Landbouw; gemeente, 1980 - 2000

Landbouw; gemeente, 1980 - 2000

Regio's Perioden Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) Aantal bedrijven, totaal (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 3 tot 8 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 8 tot 12 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 12 tot 16 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 16 tot 20 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 20 tot 24 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 24 tot 32 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 32 tot 40 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 40 tot 50 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 50 tot 70 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 70 tot 100 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 100 tot 150 NGE (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar economische omvang (in NGE) 150 NGE en meer (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met huisverkoop (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Met verbrede landbouw Met ontvangstmogelijkheden (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar verkaveling Oppervlakte huiskavel Minder dan 1 hectare (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar verkaveling Oppervlakte huiskavel 1 tot 2 hectare (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar verkaveling Oppervlakte huiskavel 2 tot 5 hectare (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar verkaveling Oppervlakte huiskavel 5 tot 10 hectare (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar verkaveling Oppervlakte huiskavel Meer dan 10 hectare (absoluut) Aantal agrarische bedrijven Naar mechanisatiegraad Bedrijven met gebruik van maaidorsers (absoluut) Oppervlakte tuinbouw open grond gewassen Oppervlakte bloem- en boomkwekerijen Oppervlakte Boomkwekerijgewassen Oppervlakte van pot- en containerveld (are) Veestapel Rundveestapel Melk- en fokvee Jongvee voor toekomstige melkproductie Vee van 1 tot 2 jaar Vee van 1 tot 2 jaar, totaal (absoluut) Veestapel Rundveestapel Melk- en fokvee Jongvee voor toekomstige melkproductie Vee van 1 tot 2 jaar Pinken (absoluut) Veestapel Rundveestapel Melk- en fokvee Jongvee voor toekomstige melkproductie Vee van 1 tot 2 jaar Jonge stieren (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 1 tot 2 jaar Vee van 1 tot 2 jaar, totaal (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 1 tot 2 jaar Pinken (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 1 tot 2 jaar Jonge stieren (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 2 jaar en ouder Vee van 2 jaar en ouder, totaal (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 2 jaar en ouder Ouder vrouwelijk mestvee (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vlees- en weidevee Jongvee voor vleesproductie Vee van 2 jaar en ouder Ouder mannelijk mestvee (absoluut) Veestapel Rundveestapel Vleeskalveren Hokcapaciteit groepshuisvesting (absoluut) Veestapel Varkensstapel Huisvesting varkens Guste en dragende zeugen Hokcapaciteit naar type Groepshuisvesting (absoluut)
Kop van Noord-Holland (Cor) 2000 3.495 297 189 149 114 132 209 159 182 452 478 417 717 . . . . . . . . 983 13.772 13.439 333 1.993 895 1.098 540 386 154 761 .
Weidegebied van het Noorderveld (Lbg) 2000 339 72 30 22 19 11 15 18 14 19 43 45 31 . . . . . . . . 23 3.495 3.348 147 1.822 270 1.552 84 52 32 2.504 .
Texel en Land van Zijpe (Lbg) 2000 930 71 57 34 24 33 37 31 45 106 112 107 273 . . . . . . . . 150 3.615 3.480 135 993 350 643 184 141 43 289 .
Land van Breda (Lbg) 2000 1.254 174 96 71 60 61 92 58 79 131 153 144 135 . . . . . . . . 8.597 4.794 4.533 261 1.496 823 673 253 207 46 2.521 .
Maaskant en Land van Cuijk (Lbg) 2000 2.179 305 150 103 87 67 97 83 91 192 330 392 282 . . . . . . . . 1.279 15.795 15.117 678 5.109 1.210 3.899 747 439 308 20.361 .
Hof van Twente 2000 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Huissen 2000 129 8 - 4 3 3 8 4 11 9 14 32 33 . . . . . . . . 254 93 93 - 42 40 2 39 39 - 24 .
Sas van Gent 2000 111 15 11 3 2 4 7 13 9 16 16 10 5 . . . . . . . . - 163 155 8 34 5 29 6 5 1 - .
Zeevang 2000 110 22 14 5 4 9 10 5 2 5 22 6 6 . . . . . . . . - 1.020 986 34 62 57 5 31 19 12 55 .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Gegevens over aantallen bedrijven, geteelde gewassen, veestapel,
arbeidskrachten en pacht; naar regio (vanaf gemeente).
1980 - 2000
Gewijzigd op 30 maart 2009.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Aantal agrarische bedrijven
Aantal agrarische bedrijven uitgesplitst naar diverse kenmerken,
namelijk de bedrijfsomvang, het hoofdbedrijfstype, de oppervlakte
akkerbouw, de oppervlakte tuinbouw (open grond en onder glas), de omvang
van de veestapel, en de leeftijd van het bedrijfshoofd. De
bedrijfsomvang kan de fysieke omvang zijn (de oppervlakte
cultuurgrond), of de economische omvang, uitgedrukt in Nederlandse
Grootte Eenheden (NGE).
