Gemiddeld inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2000-2014

Gemiddeld inkomen; particuliere huishoudens, kenmerken, 2000-2014

Samenstelling huishouden Overige kenmerken Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Primair inkomen (1 000 euro) Bruto-inkomen (1 000 euro) Besteedbaar inkomen (1 000 euro) Gestandaardiseerd besteedbaar inkomen (1 000 euro)
Totaal particulier huishouden Zeer sterk stedelijk 2014 1.762 41,3 53,7 31,0 23,0
Totaal particulier huishouden Sterk stedelijk 2014 2.101 44,1 58,9 34,4 24,3
Totaal particulier huishouden Matig stedelijk 2014 1.451 47,3 62,9 36,9 25,4
Totaal particulier huishouden Weinig stedelijk 2014 1.549 47,7 63,6 37,8 25,8
Totaal particulier huishouden Niet stedelijk 2014 695 45,2 60,9 36,8 25,1
Totaal eenpersoonshuishouden Zeer sterk stedelijk 2014 866 21,2 31,5 18,8 18,8
Totaal eenpersoonshuishouden Sterk stedelijk 2014 796 18,9 31,5 19,7 19,7
Totaal eenpersoonshuishouden Matig stedelijk 2014 458 18,7 32,8 20,7 20,7
Totaal eenpersoonshuishouden Weinig stedelijk 2014 457 18,6 33,0 21,1 21,1
Totaal eenpersoonshuishouden Niet stedelijk 2014 197 18,0 32,2 20,7 20,7
Alleenstaande man Zeer sterk stedelijk 2014 423 25,1 34,0 19,5 19,5
Alleenstaande man Sterk stedelijk 2014 370 25,1 35,7 21,0 21,0
Alleenstaande man Matig stedelijk 2014 212 25,3 36,5 21,4 21,4
Alleenstaande man Weinig stedelijk 2014 214 27,4 39,0 23,0 23,0
Alleenstaande man Niet stedelijk 2014 92 24,6 36,5 21,9 21,9
Alleenstaande man, onder AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 365 28,5 34,5 19,0 19,0
Alleenstaande man, onder AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 301 30,1 37,0 20,5 20,5
Alleenstaande man, onder AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 165 31,3 38,0 20,9 20,9
Alleenstaande man, onder AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 160 35,1 41,5 22,8 22,8
Alleenstaande man, onder AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 66 33,4 39,6 22,1 22,1
Alleenstaande man, boven AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 58 4,2 31,1 23,1 23,1
Alleenstaande man, boven AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 69 3,1 30,2 23,1 23,1
Alleenstaande man, boven AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 47 4,4 31,3 23,3 23,3
Alleenstaande man, boven AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 54 4,6 31,6 23,6 23,6
Alleenstaande man, boven AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 26 2,8 28,6 21,4 21,4
Alleenstaande vrouw Zeer sterk stedelijk 2014 444 17,5 29,1 18,1 18,1
Alleenstaande vrouw Sterk stedelijk 2014 426 13,4 27,8 18,5 18,5
Alleenstaande vrouw Matig stedelijk 2014 246 13,0 29,6 20,1 20,1
Alleenstaande vrouw Weinig stedelijk 2014 242 10,9 27,6 19,3 19,3
Alleenstaande vrouw Niet stedelijk 2014 105 12,2 28,4 19,6 19,6
Alleenstaande vrouw, onder AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 314 23,8 30,3 17,1 17,1
Alleenstaande vrouw, onder AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 239 22,4 29,6 17,0 17,0
Alleenstaande vrouw, onder AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 116 24,7 33,1 18,9 18,9
Alleenstaande vrouw, onder AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 101 23,1 31,9 18,6 18,6
Alleenstaande vrouw, onder AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 44 26,2 34,6 19,9 19,9
Alleenstaande vrouw, boven AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 130 2,2 26,1 20,6 20,6
Alleenstaande vrouw, boven AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 188 2,1 25,6 20,5 20,5
Alleenstaande vrouw, boven AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 130 2,6 26,5 21,1 21,1
Alleenstaande vrouw, boven AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 142 2,3 24,6 19,9 19,9
Alleenstaande vrouw, boven AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 61 2,2 24,0 19,4 19,4
Totaal meerpersoonshuishouden Zeer sterk stedelijk 2014 895 60,8 75,1 42,7 27,0
Totaal meerpersoonshuishouden Sterk stedelijk 2014 1.304 59,5 75,6 43,3 27,2
Totaal meerpersoonshuishouden Matig stedelijk 2014 993 60,4 76,8 44,3 27,6
Totaal meerpersoonshuishouden Weinig stedelijk 2014 1.092 59,9 76,5 44,8 27,8
Totaal meerpersoonshuishouden Niet stedelijk 2014 498 56,0 72,3 43,2 26,9
Totaal paar Zeer sterk stedelijk 2014 715 68,0 82,1 45,8 28,9
Totaal paar Sterk stedelijk 2014 1.113 63,8 79,9 45,3 28,3
Totaal paar Matig stedelijk 2014 871 62,9 79,5 45,6 28,3
Totaal paar Weinig stedelijk 2014 979 61,9 78,5 45,7 28,4
Totaal paar Niet stedelijk 2014 446 57,9 74,2 44,1 27,5
