Buurtproblemen, onveiligheid, slachtofferschap naar kenmerken(VMR '05-'08)

Buurtproblemen, onveiligheid, slachtofferschap naar kenmerken(VMR '05-'08)

Persoons- en buurtkenmerken Cijfersoort Perioden Buurtproblemen Sociale cohesie Voel mij thuis bij mensen in deze buurt (% (helemaal) eens) Onveiligheidsgevoelens Onveiligheidsgevoelens in situaties In eigen huis (% voelt zich wel eens onveilig) Onveiligheidsgevoelens Vermijdingsgedrag Laat waardevolle spullen thuis (% komt vaak voor)
Burgerlijke staat: gescheiden Waarde 2008 72,2 4,3 12,7
Burgerlijke staat: gescheiden Betrouwbaarheidsmarge 2008 2,3 1,1 1,8
Herkomst westerse allochtoon Waarde 2008 76,5 3,3 10,1
Herkomst westerse allochtoon Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,9 0,8 1,4
Herkomst niet-westerse allochtoon Waarde 2008 69,0 5,1 11,7
Herkomst niet-westerse allochtoon Betrouwbaarheidsmarge 2008 2,5 1,2 1,8
Standaard huishoudinkomen 1e 20% groep Waarde 2008 72,5 5,0 10,2
Standaard huishoudinkomen 1e 20% groep Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,6 0,8 1,1
Standaard huishoudinkomen 2e 20% groep Waarde 2008 79,3 2,5 9,2
Standaard huishoudinkomen 2e 20% groep Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,3 0,5 0,9
Standaard huishoudinkomen 3e 20% groep Waarde 2008 79,1 2,4 8,7
Standaard huishoudinkomen 3e 20% groep Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,2 0,5 0,8
Standaard huishoudinkomen 4e 20% groep Waarde 2008 80,0 2,3 7,8
Standaard huishoudinkomen 4e 20% groep Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,1 0,4 0,8
Standaard huishoudinkomen 5e 20% groep Waarde 2008 80,5 2,6 8,7
Standaard huishoudinkomen 5e 20% groep Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,1 0,4 0,8
Zeer sterk stedelijk Waarde 2008 70,2 4,1 12,8
Zeer sterk stedelijk Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,6 0,7 1,2
Sterk stedelijk Waarde 2008 75,1 3,3 11,3
Sterk stedelijk Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,2 0,5 0,9
Niet-westerse allocht. in buurt 1e 20% Waarde 2008 87,1 1,8 5,3
Niet-westerse allocht. in buurt 1e 20% Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,0 0,4 0,7
Niet-westerse allocht. in buurt 2e 20% Waarde 2008 84,6 2,1 6,5
Niet-westerse allocht. in buurt 2e 20% Betrouwbaarheidsmarge 2008 0,9 0,4 0,6
Niet-westerse allocht. in buurt 3e 20% Waarde 2008 80,4 2,4 8,4
Niet-westerse allocht. in buurt 3e 20% Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,2 0,5 0,8
Niet-westerse allocht. in buurt 4e 20% Waarde 2008 75,3 3,4 9,8
Niet-westerse allocht. in buurt 4e 20% Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,3 0,6 0,9
Niet-westerse allocht. in buurt 5e 20% Waarde 2008 68,8 4,1 12,7
Niet-westerse allocht. in buurt 5e 20% Betrouwbaarheidsmarge 2008 1,4 0,6 1,1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel vindt u een overzicht van ervaren buurtproblemen, onveiligheidsbeleving en slachtofferschap van
personen op basis van de Veiligheids Monitor Rijk (VMR).
Het gaat over buurtproblemen (verkeersoverlast, overige overlast, fysieke verloedering en sociale cohesie), onveiligheidsgevoelens, (onveiligheidsgevoelens algemeen en in specifieke situaties, vermijdingsgedrag), slachtofferschap van criminaliteit (slachtofferschap totaal, geweldsdelicten en vermogensdelicten).
Het gaat steeds om gegevens over de bevolking van 15 jaar of ouder, tenzij anders vermeld. Opgenomen zijn de landelijke cijfers en de cijfers naar persoons- en buurtkenmerken.
De buurten zijn ingedeeld op basis van 6-cijferige postcodes zoals beschreven in de tabel href="http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=70904NED&D1=0,9,12-16,119-122&D2=10073-10091,10093-10096,10099-10125,10127-10141&D3=4&VW=T">Kerncijfers wijken en buurten 2003-2008.

