Onderwijs; uitgaven aan onderwijs en CBS/OESO indicatoren

Onderwijs; uitgaven aan onderwijs en CBS/OESO indicatoren

Onderwijssectoren Perioden Uitgaven aan onderwijs Totaal uitgaven aan onderwijs (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Totaal overheid (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Uitgaven aan onderwijsinstellingen Totaal aan onderwijsinstellingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Uitgaven aan onderwijsinstellingen Lumpsum financiering (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Uitgaven aan onderwijsinstellingen Contractonderzoek (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Uitgaven aan onderwijsinstellingen Apparaatskosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Totaal subsidie- en fiscale regelingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Educatief deel dagbest. peuterspeelz… (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Leerlingenvervoer (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Tegemoetkoming schoolkosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Begeleidingskosten (leer)bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Studiefinanciering, giften (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Subsidie- en fiscale regelingen Studiefinanciering, leningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Totaal ontvangsten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten EU-subsidieregelingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Terugontvangen studiefinanciering en ... (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Rente op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Overheid Ontvangsten Aflossingen op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Totaal huishoudens (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Uitgaven aan onderwijsinstellingen Totaal aan onderwijsinstellingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Uitgaven aan onderwijsinstellingen Les- en collegegeld bekostigd onderwijs (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Uitgaven aan onderwijsinstellingen Les- en collegegeld particul. onderwijs (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Uitgaven aan onderwijsinstellingen Ouderbijdragen en schoolactiviteiten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Totaal overige uitgaven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Educatief deel dagbest. peuterspeelz… (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Boeken, leermiddelen, OV en bijles (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Teveel ontvangen studiefinanciering en.. (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Rente op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Overige uitgaven Aflossingen op studieleningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Totaal ontvangen bijdragen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Kinderopvangtoeslag, educatief deel (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Tegemoetkoming schoolkosten (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Studiebeurzen van bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Studiefinanciering, voor les- en coll... (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Studiefinanciering voor levensonderhoud (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Huishoudens Ontvangen bijdragen Studiefinanciering, leningen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Totaal bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Uitgaven aan onderwijsinstellingen Totaal aan onderwijsinstellingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Uitgaven aan onderwijsinstellingen Begeleiding duale leerlingen, stagiairs (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Uitgaven aan onderwijsinstellingen Les- en collegegeld particul. onderwijs (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Uitgaven aan onderwijsinstellingen Contractonderzoek (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Overige uitgaven Totaal overige uitgaven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Overige uitgaven Kinderopvangtoeslag, educatief deel (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Overige uitgaven Studiebeurzen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Ontvangen subsidies Totaal ontvangen subsidies (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Ontvangen subsidies Leerlingenvervoer (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Bedrijven Ontvangen subsidies Begeleidingskosten (leer)bedrijven (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland Totaal buitenland (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland Uitgaven aan onderwijsinstellingen Totaal aan onderwijsinstellingen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland Uitgaven aan onderwijsinstellingen Internationale middelen (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland Uitgaven aan onderwijsinstellingen Contractonderzoek (mln euro) Uitgaven aan onderwijs Buitenland EU-subsidieregelingen (mln euro) Indicatoren Uitgaven aan onderwijs Totaal uitgaven aan onderwijs (mln euro) Indicatoren Uitgaven aan onderwijs In % bbp (%) Indicatoren Uitgaven aan onderwijs Per hoofd van de bevolking (euro) Indicatoren Overheidsuitgaven aan onderwijs Totaal overheidsuitgaven aan onderwijs (mln euro) Indicatoren Overheidsuitgaven aan onderwijs In % bbp (%) Indicatoren Overheidsuitgaven aan onderwijs In % van de totale overheidsuitgaven (%) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen Totaal aan onderwijsinstellingen (mln euro) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen In % bbp Totaal in % bbp (%) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen In % bbp Overheid (%) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen In % bbp Huishoudens, bedrijven, buitenland (%) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen Per deelnemer, inclusief R&D (euro) Indicatoren Uitgaven aan onderwijsinstellingen Per deelnemer, exclusief R&D (euro)
Totaal onderwijs 2023 61.883 51.471 48.233 46.328 1.011 894 3.337 250 266 32 63 388 2.338 2.708 99 15 26 58 1.422 5.650 4.170 2.144 1.188 838 3.062 536 2.441 26 58 1.422 1.582 268 32 63 32 1.188 1.151 2.708 4.203 4.458 3.116 686 656 133 101 32 388 266 388 560 545 35 510 15 61.883 5,9 3.474 54.278 5,3 11,7 57.406 5,5 4,6 0,9
(Pre)primair onderwijs 2023 18.004 17.212 16.796 16.415 382 421 250 158 13 5 5 674 247 85 162 708 536 171 281 268 13 0 101 101 101 0 158 17 12 12 5 18.004 1,7 1.011 17.217 1,7 3,7 17.055 1,6 1,6 0,0 11.618 11.618
