Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Totaal in particuliere huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind (aantal) Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand (aantal) Personen in particuliere huishoudens Samenwonend Totaal samenwonende personen (aantal) Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Mannen en vrouwen Totaal Lopik 2025 14.800 14.666 4.624 1.635 7.772 382 253 134
Mannen en vrouwen 0 tot 5 jaar Lopik 2025 756 756 748 8 0
Mannen en vrouwen 5 tot 10 jaar Lopik 2025 835 835 823 12 0
Mannen en vrouwen 10 tot 15 jaar Lopik 2025 786 786 776 10 0
Mannen en vrouwen 15 tot 20 jaar Lopik 2025 912 910 885 9 1 0 15 2
Mannen en vrouwen 20 tot 25 jaar Lopik 2025 1.009 1.003 853 46 84 2 18 6
Mannen en vrouwen 25 tot 30 jaar Lopik 2025 854 841 348 95 379 2 17 13
Mannen en vrouwen 30 tot 35 jaar Lopik 2025 890 879 100 109 632 22 16 11
Mannen en vrouwen 35 tot 40 jaar Lopik 2025 852 844 40 86 670 43 5 8
Mannen en vrouwen 40 tot 45 jaar Lopik 2025 809 799 15 89 641 44 10 10
Mannen en vrouwen 45 tot 50 jaar Lopik 2025 824 818 17 84 631 73 13 6
Mannen en vrouwen 50 tot 55 jaar Lopik 2025 1.074 1.067 6 117 872 67 5 7
Mannen en vrouwen 55 tot 60 jaar Lopik 2025 1.197 1.187 8 144 965 54 16 10
Mannen en vrouwen 60 tot 65 jaar Lopik 2025 1.130 1.128 3 146 932 29 18 2
Mannen en vrouwen 65 tot 70 jaar Lopik 2025 878 871 2 129 697 16 27 7
Mannen en vrouwen 70 tot 75 jaar Lopik 2025 767 756 0 127 598 10 21 11
Mannen en vrouwen 75 tot 80 jaar Lopik 2025 595 591 0 197 370 9 15 4
Mannen en vrouwen 80 tot 85 jaar Lopik 2025 368 359 0 132 212 2 13 9
Mannen en vrouwen 85 tot 90 jaar Lopik 2025 195 180 0 89 76 4 11 15
Mannen en vrouwen 90 tot 95 jaar Lopik 2025 60 48 0 31 12 2 3 12
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Lopik 2025 9 8 0 5 0 3 0 1
Mannen Totaal Lopik 2025 7.560 7.484 2.533 825 3.889 100 137 76
Mannen 0 tot 5 jaar Lopik 2025 391 391 388 3 0
Mannen 5 tot 10 jaar Lopik 2025 431 431 423 8 0
Mannen 10 tot 15 jaar Lopik 2025 404 404 400 4 0
Mannen 15 tot 20 jaar Lopik 2025 487 487 476 5 0 0 6 0
Mannen 20 tot 25 jaar Lopik 2025 551 547 490 24 22 0 11 4
Mannen 25 tot 30 jaar Lopik 2025 467 455 219 59 166 0 11 12
Mannen 30 tot 35 jaar Lopik 2025 466 456 69 79 296 2 10 10
Mannen 35 tot 40 jaar Lopik 2025 423 417 31 60 320 2 4 6
Mannen 40 tot 45 jaar Lopik 2025 398 391 10 73 299 3 6 7
Mannen 45 tot 50 jaar Lopik 2025 419 413 11 62 315 17 8 6
Mannen 50 tot 55 jaar Lopik 2025 530 527 5 81 415 23 3 3
Mannen 55 tot 60 jaar Lopik 2025 614 609 6 78 494 22 9 5
Mannen 60 tot 65 jaar Lopik 2025 563 562 3 66 470 14 9 1
Mannen 65 tot 70 jaar Lopik 2025 438 435 2 53 362 6 12 3
Mannen 70 tot 75 jaar Lopik 2025 403 397 0 54 327 6 10 6
Mannen 75 tot 80 jaar Lopik 2025 295 294 0 66 215 3 10 1
Mannen 80 tot 85 jaar Lopik 2025 171 168 0 36 126 0 6 3
Mannen 85 tot 90 jaar Lopik 2025 92 86 0 25 54 2 5 6
Mannen 90 tot 95 jaar Lopik 2025 16 13 0 3 8 0 2 3
Mannen 95 jaar of ouder Lopik 2025 1 1 0 1 0 0 0 0
Vrouwen Totaal Lopik 2025 7.240 7.182 2.091 810 3.883 282 116 58
Vrouwen 0 tot 5 jaar Lopik 2025 365 365 360 5 0
Vrouwen 5 tot 10 jaar Lopik 2025 404 404 400 4 0
Vrouwen 10 tot 15 jaar Lopik 2025 382 382 376 6 0
Vrouwen 15 tot 20 jaar Lopik 2025 425 423 409 4 1 0 9 2
Vrouwen 20 tot 25 jaar Lopik 2025 458 456 363 22 62 2 7 2
Vrouwen 25 tot 30 jaar Lopik 2025 387 386 129 36 213 2 6 1
Vrouwen 30 tot 35 jaar Lopik 2025 424 423 31 30 336 20 6 1
Vrouwen 35 tot 40 jaar Lopik 2025 429 427 9 26 350 41 1 2
Vrouwen 40 tot 45 jaar Lopik 2025 411 408 5 16 342 41 4 3
Vrouwen 45 tot 50 jaar Lopik 2025 405 405 6 22 316 56 5 0
Vrouwen 50 tot 55 jaar Lopik 2025 544 540 1 36 457 44 2 4
Vrouwen 55 tot 60 jaar Lopik 2025 583 578 2 66 471 32 7 5
Vrouwen 60 tot 65 jaar Lopik 2025 567 566 0 80 462 15 9 1
Vrouwen 65 tot 70 jaar Lopik 2025 440 436 0 76 335 10 15 4
Vrouwen 70 tot 75 jaar Lopik 2025 364 359 0 73 271 4 11 5
Vrouwen 75 tot 80 jaar Lopik 2025 300 297 0 131 155 6 5 3
Vrouwen 80 tot 85 jaar Lopik 2025 197 191 0 96 86 2 7 6
Vrouwen 85 tot 90 jaar Lopik 2025 103 94 0 64 22 2 6 9
Vrouwen 90 tot 95 jaar Lopik 2025 44 35 0 28 4 2 1 9
Vrouwen 95 jaar of ouder Lopik 2025 8 7 0 4 0 3 0 1
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Personen in Nederland wonend in een particulier of institutioneel huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio op 1 januari.
De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen in alle huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in particuliere huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in institutionele huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten.

