Kerncijfers van de huishoudensprognose, 2009-2050

Kerncijfers van de huishoudensprognose, 2009-2050

Perioden Personen naar huishoudenspositie Totaal personen (aantal) Personen naar huishoudenspositie Alleenstaande personen (aantal) Personen naar huishoudenspositie Samenwonende personen (aantal) Personen naar huishoudenspositie Thuiswonende kinderen (aantal) Personen naar huishoudenspositie Eenouders (aantal) Personen naar huishoudenspositie Overige personen (aantal) Personen naar huishoudenspositie In institutie wonende personen (aantal) Huishoudens naar grootte Meerpersoonshuishoudens 2 personen (aantal) Huishoudens naar grootte Meerpersoonshuishoudens 3 personen (aantal) Huishoudens naar grootte Meerpersoonshuishoudens 4 personen (aantal) Huishoudens naar grootte Meerpersoonshuishoudens 5 of meer personen (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van paren Totaal paren (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van paren Geen kinderen (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van paren 1 kind (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van paren 2 kinderen (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van paren 3 of meer kinderen (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van éénouderhuishoudens Totaal éénouderhuishoudens (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van éénouderhuishoudens 1 kind (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van éénouderhuishoudens 2 kinderen (aantal) Huishoudens naar kindertal Kindertal van éénouderhuishoudens 3 of meer kinderen (aantal)
2050 17.342.447 3.607.141 8.070.082 4.409.191 525.274 362.716 368.043 2.349.164 943.957 954.939 373.945 4.035.041 2.051.543 760.297 911.903 311.298 525.271 311.200 169.259 44.812
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van het aantal personen onderscheiden naar huishoudenspositie en het aantal huishoudens onderscheiden naar samenstelling, grootte, kindertal en leeftijd van het jongste thuiswonende kind.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2009 - 2050

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn berekende prognosecijfers.
De gegevens zijn definitief.

Wijzigingen per 3 mei 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Personen naar huishoudenspositie
Positie die een persoon in een particulier huishouden inneemt ten opzichte
van de referentiepersoon van het huishouden.
Particulier huishouden
Een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en
zichzelf daar particulier, d.w.z. niet-bedrijfsmatig voorziet in
dagelijkse levensbehoeften.
Referentiepersoon
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere
leden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het
huishouden worden toegekend.
Totaal personen
Alleenstaande personen
Persoon die alleen in een woonruimte is gehuisvest en hierdoor een
eenpersoonshuishoudens vormt. Tot alleenstaanden worden ook personen
gerekend die met anderen eenzelfde adres bewonen maar een eigen
huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten
aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in
afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Samenwonende personen
Personen die - al dan niet gehuwd - een gemeenschappelijke
huishouding voeren met een vaste partner.
Thuiswonende kinderen
Persoon die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het
huishouden behorende ouders. Onder thuiswonende kinderen worden
ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Er worden geen beperkingen opgelegd wat betreft leeftijd of burgerlijke
staat om als kind te worden geclassificeerd.
Eenouders
Personen met thuiswonende kinderen die niet samenwonen met een vaste
partner.
Overige personen
Personen die met andere personen op eenzelfde adres wonen maar geen
partnerrelatie met die andere personen onderhouden en geen kind zijn van
die andere personen. Te denken valt bijvoorbeeld aan kostgangers die bij
een gezin inwonen of studenten die een huishouden vormen.
In institutie wonende personen
Personen die langer dan een jaar in een instelling verblijven, zoals
verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen,
opvoedingsinternaten, revalidatiecentra en gevangenissen.
Huishoudens naar grootte
Huishoudensgrootte
Aantal personen dat deel uitmaakt van het particulier huishouden.
Particulier huishouden
Een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en
zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatig voorziet in
dagelijkse levensbehoeften.
Meerpersoonshuishoudens
Meerpersoonshuishoudens bestaan uit (niet-gehuwde en gehuwde) paren
(met of zonder thuiswonende kinderen) en overige huishoudens.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen
maar geen pleegkinderen.
2 personen
Meerpersoonshuishoudens bestaande uit 2 personen.
3 personen
Meerpersoonshuishoudens bestaande uit 3 personen.
4 personen
Meerpersoonshuishoudens bestaande uit 4 personen.
5 of meer personen
Meerpersoonshuishoudens bestaande uit 5 of meer personen.
Huishoudens naar kindertal
Particuliere huishoudens naar aantal thuiswonende kinderen.
Particulier huishouden
Een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en
zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet-bedrijfsmatig voorziet in
dagelijkse levensbehoeften.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie
heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen
maar geen pleegkinderen.
Kindertal van paren
Paren bestaan uit personen die - al dan niet gehuwd - een
gemeenschappelijke huishouding voeren met een vaste partner.
Totaal paren
Geen kinderen
Paren zonder kinderen.
1 kind
Paren met 1 kind.
2 kinderen
Paren met 2 kinderen.
3 of meer kinderen
Paren met 3 of meer kinderen.
Kindertal van éénouderhuishoudens
Eenouderhuishoudens vormen een huishoudens met één ouder tezamen
met een of meer kinderen.
Totaal éénouderhuishoudens
1 kind
Eenouderhuishoudens met één kind.
2 kinderen
Eenouderhuishoudens met twee kinderen.
3 of meer kinderen
Eenouderhuishoudens met drie of meer kinderen.