Preprimair onderwijs en basisonderwijs 2023 15.997 15.237 14.827 14.470 357 410 250 148 12 0 0 647 235 85 150 692 536 155 280 268 12 0 101 101 101 0 148 12 12 12 0 15.997 1,5 898 15.237 1,5 3,3 15.074 1,4 1,4 0,0 10.798 10.798
Speciaal (basis)onderwijs 2023 2.007 1.975 1.969 1.945 25 11 10 1 5 5 27 12 12 16 16 1 1 0 0 10 5 0 0 5 2.007 0,2 113 1.980 0,2 0,4 1.981 0,2 0,2 0,0 28.948 28.948
Secundair onderwijs 2023 24.988 20.236 18.879 18.530 349 1.398 108 12 63 350 865 507 41 10 7 24 387 2.479 1.351 241 434 676 1.602 1.571 7 24 387 474 12 63 0 400 465 507 2.244 2.594 2.398 196 0 0 350 108 350 29 19 19 10 24.988 2,4 1.403 20.784 2,0 4,5 22.843 2,2 1,8 0,4 14.716 14.716
Voortgezet onderwijs 2023 15.379 13.807 13.635 13.374 261 182 108 8 63 2 10 10 1.535 684 0 167 517 922 922 71 8 63 0 8 10 10 0 0 2 108 2 29 19 19 10 15.379 1,5 863 13.816 1,3 3,0 14.348 1,4 1,3 0,1 14.466 14.466
Mbo en vavo 2023 9.609 6.429 5.244 5.156 88 1.216 4 0 348 865 507 31 0 7 24 387 944 667 241 267 159 680 649 7 24 387 403 4 0 0 400 465 507 2.236 2.584 2.388 196 0 0 348 348 0 0 0 0 9.609 0,9 540 6.968 0,7 1,5 8.495 0,8 0,5 0,3 15.157 15.157
Tertiair onderwijs 2023 18.891 14.023 12.558 11.383 1.011 163 1.518 7 38 1.473 2.201 53 0 19 34 1.035 2.497 2.572 1.903 669 752 699 19 34 1.035 827 7 32 788 686 2.201 1.858 1.864 718 490 656 32 32 38 38 514 514 4 510 0 18.891 1,8 1.060 16.277 1,6 3,5 17.508 1,7 1,2 0,5 19.391 12.584
Hoger beroepsonderwijs 2023 7.860 5.777 4.693 4.533 66 94 1.108 4 38 1.066 1.147 24 0 9 16 473 1.144 1.250 947 303 429 404 9 16 473 535 4 0 531 536 1.147 922 960 718 222 20 0 38 38 17 17 0 17 0 7.860 0,7 441 6.948 0,7 1,5 6.920 0,7 0,4 0,2 14.288 13.572
Wetenschappelijk onderwijs 2023 11.031 8.246 7.865 6.850 945 69 410 3 0 407 1.054 29 0 10 18 562 1.353 1.322 956 366 323 295 10 18 562 292 3 32 257 150 1.054 936 904 268 636 32 32 0 0 497 497 4 493 0 11.031 1,1 619 9.329 0,9 2,0 10.588 1,0 0,8 0,3 25.296 11.442
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de uitgaven aan regulier onderwijs in Nederland.

De overheid financiert de onderwijsinstellingen en betaalt voor onderzoek dat ze laat uitvoeren door universiteiten. De overheid geeft studiefinanciering, tegemoetkoming in de schoolkosten, een vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten en kinderopvangtoeslag aan huishoudens (studenten en/of ouders) en verstrekt subsidies aan bedrijven en non-profit instellingen. Daarnaast ontvangt de overheid middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, tegemoetkoming in de schoolkosten en rente en aflossingen op studieleningen en vordert de overheid teveel uitgekeerde studiefinanciering terug.

Huishoudens betalen les- en collegegeld, ouderbijdragen en bijdragen voor schoolactiviteiten aan onderwijsinstellingen. Daarnaast moeten huishoudens boeken en materialen aanschaffen en hebben ze kosten voor het gebruik van openbaar vervoer tussen huis en school (voor zover dit niet door de overheid gesubsidieerd wordt). Bovendien kunnen huishoudens uitgaven hebben voor huiswerkbegeleiding en bijles. Ook moeten rente en aflossingen op studieleningen en teveel ontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten aan de overheid terugbetaald worden. Huishoudens ontvangen kinderopvangtoeslag, een vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten, tegemoetkoming in de schoolkosten, studiefinanciering en studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar worden gesteld.

Bedrijven en non-profit instellingen maken kosten voor de begeleiding van stagiairs en leerlingen die leren en werken combineren, dragen bij aan de kosten van werkgerelateerde opleidingen van werknemers en geven geld uit aan onderzoek dat ze door hogescholen en universiteiten laten uitvoeren. Daarnaast dragen bedrijven bij aan de kinderopvangtoeslag en geven ze studiebeurzen aan studenten in het hoger onderwijs. Bedrijven ontvangen subsidies en fiscale regelingen van de overheid om ze te stimuleren leerplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen en voor het verzorgen van het leerlingenvervoer.

Organisaties in het buitenland betalen onderwijsinstellingen voor het uitvoeren van onderzoek. De Europese Unie verstrekt middelen en subsidies voor onderwijs aan onderwijsinstellingen en de Nederlandse overheid. Buitenlandse overheden geven bijdragen aan internationale scholen in Nederland die onder hun nationaliteit opereren.

De statistiek Onderwijsuitgaven wordt samengesteld op kasbasis. Dit wil zeggen dat de onderwijsuitgaven en -ontvangsten worden toegekend aan het jaar waarin ze daadwerkelijk worden uitgegeven of ontvangen. De activiteit of transactie die bij de uitgave of ontvangst hoort kan echter in een ander jaar plaatsvinden.

De tabel bevat ook verschillende indicatoren die (inter)nationaal worden gebruikt om de uitgaven aan onderwijs te vergelijken en in een bredere context te plaatsen. De indicatoren zijn samengesteld op basis van bepalingen van het CBS en/of de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Alle gepresenteerde cijfers zijn berekend volgens de gestandaardiseerde definities van de OESO.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. De cijfers van 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 24 december 2025:
De definitieve cijfers van 2023 en de voorlopige cijfers van 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2026 worden de definitieve cijfers over 2024 en de voorlopige cijfers over 2025 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Uitgaven aan onderwijs
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven m.b.t. onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
Totaal uitgaven aan onderwijs
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven m.b.t. onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
Overheid
De uitgaven van de overheid bestaan uit de uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen en onderwijs. Van de uitgaven worden de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd afgetrokken. De verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal overheid
De uitgaven van de overheid bestaan uit de uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen en onderwijs. Van de uitgaven worden de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd afgetrokken. De verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen. Het betreft de lumpsum financiering, apparaatskosten en uitgaven voor contractonderzoek.
