Innovatie bij bedrijven; 2000-2002

Innovatie bij bedrijven; 2000-2002

SBI '93 Omzet en levensduur Omzet nieuwe producten (%) Omzet en levensduur Levensduur nieuwe producten/diensten Levensduur onbekend (niet aan te geven) (%) Omzet en levensduur Levensduur nieuwe producten/diensten Levensduur is minder dan 1 jaar (%) Omzet en levensduur Levensduur nieuwe producten/diensten Levensduur is 1 tot 2 jaar (%) Omzet en levensduur Levensduur nieuwe producten/diensten Levensduur is 3 tot 5 jaar (%) Omzet en levensduur Levensduur nieuwe producten/diensten Levensduur is meer dan 5 jaar (%) Niet-technologische vernieuwingen Motieven niet-technologische vernieuwing Nieuwe technologie Dit motief was nauwelijks belangrijk ... (%) Niet-technologische vernieuwingen Motieven niet-technologische vernieuwing Nieuwe technologie Dit motief was belangrijk (%) Niet-technologische vernieuwingen Motieven niet-technologische vernieuwing Nieuwe technologie Dit motief was zeer belangrijk (%)
Totaal bedrijven 8 26 7 20 32 14 63 29 8
D Industrie 8 23 3 18 36 20 61 31 8
DA VV voedings- en genotmiddelen 10 27 3 13 34 23 63 30 7
1700a Textiel, kleding en .. 6 14 2 26 41 17 76 16 8
21 VV papier, karton en papier- en .. 5 19 4 30 30 18 57 32 11
22 Uitgeverijen, drukkerijen en repro .. 7 11 3 10 70 6 57 34 9
23 Aardolie- en steenkoolverwerkende .. 5 40 - 10 30 20 63 38 -
2410a Basischemie en vervaardiging .. 8 21 3 15 48 12 65 28 7
244 VV farmaceutische producten 16 25 - 19 23 33 38 54 8
2420b Overige chemische eindproducten... 6 23 12 16 28 22 57 30 13
25 VV producten van rubber en kunststof 7 28 6 10 36 20 61 30 9
27 Basismetaalindustrie 15 17 4 7 27 45 67 27 6
28 VV producten van metaal (geen .. 7 22 2 17 35 23 57 35 8
29 VV machines en apparaten 8 24 1 19 39 17 60 32 7
DL VV elektrische en optische .. 11 25 5 15 26 30 66 29 5
DM Vervaardiging van transportmiddelen 10 27 3 15 30 25 66 21 13
2000d Hout-, bouwmaterialen-, .. 6 20 4 34 26 15 61 31 7
5000f Commerciële en .. 8 26 12 22 30 10 64 27 9
51 Groothandel en handelsbemiddeling .. 10 30 6 17 37 11 59 32 9
52 Detailhandel en reparatie voor .. 4 18 2 28 50 1 76 20 4
5000e Autobranche en horeca 5 36 - 11 39 14 64 22 14
I Vervoer, opslag en communicatie 9 30 20 20 19 11 60 32 9
JA Financiële instellingen 3 50 - 32 17 2 65 28 7
72 Computerservice- en .. 13 17 27 38 16 2 51 34 14
7411b Juridische en administratieve .. 4 24 21 22 30 2 71 19 10
742 Architecten-, ingenieurs- en .. 8 20 6 33 19 22 65 28 7
7000f Verhuur en overige zakelijke .. 6 20 17 11 26 26 74 19 7
90 Milieudienstverlening 6 34 8 7 27 24 71 29 -
93 Overige dienstverlening 1 - 30 25 44 - 53 28 20
0100d Landbouw, winning, energie en bouw 3 50 2 20 21 7 62 34 4
0000b Landbouw, bosbouw, visserij (A+B) 6 55 - 17 25 3 60 37 3
C Winning van delfstoffen 2 32 - - 25 42 45 55 -
E Productie en distributie van en .. 3 14 19 45 7 16 74 19 7
F Bouwnijverheid 2 52 2 21 20 6 63 33 4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het CBS houdt om de twee jaar een Innovatie-enquête. Hiermee wordt een
beeld verkregen van de stand van zaken wat betreft innovatie bij
Nederlandse bedrijven. Het onderzoek omvat een grote diversiteit aan
aspecten van het begrip innovatie.
Eén enquête omvat drie verslagjaren (dit is de verslagperiode). Het laatste
jaar in de ene enquête is daarbij hetzelfde als het eerste jaar in de
volgende. Omdat in iedere nieuwe Innovatie-enquête weer nieuwe onderwerpen
worden opgenomen, worden de resultaten per enquête in een afzonderlijke
tabel weergegeven. Dèze tabel bevat alle resultaten van de
Innovatie-enquête voor de verslagperiode 2000-2002.

