Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond sociaal minimum, 2003

Particuliere huishoudens met laag inkomen / rond sociaal minimum, 2003

Regio's Samenstelling van het huishouden Aant. huish. behorende tot doelpopulatie (x 1 000) Aant. huish. met een laag inkomen (%)
Nederland Totaal particulier huishouden 6.450,6 9
Nederland Eenpersoonshuishouden 2.012,5 13
Nederland Paar zonder kinderen 1.931,5 4
Nederland Paar met kinderen 1.927,4 7
Nederland Eenoudergezin 379,9 21
Noord-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 674,0 9
Noord-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 203,3 14
Noord-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 217,5 4
Noord-Nederland (LD) Paar met kinderen 202,2 8
Noord-Nederland (LD) Eenoudergezin 35,6 21
Oost-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 1.303,3 8
Oost-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 361,1 13
Oost-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 397,7 4
Oost-Nederland (LD) Paar met kinderen 432,0 7
Oost-Nederland (LD) Eenoudergezin 68,7 20
West-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 3.089,4 9
West-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 1.064,5 14
West-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 870,9 3
West-Nederland (LD) Paar met kinderen 853,9 7
West-Nederland (LD) Eenoudergezin 203,1 21
Zuid-Nederland (LD) Totaal particulier huishouden 1.384,0 8
Zuid-Nederland (LD) Eenpersoonshuishouden 383,5 13
Zuid-Nederland (LD) Paar zonder kinderen 445,4 4
Zuid-Nederland (LD) Paar met kinderen 439,2 6
Zuid-Nederland (LD) Eenoudergezin 72,6 21
Groningen (PV) Totaal particulier huishouden 230,4 10
Groningen (PV) Eenpersoonshuishouden 76,2 16
Groningen (PV) Paar zonder kinderen 72,7 4
Groningen (PV) Paar met kinderen 62,8 8
Groningen (PV) Eenoudergezin 13,5 23
Friesland (PV) Totaal particulier huishouden 253,2 9
Friesland (PV) Eenpersoonshuishouden 75,6 14
Friesland (PV) Paar zonder kinderen 80,1 4
Friesland (PV) Paar met kinderen 79,1 8
Friesland (PV) Eenoudergezin 13,2 20
Drenthe (PV) Totaal particulier huishouden 190,4 8
Drenthe (PV) Eenpersoonshuishouden 51,5 12
Drenthe (PV) Paar zonder kinderen 64,7 3
Drenthe (PV) Paar met kinderen 60,3 7
Drenthe (PV) Eenoudergezin 8,9 20
Overijssel (PV) Totaal particulier huishouden 417,8 8
Overijssel (PV) Eenpersoonshuishouden 115,6 13
Overijssel (PV) Paar zonder kinderen 128,2 4
Overijssel (PV) Paar met kinderen 139,2 7
Overijssel (PV) Eenoudergezin 20,6 21
Flevoland (PV) Totaal particulier huishouden 132,2 10
Flevoland (PV) Eenpersoonshuishouden 32,9 15
Flevoland (PV) Paar zonder kinderen 36,9 4
Flevoland (PV) Paar met kinderen 48,4 8
Flevoland (PV) Eenoudergezin 9,6 23
Gelderland (PV) Totaal particulier huishouden 753,3 8
Gelderland (PV) Eenpersoonshuishouden 212,6 12
Gelderland (PV) Paar zonder kinderen 232,7 3
Gelderland (PV) Paar met kinderen 244,5 6
Gelderland (PV) Eenoudergezin 38,6 19
Utrecht (PV) Totaal particulier huishouden 455,1 7
Utrecht (PV) Eenpersoonshuishouden 144,7 11
Utrecht (PV) Paar zonder kinderen 132,1 3
Utrecht (PV) Paar met kinderen 139,7 6
Utrecht (PV) Eenoudergezin 24,9 19
Noord-Holland (PV) Totaal particulier huishouden 1.086,0 10
Noord-Holland (PV) Eenpersoonshuishouden 402,7 14
Noord-Holland (PV) Paar zonder kinderen 293,0 4
Noord-Holland (PV) Paar met kinderen 280,1 7
Noord-Holland (PV) Eenoudergezin 76,4 21
Zuid-Holland (PV) Totaal particulier huishouden 1.396,6 9
Zuid-Holland (PV) Eenpersoonshuishouden 472,7 14
Zuid-Holland (PV) Paar zonder kinderen 394,6 3
Zuid-Holland (PV) Paar met kinderen 389,0 7
Zuid-Holland (PV) Eenoudergezin 94,5 22
Zeeland (PV) Totaal particulier huishouden 151,7 7
Zeeland (PV) Eenpersoonshuishouden 44,4 11
Zeeland (PV) Paar zonder kinderen 51,2 3
Zeeland (PV) Paar met kinderen 45,1 6
Zeeland (PV) Eenoudergezin 7,3 20
Noord-Brabant (PV) Totaal particulier huishouden 933,7 8
Noord-Brabant (PV) Eenpersoonshuishouden 254,3 12
Noord-Brabant (PV) Paar zonder kinderen 299,0 3
Noord-Brabant (PV) Paar met kinderen 303,7 6
Noord-Brabant (PV) Eenoudergezin 47,6 20
Limburg (PV) Totaal particulier huishouden 450,2 9
Limburg (PV) Eenpersoonshuishouden 129,2 14
Limburg (PV) Paar zonder kinderen 146,4 4
Limburg (PV) Paar met kinderen 135,5 7
Limburg (PV) Eenoudergezin 25,0 22
Oost-Groningen (CR) Totaal particulier huishouden 62,7 9
Oost-Groningen (CR) Eenpersoonshuishouden 17,7 13
Oost-Groningen (CR) Paar zonder kinderen 21,5 4
Oost-Groningen (CR) Paar met kinderen 18,8 8
Oost-Groningen (CR) Eenoudergezin 3,2 22
Delfzijl en omgeving (CR) Totaal particulier huishouden 21,3 10
Delfzijl en omgeving (CR) Eenpersoonshuishouden 6,2 14
Delfzijl en omgeving (CR) Paar zonder kinderen 7,2 5
Delfzijl en omgeving (CR) Paar met kinderen 6,2 9
Delfzijl en omgeving (CR) Eenoudergezin 1,2 24
Overig Groningen (CR) Totaal particulier huishouden 146,4 11
Overig Groningen (CR) Eenpersoonshuishouden 52,4 16
Overig Groningen (CR) Paar zonder kinderen 44,0 4
Overig Groningen (CR) Paar met kinderen 37,7 8
Overig Groningen (CR) Eenoudergezin 9,1 24
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, COROP-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2003

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aant. huish. behorende tot doelpopulatie
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan de
hoofdkostwinner (of eventuele partner) een volledig jaarinkomen heeft en
niet afhankelijk is van studiefinanciering; deze populatie dient als
basis voor het percentage huishoudens met een laag inkomen of als basis
voor het percentage huishoudens onder of rond het sociaal minimum .
Aant. huish. met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.