Consumentenvertrouwen; kenmerken huishoudens, 2002-2017

Consumentenvertrouwen; kenmerken huishoudens, 2002-2017

Huishoudenkenmerken Perioden Consumentenvertrouwen Consumentenvertrouwen:indicator (Gem saldo pos.en neg. antw.) Economisch klimaat Economisch klimaat: indicator (Gem saldo pos.en neg. antw.) Koopbereidheid Koopbereidheid: indicator (Gem saldo pos.en neg. antw.)
Totaal huishoudenkenmerken 2010 1e kwartaal -11 -20 -5
Totaal huishoudenkenmerken 2010 2e kwartaal -16 -23 -11
Totaal huishoudenkenmerken 2010 3e kwartaal -11 -14 -9
Totaal huishoudenkenmerken 2010 4e kwartaal -13 -14 -13
Totaal huishoudenkenmerken 2010 -13 -18 -9
1 persoon 2010 1e kwartaal -13 -20 -8
1 persoon 2010 2e kwartaal -19 -26 -14
1 persoon 2010 3e kwartaal -16 -21 -13
1 persoon 2010 4e kwartaal -15 -17 -14
1 persoon 2010 -16 -21 -12
2 personen 2010 1e kwartaal -12 -20 -7
2 personen 2010 2e kwartaal -16 -23 -12
2 personen 2010 3e kwartaal -11 -12 -10
2 personen 2010 4e kwartaal -15 -14 -15
2 personen 2010 -13 -18 -11
3 personen 2010 1e kwartaal -7 -16 -1
3 personen 2010 2e kwartaal -15 -21 -11
3 personen 2010 3e kwartaal -12 -17 -9
3 personen 2010 4e kwartaal -13 -16 -12
3 personen 2010 -12 -18 -8
4 personen 2010 1e kwartaal -10 -23 -2
4 personen 2010 2e kwartaal -12 -22 -5
4 personen 2010 3e kwartaal -8 -13 -4
4 personen 2010 4e kwartaal -8 -10 -7
4 personen 2010 -9 -17 -4
5 personen of meer 2010 1e kwartaal -3 -15 5
5 personen of meer 2010 2e kwartaal -13 -21 -8
5 personen of meer 2010 3e kwartaal -3 -2 -3
5 personen of meer 2010 4e kwartaal -11 -13 -10
5 personen of meer 2010 -7 -13 -4
Eenpersoonshuishouden 2010 1e kwartaal -13 -20 -8
Eenpersoonshuishouden 2010 2e kwartaal -19 -26 -14
Eenpersoonshuishouden 2010 3e kwartaal -16 -21 -13
Eenpersoonshuishouden 2010 4e kwartaal -15 -17 -14
Eenpersoonshuishouden 2010 -16 -21 -12
Paar zonder kinderen 2010 1e kwartaal -13 -21 -7
Paar zonder kinderen 2010 2e kwartaal -16 -22 -12
Paar zonder kinderen 2010 3e kwartaal -10 -12 -9
Paar zonder kinderen 2010 4e kwartaal -14 -13 -15
Paar zonder kinderen 2010 -13 -17 -11
Eenoudergezin 2010 1e kwartaal . . .
Eenoudergezin 2010 2e kwartaal . . .
Eenoudergezin 2010 3e kwartaal . . .
Eenoudergezin 2010 4e kwartaal . . .
