Sociaal cultureel werk; personeel en specifieke activiteiten, 1995

Sociaal cultureel werk; personeel en specifieke activiteiten, 1995

Type instellingen Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar geografisch werkgebied Provincie/landelijk (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Bevolking algemeen (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Vrouwen (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Etnische minderheden (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Gehandicapten (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Andere doelgroepen (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Peuters 0-3 jaar (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Kinderen 4-12 jaar (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Tieners 13-19 jaar (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Jongeren 20-25 jaar (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar doelgroepen Leeftijdsgroepen Ouderen (vanaf 55 jaar) (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Ontmoeting/recreatie (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Vorming/educatie (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Cultuur/creativiteit (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Dienstverlening/voorlichting (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Belangenbehartiging/activering (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Opvang (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Afstemming/coördinatie (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar functie Signalering (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Bijeenkomsten (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Cursussen (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Begeleiding (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Presentatie (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Netwerk (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Beschikbaarstelling van Ruimten (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Beschikbaarstelling van Materiaal (ab_so_luut) Aantal accommodaties en instellingen Aantal instellingen Naar product Beschikbaarstelling van Niet-agogisch personeel (ab_so_luut) Personeel Personeel niet in loondienst Betaalde externe krachten Aantal betaalde externe krachten (ab_so_luut) Personeel Personeel niet in loondienst Betaalde externe krachten Gewerkte uren per week (ab_so_luut)
Totaal 86 1.002 250 255 116 148 239 498 554 473 417 1.185 831 866 630 513 250 249 154 - 720 644 218 385 1.048 311 121 3.621 62.442
Gemeenschapshuizen 16 600 58 15 25 27 46 105 116 100 156 633 314 462 221 105 85 17 4 - 207 54 90 15 659 195 49 553 8.125
Club- en buurthuizen 17 282 114 140 48 62 118 224 223 169 175 303 285 221 219 238 80 145 81 - 294 313 64 218 245 59 38 1.685 28.360
Emancipatie en integratie 15 13 22 21 5 18 1 7 12 8 7 21 25 13 33 36 6 19 10 - 29 35 7 28 12 6 5 100 2.179
Jeugd- en jongerenwerk 32 21 19 26 16 21 11 85 135 133 15 131 122 104 84 54 26 26 41 - 96 135 41 46 68 31 14 251 4.805
Welzijnsstichting 6 87 37 54 21 21 63 76 68 64 64 97 85 65 73 80 54 42 18 - 94 108 17 78 63 19 16 1.032 18.971
Bron: CBS, NIZW
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Accommodaties, instellingen en personeel (formatieplaatsen en
personeelsleden) naar instellingstype.
1995
Gewijzigd op 06 november 2003.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Aantal accommodaties en instellingen
Gegevens over ondersteuning van het sociaal-cultureel werk en speeltuin-
werk zijn vanwege het afwijkende karakter van de activiteiten niet in het
onderzoek betrokken. Woonwagenwerk, schipperswerk en vluchtelingenwerk
worden door het CBS niet tot het sociaal-cultureel werk gerekend. Ook
verenigingen met lidmaatschapsverplichting vallen buiten het kader van
het onderzoek.
Aantal instellingen
Een instelling is een rechtspersoon of een samenwerkingsverband van
rechtspersonen die voor eigen rekening werkzaam is op het terrein van
maatschappelijk welzijn. Onder de benaming 'instelling' is mede begrepen
de 'stichting', 'dienst', 'vereniging'.
Naar geografisch werkgebied
Het merendeel van de instellingen van het type 'gemeenschapshuis' rekent
een deel van de gemeente tot het werkgebied. Bij de overigen ligt het
zwaartepunt bij de gemeente. Bij het emancipatie- en integratiewerk en
bij jeugd- en jongerenwerk komen relatief veel instellingen voor met een
bovengemeentelijk, waaronder zelfs landelijk, werkgebied.
Provincie/landelijk
Naar doelgroepen
De instellingen is gevraagd of zij bepaalde leeftijdsgroepen tot voor-
naamste doelgroep rekenen, of zich vooral richten op vrouwen, etnische
minderheden of gehandicapten. Ook konden instellingen nog andere speci-
fieke doelgroepen opgeven. Een instelling kon meerdere doelgroepen op-
geven.
De meeste instellingen richten zich allereerst op de algemene
bevolking. Binnen de leeftijdscategorieën zijn de 0-3 jarigen het minste
als doelgroep opgegeven. De andere leeftijdscategorieën zijn door 29
tot 39% van de instellingen als doelgroep genoemd. Vrouwen en etnische
minderheden worden door ongeveer evenveel instellingen als doelgroep
aangemerkt. Gehandicapten zijn het minste genoemd.
Bij de 'andere doelgroepen' zijn de meest genoemde categorieën:
werklozen (± 20% van de gevallen), kansarme jongeren (± 10%) en
asielzoekers (± 10%).