Naar economische omvang (in NGE)
Een Nederlandse Grootte-eenheid (NGE) is een economische maatstaf
waarmee de omvang van een agrarisch bedrijf en de afzonderlijke
productierichtingen binnen een bedrijf worden uitgedrukt. Een NGE is
gebaseerd op de saldi per dier of per hectare gewas. Daartoe worden
bruto standaard saldi (bss) berekend als het verschil tussen de
opbrengsten en bepaalde specifieke kosten, in een gemiddeld jaar
onder normale omstandigheden. De bss worden uitgedrukt in Euro.
Voor de landbouwtelling van 2003 komt een NGE overeen met een bss
van 1375 Euro.
- 1986 komt een NGE overeen met een bss van 975 Euro
- 1987 komt een NGE overeen met een bss van 1155 Euro
- 1988 komt een NGE overeen met een bss van 1155 Euro
- 1989 komt een NGE overeen met een bss van 1235 Euro
- 1990 komt een NGE overeen met een bss van 1235 Euro
- 1991 komt een NGE overeen met een bss van 1235 Euro
- 1992 komt een NGE overeen met een bss van 1290 Euro
- 1993 komt een NGE overeen met een bss van 1310 Euro
- 1994 komt een NGE overeen met een bss van 1310 Euro
- 1995 komt een NGE overeen met een bss van 1320 Euro
- 1996 komt een NGE overeen met een bss van 1320 Euro
- 1997 komt een NGE overeen met een bss van 1400 Euro
- 1998 komt een NGE overeen met een bss van 1400 Euro
- 1999 komt een NGE overeen met een bss van 1390 Euro
- 2000 komt een NGE overeen met een bss van 1390 Euro
- 2001 komt een NGE overeen met een bss van 1390 Euro
- 2002 komt een NGE overeen met een bss van 1390 Euro
- 2003 komt een NGE overeen met een bss van 1375 Euro
In de periode voor 1986 werd niet met bss gerekend maar met
standaardbedrijfseenheden (sbe). In deze publicatie is voor de
jaren 1980 - 1985 de bedrijfsomvang in sbe omgerekend naar
een omvang in NGE, als volgt 10 sbe = 3 NGE.
Aantal bedrijven, totaal
3 tot 8 NGE
8 tot 12 NGE
12 tot 16 NGE
16 tot 20 NGE
20 tot 24 NGE
24 tot 32 NGE
32 tot 40 NGE
40 tot 50 NGE
50 tot 70 NGE
70 tot 100 NGE
100 tot 150 NGE
150 NGE en meer
Met verbrede landbouw
Verbrede landbouw. Hierbij ligt de nadruk op activiteiten die niet binnen
de landbouw vallen, maar die wel aansluiten bij de landbouw en de
beschikbare productiemiddelen. Het accent ligt daarbij op de extra
mogelijkheden voor boeren om een inkomen te verwerven. Het gaat onder
meer om verkoop van streekeigen producten, minicampings, duurzame
energieproductie en sociale opvang.
.
Cijfers alleen van 1998 en 1999 aanwezig.
·
LET OP! De vragen voor dit onderdeel waren niet verplicht om
in te vullen. Daardoor zijn de cijfers in veel gevallen een
onderschatting.
.
In 2003 is het onderwerp verbrede landbouw ook aan de orde geweest.
De gegevens daarvan staan in de Statline publicatie land- en
tuinbouwbedrijven; verbrede landbouw.
Met huisverkoop
Bedrijven met huisverkoop van land- en tuinbouwproducten van eigen
of andermans bedrijf.
Met ontvangstmogelijkheden
Met bedrijven met ontvangstmogelijkheden voor bezoekers worden
bedoeld bedrijven met excursiemogelijkheden, open huis bij wandel-
en fietstochten, museumboerderijen, café's en restaurants.
Naar verkaveling
Het aantal kavels waarin de cultuurgrond is opgedeeld. Een kavel is
een stuk cultuurgrond dat behoort bij een bedrijf en dat rondom
omsloten wordt door land van een ander. Land van een ander kan ook een
spoorweg, een verkeersweg of een kanaal zijn. Aan elkaar grenzende
stukken cultuurgrond die tot hetzelfde bedrijf behoren, maar gescheiden
zijn door een sloot of een pad worden als één kavel beschouwd.
·
Gegevens aanwezig van 1988, 1993 en 1997.
Oppervlakte huiskavel
De huiskavel is die kavel cultuurgrond waarbij zich de (hoofd-)
bedrijfsgebouwen bevinden.
Minder dan 1 hectare
Met een huiskavel kleiner dan 1 hectare.
1 tot 2 hectare
Met een huiskavel van 1 tot 2 hectare.
2 tot 5 hectare
Met een huiskavel van 2 tot 5 hectare.
5 tot 10 hectare
Met een huiskavel van 5 tot 10 hectare.
Meer dan 10 hectare
Met een huiskavel van 10 of meer hectare.
Naar mechanisatiegraad
Ongeveer één keer per 5 jaar (1980, 1985, 1990, 1995 en 1999) wordt door
middel van de landbouwtelling de mechanisatie op landbouwbedrijven
geïnventariseerd.
