Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Totaal in particuliere huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind (aantal) Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand (aantal) Personen in particuliere huishoudens Samenwonend Totaal samenwonende personen (aantal) Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Mannen en vrouwen Totaal Nederland 2010 16.574.989 16.366.302 4.582.223 2.669.516 8.351.932 486.250 276.381 208.687
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Nederland (LD) 2010 1.713.954 1.690.014 457.877 271.419 892.856 44.979 22.883 23.940
Mannen en vrouwen Totaal Oost-Nederland (LD) 2010 3.517.162 3.472.124 1.028.208 487.549 1.810.400 89.392 56.575 45.038
Mannen en vrouwen Totaal West-Nederland (LD) 2010 7.777.014 7.685.972 2.129.543 1.395.585 3.760.220 258.345 142.279 91.042
Mannen en vrouwen Totaal Zuid-Nederland (LD) 2010 3.566.859 3.518.192 966.595 514.963 1.888.456 93.534 54.644 48.667
Mannen en vrouwen Totaal Groningen (PV) 2010 576.668 568.711 141.266 115.236 285.933 16.276 10.000 7.957
Mannen en vrouwen Totaal Fryslân (PV) 2010 646.305 637.711 181.268 93.460 339.399 16.294 7.290 8.594
Mannen en vrouwen Totaal Drenthe (PV) 2010 490.981 483.592 135.343 62.723 267.524 12.409 5.593 7.389
Mannen en vrouwen Totaal Overijssel (PV) 2010 1.130.345 1.117.609 332.524 155.795 585.127 26.147 18.016 12.736
Mannen en vrouwen Totaal Flevoland (PV) 2010 387.881 384.862 126.050 46.530 191.833 14.162 6.287 3.019
Mannen en vrouwen Totaal Gelderland (PV) 2010 1.998.936 1.969.653 569.634 285.224 1.033.440 49.083 32.272 29.283
Mannen en vrouwen Totaal Utrecht (PV) 2010 1.220.910 1.205.915 344.124 206.875 602.499 31.969 20.448 14.995
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Holland (PV) 2010 2.669.084 2.639.134 712.715 521.601 1.259.424 95.532 49.862 29.950
Mannen en vrouwen Totaal Zuid-Holland (PV) 2010 3.505.611 3.464.956 970.397 611.924 1.693.653 121.404 67.578 40.655
Mannen en vrouwen Totaal Zeeland (PV) 2010 381.409 375.967 102.307 55.185 204.644 9.440 4.391 5.442
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Brabant (PV) 2010 2.444.158 2.413.820 679.560 344.849 1.289.195 61.923 38.293 30.338
Mannen en vrouwen Totaal Limburg (PV) 2010 1.122.701 1.104.372 287.035 170.114 599.261 31.611 16.351 18.329
Mannen en vrouwen Totaal Oost-Groningen (CR) 2010 152.004 150.095 39.725 20.355 83.817 4.134 2.064 1.909
Mannen en vrouwen Totaal Delfzijl en omgeving (CR) 2010 49.119 48.310 12.880 6.992 26.550 1.377 511 809
Mannen en vrouwen Totaal Overig Groningen (CR) 2010 375.545 370.306 88.661 87.889 175.566 10.765 7.425 5.239
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Friesland (CR) 2010 332.048 327.768 91.662 51.705 171.446 8.663 4.292 4.280
Mannen en vrouwen Totaal Zuidwest-Friesland (CR) 2010 106.176 104.738 30.688 14.087 56.494 2.539 930 1.438
Mannen en vrouwen Totaal Zuidoost-Friesland (CR) 2010 208.081 205.205 58.918 27.668 111.459 5.092 2.068 2.876
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Drenthe (CR) 2010 189.196 185.702 51.969 24.170 102.650 4.904 2.009 3.494
Mannen en vrouwen Totaal Zuidoost-Drenthe (CR) 2010 171.684 169.706 46.568 22.039 94.528 4.439 2.132 1.978
Mannen en vrouwen Totaal Zuidwest-Drenthe (CR) 2010 130.101 128.184 36.806 16.514 70.346 3.066 1.452 1.917
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Overijssel (CR) 2010 354.054 349.551 108.537 45.632 183.223 7.553 4.606 4.503
Mannen en vrouwen Totaal Zuidwest-Overijssel (CR) 2010 152.859 150.766 42.973 22.551 79.216 3.671 2.355 2.093
Mannen en vrouwen Totaal Twente (CR) 2010 623.432 617.292 181.014 87.612 322.688 14.923 11.055 6.140
Mannen en vrouwen Totaal Veluwe (CR) 2010 654.463 643.355 195.696 86.268 336.758 14.040 10.593 11.108
Mannen en vrouwen Totaal Achterhoek (CR) 2010 401.894 396.346 114.321 47.630 218.963 8.937 6.495 5.548
Mannen en vrouwen Totaal Arnhem/Nijmegen (CR) 2010 707.810 697.082 184.780 127.724 352.506 20.747 11.325 10.728
Mannen en vrouwen Totaal Zuidwest-Gelderland (CR) 2010 234.769 232.870 74.837 23.602 125.213 5.359 3.859 1.899
Mannen en vrouwen Totaal Utrecht (CR) 2010 1.220.910 1.205.915 344.124 206.875 602.499 31.969 20.448 14.995
Mannen en vrouwen Totaal Kop van Noord-Holland (CR) 2010 370.179 366.019 106.855 48.537 196.481 10.118 4.028 4.160
Mannen en vrouwen Totaal Alkmaar en omgeving (CR) 2010 230.790 227.123 64.467 34.203 118.757 6.800 2.896 3.667
Mannen en vrouwen Totaal IJmond (CR) 2010 192.328 190.086 54.285 28.081 100.071 5.420 2.229 2.242
Mannen en vrouwen Totaal Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 219.690 215.455 55.947 43.702 105.335 6.961 3.510 4.235
Mannen en vrouwen Totaal Zaanstreek (CR) 2010 161.194 159.650 45.514 23.723 82.175 5.646 2.592 1.544
Mannen en vrouwen Totaal Groot-Amsterdam (CR) 2010 1.251.327 1.240.969 319.516 302.131 534.509 53.503 31.310 10.358
Mannen en vrouwen Totaal Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010 243.576 239.832 66.131 41.224 122.096 7.084 3.297 3.744
Mannen en vrouwen Totaal Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010 404.736 398.947 113.137 68.250 201.666 10.360 5.534 5.789
Mannen en vrouwen Totaal Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010 802.746 793.028 214.008 165.973 361.122 32.758 19.167 9.718
