Akkerbouwgewassen; productie naar regio

Akkerbouwgewassen; productie naar regio

Gewassen Regio's Perioden Beteelde oppervlakte (ha) Geoogste oppervlakte (ha) Bruto opbrengst per ha (1 000 kg) Totale bruto opbrengst (1 000 kg)
Tarwe (totaal) Nederland 2021* 119.383 118.139 8,2 970.501
Tarwe (totaal) Noord Nederland (LD) 2021* 35.646 35.630 8,0 283.615
Tarwe (totaal) Oost Nederland (LD) 2021* 18.764 18.601 8,2 152.617
Tarwe (totaal) West Nederland (LD) 2021* 47.439 47.089 8,5 398.425
Tarwe (totaal) Zuid Nederland (LD) 2021* 17.535 16.820 8,1 135.843
Tarwe (totaal) Groningen (PV) 2021* 27.208 27.194 8,0 218.223
Tarwe (totaal) Fryslân (PV) 2021* 4.979 4.976 8,1 40.368
Tarwe (totaal) Drenthe (PV) 2021* 3.459 3.459 7,2 25.024
Tarwe (totaal) Overijssel (PV) 2021* 1.602 1.525 6,9 10.614
Tarwe (totaal) Flevoland (PV) 2021* 11.822 11.787 8,6 101.386
Tarwe (totaal) Gelderland (PV) 2021* 5.339 5.290 7,7 40.618
Tarwe (totaal) Utrecht (PV) 2021* 299 296 6,3 1.879
Tarwe (totaal) Noord-Holland (PV) 2021* 7.522 7.454 8,1 60.266
Tarwe (totaal) Zuid-Holland (PV) 2021* 11.451 11.444 8,7 99.657
Tarwe (totaal) Zeeland (PV) 2021* 28.167 27.895 8,5 236.622
Tarwe (totaal) Noord-Brabant (PV) 2021* 10.984 10.704 8,2 87.651
Tarwe (totaal) Limburg (PV) 2021* 6.551 6.116 7,9 48.192
Tarwe, winter Nederland 2021* 106.783 105.969 8,4 889.405
Tarwe, winter Noord Nederland (LD) 2021* 31.118 31.111 8,2 254.260
Tarwe, winter Oost Nederland (LD) 2021* 16.624 16.547 8,4 139.265
Tarwe, winter West Nederland (LD) 2021* 42.890 42.850 8,6 368.166
Tarwe, winter Zuid Nederland (LD) 2021* 16.152 15.461 8,3 127.714
Tarwe, winter Groningen (PV) 2021* 25.101 25.097 8,1 204.295
Tarwe, winter Fryslân (PV) 2021* 4.106 4.103 8,5 34.903
Tarwe, winter Drenthe (PV) 2021* 1.911 1.911 7,9 15.061
Tarwe, winter Overijssel (PV) 2021* 934 931 7,4 6.922
Tarwe, winter Flevoland (PV) 2021* 10.887 10.852 8,7 94.881
Tarwe, winter Gelderland (PV) 2021* 4.803 4.765 7,9 37.462
Tarwe, winter Utrecht (PV) 2021* 238 238 6,1 1.462
Tarwe, winter Noord-Holland (PV) 2021* 6.182 6.163 8,4 52.005
Tarwe, winter Zuid-Holland (PV) 2021* 10.199 10.192 8,8 89.625
Tarwe, winter Zeeland (PV) 2021* 26.271 26.256 8,6 225.074
Tarwe, winter Noord-Brabant (PV) 2021* 9.913 9.640 8,4 80.888
Tarwe, winter Limburg (PV) 2021* 6.239 5.821 8,0 46.826
Tarwe, zomer Nederland 2021* 12.600 12.171 6,7 81.096
Tarwe, zomer Noord Nederland (LD) 2021* 4.528 4.519 6,5 29.356
Tarwe, zomer Oost Nederland (LD) 2021* 2.140 2.054 6,5 13.352
Tarwe, zomer West Nederland (LD) 2021* 4.549 4.239 7,1 30.259
Tarwe, zomer Zuid Nederland (LD) 2021* 1.383 1.359 6,0 8.130
Tarwe, zomer Groningen (PV) 2021* 2.106 2.098 6,6 13.928
Tarwe, zomer Fryslân (PV) 2021* 873 873 6,3 5.465
Tarwe, zomer Drenthe (PV) 2021* 1.548 1.548 6,4 9.963
Tarwe, zomer Overijssel (PV) 2021* 669 594 6,2 3.692
Tarwe, zomer Flevoland (PV) 2021* 935 935 7,0 6.504
Tarwe, zomer Gelderland (PV) 2021* 536 525 6,0 3.156
Tarwe, zomer Utrecht (PV) 2021* 60 58 7,2 417
Tarwe, zomer Noord-Holland (PV) 2021* 1.341 1.291 6,4 8.261