Totaal aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen. Het betreft de lumpsum financiering, apparaatskosten en uitgaven voor contractonderzoek.
Lumpsum financiering
De financiering van de onderwijsinstellingen voor het leveren van onderwijs en aanvullende niet-onderwijskundige diensten. De schoolbesturen krijgen de financiering als één geheel (lumpsum) en zonder bestedingsvoorwaarden van de overheid uitgekeerd. De schoolbesturen bepalen vervolgens zelf hoe zij het geld besteden. De rijksoverheid geeft via de lumpsum een deel van de EU-subsidies door aan de onderwijsinstellingen. Voor het primair en voortgezet onderwijs worden de middelen die gemeenten besteden aan investeringen in de onderwijshuisvesting onder de lumpsum financiering vermeld. Voor hogescholen en universiteiten bevat de lumpsum financiering ook de bekostiging van het onderzoek dat zij volgens hun wettelijk taak moeten uitvoeren.
Contractonderzoek
De overheid laat onderzoek uitvoeren door onderwijsinstellingen in het hoger onderwijs. Voor de onderwijsinstellingen is contractonderzoek een commerciële activiteit die op aanvraag wordt uitgevoerd voor verschillende partijen, waaronder de overheid.
Apparaatskosten
Apparaatskosten hebben betrekking op het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs, het voeren van beleid en administratie door ministeries en gemeenten, subsidies aan schoolbegeleidingsdiensten en dergelijke. Deze kosten worden op basis van de omvang van de onderwijssectoren toegedeeld aan de onderwijsinstellingen.
Subsidie- en fiscale regelingen
De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo. De verstrekte studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal subsidie- en fiscale regelingen
De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo. De verstrekte studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Educatief deel dagbest. peuterspeelz…
Educatief deel dagbesteding peuterspeelzaal, kinderdagopvang.
Voor kinderen vanaf 3 jaar heeft de dagbesteding op peuterspeelzalen en kinderdagopvang een educatieve component, waarbij de ontwikkeling van het kind wordt gestimuleerd. De overheid verstrekt subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang en kinderopvangtoeslag aan huishoudens. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs.
Leerlingenvervoer
De gemeenten geven vervoersbedrijven subsidies voor het verzorgen van het leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer is bestemd voor leerlingen in het basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen vanwege een handicap of de grote afstand tussen huis en school.
Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten
Vergoeding van de rijksoverheid aan (ouders van) jonggehandicapten in basis- tot en met hoger onderwijs voor de aanschaf van voorzieningen die nodig zijn om de jonggehandicapte regulier onderwijs te laten volgen. Het gaat om voorzieningen als een doventolk voor dove leerlingen en studenten en hulpmiddelen als een aangepaste computer, aangepast schoolmeubilair en hulpmiddelen bij het lezen en schrijven. Voor leerlingen en studenten in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs gaat het daarnaast om een taxivergoeding, aangepaste bruikleenauto of aanpassingskosten en een kilometervergoeding voor de eigen auto voor het vervoer naar en van de onderwijsinstelling.
Tegemoetkoming schoolkosten
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (leerlingen of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een opleiding. De tegemoetkoming is voornamelijk voor (ouders van) leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs en deelnemers jonger dan 18 jaar in het vavo of middelbaar beroepsonderwijs. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Begeleidingskosten (leer)bedrijven
De overheid geeft subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven om ze te stimuleren leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie krijgen bedrijven een deel van hun kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs vergoed. De subsidies zijn gedeeltelijk afkomstig van de EU. Bij stages gaat het om deelnemers aan mbo-bol en hbo-voltijdopleidingen. Bij duale trajecten gaat het om deelnemers aan vmbo-leerwerktrajecten, mbo-bbl en duale hbo-opleidingen.
Studiefinanciering, giften
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. Het gaat om de bol-beurs (dit is de voorloper van de prestatiebeurs die vanaf schooljaar 2005-2006 ook voor deelnemers aan een
mbo-bol opleiding is ingegaan), het eerste jaar van de aanvullende beurs en kwijtscheldingen van een deel van de voorwaardelijke leningen (de basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart). De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Studiefinanciering, leningen
De leningen van de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. Het gaat om voorwaardelijke en onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn een voorwaardelijke lening. Een voorwaardelijke lening wordt omgezet in een gift als de student voldoende presteert en blijft een lening als dit niet het geval is. De omzetting in een gift heet een kwijtschelding. De verstrekte voorwaardelijke leningen worden verminderd met de kwijtscheldingen.
De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. Een onvoorwaardelijke lening moet altijd terugbetaald worden. Studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk op termijn terugbetaald.
Ontvangsten
De rijksoverheid ontvangt middelen voor het onderwijs in Nederland vanuit de Europese Unie. Daarnaast zijn er terugontvangsten van teveel of ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en ontvangt de overheid rente en aflossingen op studieleningen. Van de ontvangsten worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal ontvangsten
De rijksoverheid ontvangt middelen voor het onderwijs in Nederland vanuit de Europese Unie. Daarnaast zijn er terugontvangsten van teveel of ten onrechte uitgekeerde tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en ontvangt de overheid rente en aflossingen op studieleningen. Van de ontvangsten worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
EU-subsidieregelingen
Vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) van de Europese Unie krijgt de Nederlandse overheid jaarlijks een bedrag uitgekeerd voor verschillende meerjarige projecten op het gebied van onderwijs. Het betreft subsidie voor het beschikbaar stellen van leerwerkplekken en het met onderwijs ondersteunen van minder kansrijke jongeren zodat zij een betere arbeidspositie krijgen. De overheid geeft de subsidie door aan onderwijsinstellingen en bedrijven die duale leerlingen en stagiairs begeleiden.