De eerste Innovatie-enquête vond plaats over de verslagperiode 1994-1996.
Vanaf deze eerste verslagperiode tot en met verslagperiode 2000-2002 is de
enquête gehouden bij in Nederland gevestigde bedrijven met 10 of meer
werknemers.
In de verslagperiodes 1996-1998 en 1998-2000 zijn ook bedrijven met 1 tot
10 werknemers geënquêteerd.
Vanaf de verslagperiode 2002-2004 betreft de populatie alle bedrijven in
Nederland met 10 of meer werkzame personen.
Het belangrijkste verschil tussen werknemers en werkzame personen is dat
werknemers alleen de personen betreft die op de loonlijst van een bedrijf
voorkomen, terwijl tot de werkzame personen ook de de eigenaren en
meewerkende gezinsleden die niet op de loonlijst voorkomen worden gerekend.
Zie voor de exacte definities de link naar Methoden/Begrippen: href="http://www.cbs.nl/NR/exeres/76ABB32E-7C99-4D65-84E0-1B740B64A0F7"
>Methoden/Begrippen
.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1994-1996

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie: geen

Toelichting onderwerpen

Omzet en levensduur
Omzet en levensduur van technologisch nieuwe en verbeterde producten
en diensten en levensduur gebruikte technologie bij productinnovatoren.
Omzet nieuwe producten
Omzet van de producten/diensten die in de jaren 2000-2002 technologisch
geheel nieuw waren.
In procenten van de totale omzet in 2002.
Levensduur nieuwe producten/diensten
Verwacht aantal jaren dat technologisch nieuwe producten en diensten
op de markt aangeboden kunnen worden zonder deze opnieuw wezenlijk
te moeten verbeteren.
Levensduur onbekend (niet aan te geven)
In procenten van het aantal productinnovatoren met nieuwe producten
of diensten.
Levensduur is minder dan 1 jaar
In procenten van het aantal productinnovatoren met nieuwe producten
of diensten.
Levensduur is 1 tot 2 jaar
In procenten van het aantal productinnovatoren met nieuwe producten
of diensten.
Levensduur is 3 tot 5 jaar
In procenten van het aantal productinnovatoren met nieuwe producten
of diensten.
Levensduur is meer dan 5 jaar
In procenten van het aantal productinnovatoren met nieuwe producten
of diensten.
Niet-technologische vernieuwingen
Niet-technologische vernieuwingen zoals vernieuwing van marketingconcepten
en -strategieën, van de organisatie en productdifferentiatie.
Motieven niet-technologische vernieuwing
Motieven om niet-technologische vernieuwingen te realiseren
en de mate waarin deze motieven van belang waren.
Nieuwe technologie
Introductie van technologische vernieuwing (al dan niet door
derden ontwikkeld) is reden geweest om tevens te streven naar
niet-technologische vernieuwingen.
Dit motief was nauwelijks belangrijk ...
Dit motief was nauwlijks belangrijk, niet van toepassing. In procenten van
de bedrijven met niet-technologische vernieuwingen.
Dit motief was belangrijk
In procenten van de bedrijven met niet-technologische
vernieuwingen.
Dit motief was zeer belangrijk
In procenten van de bedrijven met niet-technologische
vernieuwingen.