Tarwe, zomer Zuid-Holland (PV) 2021* 1.252 1.252 8,0 10.032
Tarwe, zomer Zeeland (PV) 2021* 1.896 1.638 7,0 11.548
Tarwe, zomer Noord-Brabant (PV) 2021* 1.071 1.064 6,4 6.763
Tarwe, zomer Limburg (PV) 2021* 312 296 4,6 1.366
Gerst, winter Nederland 2021* 9.771 9.632 8,0 76.619
Gerst, winter Noord Nederland (LD) 2021* 2.900 2.898 8,1 23.602
Gerst, winter Oost Nederland (LD) 2021* 1.859 1.859 7,9 14.636
Gerst, winter West Nederland (LD) 2021* 2.160 2.138 8,5 18.145
Gerst, winter Zuid Nederland (LD) 2021* 2.852 2.737 7,4 20.236
Gerst, winter Groningen (PV) 2021* 1.973 1.972 8,3 16.388
Gerst, winter Fryslân (PV) 2021* 420 420 8,3 3.484
Gerst, winter Drenthe (PV) 2021* 506 506 7,4 3.730
Gerst, winter Overijssel (PV) 2021* 294 294 6,1 1.779
Gerst, winter Flevoland (PV) 2021* 834 834 8,9 7.387
Gerst, winter Gelderland (PV) 2021* 732 731 7,5 5.470
Gerst, winter Utrecht (PV) 2021* 36 35 8,3 296
Gerst, winter Noord-Holland (PV) 2021* 397 375 6,3 2.354
Gerst, winter Zuid-Holland (PV) 2021* 322 322 9,4 3.046
Gerst, winter Zeeland (PV) 2021* 1.405 1.405 8,9 12.450
Gerst, winter Noord-Brabant (PV) 2021* 1.105 1.086 7,0 7.639
Gerst, winter Limburg (PV) 2021* 1.747 1.652 7,6 12.597
Gerst, zomer Nederland 2021* 20.307 20.041 6,2 124.603
Gerst, zomer Noord Nederland (LD) 2021* 12.585 12.518 6,2 77.844
Gerst, zomer Oost Nederland (LD) 2021* 3.286 3.170 6,1 19.307
Gerst, zomer West Nederland (LD) 2021* 2.243 2.231 6,7 14.872
Gerst, zomer Zuid Nederland (LD) 2021* 2.193 2.122 5,9 12.581
Gerst, zomer Groningen (PV) 2021* 5.345 5.316 6,2 32.995
Gerst, zomer Fryslân (PV) 2021* 808 808 5,9 4.794
Gerst, zomer Drenthe (PV) 2021* 6.431 6.394 6,3 40.055
Gerst, zomer Overijssel (PV) 2021* 1.059 1.001 5,8 5.756
Gerst, zomer Flevoland (PV) 2021* 1.094 1.070 7,2 7.723
Gerst, zomer Gelderland (PV) 2021* 1.133 1.100 5,3 5.827
Gerst, zomer Utrecht (PV) 2021* 112 111 6,7 747
Gerst, zomer Noord-Holland (PV) 2021* 860 852 6,3 5.398
Gerst, zomer Zuid-Holland (PV) 2021* 284 281 6,9 1.945
Gerst, zomer Zeeland (PV) 2021* 987 986 6,9 6.782
Gerst, zomer Noord-Brabant (PV) 2021* 940 889 6,1 5.376
Gerst, zomer Limburg (PV) 2021* 1.253 1.233 5,8 7.205
Rogge Nederland 2021* 2.204 2.128 3,8 8.185
Rogge Noord Nederland (LD) 2021* 531 521 3,2 1.650
Rogge Oost Nederland (LD) 2021* 757 713 2,9 2.090
Rogge West Nederland (LD) 2021* 346 336 3,1 1.048
Rogge Zuid Nederland (LD) 2021* 570 558 6,1 3.397
Rogge Groningen (PV) 2021* 138 129 2,9 368
Rogge Fryslân (PV) 2021* 33 32 3,0 96
Rogge Drenthe (PV) 2021* 361 361 3,3 1.186
Rogge Overijssel (PV) 2021* 407 371 2,7 988
Rogge Flevoland (PV) 2021* 23 22 3,0 65
Rogge Gelderland (PV) 2021* 327 321 3,2 1.037
Rogge Utrecht (PV) 2021* 227 220 3,1 687
Rogge Noord-Holland (PV) 2021* 85 83 3,1 258
Rogge Zuid-Holland (PV) 2021* 8 8 3,1 26
Rogge Zeeland (PV) 2021* 25 25 3,1 77
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per akkerbouwgewas informatie over de beteelde en de geoogste oppervlakte, de opbrengst per hectare en de totale opbrengst in een oogstjaar. De gegevens zijn beschikbaar voor Nederland totaal en per provincie.

