Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal huishoudens met een laag inkomen (%)
Ten Boer Totaal particulier huishouden 7
Ten Boer Eenpersoonshuishoudens x
Ten Boer Paar zonder kinderen x
Ten Boer Paar met kinderen 7
Ten Boer Eenoudergezin x
Winschoten Totaal particulier huishouden 11
Winschoten Eenpersoonshuishoudens 14
Winschoten Paar zonder kinderen 5
Winschoten Paar met kinderen 7
Winschoten Eenoudergezin 33
Littenseradiel Totaal particulier huishouden 7
Littenseradiel Eenpersoonshuishoudens 8
Littenseradiel Paar zonder kinderen x
Littenseradiel Paar met kinderen 6
Littenseradiel Eenoudergezin x
Aalten Totaal particulier huishouden 6
Aalten Eenpersoonshuishoudens 6
Aalten Paar zonder kinderen 4
Aalten Paar met kinderen 5
Aalten Eenoudergezin x
Druten Totaal particulier huishouden 7
Druten Eenpersoonshuishoudens 15
Druten Paar zonder kinderen 4
Druten Paar met kinderen 6
Druten Eenoudergezin x
Lichtenvoorde Totaal particulier huishouden 6
Lichtenvoorde Eenpersoonshuishoudens 12
Lichtenvoorde Paar zonder kinderen x
Lichtenvoorde Paar met kinderen 5
Lichtenvoorde Eenoudergezin x
Putten Totaal particulier huishouden 6
Putten Eenpersoonshuishoudens 9
Putten Paar zonder kinderen x
Putten Paar met kinderen 5
Putten Eenoudergezin 20
Dronten Totaal particulier huishouden 8
Dronten Eenpersoonshuishoudens 11
Dronten Paar zonder kinderen 4
Dronten Paar met kinderen 6
Dronten Eenoudergezin 30
Bunschoten Totaal particulier huishouden 6
Bunschoten Eenpersoonshuishoudens 11
Bunschoten Paar zonder kinderen x
Bunschoten Paar met kinderen 5
Bunschoten Eenoudergezin x
Houten Totaal particulier huishouden 5
Houten Eenpersoonshuishoudens 9
Houten Paar zonder kinderen x
Houten Paar met kinderen 3
Houten Eenoudergezin 16
Voorschoten Totaal particulier huishouden 5
Voorschoten Eenpersoonshuishoudens 7
Voorschoten Paar zonder kinderen 2
Voorschoten Paar met kinderen 3
Voorschoten Eenoudergezin 19
Hontenisse Totaal particulier huishouden 4
Hontenisse Eenpersoonshuishoudens x
Hontenisse Paar zonder kinderen x
Hontenisse Paar met kinderen x
Hontenisse Eenoudergezin x
Asten Totaal particulier huishouden 5
Asten Eenpersoonshuishoudens 9
Asten Paar zonder kinderen 5
Asten Paar met kinderen 4
Asten Eenoudergezin x
Etten-Leur Totaal particulier huishouden 7
Etten-Leur Eenpersoonshuishoudens 13
Etten-Leur Paar zonder kinderen 2
Etten-Leur Paar met kinderen 5
Etten-Leur Eenoudergezin 23
Margraten Totaal particulier huishouden 6
Margraten Eenpersoonshuishoudens 15
Margraten Paar zonder kinderen x
Margraten Paar met kinderen 5
Margraten Eenoudergezin x
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal huishoudens met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.