) en betreft een voorlopig cijfer.
Huurwoningen
Het aandeel huurwoningen op de laatste vrijdag van september, uitgedrukt
in hele procenten van het aantal woningen. De huurwoningen kunnen verhuurd
worden door zowel een vereniging als door een particulier eigenaar. Dit
gegeven is ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft
een voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij minimaal 5 woningen op de laatste vrijdag
van september en als minimaal 50 procent van de woningen toebedeeld kon
worden aan huur- of koopwoningen.
Koopwoningen
Het aandeel koopwoningen op de laatste vrijdag van september,
uitgedrukt in hele procenten van het aantal woningen. Dit gegeven is
ontleend aan het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) en betreft een
voorlopig cijfer.
Het percentage is vermeld bij minimaal 5 woningen op de laatste vrijdag
van september en als minimaal 50 procent van de woningen toebedeeld
kon worden aan huur- of koopwoningen.
Inkomen
Het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) is een zeer grote steekproef van 1,9
miljoen huishoudens (ruim 5 miljoen personen), zodat voor de uitkomsten
voor kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen. Zo is
bijvoorbeeld voor verslagjaar 2002 en 2003 voor een gebied met 200 tot 300
inwoners de standaardfout van het gemiddeld inkomen per inwoner
respectievelijk 1,5 duizend euro en 0,7 duizend euro.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) zijn
afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek van het voorgaande jaar. De
cijfers gepubliceerd bij 2003 hebben dus betrekking op het inkomen over
2002. Het betreft voorlopige cijfers.
Aantal inkomensontvangers
Het aantal personen met 52 weken inkomen in het voorgaande jaar. De
categorie zelfstandigen behoort tot de groep personen met 52 weken
inkomen, evenals de bevolking in instellingen, inrichtingen en tehuizen.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden niet meegerekend. Ook
personen die uitsluitend kinderbijslag of individuele huursubsidie
ontvangen worden bij de categorie personen met 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Studenten, dat wil zeggen personen met een
studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden ook niet
tot deze groep gerekend, zelfs al hebben zij het hele jaar een baan.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De cijfers
zijn afgerond op tientallen. Ze zijn vermeld bij minimaal 200 inwoners per
buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per individu met 52 weken inkomen in het
voorgaande jaar. Het besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van
een individu, verminderd met betaalde premies en belastingen. Individuen
met 52 weken inkomen hebben het gehele voorgaande jaar inkomsten genoten,
al dan niet in deeltijd. Groepen inkomensontvangers die buiten deze
definitie vallen zijn bijvoorbeeld seizoenswerkers en oproepkrachten.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend
euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inwoner
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner in het voorgaande jaar. Het
besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten van een individu,
verminderd met betaalde premies en belastingen. Voor de berekening van dit
veld zijn de besteedbare inkomens van alle individuen binnen een gebied
opgeteld. Het resulterende bedrag is vervolgens gedeeld door het aantal
inwoners van het gebied.
Dit gegeven is afkomstig uit het Regionaal Inkomensonderzoek. De genoemde
bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma,
dus bijvoorbeeld een waarde van 10,2 lezen als 10,2 duizend euro. De
waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt.
Lage inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat lager was dan of gelijk was aan het
40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 40-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 13,8 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Hoge inkomens
Het aantal inkomensontvangers met 52 weken inkomen dat in het voorgaande
jaar een besteedbaar inkomen had dat hoger was dan of gelijk was aan het
80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling.
.
Het grensbedrag van het 80-procentpunt van de landelijke inkomensverdeling
was in 2003: 24,2 duizend euro.
.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Niet actieven
Het aantal inkomensontvangers van 15 tot 65 jaar met 52 weken inkomen dat
in het voorgaande jaar een uitkering als voornaamste inkomensbron had,
uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inkomensontvangers van
15 tot 65 jaar. Personen met een werkloosheidsuitkering,
arbeidsongeschikten, pensioenontvangers, bijstandontvangers en de groep
'overige inkomensontvangers' worden tot de niet-actieven gerekend. Vanaf
het verslagjaar 2002 worden ook werkstudenten meegenomen in de populatie.
Zij worden ook tot de niet-actieven gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt. Waarden
lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95
procent zijn vastgezet op 95 procent.
Pensioenontvangers
Het aandeel pensioenontvangers van 55 jaar en ouder op de laatste vrijdag
van september, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal
inwoners.
