Rijksfinanciën; 1900-2018
| Perioden | Uitgaven en ontvangsten Saldo (mln euro) | Uitgaven en ontvangsten Uitgaven Buitenlandse Zaken (mln euro) | Uitgaven en ontvangsten Uitgaven Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (mln euro) | Uitgaven en ontvangsten Ontvangsten Totaal ontvangsten (mln euro) | Uitgaven en ontvangsten Ontvangsten Belastingopbrengsten (mln euro) | Uitgaven en ontvangsten Ontvangsten Overig (mln euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 3.035 | 9.174 | 42.327 | 245.161 | 178.099 | 67.062 |
| Bron: CBS. | ||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel toont de administratieve uitgaven, ontvangsten en schulden van het Rijk zoals opgenomen in het financieel jaarverslag van het Rijk dat jaarlijks in mei verschijnt. De gepresenteerde jaargegevens over de uitgaven zijn opgesplitst naar een aantal begrotingshoofdstukken (ministeries en begrotingsfondsen). Onderlinge geldstromen binnen een begrotingshoofdstuk of tussen verschillende begrotingshoofdstukken zijn niet geconsolideerd in de administratieve uitgaven en ontvangsten. De cijfers wijken daardoor af van de cijfers die zijn opgenomen in de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010).
De gepresenteerde gegevens over de schulden betreffen de schuldstanden per ultimo van het jaar.
Gegevens beschikbaar van 1900 tot en met 2018.
Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.
Wijzigingen per 20 februari 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Uitgaven en ontvangsten
- Uitgaven
- Buitenlandse Zaken
- Ministerie, verantwoordelijk voor het beleidsterrein buitenlandse betrekkingen.
Buitenlandse betrekkingen omvat de behartiging van de nationale belangen in het buitenland. Hiertoe behoren onder meer het algemeen buitenlands beleid, de staatsbezoeken en de diplomatieke en consulaire missies (ambassades). Daarnaast is het ministerie belast met het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking (humanitaire, sociale, economische en technische hulp) en de Europese samenwerking.
De verantwoordelijke minister voor dit begrotingshoofdstuk is de minister van Buitenlandse Zaken.
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Ministerie, verantwoordelijk voor de beleidsterreinen onderwijs, cultuur en wetenschap, met inbegrip van emancipatie, cultureel erfgoed en studiefinanciering.
Eind 2010 is de beleidstaak kinderopvang overgebracht van dit ministerie naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De verantwoordelijke minister voor dit begrotingshoofdstuk is de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- Ontvangsten
- Totaal ontvangsten
- Totaal van de ontvangsten van het Rijk zoals opgenomen in het financieel jaarverslag van het Rijk. De gepresenteerde gegevens zijn opgesplitst naar belastingopbrengsten en overige ontvangsten.
Onderlinge geldstromen binnen een begrotingshoofdstuk of tussen verschillende begrotingshoofdstukken zijn niet geconsolideerd.
Verklaringen van grote schommelingen in de cijfers:
1995: De ontvangsten waren hoog omdat het Rijk met 16 miljard euro alle toekomstige huursubsidieverplichtingen aan de gemeenten had afgekocht. De gemeenten hebben op hun beurt in 1995 alle nog bij het Rijk uitstaande woningwetleningen (ruim 12 miljard euro) afgelost.
1999: De ontvangsten zijn fors gestegen omdat het Rijk een herstructureringsoperatie heeft uitgevoerd waarbij voor 30 miljard euro aan kleine(re) leningen is omgezet in grotere leningen die meer rendabel zijn.
- Belastingopbrengsten
- Totaalopbrengst van alle door het Rijk geïnde belastingen. Het gaat hierbij om de kasontvangsten zoals deze door het ministerie van Financiën worden geadministreerd. Deze cijfers wijken af van de belastingontvangsten die in de Nationale rekeningen zijn opgenomen. De Nationale rekeningen zijn namelijk gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010).
- Overig
- Totaal van alle niet-belastingontvangsten. Dit zijn voornamelijk aardgasbaten, uitgifte van effecten en opname van leningen. Hieronder vallen ook de begrotingsbudgetten van begrotingsfondsen die hun financiële middelen ontvangen van hun moederdepartement. Deze onderlinge geldstromen tussen verschillende begrotingshoofdstukken zijn niet geconsolideerd.
- Saldo
- Het verschil tussen het totaal van de ontvangsten en het totaal van de uitgaven. Een positief teken betekent een overschot, een negatief teken wijst op een tekort. Bij een negatief saldo van ontvangsten en uitgaven worden leningen aangetrokken om het tekort te dekken. Bij een overschot worden de aangetrokken leningen verminderd door aflossingen.
Boekhoudkundig hoort het saldo gelijk te zijn aan de jaar-op-jaar mutatie van de totale schuld. Is er een financieringstekort, dan moet geld worden aangetrokken door het aangaan van een schuld. In deze tabel is die gelijkheid niet aanwezig. Dat komt doordat het financieringstekort en de schuldgegevens worden bepaald met verschillende boekhoudmethoden. De uitgaven en ontvangsten van het Rijk worden volgens een kasboekhouding geboekt terwijl de schuld wordt geregistreerd in een boekhouding op transactiebasis.