Terugontvangen studiefinanciering en ...
Terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming schoolkosten.
Tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering worden terugontvangen wanneer de overheid dit teveel of onterecht heeft uitbetaald aan huishoudens.
Rente op studieleningen
Dit zijn renteontvangsten van zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden.
Aflossingen op studieleningen
Het betreft aflossingen op zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden. Aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs. Aflossingen op leningen worden niet als echte ontvangsten gezien, maar als terugbetaling van een eerder geleend bedrag.
Huishoudens
De uitgaven van huishoudens bestaan uit de uitgaven aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs. Van de uitgaven worden de kinderopvangtoeslag, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten, de tegemoetkoming in de schoolkosten, een deel van de studiefinanciering en de studiebeurzen van bedrijven afgetrokken. De aflossingen op studieleningen, de tegemoetkoming in levensonderhoud en ontvangen leningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal huishoudens
De uitgaven van huishoudens bestaan uit de uitgaven aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs. Van de uitgaven worden de kinderopvangtoeslag, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten, de tegemoetkoming in de schoolkosten, een deel van de studiefinanciering en de studiebeurzen van bedrijven afgetrokken. De aflossingen op studieleningen, de tegemoetkoming in levensonderhoud en ontvangen leningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van huishoudens aan onderwijsinstellingen bestaan uit les- en collegegelden aan bekostigde en particuliere onderwijsinstellingen, ouderbijdragen en uitgaven aan schoolactiviteiten.
Totaal aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van huishoudens aan onderwijsinstellingen bestaan uit les- en collegegelden aan bekostigde en particuliere onderwijsinstellingen, ouderbijdragen en uitgaven aan schoolactiviteiten.
Les- en collegegeld bekostigd onderwijs
De uitgaven van huishoudens aan les- en collegegelden van bekostigde (door de overheid gesubsidieerde) onderwijsinstellingen.
Les- en collegegeld particul. onderwijs
Les- en collegegeld particulier onderwijs.
De uitgaven van huishoudens uit les- en collegegelden van particuliere onderwijsinstellingen.
Ouderbijdragen en schoolactiviteiten
De uitgaven van huishoudens aan vrijwillige ouderbijdrage en schoolactiviteiten zoals excursies, schoolreisjes en dergelijke.
Overige uitgaven
De overige uitgaven van huishoudens aan onderwijs zijn uitgaven die buiten de onderwijsinstellingen worden gedaan, maar nodig zijn om aan het reguliere onderwijs te kunnen deelnemen. Het zijn uitgaven aan boeken, leermiddelen, openbaar vervoer tussen huis en school dat niet door de overheid gesubsidieerd wordt en bijles en huiswerkbegeleiding. Ook de uitgaven van huishoudens aan hun driejarige kinderen die naar een peuterspeelzaal of kinderdagopvang gaan worden bij de overige uitgaven meegenomen. Het betreft de uitgaven toebedeeld aan de educatieve tijdsbesteding van de kinderen. Daarnaast betreft het de uitgaven van huishoudens aan de studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten, namelijk het terugbetalen aan de overheid van teveel ontvangen tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en de betaling van rente en aflossingen op studieleningen. Voor de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten.
Totaal overige uitgaven
De overige uitgaven van huishoudens aan onderwijs zijn uitgaven die buiten de onderwijsinstellingen worden gedaan, maar nodig zijn om aan het reguliere onderwijs te kunnen deelnemen. Het zijn uitgaven aan boeken, leermiddelen, openbaar vervoer tussen huis en school dat niet door de overheid gesubsidieerd wordt, bijles en huiswerkbegeleiding. Ook de uitgaven van huishoudens aan hun driejarige kinderen die naar een peuterspeelzaal of kinderdagopvang gaan worden bij de overige uitgaven meegenomen. Het betreft de uitgaven toebedeeld aan het educatieve deel van de dagbesteding van de kinderen. Daarnaast betreft het de uitgaven van huishoudens aan de studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten, namelijk het terugbetalen aan de overheid van teveel ontvangen tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering en de betaling van rente en aflossingen op studieleningen. Voor de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden de aflossingen op studieleningen buiten beschouwing gelaten.
Educatief deel dagbest. peuterspeelz…
Educatief deel dagbesteding peuterspeelzaal, kinderdagopvang.
Voor kinderen vanaf 3 jaar heeft de dagbesteding op peuterspeelzalen en kinderdagopvang een educatieve component, waarbij de ontwikkeling van het kind wordt gestimuleerd. De uitgaven die huishoudens hebben om hun driejarige kinderen naar een peuterspeelzaal of kinderdagopvang te laten gaan, worden gedeeltelijk meegeteld als uitgave aan onderwijs en wel voor het deel dat gerelateerd wordt aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen.
Boeken, leermiddelen, OV en bijles
Uitgaven die buiten de onderwijsinstellingen worden gedaan voor boeken, leermiddelen, openbaar vervoer tussen huis en school dat niet door de overheid gesubsidieerd wordt, bijles en huiswerkbegeleiding. Deze aankopen en uitgaven zijn nodig om aan het reguliere onderwijs te kunnen deelnemen.
Teveel ontvangen studiefinanciering en..
Teveel ontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming schoolkosten.
De overheid kan teveel of ten onrechte studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten hebben uitbetaald aan huishoudens. Dit moet worden terugbetaald.
Rente op studieleningen
Dit zijn rentebetalingen op zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden.
