Kerncijfers wijken en buurten 2009-2012

Kerncijfers wijken en buurten 2009-2012

Regio's Perioden Bevolking Allochtonen Niet-westers Nederlandse Antillen en Aruba (%) Wonen Woningen naar bouwjaarklasse Bouwjaarklasse vanaf 2000 (%) Inkomen Persoonlijk inkomen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Persoonlijk inkomen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (1 000 euro) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishouden met laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishouden met hoog inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishouden met lage koopkracht (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Bedrijven Bedrijfsvestigingen (SBI 2008) Bedrijfsvestigingen naar activiteit A Landbouw, bosbouw en visserij (aantal) Oppervlakte Land (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Totaal stedelijk bodemgebruik (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Verkeersterrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Bebouwd terrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Semi-bebouwd terrein (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Recreatieterrein (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Totaal niet-stedelijk bodemgebruik (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Agrarisch terrein (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Bos en open natuurlijk terrein (ha)
Nederland 2012 1 12 11.873.400 30,5 40 20 8 9 63.750 3.371.828 . . . . . . . .
Wijk 01 Land 2012 x 7 600 31,3 29 28 x x 40 3.725 . . . . . . . .
Wijk 01 Land 2012 0 6 1.300 38,3 24 39 x x 15 3.172 . . . . . . . .
Hollandsekant 2012 x x x x x x x x 0 43 . . . . . . . .
Sallandsekant 2012 x x x x x x x x 0 76 . . . . . . . .
Landgoederenbuurt 2012 2 0 2.800 32,5 31 26 8 9 0 73 . . . . . . . .
Eilandenbuurt 2012 3 100 3.700 36,5 31 25 9 9 0 77 . . . . . . . .
Noord Landskant 2012
Noord Landskant 2012 0 6 700 26,3 37 13 x x 5 238 . . . . . . . .
Waterland 2012 0 47 600 34,6 14 32 x x 0 29 . . . . . . . .
Meerland 2012
Verspreide huizen in de Hooilandspolder 2012 x 8 100 x x x x x 10 1.459 . . . . . . . .
Ommelanderwijk 2012 0 7 800 25,7 39 9 x x 10 296 . . . . . . . .
Jonkersland 2012 x 44 200 32,4 40 20 x x 0 30 . . . . . . . .
Wijk 01 Oud Haskerland 2012 0 9 1.800 29,0 28 23 x x 20 1.838 . . . . . . . .
Dokkum Fonteinslanden 2012 0 6 1.400 22,2 57 7 12 14 0 116 . . . . . . . .
Dokkum Weeshuislanden 2012 0 4 900 27,0 30 16 x x 0 91 . . . . . . . .
Dokkum Kooilanden 2012 0 40 1.000 31,8 11 36 x x 0 102 . . . . . . . .
Ameland 2012 0 14 2.500 25,6 43 14 8 8 30 5.883 . . . . . . . .
Businesspark Friesland 2012
Kollumerland en Nieuwkruisland 2012 0 8 9.000 25,2 43 14 8 9 125 10.975 . . . . . . . .
Zaailand 2012
Zaailand 2012 2 26 300 31,7 58 10 x x 0 9 . . . . . . . .
Hollanderwijk 2012 0 5 1.500 24,1 63 5 14 16 0 28 . . . . . . . .
Wijk 53 Goutum en De Zuidlanden 2012
De Zuidlanden 2012
Wijk 54 De Zuidlanden 2012
De Zuidlanden 2012 0 95 300 35,0 11 25 x x 0 362 . . . . . . . .
De Zuidlanden 2012
Zuidlanden 2012 x x x x x x x x x 191 . . . . . . . .
Lemsterland 2012 0 10 9.500 28,4 40 18 8 9 125 7.593 . . . . . . . .
Lemmer Frieslandpark en omgeving 2012
Frieslandpark 2012 0 0 1.100 36,1 23 29 x x 0 77 . . . . . . . .
Opsterland 2012 0 11 20.900 27,7 38 18 7 8 280 22.463 . . . . . . . .
Smallingerland 2012 1 12 38.900 27,1 44 14 9 10 145 11.824 . . . . . . . .
Wijk 01 Overig Smallingerland 2012 0 10 7.300 28,5 33 21 7 7 135 9.503 . . . . . . . .
Het Eiland 2012
Wijk 01 Midsland 2012 0 23 1.000 29,2 41 17 x x 5 1.246 . . . . . . . .
Midsland 2012 x 29 700 28,3 43 14 x x 0 38 . . . . . . . .
Verspreide huizen Midsland-Zuid 2012 x 5 300 31,2 34 27 x x 5 583 . . . . . . . .
Verspreide huizen Midsland-Noord 2012 x x x x x x x x x 625 . . . . . . . .
Vlieland 2012 0 12 800 28,4 48 14 x x 0 3.613 . . . . . . . .
Oost-Vlieland 2012 0 12 800 28,4 46 14 x x 0 80 . . . . . . . .
Verspreide huizen Vlieland 2012 x x x x x x x x x 3.533 . . . . . . . .
Landgoed Lariks 2012 1 17 600 31,9 50 17 x x 0 33 . . . . . . . .
Luchiesland Zuid 2012 1 0 700 20,7 71 5 x x 0 19 . . . . . . . .
Luchiesland Noord 2012 1 0 500 19,5 77 5 x x x 14 . . . . . . . .
Veningerland 2012 0 12 1.500 23,3 57 6 x 11 0 36 . . . . . . . .
De Landen/Schamberg de Akker 2012
De Landen/De Akkers 2012 1 0 1.700 25,8 45 9 x 10 0 39 . . . . . . . .
Bron: cbs.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens op regionaal niveau van gemeenten, wijken en buurten.