Paar, zonder kinderen Zeer sterk stedelijk 2014 382 53,3 71,6 41,0 29,9
Paar, zonder kinderen Sterk stedelijk 2014 573 43,6 67,0 39,7 29,0
Paar, zonder kinderen Matig stedelijk 2014 445 40,7 65,7 39,5 28,9
Paar, zonder kinderen Weinig stedelijk 2014 513 39,9 64,3 39,2 28,6
Paar, zonder kinderen Niet stedelijk 2014 235 39,0 62,6 38,8 28,3
Paar, zonder kind, onder AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 263 73,4 82,1 43,6 31,8
Paar, zonder kind, onder AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 338 68,3 79,9 42,8 31,2
Paar, zonder kind, onder AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 240 68,4 80,5 43,0 31,4
Paar, zonder kind, onder AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 270 67,8 79,2 42,7 31,2
Paar, zonder kind, onder AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 123 65,7 76,7 42,4 30,9
Paar, zonder kind, boven AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 119 9,1 48,3 35,1 25,6
Paar, zonder kind, boven AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 234 7,8 48,5 35,4 25,8
Paar, zonder kind, boven AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 205 8,3 48,2 35,5 25,9
Paar, zonder kind, boven AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 243 8,9 47,7 35,3 25,7
Paar, zonder kind, boven AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 112 9,5 47,0 34,8 25,4
Paar, alleen kinderen < 18 Zeer sterk stedelijk 2014 234 86,6 93,8 50,5 27,5
Paar, alleen kinderen < 18 Sterk stedelijk 2014 362 84,0 90,4 49,2 26,7
Paar, alleen kinderen < 18 Matig stedelijk 2014 283 83,5 89,5 49,1 26,5
Paar, alleen kinderen < 18 Weinig stedelijk 2014 297 82,4 88,3 49,1 26,4
Paar, alleen kinderen < 18 Niet stedelijk 2014 131 73,4 79,3 45,3 24,3
Paar, minstens één kind >= 18 Zeer sterk stedelijk 2014 99 80,4 95,2 53,7 28,3
Paar, minstens één kind >= 18 Sterk stedelijk 2014 178 87,8 100,1 55,4 29,4
Paar, minstens één kind >= 18 Matig stedelijk 2014 143 91,1 102,8 57,3 30,2
Paar, minstens één kind >= 18 Weinig stedelijk 2014 170 92,4 104,5 59,5 31,2
Paar, minstens één kind >= 18 Niet stedelijk 2014 80 88,0 99,8 57,9 30,2
Totaal eenoudergezin Zeer sterk stedelijk 2014 142 27,4 42,2 27,3 18,7
Totaal eenoudergezin Sterk stedelijk 2014 157 29,1 43,7 28,1 19,3
Totaal eenoudergezin Matig stedelijk 2014 100 36,5 49,7 30,8 21,2
Totaal eenoudergezin Weinig stedelijk 2014 86 32,8 47,2 29,8 20,4
Totaal eenoudergezin Niet stedelijk 2014 41 31,3 46,3 29,6 20,2
Eenoudergezin, alleen kinderen < 18 Zeer sterk stedelijk 2014 80 21,8 35,2 23,7 16,6
Eenoudergezin, alleen kinderen < 18 Sterk stedelijk 2014 86 23,0 35,4 23,8 16,8
Eenoudergezin, alleen kinderen < 18 Matig stedelijk 2014 55 30,2 42,4 26,8 18,9
Eenoudergezin, alleen kinderen < 18 Weinig stedelijk 2014 43 25,1 36,5 24,0 16,8
Eenoudergezin, alleen kinderen < 18 Niet stedelijk 2014 20 23,9 35,1 23,3 16,4
Eenoudergezin, minstens één kind >= 18 Zeer sterk stedelijk 2014 62 34,7 51,3 32,0 21,4
Eenoudergezin, minstens één kind >= 18 Sterk stedelijk 2014 72 36,4 53,6 33,3 22,3
Eenoudergezin, minstens één kind >= 18 Matig stedelijk 2014 46 44,0 58,5 35,6 23,9
Eenoudergezin, minstens één kind >= 18 Weinig stedelijk 2014 43 40,6 58,0 35,6 24,0
Eenoudergezin, minstens één kind >= 18 Niet stedelijk 2014 20 38,9 57,7 36,0 24,0
Overig meerpersoonshuishouden Zeer sterk stedelijk 2014 39 51,0 67,1 41,0 22,2
Overig meerpersoonshuishouden Sterk stedelijk 2014 34 60,4 80,1 47,8 25,2
Overig meerpersoonshuishouden Matig stedelijk 2014 22 72,0 93,1 56,3 28,6
Overig meerpersoonshuishouden Weinig stedelijk 2014 27 73,1 94,6 57,6 29,4
Overig meerpersoonshuishouden Niet stedelijk 2014 12 . . . .
Huishouden met lid boven AOW-leeftijd Zeer sterk stedelijk 2014 353 9,4 40,2 29,1 23,7
Huishouden met lid boven AOW-leeftijd Sterk stedelijk 2014 550 8,6 41,0 29,9 24,0
Huishouden met lid boven AOW-leeftijd Matig stedelijk 2014 428 10,1 42,9 31,2 24,6
Huishouden met lid boven AOW-leeftijd Weinig stedelijk 2014 496 10,5 42,7 31,2 24,3
Huishouden met lid boven AOW-leeftijd Niet stedelijk 2014 226 10,9 42,0 30,8 23,8
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Aantal huishoudens, gemiddeld aantal personen (met inkomen) per huishouden en gemiddeld primair inkomen, bruto-inkomen, besteedbaar inkomen en gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden.
Huishoudens worden onderscheiden naar samenstelling van het huishouden en naar leeftijd en herkomst van de hoofdkostwinner, voornaamste bron van inkomen van het huishouden, woonsituatie, stedelijkheid en provincie.

