Huishoudens; samenstelling, grootte, regio, 1 januari

Huishoudens; samenstelling, grootte, regio, 1 januari

Leeftijd referentiepersoon Regio's Perioden Particuliere huishoudens: samenstelling Totaal particuliere huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Eenpersoonshuishouden (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Totaal meerpersoonshuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Niet-gehuwd paar Totaal niet-gehuwde paren (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Gehuwd paar Totaal gehuwde paren (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Eenouderhuishouden Totaal eenouderhuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 2 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 3 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 4 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 5 of meer personen (aantal)
Totaal Utrecht (PV) 2025 645.543 257.055 388.488 92.288 248.608 43.666 198.490 74.858 79.667 35.473
Totaal Utrecht (CR) 2025 645.543 257.055 388.488 92.288 248.608 43.666 198.490 74.858 79.667 35.473
Totaal Utrecht (gemeente) 2025 194.040 100.166 93.874 33.566 47.084 11.218 48.465 18.064 18.874 8.471
Totaal Utrechtse Heuvelrug 2025 22.286 8.073 14.213 2.729 10.060 1.339 7.663 2.453 2.768 1.329
15 tot 20 jaar Utrecht (PV) 2025 4.160 3.930 230 138 2 11 196 24 6 4
15 tot 20 jaar Utrecht (CR) 2025 4.160 3.930 230 138 2 11 196 24 6 4
15 tot 20 jaar Utrecht (gemeente) 2025 2.575 2.482 93 71 1 0 83 7 3 0
15 tot 20 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 207 201 6 5 0 0 5 0 0 1
20 tot 25 jaar Utrecht (PV) 2025 32.434 28.130 4.304 2.844 538 270 3.543 565 122 74
20 tot 25 jaar Utrecht (CR) 2025 32.434 28.130 4.304 2.844 538 270 3.543 565 122 74
20 tot 25 jaar Utrecht (gemeente) 2025 22.509 20.494 2.015 1.411 82 71 1.671 256 48 40
20 tot 25 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 530 463 67 36 12 5 53 10 3 1
25 tot 30 jaar Utrecht (PV) 2025 51.464 31.370 20.094 13.282 4.695 1.101 15.883 2.767 1.049 395
25 tot 30 jaar Utrecht (CR) 2025 51.464 31.370 20.094 13.282 4.695 1.101 15.883 2.767 1.049 395
25 tot 30 jaar Utrecht (gemeente) 2025 27.983 19.246 8.737 6.810 950 322 7.718 661 242 116
25 tot 30 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 628 351 277 149 100 12 187 50 22 18
30 tot 35 jaar Utrecht (PV) 2025 58.234 23.618 34.616 16.569 14.885 2.549 18.446 8.316 5.821 2.033
30 tot 35 jaar Utrecht (CR) 2025 58.234 23.618 34.616 16.569 14.885 2.549 18.446 8.316 5.821 2.033
30 tot 35 jaar Utrecht (gemeente) 2025 24.422 11.853 12.569 7.741 3.837 679 8.757 2.320 1.142 350
30 tot 35 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.012 376 636 240 327 57 253 174 134 75
35 tot 40 jaar Utrecht (PV) 2025 55.535 15.757 39.778 12.547 22.340 4.567 10.534 9.881 13.707 5.656
35 tot 40 jaar Utrecht (CR) 2025 55.535 15.757 39.778 12.547 22.340 4.567 10.534 9.881 13.707 5.656
35 tot 40 jaar Utrecht (gemeente) 2025 18.838 6.767 12.071 4.734 5.952 1.234 4.292 3.080 3.456 1.243
35 tot 40 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.478 368 1.110 356 624 128 269 268 388 185
40 tot 45 jaar Utrecht (PV) 2025 51.440 12.270 39.170 9.890 22.855 6.233 7.462 7.714 15.677 8.317
40 tot 45 jaar Utrecht (CR) 2025 51.440 12.270 39.170 9.890 22.855 6.233 7.462 7.714 15.677 8.317
40 tot 45 jaar Utrecht (gemeente) 2025 15.380 4.579 10.801 3.178 5.868 1.666 2.450 2.268 4.218 1.865
40 tot 45 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.624 344 1.280 346 750 182 212 210 544 314
45 tot 50 jaar Utrecht (PV) 2025 49.701 11.758 37.943 8.448 22.316 7.029 7.568 7.477 14.889 8.009
45 tot 50 jaar Utrecht (CR) 2025 49.701 11.758 37.943 8.448 22.316 7.029 7.568 7.477 14.889 8.009
45 tot 50 jaar Utrecht (gemeente) 2025 13.762 4.057 9.705 2.479 5.282 1.882 2.129 1.889 3.691 1.996
45 tot 50 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.721 353 1.368 352 801 213 244 227 575 322
50 tot 55 jaar Utrecht (PV) 2025 56.393 14.276 42.117 8.412 25.653 7.899 11.151 10.661 14.043 6.262
50 tot 55 jaar Utrecht (CR) 2025 56.393 14.276 42.117 8.412 25.653 7.899 11.151 10.661 14.043 6.262
50 tot 55 jaar Utrecht (gemeente) 2025 14.238 4.593 9.645 2.264 5.402 1.916 2.658 2.289 3.131 1.567
50 tot 55 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 2.081 471 1.610 334 1.019 252 447 396 527 240
55 tot 60 jaar Utrecht (PV) 2025 57.891 16.839 41.052 7.193 27.509 6.188 17.151 11.969 8.851 3.081
55 tot 60 jaar Utrecht (CR) 2025 57.891 16.839 41.052 7.193 27.509 6.188 17.151 11.969 8.851 3.081
55 tot 60 jaar Utrecht (gemeente) 2025 13.191 4.833 8.358 1.817 4.966 1.532 3.424 2.355 1.741 838
55 tot 60 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 2.270 600 1.670 309 1.165 191 747 455 364 104