Mannen en vrouwen Totaal Delft en Westland (CR) 2010 214.367 211.976 57.914 39.498 105.018 5.698 3.848 2.391
Mannen en vrouwen Totaal Oost-Zuid-Holland (CR) 2010 293.596 290.003 88.180 37.155 153.738 7.207 3.723 3.593
Mannen en vrouwen Totaal Groot-Rijnmond (CR) 2010 1.395.640 1.380.662 379.960 247.829 668.653 54.590 29.630 14.978
Mannen en vrouwen Totaal Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010 394.526 390.340 117.198 53.219 203.456 10.791 5.676 4.186
Mannen en vrouwen Totaal Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010 106.827 105.224 26.447 15.431 59.278 2.744 1.324 1.603
Mannen en vrouwen Totaal Overig Zeeland (CR) 2010 274.582 270.743 75.860 39.754 145.366 6.696 3.067 3.839
Mannen en vrouwen Totaal West-Noord-Brabant (CR) 2010 614.243 606.423 165.057 86.835 329.108 15.755 9.668 7.820
Mannen en vrouwen Totaal Midden-Noord-Brabant (CR) 2010 457.776 451.817 126.401 69.875 236.224 12.068 7.249 5.959
Mannen en vrouwen Totaal Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010 636.975 627.703 185.246 79.663 337.691 15.443 9.660 9.272
Mannen en vrouwen Totaal Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010 735.164 727.877 202.856 108.476 386.172 18.657 11.716 7.287
Mannen en vrouwen Totaal Noord-Limburg (CR) 2010 280.037 275.891 79.946 33.546 151.682 6.578 4.139 4.146
Mannen en vrouwen Totaal Midden-Limburg (CR) 2010 234.880 230.730 62.330 30.668 128.456 5.861 3.415 4.150
Mannen en vrouwen Totaal Zuid-Limburg (CR) 2010 607.784 597.751 144.759 105.900 319.123 19.172 8.797 10.033
Mannen en vrouwen Totaal Flevoland (CR) 2010 387.881 384.862 126.050 46.530 191.833 14.162 6.287 3.019
Mannen en vrouwen Totaal Aa en Hunze 2010 25.563 25.358 6.745 2.822 14.853 527 411 205
Mannen en vrouwen Totaal Aalburg 2010 12.614 12.494 4.489 968 6.699 207 131 120
Mannen en vrouwen Totaal Aalsmeer 2010 29.187 28.927 8.775 3.295 15.808 683 366 260
Mannen en vrouwen Totaal Aalten 2010 27.500 27.206 8.185 3.239 14.883 517 382 294
Mannen en vrouwen Totaal Ter Aar 2010
Mannen en vrouwen Totaal Abcoude 2010 8.764 8.754 2.773 997 4.660 208 116 10
Mannen en vrouwen Totaal Achtkarspelen 2010 28.088 27.848 8.718 3.067 15.130 667 266 240
Mannen en vrouwen Totaal Akersloot 2010
Mannen en vrouwen Totaal Alblasserdam 2010 19.014 18.884 6.064 2.158 10.059 414 189 130
Mannen en vrouwen Totaal Albrandswaard 2010 24.191 23.387 7.126 2.203 13.170 638 250 804
Mannen en vrouwen Totaal Alkemade 2010
Mannen en vrouwen Totaal Alkmaar 2010 93.861 92.508 24.446 17.794 45.501 3.338 1.429 1.353
Mannen en vrouwen Totaal Almelo 2010 72.602 71.708 20.660 10.720 37.049 2.140 1.139 894
Mannen en vrouwen Totaal Almere 2010 188.160 186.879 61.941 22.520 90.168 8.579 3.671 1.281
Mannen en vrouwen Totaal Alphen aan den Rijn 2010 72.534 71.473 20.883 9.934 37.649 2.064 943 1.061
Mannen en vrouwen Totaal Alphen-Chaam 2010 9.436 9.421 2.848 832 5.402 176 163 15
Mannen en vrouwen Totaal Altena 2010
Mannen en vrouwen Totaal Ambt Delden 2010
Mannen en vrouwen Totaal Ambt Montfort 2010
Mannen en vrouwen Totaal Ameland 2010 3.501 3.468 972 523 1.866 55 52 33
Mannen en vrouwen Totaal Amerongen 2010
Mannen en vrouwen Totaal Amersfoort 2010 144.862 142.950 43.050 22.266 71.243 4.274 2.117 1.912
Mannen en vrouwen Totaal Amstelveen 2010 80.695 79.764 20.588 17.154 38.021 2.613 1.388 931
Mannen en vrouwen Totaal Amsterdam 2010 767.457 761.989 178.507 233.891 285.974 38.731 24.886 5.468
Mannen en vrouwen Totaal Andijk 2010 6.504 6.460 1.956 721 3.566 130 87 44
Mannen en vrouwen Totaal Angerlo 2010
Mannen en vrouwen Totaal Anna Paulowna 2010 14.234 14.205 4.390 1.481 7.877 327 130 29
Mannen en vrouwen Totaal Apeldoorn 2010 155.726 152.230 42.561 22.312 80.962 4.152 2.243 3.496
Mannen en vrouwen Totaal Appingedam 2010 12.032 11.786 3.009 1.822 6.486 363 106 246
Mannen en vrouwen Totaal Arcen en Velden 2010
Mannen en vrouwen Totaal Arnhem 2010 147.018 144.548 35.166 34.441 66.703 5.242 2.996 2.470
Mannen en vrouwen Totaal Assen 2010 66.857 65.193 18.681 10.126 33.572 2.187 627 1.664
Mannen en vrouwen Totaal Asten 2010 16.335 16.182 5.057 1.715 8.883 318 209 153
Mannen en vrouwen Totaal Avereest 2010
Mannen en vrouwen Totaal Axel 2010
Mannen en vrouwen Totaal Baarle-Nassau 2010 6.703 6.590 1.698 899 3.690 160 143 113
Mannen en vrouwen Totaal Baarn 2010 24.317 23.326 6.365 3.926 12.076 679 280 991
Mannen en vrouwen Totaal Barendrecht 2010 46.449 46.343 14.803 4.401 25.440 1.175 524 106
Mannen en vrouwen Totaal Barneveld 2010 52.490 51.824 18.940 4.808 26.358 858 860 666
Mannen en vrouwen Totaal Bathmen 2010
Mannen en vrouwen Totaal Bedum 2010 10.447 10.167 3.045 1.205 5.635 219 63 280
Mannen en vrouwen Totaal Beek (L.) 2010 16.579 16.504 4.399 2.103 9.312 469 221 75
Mannen en vrouwen Totaal Beekdaelen 2010
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Personen in Nederland wonend in een particulier of institutioneel huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio op 1 januari.
De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen in alle huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in particuliere huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in institutionele huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten.