Aflossingen op studieleningen
Dit zijn aflossingen op zowel onvoorwaardelijke als voorwaardelijke leningen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Als een student zijn studie niet op tijd afrondt, wordt de ontvangen studiefinanciering niet omgezet in een gift, maar blijft het een lening die terugbetaald moet worden en waarover rente betaald moet worden. Aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs. Aflossingen op leningen worden niet als echte ontvangsten gezien, maar als terugbetaling van een eerder geleend bedrag.
Ontvangen bijdragen
De bijdragen die huishoudens van de overheid en bedrijven ontvangen als tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een opleiding of studie. Het betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten en de studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar gesteld worden. Ook de kinderopvangtoeslag die huishoudens ontvangen wordt meegeteld voor het deel dat gerelateerd wordt aan de educatieve component in de dagbesteding van driejarige kinderen in de kinderdagopvang. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden het deel van de studiefinanciering dat tegemoetkomt in de kosten van het levensonderhoud en de ontvangen studieleningen buiten beschouwing gelaten.
Totaal ontvangen bijdragen
De bijdragen die huishoudens van de overheid en bedrijven ontvangen als tegemoetkoming in de kosten van het volgen van een opleiding of studie. Het betreft de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering, de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten en de studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar gesteld worden. Ook de kinderopvangtoeslag die huishoudens ontvangen wordt meegeteld voor het deel dat gerelateerd wordt aan de educatieve component in de dagbesteding van driejarige kinderen in kinderdagopvang. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden het deel van de studiefinanciering dat tegemoetkomt in de kosten van het levensonderhoud en de ontvangen studieleningen buiten beschouwing gelaten.
Kinderopvangtoeslag, educatief deel
Voor kinderen vanaf 3 jaar heeft de dagbesteding op een kinderdagopvang een educatieve component, waarbij de ontwikkeling van het kind wordt gestimuleerd. De overheid en bedrijven verstrekken kinderopvangtoeslag aan huishoudens. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs.
Onderwijsvoorzieningen jonggehandicapten
Vergoeding van de rijksoverheid aan (ouders van) jonggehandicapten in basis- tot en met hoger onderwijs voor de aanschaf van voorzieningen die nodig zijn om de jonggehandicapte regulier onderwijs te laten volgen. Het gaat om voorzieningen als een doventolk voor dove leerlingen en studenten en hulpmiddelen als een aangepaste computer, aangepast schoolmeubilair en hulpmiddelen bij het lezen en schrijven. Voor leerlingen en studenten in het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs gaat het daarnaast om een taxivergoeding, aangepaste bruikleenauto of aanpassingskosten en een kilometervergoeding voor de eigen auto voor het vervoer naar en van de onderwijsinstelling.
Tegemoetkoming schoolkosten
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (leerlingen of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een opleiding. De tegemoetkoming is voornamelijk voor (ouders van) leerlingen van 18 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs en leerlingen jonger dan 18 jaar in het vavo of middelbaar beroepsonderwijs. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid.
Studiebeurzen van bedrijven
Studenten in het hoger onderwijs worden ondersteund in de kosten van hun studie door studiebeurzen die door bedrijven beschikbaar worden gesteld.
Studiefinanciering, voor les- en coll...
Studiefinanciering voor les- en collegegeld, boeken, leermiddelen en openbaar vervoer (OV).
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid. Het gaat hier om het deel van de studiefinanciering dat bedoeld is als compensatie voor de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken, leermiddelen en openbaar vervoer.
Studiefinanciering voor levensonderhoud
De giften van de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. De huishoudens hoeven deze giften niet terug te betalen aan de overheid. Het gaat hier om het deel van de studiefinanciering dat bedoeld is als compensatie voor de uitgaven aan levensonderhoud zoals huur, vaste lasten,
boodschappen, etc. Dit zijn algemene uitgaven die niet specifiek worden gedaan voor (het volgen van) onderwijs. Om deze reden worden deze ontvangsten niet meegenomen in de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Studiefinanciering, leningen
De leningen die de rijksoverheid aan huishoudens (studenten of ouders) verstrekt om tegemoet te komen in de kosten van het volgen van een studie of opleiding. Het gaat om voorwaardelijke en onvoorwaardelijke lening. De basisbeurs, aanvullende beurs en OV-studentenkaart zijn voorwaardelijke leningen. Een voorwaardelijke lening wordt omgezet in een gift als de student voldoende presteert en blijft een lening als dit niet het geval is. De omzetting in een gift heet een kwijtschelding. De verstrekte voorwaardelijke leningen worden verminderd met de kwijtscheldingen. De rentedragende lening en het collegegeldkrediet zijn onvoorwaardelijke leningen. Een onvoorwaardelijke lening moet altijd terugbetaald worden. Studieleningen worden buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk op termijn terugbetaald.
Bedrijven
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs.. Van de uitgaven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor (leer)bedrijven afgetrokken. De subsidie voor leerlingenvervoer wordt buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Totaal bedrijven
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijsinstellingen en overige uitgaven aan onderwijs. Van de uitgaven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten voor (leer)bedrijven afgetrokken. De subsidie voor leerlingenvervoer wordt buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijsinstellingen bestaan uit de uitgaven voor de begeleiding van duale leerlingen en stagiairs, het les- en collegegeld aan particuliere onderwijsinstellingen en de uitgaven aan contractonderzoek.
Totaal aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijsinstellingen bestaan uit de uitgaven voor de begeleiding van duale leerlingen en stagiairs, het les- en collegegeld aan particuliere onderwijsinstellingen en de uitgaven aan contractonderzoek.