De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.
Bijvoorbeeld: voor de gemeente Vianen, die per 1 januari 2002 is overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de provincie Utrecht, geldt dat ze in de tabel is gegroepeerd in de provincie Utrecht.

De regionale cijfers over de institutionele bevolking vertonen van jaar op jaar soms moeilijk te verklaren schommelingen. De gehanteerde methodiek is gebaseerd op typering van adresbewoning op basis van secundaire bronnen. Niet in alle gevallen valt de typering perfect uit. Dat kan komen doordat een adres van functie is veranderd, bij voorbeeld van zorginstelling naar huisvesting van (voormalige) asielzoekers, zonder dat het CBS daar kennis van heeft genomen. In andere situaties kan het voorkomen dat een adres het ene jaar wel en het andere jaar niet boven de gehanteerde drempelwaarden blijft qua aantal institutionele bewoners die gelden voor het afbakenen van institutionele adressen. Indirect hebben dergelijke schommelingen ook effect op het aantal eenpersoonshuishoudens.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 18 juli 2025:
De cijfers per 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers uit?
In het 3e kwartaal van 2026 worden cijfers per 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Totaal aantal personen in zowel particuliere als institutionele huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Personen in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind
Thuiswonende kinderen in particuliere huishoudens.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Alleenstaand
Alleenstaande personen in particuliere huishoudens.

Alleenstaand:
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt.
Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren.
Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen.
Samenwonend
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet als geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Ouder in eenouderhuishouden
Persoon in een particulier huishouden die een ouder-kindrelatie heeft met één of meer thuiswonende kinderen en die geen partner heeft in hetzelfde huishouden.

Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Overig lid huishouden
Overige leden in particuliere huishoudens.

Overig lid huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, een persoon die samen met een broer of zus één huishouden vormt, of een pleegkind.
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.