Huishoudens; samenstelling, grootte, regio, 1 januari

Huishoudens; samenstelling, grootte, regio, 1 januari

Leeftijd referentiepersoon Regio's Perioden Particuliere huishoudens: samenstelling Totaal particuliere huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Eenpersoonshuishouden (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Totaal meerpersoonshuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Niet-gehuwd paar Totaal niet-gehuwde paren (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Gehuwd paar Totaal gehuwde paren (aantal) Particuliere huishoudens: samenstelling Meerpersoonshuishouden Eenouderhuishouden Totaal eenouderhuishoudens (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 2 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 3 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 4 personen (aantal) Particuliere huishoudens: grootte Meerpersoonshuishouden 5 of meer personen (aantal)
Totaal Appingedam 2025
Totaal Edam-Volendam 2025 15.636 4.660 10.976 2.090 7.861 979 5.414 2.019 2.651 892
Totaal Schiedam 2025 39.168 16.390 22.778 5.312 13.118 4.044 11.802 5.138 4.078 1.760
15 tot 20 jaar Appingedam 2025
15 tot 20 jaar Edam-Volendam 2025 16 15 1 0 0 0 1 0 0 0
15 tot 20 jaar Schiedam 2025 158 130 28 18 0 4 24 4 0 0
20 tot 25 jaar Appingedam 2025
20 tot 25 jaar Edam-Volendam 2025 139 97 42 27 5 5 34 5 1 2
20 tot 25 jaar Schiedam 2025 1.050 709 341 192 40 85 264 56 12 9
25 tot 30 jaar Appingedam 2025
25 tot 30 jaar Edam-Volendam 2025 599 253 346 243 77 20 246 78 15 7
25 tot 30 jaar Schiedam 2025 2.821 1.463 1.358 712 360 253 910 319 106 23
30 tot 35 jaar Appingedam 2025
30 tot 35 jaar Edam-Volendam 2025 1.066 327 739 386 313 34 285 211 202 41
30 tot 35 jaar Schiedam 2025 4.037 1.621 2.416 969 964 431 1.072 688 508 148
35 tot 40 jaar Appingedam 2025
35 tot 40 jaar Edam-Volendam 2025 1.111 265 846 272 488 84 135 208 379 124
35 tot 40 jaar Schiedam 2025 3.724 1.253 2.471 734 1.159 537 719 711 734 307
40 tot 45 jaar Appingedam 2025
40 tot 45 jaar Edam-Volendam 2025 1.131 242 889 255 518 114 137 147 450 155
40 tot 45 jaar Schiedam 2025 3.397 1.066 2.331 579 1.159 558 578 550 765 438
45 tot 50 jaar Appingedam 2025
45 tot 50 jaar Edam-Volendam 2025 1.282 223 1.059 215 664 177 176 182 518 183
45 tot 50 jaar Schiedam 2025 3.282 1.030 2.252 467 1.160 596 657 549 694 352
50 tot 55 jaar Appingedam 2025
50 tot 55 jaar Edam-Volendam 2025 1.566 299 1.267 213 870 182 249 272 522 224
50 tot 55 jaar Schiedam 2025 3.561 1.174 2.387 489 1.305 565 847 686 592 262
55 tot 60 jaar Appingedam 2025
55 tot 60 jaar Edam-Volendam 2025 1.643 329 1.314 174 981 157 450 363 396 105
55 tot 60 jaar Schiedam 2025 3.509 1.258 2.251 437 1.369 430 1.076 645 394 136
60 tot 65 jaar Appingedam 2025
60 tot 65 jaar Edam-Volendam 2025 1.546 389 1.157 102 952 100 696 301 118 42
60 tot 65 jaar Schiedam 2025 3.447 1.415 2.032 298 1.454 268 1.336 464 184 48
65 tot 70 jaar Appingedam 2025
65 tot 70 jaar Edam-Volendam 2025 1.363 429 934 83 803 42 762 134 33 5
65 tot 70 jaar Schiedam 2025 2.837 1.187 1.650 192 1.313 133 1.303 268 54 25
70 tot 75 jaar Appingedam 2025
70 tot 75 jaar Edam-Volendam 2025 1.422 473 949 57 867 21 863 72 11 3
70 tot 75 jaar Schiedam 2025 2.405 1.104 1.301 125 1.085 83 1.165 111 18 7
75 tot 80 jaar Appingedam 2025
75 tot 80 jaar Edam-Volendam 2025 1.343 535 808 34 755 17 772 32 4 0
75 tot 80 jaar Schiedam 2025 2.285 1.214 1.071 51 975 39 992 62 14 3
80 tot 85 jaar Appingedam 2025
80 tot 85 jaar Edam-Volendam 2025 850 415 435 21 398 14 427 7 0 1
80 tot 85 jaar Schiedam 2025 1.406 828 578 32 513 31 558 15 3 2
85 tot 90 jaar Appingedam 2025
85 tot 90 jaar Edam-Volendam 2025 430 271 159 8 143 8 152 6 1 0
85 tot 90 jaar Schiedam 2025 852 610 242 15 211 15 235 7 0 0
90 tot 95 jaar Appingedam 2025
90 tot 95 jaar Edam-Volendam 2025 122 91 31 0 27 4 29 1 1 0
90 tot 95 jaar Schiedam 2025 330 269 61 1 49 11 58 3 0 0
95 jaar of ouder Appingedam 2025
95 jaar of ouder Edam-Volendam 2025 7 7 0 0 0 0 0 0 0 0
95 jaar of ouder Schiedam 2025 67 59 8 1 2 5 8 0 0 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Particuliere huishoudens in Nederland op 1 januari naar samenstelling of grootte van het huishouden, leeftijd van de referentiepersoon en regio.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Particuliere huishoudens naar samenstelling, leeftijd van de referentiepersoon en regio;
- Particuliere huishoudens naar grootte, leeftijd van de referentiepersoon en regio.

De in de tabel opgenomen regio's zijn landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten. De gepresenteerde regiototalen betreffen samentellingen van gemeenten. In geval van grenswijzigingen die over verschillende regiogrenzen heen gaan is de indeling van de gemeenten gegroepeerd naar de meest recente situatie.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2000

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 22 augustus 2025:
De cijfers van 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2026 worden de definitieve cijfers van 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens: samenstelling
Particuliere huishoudens naar samenstelling van het huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Samenstelling huishouden:
Typering van een particulier huishouden op basis van de onderlinge relaties van de personen binnen het huishouden.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Totaal particuliere huishoudens
Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Meerpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Totaal meerpersoonshuishoudens
Totaal aantal particuliere huishoudens bestaande uit twee of meer personen.
Niet-gehuwd paar
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.
Totaal niet-gehuwde paren
Gehuwd paar
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.
Totaal gehuwde paren
Eenouderhuishouden
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Totaal eenouderhuishoudens
Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Particuliere huishoudens: grootte
Particuliere huishoudens naar grootte van het huishouden.

Huishoudensgrootte:
Aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar particulier, dus niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Meerpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
2 personen
3 personen
4 personen
5 of meer personen