Regionale rekeningen; kerncijfers 1995-2011

Regionale rekeningen; kerncijfers 1995-2011

Regio's Perioden Bbp (marktprijzen) (mln euro) Bbp per inwoner (euro) Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) (mln euro) Beloning van werknemers (mln euro) Arbeidsvolume werkzame personen (1000 arbeidsjaren) Arbeidsvolume werknemers (1000 arbeidsjaren)
Nederland 2010 586.789 35.316 524.120 300.491 6.719,3 5.892,5
Extra-Regio (LD) 2010 5.082 . 4.539 447 5,6 5,6
Noord-Nederland (LD) 2010 58.993 34.382 52.693 24.881 601,1 513,8
Oost-Nederland (LD) 2010 104.456 29.640 93.300 57.079 1.348,8 1.172,0
West-Nederland (LD) 2010 295.722 37.896 264.139 154.735 3.311,2 2.925,6
Zuid-Nederland (LD) 2010 122.537 34.306 109.450 63.349 1.452,6 1.275,5
Groningen (PV) 2010 27.761 48.041 24.796 8.996 205,3 179,9
Friesland (PV) 2010 18.343 28.360 16.384 9.278 230,7 194,5
Drenthe (PV) 2010 12.888 26.239 11.512 6.607 165,1 139,3
Overijssel (PV) 2010 34.983 30.893 31.247 18.879 445,4 390,8
Flevoland (PV) 2010 10.057 25.792 8.983 5.072 122,2 104,3
Gelderland (PV) 2010 59.414 29.680 53.069 33.128 781,2 676,9
Utrecht (PV) 2010 51.151 41.761 45.688 27.265 565,2 504,8
Noord-Holland (PV) 2010 108.285 40.401 96.720 57.062 1.196,8 1.050,2
Zuid-Holland (PV) 2010 123.372 35.079 110.196 64.807 1.412,1 1.255,5
Zeeland (PV) 2010 12.914 33.854 11.535 5.601 137,0 115,0
Noord-Brabant (PV) 2010 87.328 35.656 78.001 45.350 1.030,1 903,8
Limburg (PV) 2010 35.209 31.362 31.449 17.999 422,5 371,8
Oost-Groningen (CR) 2010 2.859 18.841 2.554 1.588 41,6 35,0
Delfzijl en omgeving (CR) 2010 1.713 34.868 1.530 690 15,7 13,6
Overig Groningen (CR) 2010 23.189 61.515 20.712 6.719 148,0 131,3
Noord-Friesland (CR) 2010 10.114 30.422 9.034 4.939 118,7 100,8
Zuidwest-Friesland (CR) 2010 2.527 23.786 2.257 1.304 35,3 28,8
Zuidoost-Friesland (CR) 2010 5.702 27.401 5.093 3.035 76,7 64,9
Noord-Drenthe (CR) 2010 5.040 26.599 4.502 2.675 66,4 56,8
Zuidoost-Drenthe (CR) 2010 4.200 24.490 3.751 2.028 51,0 42,5
Zuidwest-Drenthe (CR) 2010 3.649 28.017 3.259 1.903 47,8 40,0
Noord-Overijssel (CR) 2010 12.042 33.911 10.756 6.480 152,9 133,6
Zuidwest-Overijssel (CR) 2010 4.250 27.796 3.796 2.349 55,8 49,0
Twente (CR) 2010 18.691 29.934 16.695 10.050 236,7 208,2
Veluwe (CR) 2010 20.760 31.675 18.543 11.621 268,5 235,7
Achterhoek (CR) 2010 10.638 26.479 9.502 5.944 150,9 127,4
Arnhem/Nijmegen (CR) 2010 21.099 29.734 18.846 11.998 271,7 240,2
Zuidwest-Gelderland (CR) 2010 6.917 29.431 6.178 3.565 90,0 73,6
Utrecht (CR) 2010 51.151 41.761 45.688 27.265 565,2 504,8
Kop van Noord-Holland (CR) 2010 8.954 24.161 7.998 4.883 126,7 103,1
Alkmaar en omgeving (CR) 2010 6.825 29.512 6.096 3.728 86,2 75,0
IJmond (CR) 2010 5.053 26.205 4.513 2.876 65,0 56,5
Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 5.472 24.832 4.888 3.061 73,6 61,8
Zaanstreek (CR) 2010 4.211 25.997 3.761 2.143 50,6 43,5
Groot-Amsterdam (CR) 2010 70.326 55.848 62.815 36.412 702,2 631,9
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010 7.444 30.505 6.649 3.958 92,5 78,3
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010 11.640 28.671 10.397 6.507 148,1 129,4
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010 30.171 37.396 26.949 16.404 344,8 309,2
Delft en Westland (CR) 2010 8.109 37.718 7.243 4.262 96,0 84,9
Oost-Zuid-Holland (CR) 2010 8.631 29.386 7.709 4.513 109,4 93,0
Groot-Rijnmond (CR) 2010 51.950 37.102 46.402 26.216 558,9 501,4
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010 12.871 32.562 11.496 6.904 154,8 137,6
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010 4.103 38.465 3.665 1.738 39,1 33,4
Overig Zeeland (CR) 2010 8.811 32.064 7.870 3.863 97,9 81,6
West-Noord-Brabant (CR) 2010 23.212 37.728 20.733 11.117 254,2 224,5
Midden-Noord-Brabant (CR) 2010 14.019 30.568 12.522 7.688 181,0 158,6
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010 22.741 35.627 20.312 11.675 269,1 232,9
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010 27.357 37.119 24.435 14.869 325,8 287,8
Noord-Limburg (CR) 2010 8.382 29.929 7.487 4.615 112,2 98,6
Midden-Limburg (CR) 2010 7.600 32.333 6.788 3.583 88,1 75,4
Zuid-Limburg (CR) 2010 19.226 31.646 17.173 9.801 222,2 197,8
Flevoland (CR) 2010 10.057 25.792 8.983 5.072 122,2 104,3
Utrecht-West (CP) 2010 4.404 28.729 3.934 2.227 55,3 45,4
Stadsgewest Amersfoort (CP) 2010 10.859 38.063 9.699 5.765 123,2 109,6
Stadsgewest Utrecht (CP) 2010 31.862 50.685 28.459 17.029 331,9 303,1
Zuidoost-Utrecht (CP) 2010 4.026 25.539 3.596 2.244 54,8 46,8
Amsterdam (CP) 2010 47.847 61.847 42.737 24.110 455,6 410,5
Overig Agglomeratie Amsterdam (CP) 2010 6.050 43.655 5.404 3.314 67,4 60,6
Edam-Volendam en omgeving (CP) 2010 3.021 20.668 2.698 1.487 40,8 32,6
Haarlemmermeer en omgeving (CP) 2010 13.407 66.750 11.975 7.500 138,4 128,3
Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP) 2010 26.642 38.890 23.797 14.308 300,6 269,4
Zoetermeer (CP) 2010 3.529 28.991 3.152 2.097 44,1 39,7
Rijnmond (CP) 2010 47.604 39.529 42.520 24.067 501,8 454,8
Overig Groot-Rijnmond (CP) 2010 4.346 22.182 3.882 2.150 57,1 46,6
Drechtsteden (CP) 2010 8.406 35.541 7.508 4.460 96,8 87,7
Overig Zuidoost-Zuid-Holland (CP) 2010 4.465 28.124 3.988 2.444 58,0 49,9
Stadsgewest 's-Hertogenbosch (CP) 2010 12.555 41.322 11.214 6.172 135,7 119,4
Overig Noordoost-Noord-Brabant (CP) 2010 10.185 30.451 9.097 5.503 133,4 113,4
Almere (CP) 2010 4.913 25.937 4.388 2.373 55,0 48,0
Flevoland-Midden (CP) 2010 3.490 25.688 3.117 1.843 44,5 38,0
Noordoostpolder en Urk (CP) 2010 1.655 25.589 1.478 856 22,7 18,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Regionale rekeningen geven een op de nationale rekeningen aansluitende
kwantitatieve beschrijving van het economisch proces van regio's binnen een
land. Als onderdelen van het economisch proces worden in de nationale
rekeningen productie, inkomensverdeling, bestedingen en financiering
onderscheiden.
Bij de regionale rekeningen ligt de nadruk echter op de beschrijving van de
productieprocessen in de verscheidene regio's.

