Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal h.h. behorende tot doelpopulatie (x 1 000) Aantal huishoudens met een laag inkomen (%)
Nederland Totaal particulier huishouden 6.402,7 9
Nederland Eenpersoonshuishoudens 1.991,7 14
Nederland Paar zonder kinderen 1.924,3 4
Nederland Paar met kinderen 1.926,1 6
Nederland Eenoudergezin 373,9 25
Noord-Nederland Totaal particulier huishouden 668,3 9
Noord-Nederland Eenpersoonshuishoudens 199,8 14
Noord-Nederland Paar zonder kinderen 216,6 4
Noord-Nederland Paar met kinderen 202,3 7
Noord-Nederland Eenoudergezin 35,2 27
Oost-Nederland Totaal particulier huishouden 1.283,5 8
Oost-Nederland Eenpersoonshuishoudens 351,4 13
Oost-Nederland Paar zonder kinderen 394,6 4
Oost-Nederland Paar met kinderen 429,4 6
Oost-Nederland Eenoudergezin 67,0 24
West-Nederland Totaal particulier huishouden 3.079,2 9
West-Nederland Eenpersoonshuishoudens 1.067,0 14
West-Nederland Paar zonder kinderen 871,2 3
West-Nederland Paar met kinderen 850,1 6
West-Nederland Eenoudergezin 200,4 26
Zuid-Nederland Totaal particulier huishouden 1.371,7 8
Zuid-Nederland Eenpersoonshuishoudens 373,4 13
Zuid-Nederland Paar zonder kinderen 441,9 4
Zuid-Nederland Paar met kinderen 444,3 5
Zuid-Nederland Eenoudergezin 71,3 24
Groningen Totaal particulier huishouden 229,8 11
Groningen Eenpersoonshuishoudens 75,7 15
Groningen Paar zonder kinderen 72,8 5
Groningen Paar met kinderen 63,0 7
Groningen Eenoudergezin 13,4 30
Friesland Totaal particulier huishouden 250,5 9
Friesland Eenpersoonshuishoudens 74,2 14
Friesland Paar zonder kinderen 79,5 4
Friesland Paar met kinderen 79,0 7
Friesland Eenoudergezin 13,1 26
Drenthe Totaal particulier huishouden 188,0 8
Drenthe Eenpersoonshuishoudens 49,9 12
Drenthe Paar zonder kinderen 64,4 4
Drenthe Paar met kinderen 60,3 6
Drenthe Eenoudergezin 8,8 25
Overijssel Totaal particulier huishouden 412,9 8
Overijssel Eenpersoonshuishoudens 112,4 13
Overijssel Paar zonder kinderen 128,0 4
Overijssel Paar met kinderen 139,0 6
Overijssel Eenoudergezin 20,0 24
Flevoland Totaal particulier huishouden 125,8 9
Flevoland Eenpersoonshuishoudens 31,4 14
Flevoland Paar zonder kinderen 35,6 4
Flevoland Paar met kinderen 46,0 6
Flevoland Eenoudergezin 9,0 27
Gelderland Totaal particulier huishouden 744,8 8
Gelderland Eenpersoonshuishoudens 207,6 12
Gelderland Paar zonder kinderen 231,0 3
Gelderland Paar met kinderen 244,4 5
Gelderland Eenoudergezin 38,0 23
Utrecht Totaal particulier huishouden 450,0 7
Utrecht Eenpersoonshuishoudens 143,2 11
Utrecht Paar zonder kinderen 131,6 3
Utrecht Paar met kinderen 138,0 5
Utrecht Eenoudergezin 24,3 21
Noord-Holland Totaal particulier huishouden 1.086,2 10
Noord-Holland Eenpersoonshuishoudens 406,0 15
Noord-Holland Paar zonder kinderen 294,3 3
Noord-Holland Paar met kinderen 278,6 6
Noord-Holland Eenoudergezin 75,9 25
Zuid-Holland Totaal particulier huishouden 1.393,2 10
Zuid-Holland Eenpersoonshuishoudens 474,4 14
Zuid-Holland Paar zonder kinderen 394,9 4
Zuid-Holland Paar met kinderen 388,1 6
Zuid-Holland Eenoudergezin 93,0 28
Zeeland Totaal particulier huishouden 149,7 7
Zeeland Eenpersoonshuishoudens 43,3 12
Zeeland Paar zonder kinderen 50,5 3
Zeeland Paar met kinderen 45,3 5
Zeeland Eenoudergezin 7,2 24
Noord-Brabant Totaal particulier huishouden 924,8 7
Noord-Brabant Eenpersoonshuishoudens 248,1 12
Noord-Brabant Paar zonder kinderen 297,2 4
Noord-Brabant Paar met kinderen 305,6 5
Noord-Brabant Eenoudergezin 46,6 23
Limburg Totaal particulier huishouden 447,0 9
Limburg Eenpersoonshuishoudens 125,4 15
Limburg Paar zonder kinderen 144,6 5
Limburg Paar met kinderen 138,7 6
Limburg Eenoudergezin 24,7 26
Oost-Groningen Totaal particulier huishouden 62,9 10
Oost-Groningen Eenpersoonshuishoudens 17,5 15
Oost-Groningen Paar zonder kinderen 21,7 5
Oost-Groningen Paar met kinderen 19,2 8
Oost-Groningen Eenoudergezin 3,2 28
Delfzijl en omgeving Totaal particulier huishouden 21,2 9
Delfzijl en omgeving Eenpersoonshuishoudens 6,0 13
Delfzijl en omgeving Paar zonder kinderen 7,2 4
Delfzijl en omgeving Paar met kinderen 6,3 8
Delfzijl en omgeving Eenoudergezin 1,1 31
Overig Groningen Totaal particulier huishouden 145,7 11
Overig Groningen Eenpersoonshuishoudens 52,2 16
Overig Groningen Paar zonder kinderen 44,0 5
Overig Groningen Paar met kinderen 37,5 7
Overig Groningen Eenoudergezin 9,0 30
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal h.h. behorende tot doelpopulatie
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan de
hoofdkostwinner (of eventuele partner) een volledig jaarinkomen heeft en
niet afhankelijk is van studiefinanciering; deze populatie dient als
basis voor het percentage huishoudens met een laag inkomen of als basis
voor het percentage huishoudens onder of rond het sociaal minimum .
Aantal huishoudens met een laag inkomen
Het percentage huishoudens met een laag inkomen met de desbetreffende
huishoudenssamenstelling.
De lage-inkomensgrens is vastgesteld op 9.249 euro. Dit bedrag komt in
koopkracht ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering
voor een alleenstaande in 1979, toen deze op zijn hoogst was. Het
inkomensbegrip dat in deze publicatie wordt gehanteerd, is het
besteedbaar inkomen verminderd met eventueel ontvangen
huursubsidie. Om te bepalen hoe het inkomen van een huishouden zich
verhoudt tot de lage-inkomensgrens, wordt het inkomen van
een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in huishoudenssamenstelling
en voor de prijsontwikkeling. De correctie voor verschillen in
samenstelling vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren.
In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het
gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met
behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het
inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de
inkomensniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met
consumentenprijsindices) herleid naar het prijspeil in 2000.
Het resulterende inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.249 euro.