Begeleiding duale leerlingen, stagiairs
De uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen voor de begeleiding van duale leerlingen en stagiairs tijdens het praktijkgedeelte van hun opleiding. Bij de duale trajecten gaat het om deelnemers aan vmbo-leerwerktrajecten, mbo-bbl en duale hbo-opleidingen. Bij stages gaat
het om deelnemers aan mbo-bol en hbo-voltijdopleidingen. De personeelskosten van de praktijkbegeleiders zorgen voor het grootste deel van de uitgaven. Daarnaast zijn er uitgaven voor les- en oefenmateriaal, de inrichting van werkplekken en de wervingsprocedure. De vergoedingen en salarissen voor leerlingen en studenten tellen niet mee in de begeleidingsuitgaven.
Les- en collegegeld particul. onderwijs
Les- en collegegeld particulier onderwijs.
De bijdragen van bedrijven en non-profit instellingen aan de opleidingskosten van werknemers die een werkgerelateerde opleiding volgen aan een particuliere onderwijsinstelling. Het gaat hierbij om erkende opleidingen van langer dan een half jaar die extern aan een particuliere onderwijsinstelling worden gevolgd door de werknemer.
Contractonderzoek
Bedrijven en non-profit instellingen laten onderzoek uitvoeren door onderwijsinstellingen in het hoger onderwijs. Voor de onderwijsinstellingen is contractonderzoek een commerciële activiteit die op aanvraag wordt uitgevoerd voor verschillende partijen, waaronder bedrijven.
Overige uitgaven
De overige uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijs zijn het werkgeversdeel in de kinderopvangtoeslag en de studiebeurzen voor studenten in het hoger onderwijs. Van de kinderopvangtoeslag wordt alleen het deel meegeteld dat gerelateerd wordt aan de educatieve component in de dagbesteding van driejarige kinderen in kinderdagopvang.
Totaal overige uitgaven
De overige uitgaven van bedrijven en non-profit instellingen aan onderwijs zijn het werkgeversdeel in de kinderopvangtoeslag en de studiebeurzen voor studenten in het hoger onderwijs. Van de kinderopvangtoeslag wordt alleen het deel meegeteld dat gerelateerd wordt aan de educatieve component in de dagbesteding van driejarige kinderen in kinderdagopvang.
Kinderopvangtoeslag, educatief deel
Voor kinderen vanaf 3 jaar heeft de dagbesteding op een kinderdagopvang een educatieve component, waarbij de ontwikkeling van het kind wordt gestimuleerd. Bedrijven verstrekken het werkgeversdeel in de kinderopvangtoeslag aan huishoudens. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs.
Studiebeurzen
Bedrijven en non-profit instellingen stellen studiebeurzen beschikbaar voor studenten in het hoger onderwijs.
Ontvangen subsidies
Bedrijven ontvangen subsidies en fiscale regelingen van de overheid voor het verzorgen van leerlingenvervoer en om bedrijven en non-profit instellingen te stimuleren om leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie krijgen bedrijven een deel van hun kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo vergoed. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden de ontvangen subsidies voor het verzorgen van leerlingenvervoer buiten beschouwing gelaten.
Totaal ontvangen subsidies
Bedrijven ontvangen subsidies en fiscale regelingen van de overheid voor het verzorgen van leerlingenvervoer en om bedrijven en non-profit instellingen te stimuleren om leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie krijgen bedrijven een deel van hun kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo vergoed. Bij de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs worden de ontvangen subsidies voor het verzorgen van leerlingenvervoer buiten beschouwing gelaten.
Leerlingenvervoer
Vervoersbedrijven ontvangen subsidies van de gemeenten voor het verzorgen van het leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer is bestemd voor leerlingen in het basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen vanwege een handicap of de grote afstand tussen huis en school. De subsidie voor leerlingenvervoer
wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren. Om deze reden wordt de subsidie niet meegenomen als ontvangst voor onderwijs en wordt deze buiten beschouwing gelaten in de bepaling van de totale uitgaven aan onderwijs.
Begeleidingskosten (leer)bedrijven
De overheid verstrekt subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven en non-profit instellingen om ze te stimuleren leerwerkplekken en stageplaatsen beschikbaar te stellen. Met een belastingkorting of subsidie wordt een deel van de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo vergoed. De subsidies zijn gedeeltelijk afkomstig van de EU.
Buitenland
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen en de subsidies die de Europese Unie (EU) aan de Nederlandse overheid verstrekt voor projecten op het gebied van onderwijs.
Totaal buitenland
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen en de subsidies die de Europese Unie (EU) aan de Nederlandse overheid verstrekt voor projecten op het gebied van onderwijs.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen bestaan uit de EU-middelen die direct aan onderwijsinstellingen worden verstrekt, de bijdragen van buitenlandse overheden aan internationale scholen in Nederland en de uitgaven aan contractonderzoek.
Totaal aan onderwijsinstellingen
De uitgaven van buitenlandse organisaties aan onderwijsinstellingen bestaan uit de EU-middelen die direct aan onderwijsinstellingen worden verstrekt, de bijdragen van buitenlandse overheden aan internationale scholen in Nederland en de uitgaven aan contractonderzoek.
Internationale middelen
Vanuit de Europese Unie krijgen Nederlandse onderwijsinstellingen subsidie vanuit het Lifelong Learning Programme (LLP; Leven Lang Leren Programma). De subsidie is bedoeld om internationale studentenmobiliteit in het hoger onderwijs, Europese samenwerking tussen middelbare scholen en uitwisseling van scholieren te bevorderen. Daarnaast geven buitenlandse overheden bijdragen aan internationale scholen in Nederland die onder hun nationaliteit opereren.
Contractonderzoek
Buitenlandse organisaties laten onderzoek uitvoeren door Nederlandse onderwijsinstellingen in het hoger onderwijs. Voor de onderwijsinstellingen is contractonderzoek een commerciële activiteit die op aanvraag wordt uitgevoerd voor verschillende partijen, waaronder buitenlandse organisaties.