Gegevens beschikbaar: van 2009 tot en met 2012.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 31 maart 2016
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Allochtonen
Het aantal allochtonen op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Allochtonen worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland.
Allochtoon:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Eerste generatie allochtoon:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Tweede generatie allochtoon:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Niet-westers
Allochtonen worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan.
Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden allochtonen uit deze twee landen tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Nederlandse Antillen en Aruba
Het aandeel allochtonen met herkomstgroep Nederlandse Antillen en Aruba op 1 januari, uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.

Vanaf 10 oktober 2010 zijn de Nederlandes Antillen ontbonden.
Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat dan uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alle eilanden hebben een nieuwe status. Curaçao en Sint Maarten zijn nieuwe landen binnen het Koninkrijk. Met een 'Status aparte' binnen het Koninkrijk zijn Curaçao en Sint Maarten autonome landen. De landen hebben een zelfstandig bestuur en zijn niet meer afhankelijk van Nederland. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wel Caribisch Nederland, hebben een diepere band met Nederland en functioneren als bijzondere gemeente van Nederland.

Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt en minimaal 10 niet-westerse allochtonen per buurt.
Wonen
Woningen naar bouwjaarklasse
Een door de gemeente aan het CBS gereed gemelde woning wordt opgenomen in het Woningregister. Het jaar waarin deze opneming plaatsvindt wordt hier als uitgangspunt genomen voor de bouwjaarklasse. Omdat er niet een exact bouwjaar geregistreerd wordt, is dit een indicatie van de bouwperiode.

Als het aandeel "woningen vóór 2000" in de KWB 2010 groter is dan in 2009, is dit mogelijk een gevolg van een opschoning van het woningregister per 1-1-2008. Voor het jaar 2009 zijn sommige mutatiedatums ten onrechte toegekend als jaar van opneming.

De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 opgenomen in het Woningregister;
2) vóór het jaar 2000 opgenomen in het Woningregister.
Bouwjaarklasse vanaf 2000
Het aantal woningen dat in of na het jaar 2000 is opgenomen in het Woningregister, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen met een geheel jaar inkomen en het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
De gegevens (met uitzondering van het aandeel pensioenontvangers) komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar. De cijfers gepubliceerd in 2010 zijn afkomstig uit RIO2009 en hebben dus betrekking op het inkomen over 2009. Het RIO is een zeer grote steekproef van ca. 2 miljoen huishoudens, zodat bij uitkomsten over kleine gebieden een grote onnauwkeurigheid voor kan komen.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (GBA).
Het GBA is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Persoonlijk inkomen
De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen en omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).

Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
Aantal inkomensontvangers  
Personen in particuliere huishoudens met een heel jaar inkomen, inclusief studenten.
Een persoon heeft inkomen, indien er sprake is van persoonlijk inkomen.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen en vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met een geheel jaar inkomen.
De genoemde bedragen zijn afgerond op duizendtallen met één cijfer achter de komma, dus bijvoorbeeld een waarde van 14,9 moet worden gelezen als 14,9 duizend euro. De waarde is vermeld bij minimaal 200 inwoners per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 inwoners per buurt.
Inkomen van huishoudens
Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
.
Van de bevolking in particuliere huishoudens is een aantal groepen niet naar hoogte van inkomen ingedeeld. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen.
De doelpopulatie bestaat dan ook uit (personen in) particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) 52 weken inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.
Huishouden met laag inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Bij de laagste 40-procent-groep worden de eerste (laagste) veertig procent huishoudens ingeteld met een besteedbaar inkomen tot maximaal 25 100 euro.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuiliere huishoudens per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishouden met hoog inkomen
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen in drie groepen.
De indeling vindt plaats nadat alle particuliere huishoudens zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. In de hoogste 20-procent-groep worden de huishoudens ingeteld behorend tot de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen (hoger dan 46 500 euro).
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 particuliere huishoudens per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 particuliere huishoudens per buurt. Waarden lager dan 5 procent zijn vastgezet op 5 procent, waarden hoger dan 95 procent zijn vastgezet op 95 procent.
Huishouden met lage koopkracht
Een inkomen dat, omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht
vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 259 euro in prijzen van 2000. Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9 250 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was. Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 huishoudens per buurt.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het percentage is vermeld bij minimaal 70 huishoudens behorende tot de doelpopulatie per buurt en vanaf 2012 bij minimaal 100 huishoudens per buurt.
Bedrijven
Bedrijfsvestigingen (SBI 2008)
Bedrijfsvestingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008)

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

De cijfers voor 2011 en volgende jaren zijn niet vergelijkbaar met de, ook in deze tabel opgenomen, cijfers voor de jaren 2009 en 2010. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat vanaf 2011 ook heel kleine bedrijven meetellen. Dat zijn bedrijven met slechts één werkzame persoon die minder dan 15 uren per week werkt.
Daarnaast waren er in de jaren tot en met 2010 geen cijfers voor de sector land- en tuinbouw beschikbaar en vanaf 2011 wel.
Verder kan het zijn dat vestigingen op een andere manier zijn getypeerd naar bedrijfstak. Dat heeft te maken met de overgang van de Standaardbedrijfsindeling 1993 (SBI 1993) naar de Standaardbedrijfsindeling 2008 (SBI 2008) en met het feit dat in deze tabel vanaf 2011 de vestigingen worden getypeerd naar de hoofdactiviteit van de vestiging in plaats van het bedrijf.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die vanaf 2008 door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens.

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is , wordt dit bedrijf ook op gemeentelijk niveau niet vermeld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.

Meer informatie over de SBI 2008 treft u aan bij: SBI - Standaard Bedrijfsindeling.

De beschrijving van het onderzoek Vestigingenstatistiek vindt u op de CBS website bij het thema 'Bedrijven'.







Bedrijfsvestigingen naar activiteit
A Landbouw, bosbouw en visserij
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS. Met ingang van 2011 wordt het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen, in tegenstelling tot het bestand Topgrenzen, de gemeentegrenzen van de voormalige Topografische Dienst, wat in 2010 en voorgaande jaren is gebruikt.
Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn.
Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Land
De oppervlakte land is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.

- voor de jaren 2009 tot en met 2010 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2006;
- voor het jaar 2011 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2008.

De oppervlakte land wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).
Bodemgebruik
Stedelijk bodemgebruik
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
In hectare land
Totaal stedelijk bodemgebruik
Verkeersterrein
Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en vliegverkeer.
Bebouwd terrein
Terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen.
Semi-bebouwd terrein
Terrein met een zekere mate van verharding, dat niet in gebruik is als verkeersterrein of bebouwd terrein.
Recreatieterrein
Terrein bestemd voor recreatief gebruik.
Niet-stedelijk bodemgebruik
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
In hectare land
Totaal niet-stedelijk bodemgebruik
Agrarisch terrein
Terrein in gebruik voor glastuinbouw, of als grasland, tuinland, bouwland of boomgaard.
Bos en open natuurlijk terrein
Terrein in gebruik als bos, als droog of als nat open natuurlijk terrein.