In deze publicatie staan gegevens over maaidorsers en trekkers in de
jaren 1995 en 1999. In de elektronische publicatie 'Werktuigen en
machines' kunt u meer en gedetailleerdere informatie vinden.
Bedrijven met gebruik van maaidorsers
Bedrijven met maaidorsers gedeeltelijk in eigendom of bedrijven die een
maaidorser hebben geleend of gehuurd.
Oppervlakte tuinbouw open grond gewassen
Oppervlakte van diverse soorten tuinbouwgewassen open grond. Ook
gewassen die aanvankelijk onder glas of plastic worden geteeld,
maar waarvan het glas of plastic is verwijderd ten tijde van de
landbouwtelling (april en mei), worden tot tuinbouw open grond
gerekend. Vanaf 1997 worden teelten onder plat glas tot de
tuinbouw open grond gerekend.
Oppervlakte bloem- en boomkwekerijen
Oppervlakte van bloemkwekerijgewassen en boomkwekerijgewassen, vaste
planten en pot- en containerveld.
Oppervlakte Boomkwekerijgewassen
Oppervlakte van boomkwekerijgewassen en vaste planten.
Oppervlakte van pot- en containerveld
De oppervlakte van boomkwekerijgewassen en vaste planten in potten en
containers. Containers zijn potten van meer dan 1 liter.
Veestapel
Rundveestapel
Aantallen dieren van het rundvee: jongvee, melk- en kalfkoeien,
zoogkoeien en vlees- en weidekoeien, fokstieren en kalveren.
Vanwege de uitbraak van mond- en klauwzeer ziekte (MKZ) in maart 2001
en de daarop volgende ruimingen zijn de cijfers van de omvang van de
rundveestapel voor het jaar 2001 niet vergelijkbaar met voorgaande
en volgende jaren.
Melk- en fokvee
Het melkvee, fokvee en het jongvee (geen mest- of weidevee) dat wordt
aangehouden als gebruiksvee, dwz. voor de instandhouding van de
melkveestapel (inclusief drachtige vaarzen).
Jongvee voor toekomstige melkproductie
Vee van 1 tot 2 jaar
Pinken en jonge stieren, vee van 1 tot 2 jaar.
Vee van 1 tot 2 jaar, totaal
Pinken en jonge stieren, vee van 1 tot 2 jaar.
Pinken
Vrouwelijk jongvee van 1 tot 2 jaar.
Jonge stieren
Mannelijk jongvee van 1 tot 2 jaar.
Vlees- en weidevee
Tot deze groep behoort rundvee dat uitsluitend voor de vleesproductie
wordt gehouden.
Jongvee voor vleesproductie
Vee van 1 tot 2 jaar
Pinken en jonge stieren voor de mesterij.
Vee van 1 tot 2 jaar, totaal
Pinken en jonge stieren voor de mesterij.
Pinken
Vrouwelijk jongvee van 1 tot 2 jaar, voor de mesterij.
Jonge stieren
Mannelijk jongvee van 1 tot 2 jaar, voor de mesterij.
Vee van 2 jaar en ouder
Vaarzen en stieren voor de mesterij.
Vee van 2 jaar en ouder, totaal
Vaarzen en stieren voor de mesterij.
Ouder vrouwelijk mestvee
Vrouwelijk vee van 2 jaar en ouder dat nog nooit gekalfd heeft en
voor de mesterij bestemd is.
Ouder mannelijk mestvee
Mannelijk vee van 2 jaar en ouder, voor de mesterij.
Vleeskalveren
Vleeskalveren zijn kalveren die hoofdzakelijk met volle melk,
ondermelk en meel, dan wel kunstmelk worden gevoed en voor de
leeftijd van 6 maanden worden geslacht.
Hokcapaciteit groepshuisvesting
Hokcapaciteit vleeskalveren gehuisvest in groepen.
Deze vraag is vanaf 2000 in de landbouwtelling opgenomen.
Varkensstapel
Aantallen varkens; biggen, vleesvarkens en fokvarkens.
·
De voorschriften van de EU-landbouwtelling schrijven voor dat een varken
van minder dan 20 kg als een big wordt geteld en een varken meer dan
20 kg als een vleesvarken. In de praktijk zal de aard van het bedrijf
(fokbedrijf of mestbedrijf) meer gewicht in de schaal leggen.
Bijvoorbeeld: Een big van 23 kg op een fokbedrijf wordt als big geteld,
terwijl een big van 23 kg op een mestbedrijf als vleesvarken wordt
geteld.
Vanwege de uitbraak van varkenspest in februari 1997
en de daarop volgende ruimingen zijn de cijfers van de omvang van de
varkensstapel voor het jaar 1997 niet vergelijkbaar met voorgaande
en volgende jaren.
Huisvesting varkens
In 2001 is eenmalig gevraagd naar de huisvesting van varkens. Alle
resultaten worden gegeven in aantallen hokken.
Guste en dragende zeugen
Hokcapaciteit naar type
Groepshuisvesting