Post-initieel onderwijs, levenlang leren; achtergrondkenmerken, 1995-2009

Post-initieel onderwijs, levenlang leren; achtergrondkenmerken, 1995-2009

Achtergrondkenmerken Perioden Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar Faciliteiten Studieverlof (%) Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar Faciliteiten Uren per week (aantal) Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar Faciliteiten Zelf betaald (%) Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar Faciliteiten Niet zelf betaald (%) Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar Faciliteiten Gedeeltelijk zelf betaald (%)
Totaal alle persoonskenmerken 2009* . . 33 61 6
Mannen 2009* . . 26 69 5
Vrouwen 2009* . . 40 54 6
15 tot 20 jaar 2009* . . 50 46 4
20 tot 25 jaar 2009* . . 37 56 7
25 tot 30 jaar 2009* . . 30 62 8
30 tot 35 jaar 2009* . . 32 62 6
35 tot 40 jaar 2009* . . 29 64 7
40 tot 45 jaar 2009* . . 31 64 5
45 tot 50 jaar 2009* . . 30 65 5
50 tot 55 jaar 2009* . . 32 64 4
55 tot 60 jaar 2009* . . 36 61 3
60 tot 65 jaar 2009* . . 66 30 3
Vooropleiding: basisonderwijs 2009* . . 27 65 8
Vooropleiding: vbo/mavo/vmbo/mbo1 2009* . . 37 59 4
Vooropleiding: havo/vwo/mbo 2009* . . 33 63 5
Vooropleiding: hbo 2009* . . 33 60 7
Vooropleiding: wo 2009* . . 35 59 6
Autochtoon 2009* . . 33 62 5
Niet-westers allochtoon 2009* . . 34 58 9
Westers allochtoon 2009* . . 40 55 6
Werkzame beroepsbevolking 2009* . . 27 67 5
Werkloze beroepsbevolking 2009* 53 40 7
Niet-beroepsbevolking 2009* 62 32 6
Industrie 2009* . . 22 75 3
Handel en horeca 2009* . . 39 56 5
Financiën en zakelijke dienstverlening 2009* . . 24 71 4
Overheid, onderwijs, gezondheid, cultuur 2009* . . 30 64 7
Overige bedrijfstakken 2009* . . 26 70 4
Bedrijfsgrootte: 1 tot 10 werknemers 2009* . . 53 42 4
Bedrijfsgrootte: 10 tot 99 werknemers 2009* . . 25 69 6
Bedrijfsgrootte: meer dan 100 werknemers 2009* . . 21 74 5
Niveau opleiding/cursus: mavo/vbo/vmbo 2009* . . 61 32 7
Niveau opleiding/cursus: havo/vwo/mbo 2009* . . 50 44 6
Niveau opleiding/cursus: hbo 2009* . . 47 40 13
Niveau opleiding/cursus: wo 2009* . . 41 44 15
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de deelname aan het post-initieel onderwijs en het levenlang leren onderscheiden naar persoons- en arbeidsmarktkenmerken en niveau van de opleiding. Daarnaast wordt de deelname aan het post-initieel onderwijs nog onderscheiden naar soort opleiding, bekostiging en motivatie voor de opleiding.

Gegevens beschikbaar van 1995 tot en met 2009.

Status van de cijfers:
De gegevens tot en met 2008 zijn definitief en die van 2009 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 9 februari 2016:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

De statistiek Post-initieel onderwijs is vanwege bezuinigingen beëindigd.

Toelichting onderwerpen

Post-initieel onderwijs, 15-64 jaar
Vanaf 2003 zijn alle peilingen van de Enquête Beroepsbevolking (EBB)
gebruikt bij het bepalen van het aantal onderwijsvolgenden. Daarvoor
werd alleen informatie uit het eerste interview (face-to-face deel)
gebruikt.
Post-initieel onderwijs is tot 2002 geoperationaliseerd als exclusief
lange opleidingen in voltijd. Vanaf 2002 zijn ook voltijd opleidingen
meegenomen als de deelnemers voorafgaande aan de opleiding 5 jaar of langer niet op school hebben gezeten.

Met ingang van 2002 is de opzet van deze publicatie enigszins gewijzigd:
1. Het post-initieel onderwijs is anders gedefinieerd, zie boven. Voor
2002 betekent dit dat in vergelijking met de oude definitie 29 duizend
deelnemers meer zijn geteld (het aantal deelnemers aan het regulier
voltijd onderwijs binnen het post-initeel onderwijs dat jaar).
2. Een indeling is gemaakt naar regulier en niet-regulier onderwijs.
3. De grens tussen korte en lange opleidingen is verschoven van 6
maanden naar 1 jaar.

Vanaf 1 april 2000 zijn er een aantal wijzigingen in de vragenlijst van de EBB opgenomen die van belang zijn voor deze uitkomsten.
Per 1-4-2000 is gevraagd of het werk een onderdeel van de opleiding is, dit kan een stage betreffen of een opleiding in het kader van het
leerlingwezen. De deelnemers daaraan zijn beschouwd als voltijdleerlingen, als hun anciënniteit korter is dan 3 jaar. Dit betekent dat er daardoor minder lange opleidingen zijn in de doelgroep, d.i. de niet voltijd studerenden.
Voorheen werden deze deelnemers aan het leerlingwezen of stagiaires ten onrechte als post-initieel beschouwd.
In 2001 zijn dit er voor de 15 tot 65 jarigen 80 duizend minder, dat is
0,8 % minder op het totaal dat natuurlijk voornamelijk in de jongere
leeftijdsgroepen zit.

Na 1-4-2000 zijn ook de korte opleidingen die in de afgelopen 4 weken zijn gevolgd meegenomen, daarvoor alleen maar korte opleidingen die op het moment van enquêtering zijn gevolgd. De uitbreiding van de waarneming betekent dat over 2001 voor de 15 tot 65 jarigen 274 duizend deelnemers meer werden waargenomen, het deelname percentage steeg daarmee met 2,9%.
Faciliteiten
Wordt de cursus betaald door anderen en krijgt men studieverlof?
Studieverlof
Percentage van de opleidingsvolgenden met een baan van 12 uur per
week of meer die voor de opleiding/cursus betaald studieverlof, dat wil
zeggen verlof waarbij het loon normaal wordt doorbetaald, heeft gekregen.
--------------------------------------------------------------------------
Deze variabele is vanaf 2003 (voorlopig) niet beschikbaar.
Uren per week
Gemiddeld aantal uren per week betaald studieverlof van degenen die
studieverlof hebben gekregen.
--------------------------------------------------------------------------
Deze variabele is vanaf 2003 (voorlopig) niet beschikbaar.
Zelf betaald
Percentage van de deelnemers dat aangeeft de opleiding/cursus zelf betaald
te hebben. Gegevens vanaf 2000.
Niet zelf betaald
Percentage van de deelnemers dat aangeeft de opleiding/cursus noch geheel
noch gedeeltelijk zelf betaald te hebben. Gegevens vanaf 2000.
Gedeeltelijk zelf betaald
Percentage van de deelnemers dat aangeeft de opleiding/cursus gedeeltelijk
zelf betaald te hebben. Gegevens vanaf 2000.