Niet verder behandelen en toedienen middelen, augustus-november

Tabeltoelichting

Niet instellen of staken van behandeling(en) per behandelgroep resp.
toedienen van middel(en) per gebruikt middel naar div. kenmerken,
aug - nov 1995 - 2001
Gewijzigd op 23 mei 2003.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Niet ingestelde/gestaakte behandelingen
Een sterfgeval kan in meer dan één behandelgroep voorkomen.
Naar behandelgroep, absoluut
Overige behandelingen
Naar behandelgroep, relatief
Overige behandelingen
Bij de kenmerken van behandelingen is gerelateerd aan het totaal aantal
niet ingestelde of gestaakte behandelingen door andere behandelingen dan
medicatie, kunstmatige toediening van vocht / voeding, kunstmatige
beademing, operaties / ingrepen en oncotherapie.
Bij de kenmerken van de overleden personen is gerelateerd aan het totaal
aantal overleden personen bij wie de andere behandelingen dan medicatie,
kunstmatige toediening van vocht / voeding, kunstmatige beademing,
operaties / ingrepen en oncotherapie niet is ingesteld of gestaakt.
Toedienen middel(en)
Een sterfgeval kan in meer dan één middelengroep voorkomen. Per
middelengroep het aantal sterfgevallen waarbij minstens
één middel uit die groep van toepassing is geweest.
Toedienen middel(en), absoluut
Overige middelen
Andere gespecificeerde middelen dan opioïden, benzodiazepinen,
barbituraten, spierrelaxantia, psychofarmaca en antipsychotica. Hierbij
kunnen als voorbeelden atropine en zuurstof worden genoemd.
Toedienen middel(en), relatief
Overige middelen
Bij de kenmerken van de toegediende middelen is gerelateerd aan het
totaal aantal malen toegediende andere gespecificerde middelen dan
opioïden, benzodiazepinen, barbituraten, spierrelaxantia, psychofarmaca en
antipsychotica.
Bij de kenmerken van de overleden personen is gerelateerd aan het totaal
aantal overleden personen bij wie andere gespecificeerde middelen dan
opioïden, benzodiazepinen, barbituraten, spierrelaxantia, psychofarmaca en
antipsychotica werden toegediend.