Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Geslacht Leeftijd Perioden Totaal zelfdoding (aantal) Wijze van zelfdoding Ophangen/verwurgen (aantal) Wijze van zelfdoding Medicijnen en/of alcohol (aantal) Wijze van zelfdoding Voor trein of metro (aantal) Wijze van zelfdoding Verdrinken (aantal) Wijze van zelfdoding Springen van hoogte (aantal) Wijze van zelfdoding Overige wijze van zelfdoding (aantal) Wijze van zelfdoding Onbekende wijze van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Psychische stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Fysieke stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Huiselijke omstandigheden (aantal) Motief van zelfdoding Overig motief van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Onbekend motief van zelfdoding (aantal) Relatieve aantallen Totaal zelfdoding (per 100 000 van gem. bev.)
Totaal mannen en vrouwen Totaal alle leeftijden 2025* 1.774 799 277 185 100 164 239 10 1.037 123 137 201 276 9,8
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 20 jaar 2025* 72 33 6 18 0 7 7 1 43 0 5 6 18 1,9
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 30 jaar 2025* 213 101 28 38 7 15 22 2 143 5 14 20 31 9,0
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 40 jaar 2025* 275 123 35 33 6 32 44 2 166 5 25 33 46 11,5
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 50 jaar 2025* 262 135 36 26 5 24 35 1 147 5 34 33 43 12,2
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 60 jaar 2025* 336 178 43 29 12 24 49 1 194 21 34 37 50 13,8
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 70 jaar 2025* 325 135 62 25 33 29 38 3 206 29 16 30 44 14,1
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 80 jaar 2025* 186 64 45 13 20 17 27 0 94 35 6 23 28 10,5
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar of ouder 2025* 105 30 22 3 17 16 17 0 44 23 3 19 16 11,1
Mannen Totaal alle leeftijden 2025* 1.218 606 152 115 60 108 173 4 647 82 113 162 214 13,5
Mannen Jonger dan 20 jaar 2025* 45 18 3 12 0 6 6 0 24 0 4 4 13 2,4
Mannen 20 tot 30 jaar 2025* 142 72 15 21 5 11 18 0 92 3 9 16 22 11,8
Mannen 30 tot 40 jaar 2025* 192 88 22 24 6 22 29 1 112 1 19 24 36 15,9
Mannen 40 tot 50 jaar 2025* 187 110 16 15 3 16 26 1 97 1 30 25 34 17,4
Mannen 50 tot 60 jaar 2025* 235 141 19 16 6 16 36 1 114 15 30 34 42 19,3
Mannen 60 tot 70 jaar 2025* 219 101 40 16 18 16 27 1 122 19 14 26 38 19,2
Mannen 70 tot 80 jaar 2025* 127 52 23 8 11 12 21 0 60 28 5 15 19 14,9
Mannen 80 jaar of ouder 2025* 71 24 14 3 11 9 10 0 26 15 2 18 10 18,1
Vrouwen Totaal alle leeftijden 2025* 556 193 125 70 40 56 66 6 390 41 24 39 62 6,1
Vrouwen Jonger dan 20 jaar 2025* 27 15 3 6 0 1 1 1 19 0 1 2 5 1,5
Vrouwen 20 tot 30 jaar 2025* 71 29 13 17 2 4 4 2 51 2 5 4 9 6,1
Vrouwen 30 tot 40 jaar 2025* 83 35 13 9 0 10 15 1 54 4 6 9 10 7,1
Vrouwen 40 tot 50 jaar 2025* 75 25 20 11 2 8 9 0 50 4 4 8 9 7,0
Vrouwen 50 tot 60 jaar 2025* 101 37 24 13 6 8 13 0 80 6 4 3 8 8,2
Vrouwen 60 tot 70 jaar 2025* 106 34 22 9 15 13 11 2 84 10 2 4 6 9,1
Vrouwen 70 tot 80 jaar 2025* 59 12 22 5 9 5 6 0 34 7 1 8 9 6,4
Vrouwen 80 jaar of ouder 2025* 34 6 8 0 6 7 7 0 18 8 1 1 6 6,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over overledenen door zelfdodingen, voor zover het inwoners van Nederland betroffen. De cijfers zijn uitgesplitst naar burgerlijke staat, wijze van zelfdoding, motief van zelfdoding, leeftijd en geslacht.

De cijfers in deze tabel komen overeen met die uit de doodsoorzakenstatistiek, omdat ze gebaseerd zijn op dezelfde bronbestanden. In de doodsoorzakenstatistiek komen echter geen gegevens voor over motief van zelfdoding. Dit gegeven is voor de periode 1950-1995 overgenomen vanuit een historische bestand Zelfdodingen. Voor de periode 1996-heden wordt het motief overgenomen uit het bestand Niet-Natuurlijke dood.
In ICD 6 tot en met ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.

De relatieve cijfers zijn berekend per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.

Het CBS is in het statistiekjaar 2013 overgestapt op het gebruik van internationale software voor automatisch coderen van de doodsoorzaken (Iris). Hiermee zijn de cijfers beter reproduceerbaar en internationaal vergelijkbaar. Wel zijn er enkele forse verschuivingen te zien in de doodsoorzaken. Externe doodsoorzaken zijn echter net als voorheen handmatig verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1950

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2024 zijn definitief. De cijfers over 2025 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 21 oktober 2026:
De voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het eerste kwartaal van 2027 verschijnen er definitieve cijfers over 2025.

Toelichting onderwerpen

Totaal zelfdoding
Het slachtoffer heeft ZELF een handeling verricht met als uitdrukkelijk doel zichzelf het leven te benemen. Gevallen van euthanasie en pogingen tot zelfdoding zijn niet in de cijfers opgenomen.

Het betreft de volgende ICD-codes:
- Voor 1950-1957 ICD-6: E963, E970-E979
- Voor 1958-1968 ICD-7: E963, E970-E979
- Voor 1969-1978 ICD-8: E950-E959
- Voor 1979-1995 ICD-9: E950-E959
- Vanaf 1996 ICD-10: X60-X84
Wijze van zelfdoding
Ophangen/verwurgen
Inclusief verstikken.
Medicijnen en/of alcohol
Inclusief drugs.
Voor trein of metro
In de ICD 6, 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Verdrinken
Springen van hoogte
Overige wijze van zelfdoding
O.a. het innemen van gif, opzettelijk verkeersongeval, voor (vracht)auto of tram springen, met behulp van vuurwapen of snijwerktuig, door middel van gas of koolmonoxide, zelfverbranding, elektrocutie.
In de ICD 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Onbekende wijze van zelfdoding
Motief van zelfdoding
Psychische stoornissen
Overspannen, depressief en overige psychische stoornissen.
Fysieke stoornissen
Huiselijke omstandigheden
Overig motief van zelfdoding
O.a. verlies familie, financieel-economische motieven, verslaving, seksuele geaardheid, studie/werk.
Onbekend motief van zelfdoding
Relatieve aantallen
Per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.
Totaal zelfdoding
Per 100 000 van de gemiddelde bevolking.