Kwartaalsectorrekeningen; kerncijfers, 2001-2012
| Perioden | Financiële instellingen Kredietverlening aan private sector (mln euro) |
|---|---|
| 2012 1e kwartaal* | 1.728 |
| Bron: CBS. | |
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft op kwartaalbasis de uitkomsten voor de zogenaamde kerncijfers. Kerncijfers zijn variabelen waarin de belangrijkste informatie over een sector wordt uitgedrukt. Zij geven een beeld van een of enkele belangrijke aspecten van die sector. Voorbeelden zijn: de nettowinst voor belastingen (voor de sector niet-financiële bedrijven), het beschikbaar inkomen (voor de sector huishoudens) en het nationaal inkomen (voor de totale Nederlandse economie).
Deze kerncijfers worden samengesteld voor de totale economie en voor de afzonderlijke hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens inclusief instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland.
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens inclusief IZWh over 2006 is in de tabel niet gecorrigeerd voor de effecten van de invoering van een nieuw zorgstelsel per 1 januari 2006. Indien wordt gecorrigeerd voor invoering van het zorgstelsel komt het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens inclusief IZWh in 2006 op -1,8% (eerste kwartaal); 4,5% (tweede kwartaal); 1,9% (derde kwartaal); 11,1% (vierde kwartaal); 3,9% (jaar).
Gegevens beschikbaar vanaf: eerste kwartaal 2005; voor de overheid vanaf het eerste kwartaal 2001.
Frequentie: Stopgezet
Status van de cijfers
De cijfers voor de kwartalen van 2009 en eerder zijn definitief. De cijfers voor meer recente kwartalen dragen een (nader) voorlopig karakter.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 09-10-2012 en vervangen door de tabel Sectorrekeningen; kerngegevens.
Toelichting onderwerpen
- Financiële instellingen
- Deze sector bevat alle (quasi-)vennootschappen met als hoofdfunctie
financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en
distribueren van financiële middelen. De sector financiële instellingen
bestaat uit drie subsectoren: monetaire financiële instellingen,
verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen en overige financiële
instellingen. Niet in de sector financiële instellingen begrepen zijn:
- juridisch zelfstandige beleggingsmaatschappijen in het bezit van één of
enkele eigenaren, die zelf niet tot de financiële instellingen behoren.
Deze zijn ingedeeld bij de sector waartoe de eigenaar behoort;
- niet onder toezicht staande fondsen gericht op de pensioenverzekering
van één enkel persoon (pensioen-bv's). Deze zijn ingedeeld bij de sector
huishoudens;
- financiële hulpbedrijven en dergelijke die geen rechtspersoonlijkheid
bezitten. Deze zijn ingedeeld bij de sector huishoudens.- Kredietverlening aan private sector
- Verstrekking van kort- en langlopende leningen door de overige monetaire
financiële instellingen en overige financiële intermediairs aan de
niet-financiële vennootschappen en huishoudens.