Eenoudergezin 2010 -19 -27 -14
Paar met kinderen 2010 1e kwartaal -7 -19 0
Paar met kinderen 2010 2e kwartaal -13 -21 -7
Paar met kinderen 2010 3e kwartaal -7 -11 -5
Paar met kinderen 2010 4e kwartaal -10 -12 -9
Paar met kinderen 2010 -9 -16 -5
Alleenstaande man 2010 1e kwartaal -6 -12 -1
Alleenstaande man 2010 2e kwartaal -7 -13 -4
Alleenstaande man 2010 3e kwartaal -8 -7 -8
Alleenstaande man 2010 4e kwartaal -6 -4 -7
Alleenstaande man 2010 -7 -9 -5
Alleenstaande vrouw 2010 1e kwartaal -17 -25 -12
Alleenstaande vrouw 2010 2e kwartaal -25 -34 -20
Alleenstaande vrouw 2010 3e kwartaal -20 -28 -16
Alleenstaande vrouw 2010 4e kwartaal -22 -25 -19
Alleenstaande vrouw 2010 -21 -28 -17
Alleenstaande < 65 jaar 2010 1e kwartaal -7 -16 0
Alleenstaande < 65 jaar 2010 2e kwartaal -13 -18 -10
Alleenstaande < 65 jaar 2010 3e kwartaal -8 -9 -7
Alleenstaande < 65 jaar 2010 4e kwartaal -7 -8 -6
Alleenstaande < 65 jaar 2010 -9 -13 -6
Alleenstaande >= 65 jaar 2010 1e kwartaal -19 -24 -16
Alleenstaande >= 65 jaar 2010 2e kwartaal -25 -34 -18
Alleenstaande >= 65 jaar 2010 3e kwartaal -23 -30 -18
Alleenstaande >= 65 jaar 2010 4e kwartaal -22 -24 -21
Alleenstaande >= 65 jaar 2010 -22 -28 -18
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner < 65 2010 1e kwartaal -11 -20 -5
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner < 65 2010 2e kwartaal -12 -20 -6
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner < 65 2010 3e kwartaal -5 -7 -4
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner < 65 2010 4e kwartaal -9 -11 -8
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner < 65 2010 -9 -14 -6
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner >= 65 2010 1e kwartaal -15 -22 -10
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner >= 65 2010 2e kwartaal -22 -26 -19
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner >= 65 2010 3e kwartaal -17 -18 -16
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner >= 65 2010 4e kwartaal -20 -16 -22
Paar znd kinderen, hoofdkostwinner >= 65 2010 -18 -20 -17
Zeer sterk stedelijk 2010 1e kwartaal -8 -15 -3
Zeer sterk stedelijk 2010 2e kwartaal -13 -21 -8
Zeer sterk stedelijk 2010 3e kwartaal -10 -15 -7
Zeer sterk stedelijk 2010 4e kwartaal -12 -11 -13
Zeer sterk stedelijk 2010 -11 -16 -8
Sterk stedelijk 2010 1e kwartaal -10 -17 -4
Sterk stedelijk 2010 2e kwartaal -18 -24 -13
Sterk stedelijk 2010 3e kwartaal -12 -14 -10
Sterk stedelijk 2010 4e kwartaal -13 -13 -12
Sterk stedelijk 2010 -13 -17 -10
Matig stedelijk 2010 1e kwartaal -12 -21 -5
Matig stedelijk 2010 2e kwartaal -16 -25 -11
Matig stedelijk 2010 3e kwartaal -12 -15 -10
Matig stedelijk 2010 4e kwartaal -16 -18 -15
Matig stedelijk 2010 -14 -20 -10
Weinig stedelijk 2010 1e kwartaal -12 -23 -5
Weinig stedelijk 2010 2e kwartaal -17 -24 -12
Weinig stedelijk 2010 3e kwartaal -11 -15 -9
Weinig stedelijk 2010 4e kwartaal -13 -16 -12
Weinig stedelijk 2010 -13 -20 -9
Bron: cbs.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de opvattingen en verwachtingen van Nederlandse consumenten ten aanzien van de algemene economische ontwikkelingen en de eigen financiële situatie. Op basis van deze gegevens wordt de indicator Consumentenvertrouwen en de deelindicatoren Economisch klimaat en Koopbereidheid berekend. Overige gegevens betreffen onder andere de opvattingen en verwachtingen van consumenten ten aanzien van werkloosheid en prijzen. De gegevens zijn uitgesplitst naar verschillende huishoudkenmerken. De statistiek “Consumenten Conjunctuuronderzoek” komt tot stand met medefinanciering door de Europese Commissie.

Gegevens beschikbaar van 1e kwartaal 2002 tot en met 1e kwartaal 2017.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 21 maart 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Consumentenvertrouwen
Het consumentenvertrouwen als saldo van positieve en negatieve antwoorden
in % van het totaal, per maand. Het consumentenvertrouwen geeft
informatie over het vertrouwen en verwachtingen van consumenten over de
ontwikkelingen van de Nederlandse economische groei.
In het Consumentenconjunctuuronderzoek worden maandelijks aan ongeveer
1000 respondenten vijf vragen gesteld over de algemene economische en de
eigen financiële situatie. Van iedere vraag wordt het saldo van positieve
en negatieve antwoorden in procenten van het totaal aantal antwoorden
bepaald. De indicator van het consumentenvertrouwen geeft een aardig
beeld van de toekomstige ontwikkeling van de consumptieve bestedingen,
vooral van de bestedingen aan duurzame goederen.
Naast de oorspronkelijke zijn er ook gegevens van het
consumentenvertrouwen beschikbaar die gecorrigeerd zijn
voor seizoensinvloeden.