Gegevens beschikbaar van 2000 tot en met 2014.

Status van de cijfers
De cijfers over 2000zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
De cijfers over de jaren 2001 - 2014 zijn definitief.

Wijzigingen 15 maart 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wijzigingen 8 februari 2017
De cijfers voor 2014 zijn definitief gemaakt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Vanwege een herziening van de inkomensstatistiek wordt deze tabel vervangen. Nieuwe cijfers worden gepubliceerd onder het thema Inkomen en bestedingen, zie hieronder bij koppelingen.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met inkomen op 31 december van het
onderzoeksjaar.
Primair inkomen
Gemiddeld primair inkomen per huishouden.
Het primair inkomen bestaat uit inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen
onderneming en inkomen uit vermogen.
Inkomen uit arbeid bestaat uit loon en salaris inclusief de werknemers-
en werkgeversbijdrage in de premies voor de sociale verzekeringen,
tantième, spaarloon en de beloning van arbeid die niet in
dienstbetrekking is verricht. Ook de waarde van het privégebruik van de
auto van de werkgever is hiertoe gerekend.
Inkomen uit eigen onderneming omvat de behaalde winst.
Inkomen uit vermogen bestaat uit de som van inkomsten uit financieel
vermogen, inkomsten uit onroerend goed en inkomsten uit overige
bezittingen, verminderd met betaalde rente.
Bruto-inkomen
Gemiddeld bruto-inkomen per huishouden.
Het bruto-inkomen bestaat uit het primair inkomen verhoogd met:
- uitkeringen inkomensverzekering zoals uitkeringen ingevolge de
Werkloosheidswet (WW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO) en de Algemene Ouderdomswet (AOW),
- uitkeringen sociale voorziening zoals de Bijstandsuitkering,
- gebonden overdrachten zoals huursubsidie en tegemoetkoming
studiekosten, en
- ontvangen inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de
ex-echtgeno(o)t(e).
Besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden.
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met
- betaalde inkomensoverdrachten zoals alimentatie van de
ex-echtgeno(o)t(e),
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale
verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in
verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en
nabestaanden,
- premies ziektekostenverzekeringen, en
- belastingen op inkomen en vermogen.
Gestandaardiseerd besteedbaar inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden.
Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen
gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het
huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van zogenoemde
equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen
tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een
gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren
worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een
eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van
huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.