EU-subsidieregelingen
Vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) keert de Europese Unie jaarlijks een bedrag uit aan de Nederlandse overheid voor verschillende meerjarige projecten op het gebied van onderwijs. Het betreft subsidie voor het beschikbaar stellen van leerwerkplekken en het met onderwijs ondersteunen van minder kansrijke jongeren zodat zij een betere arbeidspositie krijgen. De overheid geeft de subsidie door aan onderwijsinstellingen en bedrijven die duale leerlingen en stagiairs begeleiden.
Indicatoren
Een indicator is een getal dat een betrouwbare aanwijzing geeft voor de waarde van iets. Om de uitgaven aan onderwijs (inter)nationaal in een context te kunnen plaatsen, wordt gebruik gemaakt van de indicatoren uitgaven aan onderwijs, overheidsuitgaven aan onderwijs en uitgaven aan onderwijsinstellingen. De indicatoren worden uitgedrukt in % bbp, per hoofd van de bevolking, in % overheidsuitgaven of per deelnemer. De indicatoren zijn samengesteld op basis van bepalingen van het CBS en/of de OESO.
Uitgaven aan onderwijs
Uitgaven aan onderwijs (CBS).
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven m.b.t. onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
Totaal uitgaven aan onderwijs
De uitgaven van de overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen en onderwijs en de overheidsuitgaven m.b.t. onderwijs aan huishoudens en bedrijven.
Van deze uitgaven worden de ontvangsten afgetrokken. Voor de overheid de middelen voor onderwijs vanuit de Europese Unie, de rente op studieleningen en de terugontvangen studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten die teveel of ten onrechte werd uitgekeerd. Voor huishoudens de kinderopvangtoeslag, de tegemoetkoming in de schoolkosten, de studiefinanciering die bedoeld is als tegemoetkoming in de uitgaven aan les- en collegegeld, boeken en leermiddelen en openbaar vervoer, studiebeurzen van bedrijven en de vergoeding voor onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten. Voor bedrijven wordt de tegemoetkoming in de begeleidingskosten van duale leerlingen en stagiairs van de uitgaven afgetrokken. Behalve voor de rente, wordt dit gedaan om dubbeltelling te voorkomen (deze ontvangsten worden namelijk gebruikt voor de dekking van (een deel van) de uitgaven).
Een aantal uitgaven en ontvangsten wordt niet meegenomen in de berekening van de totale uitgaven aan onderwijs. Voor de overheid zijn dit de verstrekte studieleningen en ontvangen aflossingen op studieleningen, voor huishoudens de tegemoetkoming in levensonderhoud, de ontvangen studieleningen en de aflossingen hierop en voor bedrijven de subsidie voor het verzorgen van leerlingenvervoer. Studieleningen en aflossingen op studieleningen worden buiten beschouwing gelaten, omdat leningen niet als echte uitgaven gezien worden; ze worden namelijk na een bepaalde periode terugbetaald.
De tegemoetkoming in het levensonderhoud heeft een algemeen doel zonder raakvlak met onderwijs en de subsidie voor leerlingenvervoer wordt verstrekt aan bedrijven buiten de onderwijssector, die uit commercieel belang vervoer leveren: om deze redenen worden ze niet meegerekend als ontvangst voor onderwijs.
In % bbp
De uitgaven aan onderwijs worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze indicator volgt de door het CBS opgestelde bepaling van de uitgaven aan onderwijs.
Per hoofd van de bevolking
Bij de berekening van de uitgaven aan onderwijs per hoofd van de bevolking is uitgegaan van de bevolking op 1 januari van het verslagjaar. Deze indicator volgt de door het CBS opgestelde bepaling van de uitgaven aan onderwijs.
Overheidsuitgaven aan onderwijs
Overheidsuitgaven aan onderwijs (OESO).
Volgens de bepalingen van de OESO bestaan de overheidsuitgaven aan regulier onderwijs uit de overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen en de overheidsuitgaven aan huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen. De studieleningen die aan huishoudens worden verstrekt, worden in de overheidsuitgaven meegenomen. De overheidsontvangsten worden niet meegerekend. Op deze twee punten wijken de overheidsuitgaven volgens de OESO af van de overheidsuitgaven zoals deze door het CBS worden samengesteld onder 'Totaal uitgaven aan onderwijs – Overheid'.
De overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen zijn de uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen. Het betreft de lumpsum financiering, apparaatskosten en uitgaven voor contractonderzoek.
De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo.
Totaal overheidsuitgaven aan onderwijs
Volgens de bepalingen van de OESO bestaan de overheidsuitgaven aan regulier onderwijs uit de overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen en de overheidsuitgaven aan huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen. De studieleningen die aan huishoudens worden verstrekt, worden in de overheidsuitgaven meegenomen. De overheidsontvangsten worden niet meegerekend. Op deze twee punten wijken de overheidsuitgaven volgens de OESO af van de overheidsuitgaven zoals deze door het CBS worden samengesteld onder 'Totaal uitgaven aan onderwijs – Overheid'.
De overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen zijn de uitgaven van de rijksoverheid, provincies en gemeenten aan onderwijsinstellingen. Het betreft de lumpsum financiering, apparaatskosten en uitgaven voor contractonderzoek.
De overheid geeft huishoudens subsidie voor het volgen van onderwijs met een tegemoetkoming in de schoolkosten en studiefinanciering. Hiermee worden leerlingen/studenten of ouders (gedeeltelijk) gecompenseerd voor de uitgaven aan les- en collegegelden, boeken en leermiddelen en de kosten van openbaar vervoer en levensonderhoud. Aan jonggehandicapten vergoedt de overheid voorzieningen die hen in staat stellen om regulier onderwijs te volgen. De overheid verstrekt daarnaast kinderopvangtoeslag aan huishoudens en subsidies aan peuterspeelzalen en bedrijven in kinderdagopvang. Het deel hiervan dat gerelateerd is aan het educatieve deel van de dagbesteding van driejarigen, wordt meegeteld als uitgave aan onderwijs. De overheid geeft ook subsidies en fiscale regelingen aan bedrijven voor het verzorgen van leerlingenvervoer en de kosten voor het begeleiden van duale leerlingen en stagiairs uit het vmbo, mbo en hbo.
