Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Huishoudens; personen naar geslacht, leeftijd en regio, 1 januari

Geslacht Leeftijd Regio's Perioden Totaal personen in huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Totaal in particuliere huishoudens (aantal) Personen in particuliere huishoudens Thuiswonend kind (aantal) Personen in particuliere huishoudens Alleenstaand (aantal) Personen in particuliere huishoudens Samenwonend Totaal samenwonende personen (aantal) Personen in particuliere huishoudens Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Mannen en vrouwen Totaal Bergeijk 2025 19.263 19.104 5.101 2.533 10.720 466 284 159
Mannen en vrouwen 0 tot 5 jaar Bergeijk 2025 901 899 893 6 2
Mannen en vrouwen 5 tot 10 jaar Bergeijk 2025 865 865 857 8 0
Mannen en vrouwen 10 tot 15 jaar Bergeijk 2025 909 909 895 14 0
Mannen en vrouwen 15 tot 20 jaar Bergeijk 2025 1.020 1.016 986 10 1 0 19 4
Mannen en vrouwen 20 tot 25 jaar Bergeijk 2025 1.056 1.050 874 81 80 5 10 6
Mannen en vrouwen 25 tot 30 jaar Bergeijk 2025 1.064 1.056 358 164 508 9 17 8
Mannen en vrouwen 30 tot 35 jaar Bergeijk 2025 1.168 1.156 107 184 831 25 9 12
Mannen en vrouwen 35 tot 40 jaar Bergeijk 2025 1.136 1.127 41 168 870 37 11 9
Mannen en vrouwen 40 tot 45 jaar Bergeijk 2025 981 975 25 124 754 64 8 6
Mannen en vrouwen 45 tot 50 jaar Bergeijk 2025 1.063 1.056 15 122 843 70 6 7
Mannen en vrouwen 50 tot 55 jaar Bergeijk 2025 1.312 1.307 28 167 1.016 89 7 5
Mannen en vrouwen 55 tot 60 jaar Bergeijk 2025 1.482 1.477 12 171 1.210 65 19 5
Mannen en vrouwen 60 tot 65 jaar Bergeijk 2025 1.563 1.558 8 211 1.267 40 32 5
Mannen en vrouwen 65 tot 70 jaar Bergeijk 2025 1.422 1.416 1 195 1.168 24 28 6
Mannen en vrouwen 70 tot 75 jaar Bergeijk 2025 1.068 1.060 0 163 869 5 23 8
Mannen en vrouwen 75 tot 80 jaar Bergeijk 2025 1.065 1.051 1 261 750 10 29 14
Mannen en vrouwen 80 tot 85 jaar Bergeijk 2025 669 652 0 231 394 10 17 17
Mannen en vrouwen 85 tot 90 jaar Bergeijk 2025 359 333 0 184 132 9 8 26
Mannen en vrouwen 90 tot 95 jaar Bergeijk 2025 142 126 0 86 26 3 11 16
Mannen en vrouwen 95 jaar of ouder Bergeijk 2025 18 15 0 11 1 1 2 3
Mannen Totaal Bergeijk 2025 9.876 9.810 2.802 1.344 5.382 138 144 66
Mannen 0 tot 5 jaar Bergeijk 2025 432 432 430 2 0
Mannen 5 tot 10 jaar Bergeijk 2025 466 466 460 6 0
Mannen 10 tot 15 jaar Bergeijk 2025 467 467 461 6 0
Mannen 15 tot 20 jaar Bergeijk 2025 543 541 531 2 1 0 7 2
Mannen 20 tot 25 jaar Bergeijk 2025 571 569 494 47 22 0 6 2
Mannen 25 tot 30 jaar Bergeijk 2025 570 566 239 105 209 0 13 4
Mannen 30 tot 35 jaar Bergeijk 2025 608 602 78 130 387 1 6 6
Mannen 35 tot 40 jaar Bergeijk 2025 620 615 31 133 436 7 8 5
Mannen 40 tot 45 jaar Bergeijk 2025 500 497 21 89 371 12 4 3
Mannen 45 tot 50 jaar Bergeijk 2025 524 521 14 87 399 19 2 3
Mannen 50 tot 55 jaar Bergeijk 2025 676 672 25 122 491 31 3 4
Mannen 55 tot 60 jaar Bergeijk 2025 763 759 10 102 606 31 10 4
Mannen 60 tot 65 jaar Bergeijk 2025 808 806 6 122 640 19 19 2
Mannen 65 tot 70 jaar Bergeijk 2025 732 729 1 95 607 9 17 3
Mannen 70 tot 75 jaar Bergeijk 2025 536 533 0 64 456 3 10 3
Mannen 75 tot 80 jaar Bergeijk 2025 541 535 1 95 425 3 11 6
Mannen 80 tot 85 jaar Bergeijk 2025 315 311 0 72 228 2 9 4
Mannen 85 tot 90 jaar Bergeijk 2025 148 140 0 52 85 1 2 8
Mannen 90 tot 95 jaar Bergeijk 2025 50 43 0 22 19 0 2 7
Mannen 95 jaar of ouder Bergeijk 2025 6 6 0 5 0 0 1 0
Vrouwen Totaal Bergeijk 2025 9.387 9.294 2.299 1.189 5.338 328 140 93
Vrouwen 0 tot 5 jaar Bergeijk 2025 469 467 463 4 2
Vrouwen 5 tot 10 jaar Bergeijk 2025 399 399 397 2 0
Vrouwen 10 tot 15 jaar Bergeijk 2025 442 442 434 8 0
Vrouwen 15 tot 20 jaar Bergeijk 2025 477 475 455 8 0 0 12 2
Vrouwen 20 tot 25 jaar Bergeijk 2025 485 481 380 34 58 5 4 4
Vrouwen 25 tot 30 jaar Bergeijk 2025 494 490 119 59 299 9 4 4
Vrouwen 30 tot 35 jaar Bergeijk 2025 560 554 29 54 444 24 3 6
Vrouwen 35 tot 40 jaar Bergeijk 2025 516 512 10 35 434 30 3 4
Vrouwen 40 tot 45 jaar Bergeijk 2025 481 478 4 35 383 52 4 3
Vrouwen 45 tot 50 jaar Bergeijk 2025 539 535 1 35 444 51 4 4
Vrouwen 50 tot 55 jaar Bergeijk 2025 636 635 3 45 525 58 4 1
Vrouwen 55 tot 60 jaar Bergeijk 2025 719 718 2 69 604 34 9 1
Vrouwen 60 tot 65 jaar Bergeijk 2025 755 752 2 89 627 21 13 3
Vrouwen 65 tot 70 jaar Bergeijk 2025 690 687 0 100 561 15 11 3
Vrouwen 70 tot 75 jaar Bergeijk 2025 532 527 0 99 413 2 13 5
Vrouwen 75 tot 80 jaar Bergeijk 2025 524 516 0 166 325 7 18 8
Vrouwen 80 tot 85 jaar Bergeijk 2025 354 341 0 159 166 8 8 13
Vrouwen 85 tot 90 jaar Bergeijk 2025 211 193 0 132 47 8 6 18
Vrouwen 90 tot 95 jaar Bergeijk 2025 92 83 0 64 7 3 9 9
Vrouwen 95 jaar of ouder Bergeijk 2025 12 9 0 6 1 1 1 3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Personen in Nederland wonend in een particulier of institutioneel huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio op 1 januari.
De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen in alle huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in particuliere huishouden naar plaats in het huishouden, geslacht, leeftijd en regio;
- Personen in institutionele huishoudens naar geslacht, leeftijd en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten.