Bij pensioenen gaat het hier om inkomsten op grond van de algemene
ouderdomswet, vervroegde uittreding, flexibel pensioen en uittreden,
algemene weduwen en wezenwet, algemene nabestaandenwet, oorlogs- en
verzetspensioenen, lijfrente-uitkeringen ontvangen van
levensverzekeringmaatschappijen en dergelijke en aanvullend pensioen
bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen. Dit gegeven is ontleend aan
het Sociaal Statistisch Bestand (SSB).
Het percentage is vermeld bij meer dan 5 pensioenontvangers op de laatste
vrijdag van september en meer dan 50 inwoners per buurt op 1 januari.
Sociale zekerheid
Uitkeringen Algemene bijstand (ABW)
Het aantal algemene bijstandsuitkeringen krachtens de Algemene
bijstandswet (ABW). Het betreft uitkeringen aan thuiswonenden, dus niet
uitkeringen die worden toegekend aan mensen die in instellingen of
inrichtingen verblijven.
Hoewel bij (echt)paren beide partners voor gelijke delen recht hebben op
de uitkering, is er toch sprake van één uitkering en worden alleen de
kenmerken van degene die de uitkering daadwerkelijk heeft aangevraagd in
beschouwing genomen. Uitkomsten over het aantal bijstandsuitkeringen
worden ontleend aan de administraties van de gemeenten
Algemene bijstandsuitkeringen totaal
Het aantal algemene bijstandsuitkeringen op 31 maart van het betreffende
jaar. De cijfers hebben betrekking op uitkeringen aan huishoudens waarvan
degene die de uitkering daadwerkelijk heeft aangevraagd jonger is dan 65
jaar.
Het aantal is vermeld bij 50 of meer huishoudens per buurt. Bij 'Nederland
totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio van de
aanvrager onbekend is.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de regionale
Kerncijfers Nederland (RKN). In de RKN hebben de bijstandsgegevens
betrekking op 31 december van het desbetreffende jaar.
Algemene bijstandsuitkeringen relatief
Het aandeel bijstandsuitkeringen is het aantal algemene
bijstandsuitkeringen per 1 000 huishoudens op 1 januari van het
betreffende jaar. De bijstandsuitkeringen betreffen standcijfers per 31
maart van hetzelfde jaar van uitkeringen aan huishoudens, ongeacht de
leeftijd van de leden van dat bijstandshuishouden. Doordat het aantal
uitkeringen en het aantal huishoudens een verschillend peilmoment hebben,
kan het relatieve cijfer boven de 1 000 uitkomen.
De relatieve cijfers zijn vermeld bij 50 of meer huishoudens per buurt.
Daarnaast zijn relatieve cijfers lager dan 10 afgerond op vijftallen. Bij
'Nederland totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio van
de aanvrager onbekend is.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale
Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie worden de
relatieve cijfers berekend met de uitkeringen en huishoudens per 31
december van het betreffende jaar.
Algemene bijstandsuitk. jaarmutatie
Het percentage verandering in het totaal aantal algemene
bijstandsuitkeringen. De cijfers hebben betrekking op uitkeringen aan
huishoudens waarvan degene die de uitkering daadwerkelijk heeft
aangevraagd jonger is dan 65 jaar.
De jaarmutatie is vermeld bij minimaal 50 bijstandsuitkeringen in het
voorgaande jaar en bij minimaal 50 huishoudens in het huidige jaar.
Uitkeringen Arbeidsongeschiktheid (AO)
Het aantal AO-uitkeringen krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet
arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (WAZ) die aan het eind
van de verslagperiode niet waren beëindigd, de zogeheten lopende
uitkeringen.
Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de volledige
of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan aanspraak bestaan op meer dan
één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Het gaat
hierbij om zo'n tienduizend uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn
van elke uitkering de gegevens opgenomen.
De gepubliceerde aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen
zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de
uitkering, sanctie of schorsing. De cijfers zijn exclusief de uitkeringen
aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. Bij 'Nederland totaal' zijn
wel de uitkeringen waarvan de woongemeente van de aanvrager onbekend is
meegeteld.
Uitkomsten over het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden
ontleend aan de administraties van het Uitvoeringsinstituut
Werknemersverzekeringen (UWV).
AO-uitkeringen totaal
Het aantal AO-uitkeringen per 31 maart van het betreffende jaar.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de Regionale
Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie wordt het
standcijfer genomen per 31 december van het betreffende jaar.
Bij 'Nederland totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio
van de aanvrager onbekend is.
Het aantal is vermeld bij 100 of meer inwoners van 15-64 jaar per buurt.
AO-uitkeringen relatief
Het aantal AO-uitkeringen per 31 maart van het betreffende jaar per 1 000
inwoners van 15-64 jaar op 1 januari van het betreffende jaar.
