Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Overledenen; zelfdoding (inwoners), diverse kenmerken

Geslacht Leeftijd Perioden Totaal zelfdoding (aantal) Relatieve aantallen Totaal zelfdoding (per 100 000 van gem. bev.)
Totaal mannen en vrouwen Totaal alle leeftijden 2020 1.823 10,5
Totaal mannen en vrouwen Jonger dan 20 jaar 2020 62 1,6
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 30 jaar 2020 199 8,9
Totaal mannen en vrouwen 30 tot 40 jaar 2020 243 11,2
Totaal mannen en vrouwen 40 tot 50 jaar 2020 296 13,5
Totaal mannen en vrouwen 50 tot 60 jaar 2020 408 16,1
Totaal mannen en vrouwen 60 tot 70 jaar 2020 284 13,3
Totaal mannen en vrouwen 70 tot 80 jaar 2020 206 12,9
Totaal mannen en vrouwen 80 jaar of ouder 2020 125 15,1
Mannen Totaal alle leeftijden 2020 1.228 14,2
Mannen Jonger dan 20 jaar 2020 35 1,8
Mannen 20 tot 30 jaar 2020 124 10,9
Mannen 30 tot 40 jaar 2020 178 16,3
Mannen 40 tot 50 jaar 2020 213 19,6
Mannen 50 tot 60 jaar 2020 276 21,7
Mannen 60 tot 70 jaar 2020 188 17,8
Mannen 70 tot 80 jaar 2020 138 18,0
Mannen 80 jaar of ouder 2020 76 23,3
Vrouwen Totaal alle leeftijden 2020 595 6,8
Vrouwen Jonger dan 20 jaar 2020 27 1,5
Vrouwen 20 tot 30 jaar 2020 75 6,8
Vrouwen 30 tot 40 jaar 2020 65 6,1
Vrouwen 40 tot 50 jaar 2020 83 7,6
Vrouwen 50 tot 60 jaar 2020 132 10,4
Vrouwen 60 tot 70 jaar 2020 96 9,0
Vrouwen 70 tot 80 jaar 2020 68 8,2
Vrouwen 80 jaar of ouder 2020 49 9,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over overledenen door zelfdodingen, voor zover het inwoners van Nederland betroffen. De cijfers zijn uitgesplitst naar burgerlijke staat, wijze van zelfdoding, motief van zelfdoding, leeftijd en geslacht.

De cijfers in deze tabel komen overeen met die uit de doodsoorzakenstatistiek, omdat ze gebaseerd zijn op dezelfde bronbestanden. In de doodsoorzakenstatistiek komen echter geen gegevens voor over motief van zelfdoding. Dit gegeven is voor de periode 1950-1995 overgenomen vanuit een historische bestand Zelfdodingen. Voor de periode 1996-heden wordt het motief overgenomen uit het bestand Niet-Natuurlijke dood.
In ICD 6 tot en met ICD 8, gebruikt in de jaren 1950-1978, was het niet mogelijk om 'springen voor trein/metro' te coderen. Voor de jaren 1950-1978 wordt daarom 'springen voor trein/metro' niet gevuld, maar zijn de overledenen ondergebracht in de groep 'Overige methoden'.

De relatieve cijfers zijn berekend per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.

Het CBS is in het statistiekjaar 2013 overgestapt op het gebruik van internationale software voor automatisch coderen van de doodsoorzaken (Iris). Hiermee zijn de cijfers beter reproduceerbaar en internationaal vergelijkbaar. Wel zijn er enkele forse verschuivingen te zien in de doodsoorzaken. Externe doodsoorzaken zijn echter net als voorheen handmatig verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1950

Status van de cijfers:
De cijfers tot en met 2023 zijn definitief, de cijfers over 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 28 augustus 2025:
De cijfers over 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het eerste kwartaal van 2026 worden de cijfers over 2024 definitief gemaakt.

Toelichting onderwerpen

Totaal zelfdoding
Het slachtoffer heeft ZELF een handeling verricht met als uitdrukkelijk doel zichzelf het leven te benemen. Gevallen van euthanasie en pogingen tot zelfdoding zijn niet in de cijfers opgenomen.

Het betreft de volgende ICD-codes:
- Voor 1950-1957 ICD-6: E963, E970-E979
- Voor 1958-1968 ICD-7: E963, E970-E979
- Voor 1969-1978 ICD-8: E950-E959
- Voor 1979-1995 ICD-9: E950-E959
- Vanaf 1996 ICD-10: X60-X84
Relatieve aantallen
Per 100 000 van de overeenkomstige bevolkingsgroep. De cijfers zijn berekend op de gemiddelde bevolking van het desbetreffende jaar.
Totaal zelfdoding
Per 100 000 van de gemiddelde bevolking.