De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.
Bijvoorbeeld: voor de gemeente Vianen, die per 1 januari 2002 is overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de provincie Utrecht, geldt dat ze in de tabel is gegroepeerd in de provincie Utrecht.

De regionale cijfers over de institutionele bevolking vertonen van jaar op jaar soms moeilijk te verklaren schommelingen. De gehanteerde methodiek is gebaseerd op typering van adresbewoning op basis van secundaire bronnen. Niet in alle gevallen valt de typering perfect uit. Dat kan komen doordat een adres van functie is veranderd, bij voorbeeld van zorginstelling naar huisvesting van (voormalige) asielzoekers, zonder dat het CBS daar kennis van heeft genomen. In andere situaties kan het voorkomen dat een adres het ene jaar wel en het andere jaar niet boven de gehanteerde drempelwaarden blijft qua aantal institutionele bewoners die gelden voor het afbakenen van institutionele adressen. Indirect hebben dergelijke schommelingen ook effect op het aantal eenpersoonshuishoudens.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 18 juli 2025:
De cijfers per 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers uit?
In het 3e kwartaal van 2026 worden cijfers per 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Totaal aantal personen in zowel particuliere als institutionele huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Personen in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind
Thuiswonende kinderen in particuliere huishoudens.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Alleenstaand
Alleenstaande personen in particuliere huishoudens.

Alleenstaand:
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt.
Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren.
Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen.
Samenwonend
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet als geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Ouder in eenouderhuishouden
Persoon in een particulier huishouden die een ouder-kindrelatie heeft met één of meer thuiswonende kinderen en die geen partner heeft in hetzelfde huishouden.

Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Overig lid huishouden
Overige leden in particuliere huishoudens.

Overig lid huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, een persoon die samen met een broer of zus één huishouden vormt, of een pleegkind.
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.