Lange vakanties in Nederland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Lange vakanties in Nederland naar achtergrondkenmerken, 2000-2016

Achtergrondkenmerken Perioden Algemene gegevens Gemiddelde vakantieduur (dagen) Gemiddelde uitgaven per vakantieganger (euro)
Totaal achtergrondkenmerken 2016 9,9 233
Mannen 2016 10,2 232
Vrouwen 2016 9,6 234
0 tot 6 jarigen 2016 . .
6 tot 15 jarigen 2016 . .
15 tot 19 jarigen 2016 . .
19 tot 25 jarigen 2016 . .
25 tot 30 jarigen 2016 . .
30 tot 40 jarigen 2016 . .
40 tot 50 jarigen 2016 . .
50 tot 65 jarigen 2016 . .
65 tot 75 jarigen 2016 . .
75 jarigen of ouder 2016 . .
0 tot 6 jarigen 2016 8,6 183
6 tot 13 jarigen 2016 9,8 168
13 tot 18 jarigen 2016 10,2 185
18 tot 25 jarigen 2016 8,3 220
25 tot 35 jarigen 2016 8,7 219
35 tot 45 jarigen 2016 10,1 230
45 tot 55 jarigen 2016 9,6 282
55 tot 65 jarigen 2016 10,1 275
65 tot 75 jarigen 2016 11,1 221
75 jarigen of ouder 2016 10,0 305
Alleenstaande 2016 8,9 307
Huishouden met jongste kind 0 tot 6 jaar 2016 9,2 187
Huish. met jongste kind 6 tot 13 jaar 2016 9,8 192
Huish. met jongste kind 13 tot 18 jaar 2016 9,8 222
Huishouden met uitsl. meerderjarigen 2016 10,2 257
Bruto huishoudensinkomen:tot 17.500 euro 2016 10,1 214
Bruto hh.-inkomen:17.500 tot 23.000 euro 2016 9,9 221
Bruto hh.-inkomen:23.000 tot 28.500 euro 2016 10,0 223
Bruto hh.-inkomen:28.500 tot 34.000 euro 2016 9,8 214
Bruto hh.-inkomen:34.000 tot 45.000 euro 2016 10,0 243
Bruto hh.-inkomen:45.000 tot 56.000 euro 2016 10,2 236
Bruto hh.-inkomen: 56.000 euro en meer 2016 9,3 251
Sociale groep: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 9,5 176
Sociale groep: totaal betaald beroep 2016 9,5 255
Sociale groep: zelfstandigen 2016 10,8 251
Sociale groep: hogere employÚs 2016 8,2 228
Sociale groep: middelbare employÚs 2016 9,3 258
Sociale groep: lagere employÚs 2016 9,7 263
Sociale groep: arbeidsongesch., bijstand 2016 10,9 265
Sociale groep: gepen., renten., AOW, VUT 2016 10,8 243
Sociale groep: huisvr./-man z. a. beroep 2016 10,1 233
Sociale groep: studerend, schoolgaand 2016 8,9 239
Andere sociale groep 2016 8,6 239
Onderwijsniveau: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 9,5 176
Onderwijsniveau: basis/lager onderwijs 2016 10,3 251
Onderwijsniveau: uitgeb. l.o.: algemeen 2016 10,5 247
Onderwijsniveau: uitgebr. l.o.: beroeps 2016 10,9 238
Onderwijsniveau: mid. onderw.: algemeen 2016 9,5 264
Onderwijsniveau: mid. onderw: beroeps 2016 10,4 247
Onderwijsniveau: semi-hoger onderwijs 2016 9,2 256
Onderwijsniveau: hoger onderwijs 2016 8,9 241
Onderkomen met vaste stand- of ligplaats 2016 12,1 158
Alleen onderkomen zonder vaste plaats 2016 10,5 223
Niet in bezit van recreatief onderkomen 2016 8,6 269
Woonprovincie: Groningen 2016 9,6 214
Woonprovincie: Friesland 2016 9,7 192
Woonprovincie: Drenthe 2016 8,7 245
Woonprovincie: Overijssel 2016 9,6 236
Woonprovincie: Flevoland 2016 9,7 221
Woonprovincie: Gelderland 2016 10,2 267
Woonprovincie: Utrecht 2016 9,0 226
Woonprovincie: Noord-Holland 2016 10,8 241
Woonprovincie: Zuid-Holland 2016 9,9 236
Woonprovincie: Zeeland 2016 9,3 183
Woonprovincie: Noord Brabant 2016 9,9 223
Woonprovincie: Limburg 2016 9,0 223
Stedelijkheid: zeer sterk stedelijk 2016 10,0 234
Stedelijkheid: sterk stedelijk 2016 9,6 242
Stedelijkheid: matig stedelijk 2016 10,1 231
Stedelijkheid: weinig stedelijk 2016 10,0 221
Stedelijkheid: niet stedelijk 2016 9,5 230
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de cijfers over het aantal lange vakanties in Nederland naar achtergrond- en vakantiekenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2000 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Algemene gegevens
Gemiddelde vakantieduur
Gemiddelde uitgaven per vakantieganger
Dit zijn de specifieke kosten die gemaakt zijn voor de vakantie zelf,
dat wil zeggen reiskosten, verblijfkosten, uitgaven aan voeding en
overige kosten die rechtstreeks verband houden met de vakantie,
zoals verzekeringen, entrees, souvenirs, foto- en filmmateriaal.
De uitgaven aan duurzame recreatiegoederen, zoals caravan, tent,
boot, kampeeruitrusting en dergelijke zijn buiten beschouwing
gelaten, omdat ze niet aan één vakantie kunnen worden
toegerekend. Dit geldt ook voor de huur van een vaste stand- of
ligplaats, die eveneens voor een onbekend aantal vakanties wordt
benut.
Het gaat hier om de gemiddelde uitgaven per persoon per vakantie.

Met ingang van 2012 is respondenten gevraagd de kosten van de vakantie nader uit te splitsen naar vervoerskosten, verblijfskosten, bestedingen in horecagelegenheden, boodschappen, etc. Vóór 2012 werd alleen naar het totale bedrag aan vakantie-uitgaven gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2012.