De VMR is telkens uitgevoerd in het eerste kwartaal van de jaren 2005 t/m 2008.
Omdat een groot deel van de VMR betrekking heeft op ervaringen in de voorgaande 12 maanden zijn hieraan telkens de buurtgegevens gekoppeld over het jaar voorafgaande aan het interviewjaar van de VMR.

Door wijziging in vraagstelling, onderzoeksopzet en/of context zijn de VMR-gegevens niet vergelijkbaar met gegevens uit andere bronnen, zoals de Integrale VeiligheidsMonitor (IVM, vanaf 2008) en eerdere veiligheids- en/of slachtofferenquêtes.

Gegevens beschikbaar: 2005 tot en met 2008

Deze tabel is stopgezet per 15-3-2013 en voortgezet als “Leefbaarheid woonbuurt; persoonskenmerken (IVM)”, “Leefbaarheid woonbuurt; buurtkenmerken (IVM)” “Onveiligheidsbeleving; persoonskenmerken (IVM)”, “Onveiligheidsbeleving; buurtkenmerken (IVM)”, “Slachtofferschap; persoonskenmerken (IVM)” en “Slachtofferschap; buurtkenmerken (IVM)”. Zie ook paragraaf 3.

Status van de cijfers: definitief

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 15-3-2013.

Toelichting onderwerpen

Buurtproblemen
In de VMR zijn aan alle respondenten vragen gesteld over problemen
waarmee de buurt te maken kan hebben,
zoals verkeersoverlast, overige overlast en fysieke verloedering.
Daarbij worden telkens deelproblemen genoemd waarvan de respondent
kan aangeven of die in zijn buurt vaak, soms, of nooit of bijna nooit
voorkomen.
Sociale cohesie
In de VMR is - mede op verzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau -
een aantal vragen opgenomen over de betrokkenheid van respondenten bij de
beleving van hun woonbuurt. Dit gebeurt in de vorm van
een achttal stellingen waarvan de respondenten kunnen aangeven in
hoeverre zij het hiermee eens zijn (antwoordmogelijkheden: helemaal
mee eens; mee eens; niet mee eens, niet mee oneens; mee oneens;
helemaal mee oneens).
Voel mij thuis bij mensen in deze buurt
Stelling: Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen.
Onveiligheidsgevoelens
In de VMR wordt de respondenten een aantal vragen voorgelegd over door
hen ervaren onveiligheidsgevoelens.
Naast vragen of men zich wel eens onveilig voelt in het algemeen en in
bepaalde situaties is aan alle respondenten gevraagd of zij bepaalde
(vermeende) onveilige situaties vermijden.
Onveiligheidsgevoelens in situaties
Gevraagd is telkens of men zich in de betreffende situatie wel eens
onveilig voelt. (antwoordmogelijkheden: 'ja'; 'nee'; 'niet van
toepassing' (behalve bij 'op straat in eigen buurt' en 'in eigen huis').
Deze vragen zijn alleen gesteld aan degenen die 'ja' antwoordden op de
vraag of men zich wel eens onveilig voelt.
Het weergegeven percentage heeft betrekking op alle respondenten.
In eigen huis
Vermijdingsgedrag
Gevraagd is telkens of het wel eens voorkomt dat men de betreffende
situatie mijdt omdat men het daar niet veilig vindt
(antwoordmogelijkheden: 'ja, vaak'; 'ja, soms'; 'nee', tenzij anders
vermeld).
Deze vragen zijn alleen gesteld aan degenen die 'ja' antwoordden op de
vraag of men zich wel eens onveilig voelt.
Laat waardevolle spullen thuis