Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Geslacht Leeftijd Perioden Totaal zelfdoding (aantal) Wijze van zelfdoding Ophangen/verwurgen (aantal) Wijze van zelfdoding Medicijnen en/of alcohol (aantal) Wijze van zelfdoding Voor trein of metro (aantal) Wijze van zelfdoding Verdrinken (aantal) Wijze van zelfdoding Springen van hoogte (aantal) Wijze van zelfdoding Overige wijze van zelfdoding (aantal) Wijze van zelfdoding Onbekende wijze van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Psychische stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Fysieke stoornissen (aantal) Motief van zelfdoding Huiselijke omstandigheden (aantal) Motief van zelfdoding Overig motief van zelfdoding (aantal) Motief van zelfdoding Onbekend motief van zelfdoding (aantal) Relatieve aantallen Totaal zelfdoding (per 100 000 van gem. bev.)
Totaal mannen en vrouwen Totaal alle leeftijden 2024 1.850 905 273 180 84 162 236 10 1.154 155 137 148 256 10,3
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 20 jaar 2024 62 36 3 15 1 5 2 0 42 0 6 3 11 1,7
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 30 jaar 2024 237 121 31 38 3 20 24 0 165 3 19 19 31 10,0
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 40 jaar 2024 264 144 33 29 5 28 23 2 185 9 17 17 36 11,2
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 50 jaar 2024 301 181 27 25 8 24 34 2 188 7 41 30 35 14,1
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 60 jaar 2024 376 190 63 34 15 26 44 4 252 24 28 33 39 15,1
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 70 jaar 2024 274 133 49 27 12 18 35 0 167 29 12 19 47 12,1
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 80 jaar 2024 217 73 45 9 20 25 44 1 110 47 14 17 29 12,5
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar of ouder 2024 119 27 22 3 20 16 30 1 45 36 0 10 28 13,0
Mannen Totaal alle leeftijden 2024 1.251 683 139 109 45 106 163 6 727 112 116 119 177 14,0
Mannen Jonger dan 20 jaar 2024 34 22 0 8 1 2 1 0 20 0 5 2 7 1,8
Mannen 20 tot 30 jaar 2024 148 72 17 26 3 14 16 0 103 1 13 12 19 12,4
Mannen 30 tot 40 jaar 2024 182 108 19 16 3 21 15 0 119 7 14 15 27 15,2
Mannen 40 tot 50 jaar 2024 220 148 11 15 4 15 25 2 123 2 39 27 29 20,7
Mannen 50 tot 60 jaar 2024 254 142 29 21 6 19 33 4 159 17 23 28 27 20,5
Mannen 60 tot 70 jaar 2024 194 108 29 14 8 9 26 0 107 24 11 16 36 17,2
Mannen 70 tot 80 jaar 2024 142 59 27 6 9 15 26 0 65 36 11 11 19 16,9
Mannen 80 jaar of ouder 2024 77 24 7 3 11 11 21 0 31 25 0 8 13 20,4
Vrouwen Totaal alle leeftijden 2024 599 222 134 71 39 56 73 4 427 43 21 29 79 6,6
Vrouwen Jonger dan 20 jaar 2024 28 14 3 7 0 3 1 0 22 0 1 1 4 1,5
Vrouwen 20 tot 30 jaar 2024 89 49 14 12 0 6 8 0 62 2 6 7 12 7,6
Vrouwen 30 tot 40 jaar 2024 82 36 14 13 2 7 8 2 66 2 3 2 9 7,0
Vrouwen 40 tot 50 jaar 2024 81 33 16 10 4 9 9 0 65 5 2 3 6 7,6
Vrouwen 50 tot 60 jaar 2024 122 48 34 13 9 7 11 0 93 7 5 5 12 9,8
Vrouwen 60 tot 70 jaar 2024 80 25 20 13 4 9 9 0 60 5 1 3 11 7,0
Vrouwen 70 tot 80 jaar 2024 75 14 18 3 11 10 18 1 45 11 3 6 10 8,3
Vrouwen 80 jaar of ouder 2024 42 3 15 0 9 5 9 1 14 11 0 2 15 7,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over overledenen door zelfdodingen, voor zover het inwoners van Nederland betroffen. De cijfers zijn uitgesplitst naar burgerlijke staat, wijze van zelfdoding, motief van zelfdoding, leeftijd en geslacht.

De cijfers in deze tabel komen overeen met die uit de doodsoorzakenstatistiek, omdat ze gebaseerd zijn op dezelfde bronbestanden. In de doodsoorzakenstatistiek komen echter geen gegevens voor over motief van zelfdoding. Dit gegeven is voor de periode 1950-1995 overgenomen vanuit een historische bestand Zelfdodingen. Voor de periode 1996-heden wordt het motief overgenomen uit het bestand Niet-Natuurlijke dood.
In ICD 6 tot en met ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.

De relatieve cijfers zijn berekend per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.

Het CBS is in het statistiekjaar 2013 overgestapt op het gebruik van internationale software voor automatisch coderen van de doodsoorzaken (Iris). Hiermee zijn de cijfers beter reproduceerbaar en internationaal vergelijkbaar. Wel zijn er enkele forse verschuivingen te zien in de doodsoorzaken. Externe doodsoorzaken zijn echter net als voorheen handmatig verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1950

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2024 zijn definitief.

Wijzigingen per 26 februari 2026:
De cijfers over 2024 zijn definitief gemaakt.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2026 verschijnen er voorlopige cijfers over 2025.

Toelichting onderwerpen

Totaal zelfdoding
Het slachtoffer heeft ZELF een handeling verricht met als uitdrukkelijk doel zichzelf het leven te benemen. Gevallen van euthanasie en pogingen tot zelfdoding zijn niet in de cijfers opgenomen.

Het betreft de volgende ICD-codes:
- Voor 1950-1957 ICD-6: E963, E970-E979
- Voor 1958-1968 ICD-7: E963, E970-E979
- Voor 1969-1978 ICD-8: E950-E959
- Voor 1979-1995 ICD-9: E950-E959
- Vanaf 1996 ICD-10: X60-X84
Wijze van zelfdoding
Ophangen/verwurgen
Inclusief verstikken.
Medicijnen en/of alcohol
Inclusief drugs.
Voor trein of metro
In de ICD 6, 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Verdrinken
Springen van hoogte
Overige wijze van zelfdoding
O.a. het innemen van gif, opzettelijk verkeersongeval, voor (vracht)auto of tram springen, met behulp van vuurwapen of snijwerktuig, door middel van gas of koolmonoxide, zelfverbranding, elektrocutie.
In de ICD 7 en ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.
Onbekende wijze van zelfdoding
Motief van zelfdoding
Psychische stoornissen
Overspannen, depressief en overige psychische stoornissen.
Fysieke stoornissen
Huiselijke omstandigheden
Overig motief van zelfdoding
O.a. verlies familie, financieel-economische motieven, verslaving, seksuele geaardheid, studie/werk.
Onbekend motief van zelfdoding
Relatieve aantallen
Per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.
Totaal zelfdoding
Per 100 000 van de gemiddelde bevolking.