De gemeenschapshuizen richten zich nog vaker dan het gemiddelde op de
algemene bevolking. De club- en buurthuizen hebben alle onderscheiden
categorieën vaak opgegeven. Instellingen van het type emancipatie- en
integratie werken voornamelijk ten behoeve van vrouwen en etnische
minderheden maar ook zijn hier vaak andere specifieke doelgroepen
opgegeven. Jeugd- en jongerenwerk richt zich vooral op jongeren in de
categorie van op 13-25 jarigen. De welzijnsstichtingen hebben nog sterker
dan club-en buurthuizen een breed aanbod: alle onderscheiden categorieën
worden vaak genoemd. Ook 0-3 jarigen scoren hier hoog. Naar verwachting
betreft dit vaak kinderopvang, waaronder peuterspeelzaalwerk.
Bevolking algemeen
Leeftijdsgroepen
Peuters 0-3 jaar
Kinderen 4-12 jaar
Tieners 13-19 jaar
Jongeren 20-25 jaar
Ouderen (vanaf 55 jaar)
Vrouwen
Etnische minderheden
Gehandicapten
Andere doelgroepen
Naar functie
Het begrip functie is afkomstig uit het Gemeenschappelijk Functioneel
Ontwerp Sociaal-Cultureel Werk/Welzijn Ouderen (GFO SCW/WO), uitgebracht
door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 1995.
Dit GFO is een geactualiseerde versie van het uit 1991 daterende
GFO Sociaal-Cultureel Werk, waarin bovendien is opgenomen het GFO
Welzijn Ouderen.
Het GFO is een woordenboek met een aantal gegevens die van belang zijn
bij de uitvoering van het sociaal-cultureel werk door instellingen.
Tevens bevordert het de gegevensuitwisseling tussen instellingen en
gemeenten.
Doel van het GFO is het creëren van eenheid van taal. Vandaar dat bij de
uitvoering van dit onderzoek zoveel mogelijk is aangesloten bij
definities uit het GFO-SCW. Dit heeft er toe geleid dat de meting van
het soort sociaal-culturele activiteiten dat instellingen uitvoeren is
geschied aan de hand van de in het GFO-SCW gehanteerde begrippen
'functie' en 'product'.
Elke activiteit heeft tot doel een bepaalde functie te vervullen. In het
GFO-SCW/WO wordt een achttal functies onderscheiden.
Deze functies kunnen door instellingen vaak niet direct gekwantificeerd
worden. Wel kan gevraagd worden of de instelling de functie uitoefent.
Hierbij is het maximum op vier functies bepaald.
Ontmoeting/recreatie
Het bevorderen van contacten tussen individuen en/of groepen, gericht op
ontspanning, gezelligheid en/of kennismaking met door anderen gehanteer
de normen en waarden. Voorbeelden: bridgedrive, jeugdsociëteit, feest
Turkse kinderdag.
Vorming/educatie
Het bevorderen van kennis, inzicht en vaardigheden van individuen en/of
groepen ter wille van een verbetering van het persoonlijk en algemeen
maatschappelijk functioneren. Voorbeelden: VOS-cursus, geheugentraining,
toeleidingsproject, kookcursus voor mannen, cursus administratieve vaar-
digheden voor vrouwen.
Cultuur/creativiteit
Het bevorderen van deelneming van individuen en/of groepen aan cultuur-
uitingen, gericht op creatieve ontplooiing, nietprofessionele kunstbe-
oefening en/of kunstbeleving. Voorbeelden: volksdansclub, cursus klassiek
ballet, toneeluitvoering.
Dienstverlening/voorlichting
Het bevorderen van zelfredzaamheid door het geven van informatie of
advies, het verlenen van concrete diensten en/of het doorverwijzen bij
vragen of problemen van persoonlijke of maatschappelijke aard. Voor-
beelden: spel- en opvoedhuis, ombudsman, warme-maaltijdvoorzieningen,
klussendienst, alarmering.
Belangenbehartiging/activering
Het bevorderen van actieve maatschappelijke participatie, al dan niet in
collectief verband, bij ontwikkelingen in en vormgeving van de samenle-
ving in het algemeen en de eigen leef-, woon- en werksituatie in het
bijzonder. Voorbeelden: contactgroep bewoners saneringsgebied, WAO-plat-
form, praatgroep hoofden éénoudergezin, zelfverdediging.
Opvang
Het besteden van aandacht aan individuen en/of groepen behorend tot bij-
zondere categorieën, gericht op aanvullingen van gesignaleerde (maat-
schappelijke) tekorten. Voorbeelden: kinderopvang, spijbelbus, inloophuis
randgroepjongeren, dagopvang.
Afstemming/coördinatie
Het bevorderen van intersectoraal beleid, door het realiseren van samen-
werking tussen overheden, (zelf)organisaties en specifieke categorieën
en/of groepen. Voorbeelden: samenwerkingsverband onderwijsvoorrangsge-
bied, werkgroep sociale vernieuwing, platform migrantenbeleid.
Signalering
Het bevorderen van inzicht in persoonlijke en maatschappelijke tekorten
en de mogelijkheden om in deze tekorten te voorzien. Voorbeelden: wijk-
signalementen, huisbezoek, actiebijeenkomsten, trendrapportages,
gebruikersenquêtes, probleemrapportage.
Naar product
Het resultaat van de handelingen van de personeelsleden en andere
personen die actief zijn betrokken bij de organisatie en uitvoering van
sociaal-culturele activiteiten wordt door het GFO-SCW een product
genoemd. Een product is meetbaar in tijd, kwaliteit en geld. In het GFO-
SCW/WO wordt een zevental producten onderscheiden. Deze worden hieronder
genoemd. Per product wordt tevens een aantal voorbeelden gegeven.
Het beschikbaarstellen van ruimten, het organiseren van bijeenkomsten
en cursussen, en begeleiding komen het meest voor bij de instellingen.
Nagenoeg alle gemeenschapshuizen stellen ruimten beschikbaar. De helft
van deze instellingen organiseert ook bijeenkomsten. Bij instellingen
van het type emancipatie/integratie komt begeleiding het meeste voor.
Daarnaast verstrekken veel van deze instellingen mondelinge informatie
en organiseren cursussen. Bij het jeugd- en jongerenwerk ligt het accent
ook sterk op begeleiding.
Daarnaast worden door veel van deze instellingen bijeenkomsten en
cursussen georganiseerd. Ook wat de producten betreft is er een grote
gelijkenis tussen de club- en buurthuizen en welzijnsstichtingen. Bij
beiden komt begeleiding op de eerste plaats, direct gevolgd door
cursussen en bijeenkomsten.
Beschikbaarstelling van
Faciliteit:· Het beschikbaar stellen c.q. (tijdelijk) in gebruik geven
aan derden van materiaal of ruimten, dan wel het beschikbaar stellen van
niet-agogisch personeel. Voorbeelden: verhuur ruimte aan yogaleraar,
uitleen spel- en sportartikelen, beschikbaarstellen van barman voor
feestavond duivenclub.
Ruimten
Materiaal
Niet-agogisch personeel
Personeel dat niet bezig is met werk ter bevordering van persoonlijk,
maatschappelijk en cultureel welzijn.
Bijeenkomsten
Het verzorgen van mogelijkheden tot samenkomst. Voorbeelden: vakantie-
activiteiten, disco-avond, volksdansclub, kaartclub.
Cursussen
Het verzorgen van een welomschreven aantal lessen, die een samenhangend
geheel vormen. Voorbeelden: VOS-cursus, toeleidingsproject.
Begeleiding
Het verzorgen van (beroepsmatige) organisatorische, inhoudelijke en
strategische ondersteuning van zelfstandig functionerende groepen en
individuen buiten de eigen organisatie.
Voorbeelden: het ondersteunen van een groep huurders, vrijwilligersclub
en zelforganisatie minderheden.
Presentatie
Het verzorgen van een openbare uitvoering van een (verworven) vaardig-
heid. Voorbeelden: toneeluitvoering, interculturele manifestatie,
fotodocumentatie over aanpak buurtbeheer.
Netwerk
Het verzorgen van (samenwerkings)verbanden. Voorbeelden: centraal loket,
jeugdnetwerken buurthulpverlening.
Personeel
In aantal personeelsleden gerekend zijn instellingen binnen het sociaal-
cultureel werk dus beperkt van omvang. Maar 3% telt 50 personeelsleden
of meer. Het merendeel van de instellingen heeft tussen de 1 en 10
personeelsleden. Afwijkingen van het algemeen beeld zien we bij de
gemeenschapshuizen en welzijnsstichtingen. De eerste zijn gemiddeld
kleiner van omvang. Voor de welzijnsstichtingen geldt het omgekeerde.
Eenvijfde daarvan telt zelfs 50 personeelsleden of meer.
Bij de instellingen voor sociaal-cultureel werk waren in 1995 circa
12 800 personen in loondienst. Als er verder geen personeel in
loondienst werkzaam was zijn zelfstandige ondernemers hierbij gerekend.
Tevens is het personeel dat gedetacheerd is vanuit andere instellingen
meegenomen in de telling.
Het overgrote deel (78%) van de personeelsleden werkt parttime. Het
personeel bezette gezamenlijk zo'n 7 900 arbeidsplaatsen. Per instelling
gezien hebben de welzijnsstichtingen het grootste aantal
formatieplaatsen (21), op afstand gevolgd door de club- en buurthuizen
(7). Instellingen voor emancipatie/integratie en jeugd- en jongerenwerk
hebben gemiddeld respectievelijk 7 en 5 formatieplaatsen per instelling.
Gemeenschapshuizen hebben het minste aantal formatieplaatsen per
instelling (2).
Personeel niet in loondienst
Naast het personeel in loondienst zijn er zo'n 3 600 personeelsleden
niet in loondienst. Naast freelancers en uitzendkrachten worden hiertoe
de personeelsleden gerekend die zijn aangetrokken met behulp van
werkloosheidsbestrijdende maatregelen, zoals JWG-ers en banenpoolers.
Per formatieplaats van het personeel in loondienst werkt dit personeel
ongeveer acht uur per week.
Betaalde externe krachten
Aantal betaalde externe krachten
Gewerkte uren per week