Inkomensontwikkeling grote steden

Inkomensontwikkeling grote steden

Regio's Perioden Regionale inkomensverdeling (abs.) Aantal inkomenstrekkers (aantal) Regionale inkomensverdeling (abs.) Gemiddeld inkomen (euro) Regionale inkomensverdeling (abs.) Inkomenssom (x 1000 euro) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartiel afstand (coëfficient) Regionale inkomensverdeling (indices) Gemiddeld inkomen (% (ned=100)) Regionale inkomensverdeling (indices) Mediaan (% (ned=100)) Regionale inkomensverdeling (indices) Ongelijkheidsmaten Relatieve interkwartiel afstand (% (ned=100))
Alkmaar 2000 49.500 19.901 985.100 0,736 95 95 98
Amsterdam 2000 429.200 19.000 8.154.600 0,668 91 90 89
Deventer 2000 43.500 19.639 855.100 0,692 94 95 92
Haarlem 2000 83.800 20.310 1.702.000 0,698 97 98 93
Haarlemmermeer 2000 56.100 23.676 1.328.200 0,786 113 114 104
Rotterdam 2000 324.600 18.454 5.990.100 0,687 88 88 91
Zoetermeer 2000 54.100 23.218 1.256.100 0,820 111 112 109
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Inkomensontwikkeling; 34 grote steden,
inkomensongelijkheidsmaatstaven
1950 - 2000
Gewijzigd op 23 juni 2004.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Regionale inkomensverdeling (abs.)
De absolute gegevens zijn opgenomen om de gebruiker in staat te stellen
de gegevens te berekenen voor andere regionale indelingen. Voor de
vergelijking in de tijd zijn deze gegevens niet bruikbaar als gevolg van
definitieverschillen en verschillen in onderzoeksmethode tussen de jaren.
Aantal inkomenstrekkers
Een inkomenstrekker is elke persoon die in de loop van het jaar inkomen
heeft genoten. Gehuwde paren vormen met hun gezamenlijk inkomen één
inkomensontvanger.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen in euro.
Inkomenssom
Som van de bedragen besteedbaar inkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van de Ginicoefficient
gelijk aan 1. Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartiel afstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.
Regionale inkomensverdeling (indices)
Voor statistisch gebruik zijn de kengetallen (gemiddelden,
kwartielverdeling en ongelijkheidsmaten) uitgedrukt in indices waarbij
Nederland op 100 is gesteld. De jaarlijkse relatieve verschillen zijn wel
bruikbaar voor analyses in de tijd.
Gemiddeld inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen.
Mediaan
Centrummaat: een waarde waaronder en waarboven de helft van alle scores
voorkomen.
Ongelijkheidsmaten
Ten behoeve van de analyse van de inkomensongelijkheid worden in deze
publicatie inkomensongelijkheidsmaten gepresenteerd. Deze maten hebben de
eigenschap dat een hogere waarde van de ongelijkheidsmaat wijst op een
grotere inkomensongelijkheid. Als alle inkomens gelijk zijn, dan worden
alle maten gelijk aan 0. Als er alleen positieve inkomens voorkomen dan
is de maximale waarde van Ginicoefficient gelijk aan 1.
Alle gepresenteerde inkomensongelijkheidsmaten zijn
relatief d.w.z. ze veranderen niet als alle inkomens met een gelijk
percentage stijgen.
Relatieve interkwartiel afstand
De relatieve interkwartielsafstand (I) is een vrij eenvoudige maat.
I= (hoogste inkomen in de derde kwartielgroep) minus (hoogste inkomen
in de eerste kwartielgroep) gedeeld door de mediaan.
I is ongevoelig voor verschuivingen in de kwartielgroepen.