Gegevens beschikbaar van 1995 tot en met 2011.

Status van de cijfers:
De gegevens zijn definitief.
De cijfers van het jaar 1995 tot en met 2000 zijn herberekend aan de hand
van de revisie van het jaar 2001.
De cijfers over de periode 1995-2007 zijn gebaseerd op de sbi'93 indeling.
De cijfers vanaf 2008 zijn gebaseerd op de sbi2008 indeling.
De cijfers van het jaar 2011 zijn voorlopig.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens over 2011 niet meer definitief gemaakt.

In 2005 is een revisie uitgevoerd op de nationale en de regionale
rekeningen over verslagjaar 2001.
Voor regionale rekeningen cijfers is een consistente tijdreeks vanaf
1995 beschikbaar.

Wijzigingen per 11 oktober 2013.
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er weer nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Is er een opvolger?
Deze tabel wordt opgevolgd door Macro-economie; kerncijfers, regio. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Bbp (marktprijzen)
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de
productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is
gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle
bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar
bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per
bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie
(basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen).
De onverdeelde transacties betreffen het saldo van productgebonden
belastingen en subsidies en het verschil toegerekende en afgedragen btw
(belasting over de toegevoegde waarde). Het bbp is ook gelijk aan de
waarde van het in Nederland gevormde inkomen.
Bbp per inwoner
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de
productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is
gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle
bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar
bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per
bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie
(basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). Het bbp per
inwoner is het bbp gedeeld door het gemiddeld aantal inwoners van
Nederland of de betreffende regio in de verslagperiode.
Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)
De toegevoegde waarde tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is gelijk aan
het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair
verbruik (aankoopprijzen).
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle
ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking
werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers,
dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen.
Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen.
De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en
sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn
inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale
premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen
naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de
aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en
provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van
de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het
vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers
zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de
kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale
premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies,
overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze
premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of
niet-werkenden.
Arbeidsvolume werkzame personen
De hoeveelheid arbeid die in een bepaalde periode is ingezet. Het
arbeidsvolume kan worden uitgedrukt in banen, arbeidsjaren of gewerkte
uren. Werkzame personen zijn alle personen die een baan hebben bij een in
Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in
Nederland. Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde
arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week,
ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de
beloning aan de registratie door fiscus en sociale zekerheidsautoriteiten
wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen
(bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en
zelfstandigen. Werknemers zijn personen die in een bepaalde periode arbeid
verrichten voor loon of salaris, in geld of in natura. Zelfstandigen zijn
personen die een inkomen ontvangen door voor eigen rekening of risico
arbeid te verrichten in het bedrijf of het beroep dat zij zelfstandig
uitoefenen. Ook meewerkende gezinsleden worden tot zelfstandigen gerekend,
tenzij zij een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan.
Arbeidsvolume werknemers
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door werknemers die in een bepaalde
periode is ingezet. Het arbeidsvolume kan worden uitgedrukt in banen,
arbeidsjaren of gewerkte uren. Werknemers zijn personen die in een
bepaalde periode arbeid verrichten voor loon of salaris, in geld of in
natura.