Het consumentenvertrouwen wordt ook in de VS en in de lidstaten van de EU
gemeten. Deze internationale gegevens worden gepubliceerd door de
Organisatie voor Economische Ontwikkeling (OESO) te Parijs.
Consumentenvertrouwen:indicator
De berekening van de index van het consumentenvertrouwen is als volgt:
Als eerste stap in de berekening van de index wordt de
frequentieverdeling van de scores voor elke vraag omgezet in een
procentuele verdeling.
Vervolgens vindt per vraag een (ongewogen) optelling plaats van:
1. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'duidelijk beter'
en 'iets beter' (hierna: Pp);
2. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'iets slechter'
en 'duidelijk slechter' (hierna: Pn).
De index van het consumentenvertrouwen wordt berekend als het gemiddelde
van de saldi van de positieve (Pp) en negatieve (Pn) antwoorden op de
vijf deelvragen, uitgedrukt in procenten.
De index kan een waarde aannemen van -100 tot +100. Bij een indexwaarde
van 0 is het aandeel pessimisten gelijk aan het aandeel optimisten.
De neutrale antwoorden en de categorie 'weet niet' blijven aldus bij de
berekening van de index van het consumentenvertrouwen buiten beschouwing.
Economisch klimaat
Het economisch klimaat als saldo van positieve en negatieve antwoorden
in % van het totaal, per maand. Het economisch klimaat is een
deelindicator van het consumentenvertrouwen.
In het Consumentenconjunctuuronderzoek worden aan ongeveer 1000
respondenten twee vragen gesteld over de algemene economische situatie.
Van iedere vraag wordt het saldo van positieve en negatieve antwoorden in
procenten van het totaal aantal antwoorden bepaald. Het economisch
klimaat is het rekenkundig gemiddelde van deze twee saldi.
Economisch klimaat: indicator
De berekening van de index van het economisch klimaat is als volgt:
Als eerste stap in de berekening van de index wordt de
frequentieverdeling van de scores voor elke vraag omgezet in een
procentuele verdeling.
Vervolgens vindt per vraag een (ongewogen) optelling plaats van:
1. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'duidelijk beter'
en 'iets beter' (hierna: Pp);
2. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'iets slechter'
en 'duidelijk slechter' (hierna: Pn).
De index van het economisch klimaat wordt berekend als het gemiddelde
van de saldi van de positieve (Pp) en negatieve (Pn) antwoorden op de
twee deelvragen, uitgedrukt in procenten.
De index kan een waarde aannemen van -100 tot +100. Bij een indexwaarde
van 0 is het aandeel pessimisten gelijk aan het aandeel optimisten.
De neutrale antwoorden en de categorie 'weet niet' blijven aldus bij de
berekening van de index van het consumentenvertrouwen buiten beschouwing.
Koopbereidheid
De koopbereidheid als saldo van positieve en negatieve antwoorden
in % van het totaal, per maand. De koopbereidheid is een
deelindicator van het consumentenvertrouwen.
In het Consumentenconjunctuuronderzoek worden aan ongeveer 1000
respondenten twee vragen gesteld naar de eigen financiële situatie.
Daarnaast wordt de vraag gesteld of de consument de tijd gunstig acht
voor het doen van grote aankopen. Van iedere vraag wordt het saldo van
positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal aantal
antwoorden bepaald. De koopbereidheid is het rekenkundig gemiddelde van
deze drie saldi. De koopbereidheid is een goede indicator voor de
consumptieve bestedingen aan duurzame consumptiegoederen.
Koopbereidheid: indicator
De berekening van de index van de koopbereidheid is als volgt:
Als eerste stap in de berekening van de index wordt de
frequentieverdeling van de scores voor elke vraag omgezet in een
procentuele verdeling.
Vervolgens vindt per vraag een (ongewogen) optelling plaats van:
1. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'duidelijk beter'
en 'iets beter' (hierna: Pp);
2. het percentage behorende bij de antwoordcategorie 'iets slechter'
en 'duidelijk slechter' (hierna: Pn).
De index van de koopbereidheid wordt berekend als het gemiddelde
van de saldi van de positieve (Pp) en negatieve (Pn) antwoorden op de
drie deelvragen, uitgedrukt in procenten.
De index kan een waarde aannemen van -100 tot +100. Bij een indexwaarde
van 0 is het aandeel pessimisten gelijk aan het aandeel optimisten.
De neutrale antwoorden en de categorie 'weet niet' blijven aldus bij de
berekening van de index van het consumentenvertrouwen buiten beschouwing.