Doordat de uitkeringen en inwoners een verschillend peilmoment hebben én
omdat één persoon meerdere AO-uitkeringen kan hebben, kan het relatieve
cijfer boven de 1000 uitkomen.
De relatieve cijfers in deze publicatie wijken af van de relatieve cijfers
in de Regionale Kerncijfers Nederland (RKN). In deze laatste publicatie
worden de relatieve cijfers berekend met de uitkeringen en inwoners van
15-64 jaar per 31 december van het betreffende jaar. Bij 'Nederland
totaal' zijn ook de uitkeringen meegeteld waarvan de regio van de
aanvrager onbekend is.
De relatieve cijfers zijn vermeld bij 100 of meer inwoners van 15-64 jaar
per buurt. Relatieve cijfers lager dan 20 zijn afgerond op vijftallen.
AO-uitkeringen jaarmutatie
Het percentage verandering in totaal aantal AO-uitkeringen per buurt, wijk
of gemeente ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierbij is gecorrigeerd
voor eventuele hercoderingen van adressen en ook voor veranderingen van de
grenzen.
De jaarmutatie is vermeld bij minimaal 50 uitkeringen in het voorgaande
jaar en bij minimaal 100 inwoners van 15-64 jaar in het huidige jaar.
Bedrijven
Bedrijfsvestigingen (excl. agrarisch)
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 1993).
Bedrijfsvestigingen in de landbouw en visserij zijn niet meegeteld.
.
Bedrijven hebben één of meer lokale eenheden, zogenaamde vestigingen. De
meeste bedrijven bestaan uit één vestiging, een klein deel van de
bedrijven heeft meer dan één vestiging. Een vestiging is een afzonderlijk
gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door
een bedrijf voor de uitoefening van activiteiten. Vestigingen worden
ingedeeld naar de economische activiteit van het bedrijf waartoe zij
behoren.
.
De toedeling van bedrijfsvestigingen aan gemeenten, wijken en buurten
vindt plaats met behulp van de 6-cijferige postcode. Indien deze niet
bekend is wordt toegedeeld met behulp van de 4-cijferige postcode. Omdat
de grenzen van postcodegebieden soms niet overeenkomen met de grenzen van
gemeenten, wijken en buurten kan het voorkomen dat bedrijfsvestigingen aan
een naastliggende gemeente, wijk of buurt worden toegekend.
De cijfers in deze publicatie wijken af van de cijfers in de tabel
'Bedrijven; vestigingen per regio naar economische activiteit, SBI'93'.
Daar vindt de toedeling plaats met behulp van de 4 cijferige postcode.
.
De gegevens zijn ontleend aan de statistiek Bedrijven in Nederland.
Bedrijfsvestigingen tot en met 2006
Het aantal bedrijfsvestigingen op 1 januari, ingedeeld in 9
grootteklassen.
Bedrijfsvestigingen in de landbouw, visserij en intramurale
gezondheidszorg zijn niet meegeteld. De volgende klassenindeling is
gehanteerd:
-------------------------------------------
Klasse Aantal bedrijfsvestigingen
-------------------------------------------
1 0 tot 10
2 10 tot 20
3 20 tot 50
4 50 tot 100
5 100 tot 200
6 200 tot 500
7 500 tot 1 000
8 1 000 tot 2 000
9 2 000 of meer
-------------------------------------------
Industrie
Het aandeel bedrijfsvestigingen in de industrie en nijverheid op 1
januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal bedrijfsvestigingen.
Hieronder vallen de bedrijfsvestigingen met de codes 10 tot en met 45
volgens de Standaard Bedrijfsindeling 1993 (SBI 1993).
Het percentage is vermeld bij meer dan 50 vestigingen per buurt.
Commerciële dienstverlening
Het aandeel bedrijfsvestigingen in de commerciële dienstverlening op 1
januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal bedrijfsvestigingen.
Hieronder vallen de bedrijfsvestigingen met de codes 50 tot en met 74
volgens de Standaard Bedrijfsindeling 1993 (SBI 1993).
Het percentage is vermeld bij meer dan 50 vestigingen per buurt.
Niet-commerciële dienstverlening
Het aandeel bedrijfsvestigingen in de niet-commerciële dienstverlening op
1 januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal
bedrijfsvestigingen. Hieronder vallen de bedrijfsvestigingen met de codes
75 tot en met 93 volgens de Standaard Bedrijfsindeling 1993 (SBI 1993).
Het percentage is vermeld bij meer dan 50 vestigingen per buurt.