De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.
Bijvoorbeeld: voor de gemeente Vianen, die per 1 januari 2002 is overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de provincie Utrecht, geldt dat ze in de tabel is gegroepeerd in de provincie Utrecht.

De regionale cijfers over de institutionele bevolking vertonen van jaar op jaar soms moeilijk te verklaren schommelingen. De gehanteerde methodiek is gebaseerd op typering van adresbewoning op basis van secundaire bronnen. Niet in alle gevallen valt de typering perfect uit. Dat kan komen doordat een adres van functie is veranderd, bij voorbeeld van zorginstelling naar huisvesting van (voormalige) asielzoekers, zonder dat het CBS daar kennis van heeft genomen. In andere situaties kan het voorkomen dat een adres het ene jaar wel en het andere jaar niet boven de gehanteerde drempelwaarden blijft qua aantal institutionele bewoners die gelden voor het afbakenen van institutionele adressen. Indirect hebben dergelijke schommelingen ook effect op het aantal eenpersoonshuishoudens.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 18 juli 2025:
De cijfers per 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers uit?
In het 3e kwartaal van 2026 worden cijfers per 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Totaal personen in huishoudens
Totaal aantal personen in zowel particuliere als institutionele huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Personen in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal in particuliere huishoudens
Totaal aantal personen in particuliere huishoudens.
Thuiswonend kind
Thuiswonende kinderen in particuliere huishoudens.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Alleenstaand
Alleenstaande personen in particuliere huishoudens.

Alleenstaand:
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt.
Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren.
Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen.
Samenwonend
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet als geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Ouder in eenouderhuishouden
Persoon in een particulier huishouden die een ouder-kindrelatie heeft met één of meer thuiswonende kinderen en die geen partner heeft in hetzelfde huishouden.

Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Overig lid huishouden
Overige leden in particuliere huishoudens.

Overig lid huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, een persoon die samen met een broer of zus één huishouden vormt, of een pleegkind.
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.