Landbouw; bedrijven met verbredingsactiviteiten, hoofdbedrijfstype, regio

Landbouw; bedrijven met verbredingsactiviteiten, hoofdbedrijfstype, regio

Bedrijfstypen Perioden Regio's Totaal aantal landbouwbedrijven (aantal) Verbredingsactiviteit Verkoop aan huis Verkoop aan huis, totaal (aantal) Verbredingsactiviteit Verkoop aan huis Rechtstreekse verkoop aan de consument (aantal) Verbredingsactiviteit Verkoop aan huis Verkoop via 1 tussenschakel (aantal)
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Nederland 52.695 7.234 5.127 3.833
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Noord-Nederland (LD) 9.490 915 646 485
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Oost-Nederland (LD) 17.156 1.924 1.370 1.021
Totaal alle bedrijfstypen 2020 West-Nederland (LD) 13.023 2.287 1.526 1.270
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Zuid-Nederland (LD) 13.026 2.108 1.585 1.057
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Groningen (PV) 2.516 244 176 123
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Fryslân (PV) 4.214 351 228 210
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Drenthe (PV) 2.760 320 242 152
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Overijssel (PV) 6.648 566 397 302
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Flevoland (PV) 1.654 219 123 149
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Gelderland (PV) 8.854 1.139 850 570
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Utrecht (PV) 2.338 334 262 172
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Noord-Holland (PV) 3.457 654 410 374
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Zuid-Holland (PV) 4.455 848 514 514
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Zeeland (PV) 2.773 451 340 210
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Noord-Brabant (PV) 9.373 1.376 1.015 703
Totaal alle bedrijfstypen 2020 Limburg (PV) 3.653 732 570 354
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het aantal agrarische bedrijven met verbredingsactiviteiten en het aandeel van de verbreding in de totale bruto opbrengst van het bedrijf, uitgesplitst naar hoofdbedrijfstype en regio.

De gegevens voor deze tabel komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.
De gegevens over verbreding hebben betrekking op de periode april tot en met maart voorafgaand aan de landbouwtelling.

De verbredingscijfers op basis van de Landbouwtelling kunnen een onvolledig beeld geven, onder andere omdat steeds meer ondernemers hun bedrijven (als gevolg van bv. wetgeving, fiscale voordelen, of risicospreiding) splitsen in meerdere zelfstandige bedrijven met eigen rechtsvorm en boekhouding. Deze bedrijven komen mogelijk niet in beeld via de Landbouwtelling.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2020.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en –indelingen; bij deze herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het totale aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. Gezien de omvang en het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties) is de invloed op de verbredingscijfers beperkt.

Gegevens beschikbaar vanaf:1998

Status van de cijfers: de cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 19 maart 2021: de cijfers van 2020 zijn geactualiseerd en zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Vragen over verbreding worden niet ieder jaar in de Landbouwtelling opgenomen. In de jaren dat naar verbreding wordt gevraagd verschijnen de voorlopige cijfers in december en in maart van het jaar daarna volgen de definitieve cijfers.

Toelichting onderwerpen

Totaal aantal landbouwbedrijven
Bedrijven die landbouwproducten voor de markt voortbrengen, met hoofdvestiging in Nederland, en een economische omvang >= 3000 euro SO (Standaard Opbrengst).
_
Bedrijven < 3000 euro SO zijn zeer klein, gedacht moet worden aan bijvoorbeeld slechts 1 melkkoe of 1 are paprika.
_
Voor meer uitleg over SO wordt verwezen naar de tabeltoelichting.
_
Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte Eenheid). Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. De oorspronkelijke ondergrens (3 NGE) is echter gehandhaafd, waardoor de populatie ongewijzigd is gebleven.
Verbredingsactiviteit
Verkoop aan huis
Directe verkoop van landbouwproducten (van eigen bedrijf en/of andere bedrijven) aan de consument of de detailhandel.
Voorbeelden: verkoop langs de weg, op de markt, via internet, via een eigen winkel, bezorging aan huis, directe leveringen aan (streek)winkels, horecagelegenheden en markten. Het gaat hier niet om het gezamenlijk afzetten aan groothandels of veilingen.

Let op: ‘rechtstreekse verkoop aan de consument’ en ‘verkoop via 1 tussenschakel’ tellen niet op tot ‘verkoop aan huis’ omdat een bedrijf één of beide activiteiten kan hebben, deze tellen slechts 1x mee als verkoop aan huis.
Verkoop aan huis, totaal
Let op: ‘rechtstreekse verkoop aan de consument’ en ‘verkoop via 1 tussenschakel’ tellen niet op tot ‘verkoop aan huis’ omdat een bedrijf één of beide activiteiten kan hebben, deze tellen slechts 1x mee als verkoop aan huis.
Rechtstreekse verkoop aan de consument
O.a. verkoop langs de weg, op de markt, via internet, via een eigen winkel, bezorging aan huis
Verkoop via 1 tussenschakel
O.a. directe leveringen aan (streek)winkels, horecagelegenheden en markten. Het gaat hier niet om het gezamenlijk afzetten aan groothandels of veilingen.