60 tot 65 jaar Utrecht (PV) 2025 54.251 18.084 36.167 5.198 27.510 3.295 23.258 8.117 3.671 1.121
60 tot 65 jaar Utrecht (CR) 2025 54.251 18.084 36.167 5.198 27.510 3.295 23.258 8.117 3.671 1.121
60 tot 65 jaar Utrecht (gemeente) 2025 11.305 4.865 6.440 1.259 4.312 814 3.850 1.513 776 301
60 tot 65 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 2.293 717 1.576 233 1.236 102 1.040 353 142 41
65 tot 70 jaar Utrecht (PV) 2025 47.555 17.635 29.920 3.395 24.717 1.640 24.399 4.033 1.175 313
65 tot 70 jaar Utrecht (CR) 2025 47.555 17.635 29.920 3.395 24.717 1.640 24.399 4.033 1.175 313
65 tot 70 jaar Utrecht (gemeente) 2025 9.194 4.513 4.681 882 3.330 429 3.589 762 248 82
65 tot 70 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 2.003 643 1.360 134 1.170 49 1.128 167 51 14
70 tot 75 jaar Utrecht (PV) 2025 41.556 17.196 24.360 2.071 21.175 1.008 22.168 1.719 369 104
70 tot 75 jaar Utrecht (CR) 2025 41.556 17.196 24.360 2.071 21.175 1.008 22.168 1.719 369 104
70 tot 75 jaar Utrecht (gemeente) 2025 7.337 3.855 3.482 478 2.725 251 3.062 302 89 29
70 tot 75 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.830 667 1.163 105 1.014 37 1.074 73 10 6
75 tot 80 jaar Utrecht (PV) 2025 39.022 18.012 21.010 1.374 18.830 733 19.848 957 157 48
75 tot 80 jaar Utrecht (CR) 2025 39.022 18.012 21.010 1.374 18.830 733 19.848 957 157 48
75 tot 80 jaar Utrecht (gemeente) 2025 6.077 3.303 2.774 293 2.290 171 2.519 199 43 13
75 tot 80 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.909 891 1.018 76 903 38 971 41 3 3
80 tot 85 jaar Utrecht (PV) 2025 25.093 13.670 11.423 581 10.241 568 10.894 416 82 31
80 tot 85 jaar Utrecht (CR) 2025 25.093 13.670 11.423 581 10.241 568 10.894 416 82 31
80 tot 85 jaar Utrecht (gemeente) 2025 3.910 2.359 1.551 95 1.316 133 1.414 94 30 13
80 tot 85 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 1.384 739 645 31 578 34 628 13 3 1
85 tot 90 jaar Utrecht (PV) 2025 14.447 9.509 4.938 274 4.284 353 4.684 191 41 22
85 tot 90 jaar Utrecht (CR) 2025 14.447 9.509 4.938 274 4.284 353 4.684 191 41 22
85 tot 90 jaar Utrecht (gemeente) 2025 2.335 1.590 745 41 619 79 659 57 12 17
85 tot 90 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 894 581 313 15 277 18 297 11 2 3
90 tot 95 jaar Utrecht (PV) 2025 5.331 4.115 1.216 64 971 171 1.165 44 5 2
90 tot 95 jaar Utrecht (CR) 2025 5.331 4.115 1.216 64 971 171 1.165 44 5 2
90 tot 95 jaar Utrecht (gemeente) 2025 826 643 183 12 139 30 171 8 3 1
90 tot 95 jaar Utrechtse Heuvelrug 2025 351 251 100 7 75 17 94 5 0 1
95 jaar of ouder Utrecht (PV) 2025 1.036 886 150 8 87 51 140 7 2 1
95 jaar of ouder Utrecht (CR) 2025 1.036 886 150 8 87 51 140 7 2 1
95 jaar of ouder Utrecht (gemeente) 2025 158 134 24 1 13 9 19 4 1 0
95 jaar of ouder Utrechtse Heuvelrug 2025 71 57 14 1 9 4 14 0 0 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Particuliere huishoudens in Nederland op 1 januari naar samenstelling of grootte van het huishouden, leeftijd van de referentiepersoon en regio.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Particuliere huishoudens naar samenstelling, leeftijd van de referentiepersoon en regio;
- Particuliere huishoudens naar grootte, leeftijd van de referentiepersoon en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten. De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 22 augustus 2025:
De cijfers van 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2026 worden de definitieve cijfers van 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens: samenstelling
Particuliere huishoudens naar samenstelling van het huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Samenstelling huishouden:
Typering van een particulier huishouden op basis van de onderlinge relaties van de personen binnen het huishouden.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Totaal particuliere huishoudens
Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Meerpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Totaal meerpersoonshuishoudens
Totaal aantal particuliere huishoudens bestaande uit twee of meer personen.
Niet-gehuwd paar
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.
Totaal niet-gehuwde paren
Gehuwd paar
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.
Totaal gehuwde paren
Eenouderhuishouden
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Totaal eenouderhuishoudens
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Particuliere huishoudens: grootte
Particuliere huishoudens naar grootte van het huishouden.

Huishoudensgrootte:
Aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Meerpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
2 personen
3 personen
4 personen
5 of meer personen