Met het toepassen van vruchtwisseling voorkomt een akkerbouwer dat de grond uitgeput raakt. Jaarlijks wordt daarom een bouwplan opgesteld dat er voor zorgt dat niet jaar in, jaar uit op hetzelfde perceel hetzelfde gewas wordt verbouwd. Doorgaans bestaat het akkerbouwareaal uit een derde graan (vooral wintertarwe en zomergerst), een kwart aardappelen, een achtste suikerbieten en een tiende deel voor zowel akkerbouwgroenten (vooral uien), als groenvoedergewassen (vooral snijmaïs).

Om tot het cijfer voor de opbrengst te komen wordt eerst een voorlopige oogstraming gemaakt. Dat gebeurt in de maanden augustus tot en met oktober.

De cijfers van de definitieve oogstraming worden deels gepubliceerd eind januari en deels eind maart van het jaar na het oogstjaar.
Deze cijfers staan in deze tabel dan nog als voorlopig tot eind september in het jaar na het oogstjaar.

De opbrengsten per hectare zijn afgerond op 100 kilogram, de totale opbrengsten op 1000 kilogram.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1994.

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2020 zijn definitief. De cijfers van 2021 zijn voorlopig.

Wijziging per 23 september 2022:
Aan de tabel is onder het totaal zaaiuien de uitsplitsing naar gele en rode zaaiuien toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige ramingen worden voor de granen gepubliceerd eind september en voor alle gewassen gepubliceerd eind oktober van het oogstjaar. De cijfers van de definitieve oogstraming worden gepubliceerd eind januari en geactualiseerd eind maart van het jaar na het oogstjaar. Deze cijfers kunnen dan tot eind september nog worden gewijzigd.

Toelichting onderwerpen

Beteelde oppervlakte
Oppervlakte cultuurgrond in gebruik voor de teelt.
Geoogste oppervlakte
Bij de voorlopige raming is dit in principe gelijk aan de beteelde
oppervlakte. Echter op basis van informatie van experts over verwachte
misoogst kan ook bij de voorlopige raming al een inschatting van de
vermoedelijk niet-oogstbare oppervlakte worden gemaakt. In dit geval is de
geoogste oppervlakte kleiner dan de beteelde oppervlakte.
Bij de definitieve oogstraming is dit de oppervlakte waarvan al
geoogst is of naar verwachting nog geoogst zal worden. Dat is dus de
oppervlakte waarop daadwerkelijk productie heeft plaatsgevonden. Dit kan
door omstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast) minder zijn dan de
oorspronkelijk beteelde oppervlakte.
Bruto opbrengst per ha
Bij de bepaling van de opbrengst per hectare (de gemiddelde opbrengst)
wordt alleen gerekend met de hectares die daadwerkelijk geoogst zijn of
nog geoogst zullen worden. Hectares die beteeld waren maar waarvan de
opbrengst verloren is gegaan (bijvoorbeeld door wateroverlast) tellen dus
niet mee.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de situatie
waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten. Bij
snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.
De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in
de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste
korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie
waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder
problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan
eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen
kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent
vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan
meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de
daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de
opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend
is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.
Totale bruto opbrengst
Tot de totale opbrengst (totale bruto productie) behoort alles wat
geoogst is of (vermoedelijk) geoogst gaat worden. Tot de totale opbrengst
behoort ook dat deel van de productie dat om bijzondere redenen niet
geschikt is voor zijn oorspronkelijke bestemming. Dit geldt echter alleen
als het nog wel voor andere normale bedrijfsdoeleinden kan worden
aangewend (bijv. aardappelen, die alleen nog voor veevoeder te gebruiken
zijn). Hierdoor is de totale bruto opbrengst niet gelijk aan de
handelsproductie.
De opbrengsten van korrelmaïs en corn cob mix zijn berekend in de
situatie waarin deze geoogste gewassen 35 procent vocht zouden bevatten.
Bij snijmaïs is dit gewicht berekend bij een vochtgehalte van 65 procent.
De opbrengst van graan (tarwe, gerst, haver, rogge en triticale) wordt in
de voorlopige raming bepaald als het bruto gewicht van de geoogste
korrels. In de definitieve raming is dit het gewicht in de situatie
waarin elke korrel 16 procent vocht zou bevatten.
Toelichting:
Graan met 16 procent vocht (of minder) is zodanig droog dat het zonder
problemen bewaard kan worden. Meer vocht zou betekenen dat het graan
eerst gedroogd moet worden voordat het opgeslagen kan worden. Dat drogen
kost geld en de bedrijven zullen dus bij voorkeur oogsten bij 16 procent
vochtgehalte. Maar dat lukt niet altijd; in werkelijkheid kan het graan
meer vocht bevatten. Om toch tot een goede schatting te komen van de
daadwerkelijke 'droge' opbrengst worden alle individuele opgaven van de
opbrengsten per hectare (waarvan ook het werkelijke vochtgehalte bekend
is) omgerekend naar de situatie met 16 procent vocht in de korrels.