In % bbp
De overheidsuitgaven aan onderwijs worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze indicator is bepaald door de OESO. Onder de totale overheidsuitgaven aan onderwijs vallen dan de overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen en de overheidsuitgaven aan huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen. Studieleningen worden in de indicator meegenomen, de overheidsontvangsten niet.
In % van de totale overheidsuitgaven
De totale overheidsuitgaven aan regulier onderwijs worden hier uitgedrukt als percentage van de totale overheidsuitgaven. Deze indicator is bepaald door de OESO. Onder de totale overheidsuitgaven aan onderwijs vallen dan de overheidsuitgaven aan onderwijsinstellingen en de overheidsuitgaven aan huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen. Studieleningen worden in de indicator meegenomen, de overheidsontvangsten niet.
Uitgaven aan onderwijsinstellingen
Uitgaven aan onderwijsinstellingen (CBS/OESO).
De directe uitgaven van overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen. Alleen onderwijsinstellingen die regulier onderwijs geven zijn meegenomen. Dit zijn zowel door de overheid gesubsidieerde als particuliere onderwijsinstellingen. Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met die uitzondering dat het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang niet meeneemt als uitgaven aan onderwijsinstellingen maar als overige uitgaven aan onderwijs. Hierdoor komen de cijfers voor het preprimair onderwijs hier wat lager uit dan in publicaties van de OESO.
Totaal aan onderwijsinstellingen
Totaal uitgaven aan onderwijsinstellingen.
De directe uitgaven van overheid, huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen. Alleen onderwijsinstellingen die regulier onderwijs geven zijn meegenomen. Dit zijn zowel door de overheid gesubsidieerde als particuliere onderwijsinstellingen. Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met die uitzondering dat het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang niet meeneemt als uitgaven aan onderwijsinstellingen maar als overige uitgaven aan onderwijs. Hierdoor komen de cijfers voor het preprimair onderwijs hier wat lager uit dan in publicaties van de OESO.
In % bbp
De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met uitzondering van de cijfers over preprimair onderwijs. In tegenstelling tot de OESO neemt het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang mee als overige uitgaven aan onderwijs en niet als uitgaven aan onderwijsinstellingen.
Totaal in % bbp
De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met uitzondering van de cijfers over preprimair onderwijs. In tegenstelling tot de OESO neemt het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang mee als overige uitgaven aan onderwijs en niet als uitgaven aan onderwijsinstellingen.
Overheid
De directe uitgaven van de overheid aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp).
Huishoudens, bedrijven, buitenland
De directe uitgaven van huishoudens, bedrijven, non-profit instellingen en organisaties in het buitenland aan onderwijsinstellingen worden hier uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp).
Per deelnemer, inclusief R&D
Per deelnemer, inclusief R&D (CBS/OESO). De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier per deelnemer uitgedrukt, inclusief de uitgaven aan R&D in het hoger of tertiair onderwijs. De uitgaven aan R&D (Research and Development of onderzoek en ontwikkeling) bestaan hoofdzakelijk uit de lumpsum financiering die de universiteiten van de rijksoverheid ontvangen voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Het gaat hier om onderzoek dat vooral leidt tot nieuwe fundamentele inzichten en niet specifiek gericht is op bedrijfstechnische toepassingen. Hogescholen ontvangen een relatief klein bedrag aan (lumpsum) financiering voor het uitvoeren van praktijkonderzoek. Daarnaast zijn het uitgaven aan contractonderzoek dat door hogescholen en universiteiten wordt uitgevoerd.
Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met uitzondering van de cijfers over preprimair onderwijs. In tegenstelling tot de OESO neemt het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang mee als overige uitgaven aan onderwijs en niet als uitgaven aan onderwijsinstellingen. CBS en OESO berekenen de uitgaven per deelnemer zowel inclusief als exclusief het exploitatiesaldo van de onderwijsinstellingen. Hier wordt de indicator inclusief exploitatiesaldo weergegeven.
Per deelnemer, exclusief R&D
Per deelnemer, exclusief R&D (CBS/OESO). De uitgaven aan onderwijsinstellingen worden hier per deelnemer uitgedrukt, exclusief de uitgaven aan R&D in het hoger of tertiair onderwijs. De uitgaven aan R&D (Research and Development of onderzoek en ontwikkeling) bestaan hoofdzakelijk uit de lumpsum financiering die de universiteiten van de rijksoverheid ontvangen voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Het gaat hier om onderzoek dat vooral leidt tot nieuwe fundamentele inzichten en niet specifiek gericht is op bedrijfstechnische toepassingen. Hogescholen ontvangen een relatief klein bedrag aan (lumpsum) financiering voor het uitvoeren van praktijkonderzoek. Daarnaast zijn het uitgaven aan contractonderzoek dat door hogescholen en universiteiten wordt uitgevoerd.
Deze indicator wordt door het CBS en de OESO op dezelfde manier samengesteld met uitzondering van de cijfers over preprimair onderwijs. In tegenstelling tot de OESO neemt het CBS de uitgaven aan het educatieve deel van de dagbesteding in peuterspeelzaal en kinderdagopvang mee als overige uitgaven aan onderwijs en niet als uitgaven aan onderwijsinstellingen. CBS en OESO berekenen de uitgaven per deelnemer zowel inclusief als exclusief het exploitatiesaldo van de onderwijsinstellingen. Hier wordt de indicator inclusief exploitatiesaldo weergegeven.