Overheidsuitgaven; regulier onderwijs, 1900 - 2008


In deze historische tabel worden de uitgaven van de Nederlandse overheid
aan regulier onderwijs weergegeven. De uitgaven zijn verdeeld naar de
hedendaagse onderwijssoorten. Voor niet meer bestaande onderwijssoorten is
een zo goed mogelijke omzetting naar een bestaande soort nagestreefd, zodat

de verschillende jaren met elkaar vergeleken kunnen worden. Vanaf 1995
worden de uitgaven voor onderwijs alleen nog berekend volgens
internationaal afgesproken richtlijnen. Deze richtlijnen zijn opgesteld
door een samenwerkingsverband tussen de United Nations Educational,
Scientific and Cultural Organization (Unesco), de Organisatie voor
Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en Eurostat.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1900
Frequentie: stopgezet

Status van de cijfers
De uitkomsten van 1900 tot en met 2007 zijn definitief, de uitkomsten voor
2008 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 7 december 2009:
De voorlopige cijfers voor 2008 zijn opgenomen.
De cijfers voor 2007 zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet van toepassing.

Overheidsuitgaven; regulier onderwijs, 1900 - 2008

Perioden Totaal overheidsuitgaven voor onderwijs (mln euro) (Pre-)primair onderwijsTotaal uitgaven (pre-)primair onderwijs (mln euro) Secundair onderwijsTotaal uitgaven secundair onderwijs (mln euro) Tertiair onderwijsTotaal uitgaven tertiair onderwijs (mln euro) Studietoelagen, studentenvoorzieningen (mln euro) Per hoofd van de bevolking (euro) Percentage van bruto binnenlands product (%)
1900 12,2 7,2 1,9 2,2 . 2,3 .
1925 87,8 56,5 16,6 9,4 . 11,8 .
1950 252,9 130,4 74,1 29,6 2,7 25,0 3,0
1955 511,0 242,6 160,1 68,0 2,5 47,6 3,8
1960 905,0 361,2 333,8 161,7 22,1 79,0 4,7
1965 1.960,1 677,6 689,2 464,1 56,8 159,3 6,3
1970 3.873,2 1.195,7 1.361,7 1.028,8 143,3 297,2 7,0
1975 8.029,2 2.532,5 2.866,2 1.959,5 311,9 587,6 8,0
1980 11.708,3 3.523,2 4.028,3 2.901,5 618,3 827,7 7,7
1985 12.521,9 3.725,3 4.255,1 2.975,7 882,5 864,5 6,5
1990 14.096,7 3.732,5 4.163,2 3.108,3 2.023,7 943,1 6,0
1995 15.664,8 4.616,3 6.014,7 5.033,8 1.916,3 1.015,6 5,1
2000 20.725,1 6.651,1 8.267,3 5.806,6 2.416,4 1.306,4 5,0
2005 28.146,8 9.472,7 11.138,1 7.536,0 3.053,4 1.726,2 5,5
2006 29.484,6 9.609,3 11.765,0 8.110,4 3.769,3 1.805,1 5,5
2007 30.257,8 9.704,0 12.309,8 8.244,0 3.456,7 1.849,7 5,3
2008* 32.453,1 10.221,8 13.251,6 8.979,8 4.256,6 1.978,2 5,4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens