Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Particuliere huish.met laag inkomen / rond soc. minimum, na revisie, 2001

Regio's Samenstelling van het huishouden Aantal h.h. onder of rond het soc. min. (%)
Het Gooi en Vechtstreek Totaal particulier huishouden 6
Het Gooi en Vechtstreek Eenpersoonshuishoudens 10
Het Gooi en Vechtstreek Paar zonder kinderen 3
Het Gooi en Vechtstreek Paar met kinderen 3
Het Gooi en Vechtstreek Eenoudergezin 17
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 6
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 10
Apeldoorn Paar zonder kinderen 4
Apeldoorn Paar met kinderen 3
Apeldoorn Eenoudergezin 23
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 6
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 10
Apeldoorn Paar zonder kinderen 4
Apeldoorn Paar met kinderen 3
Apeldoorn Eenoudergezin 21
het Bildt Totaal particulier huishouden 7
het Bildt Eenpersoonshuishoudens 8
het Bildt Paar zonder kinderen x
het Bildt Paar met kinderen 5
het Bildt Eenoudergezin x
Hellendoorn Totaal particulier huishouden 4
Hellendoorn Eenpersoonshuishoudens 8
Hellendoorn Paar zonder kinderen 4
Hellendoorn Paar met kinderen 2
Hellendoorn Eenoudergezin 16
Apeldoorn Totaal particulier huishouden 6
Apeldoorn Eenpersoonshuishoudens 10
Apeldoorn Paar zonder kinderen 4
Apeldoorn Paar met kinderen 3
Apeldoorn Eenoudergezin 23
Doorn Totaal particulier huishouden 4
Doorn Eenpersoonshuishoudens 7
Doorn Paar zonder kinderen x
Doorn Paar met kinderen x
Doorn Eenoudergezin x
Borger-Odoorn Totaal particulier huishouden 6
Borger-Odoorn Eenpersoonshuishoudens 9
Borger-Odoorn Paar zonder kinderen 5
Borger-Odoorn Paar met kinderen 3
Borger-Odoorn Eenoudergezin 26
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Sinds 1946 houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek regelmatig
onderzoek naar de regionale inkomensverdeling. Deze onderzoeken zijn
voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van
Financiën (de fiscale registers) en de Nederlandse gemeenten
(de bevolkingsregisters = GBA).
De uiteindelijke RIO resultaten zijn gebaseerd op een steekproef
van 1,9 miljoen huishoudens.

De cijfers in deze tabel wijken af van de eerder gepubliceerde
cijfers over 2001 omdat het besteedbaar inkomen en de ophoging
gebruikt is conform de methodiek 2003 (zie ook 4.5 en 4.7.4).
In het verdere verloop van deze toelichting spreken we
over 'ná revisie 2003'.

Inkomensverdelingen van personen en huishoudens, per landsdeel,
provincie, corop-gebied, grootstedelijke agglomeratie, stadsgewest
en gemeente.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2001

Frequentie: eenmalig
Omdat de gemeentelijke indeling jaarlijks verandert worden de
uitkomsten uit het RIO voor elk afzonderlijk onderzoeksjaar
gepubliceerd; samenvoeging of splitsing van gemeenten heeft tot
gevolg dat alle informatie gerelateerd aan het inkomen in een
nieuw gevormde of gesplitste gemeente aanzienlijk kan wijzigen
waardoor vergelijkbaarheid in de tijd niet mogelijk is.

Toelichting onderwerpen

Aantal h.h. onder of rond het soc. min.
Het sociale minimum (of het beleidsmatig minimum) is het wettelijk
bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld.
Om te kunnen beoordelen hoe het besteedbaar inkomen van een huishouden
zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden
vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing
is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen,
bijvoorbeeld, is gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een
echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij
65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens die uitsluitend op een
bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe
mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als
inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens
met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar
105% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.