Dynamische koopkrachtontwikkeling per kenmerk; 197-2000

Dynamische koopkrachtontwikkeling per kenmerk; 197-2000

Kenmerken van huishoudens Perioden Verdeling van koopkrachtveranderingen 10e percentiel (%) Verdeling van koopkrachtveranderingen 25e percentiel (%) Verdeling van koopkrachtveranderingen 50e percentiel (%) Verdeling van koopkrachtveranderingen 75e percentiel (%) Verdeling van koopkrachtveranderingen 90e percentiel (%) Aandeel in de bevolking Percentage van de bevolking (%)
Pensioenontvanger 1999-2000 -7 -1,3 0,6 4,1 15 19
Bijstandontvanger 1999-2000 -11 -1,9 2,6 15,7 40 5
Eenpersoonshuishouden 1999-2000 -10 -1,3 1,1 11,9 38 19
Meerpersoonshuishouden 1999-2000 -17 -4,2 2,3 11,1 25 81
Huishoudens met één persoon 1999-2000 -10 -1,3 1,1 11,9 38 19
Huishoudens met twee personen 1999-2000 -15 -3,9 0,9 7,8 21 35
Huishoudens met drie personen 1999-2000 -21 -6,6 2,7 12,2 28 16
Huishoudens met vier personen 1999-2000 -16 -3,4 4,5 13,6 26 19
Huishoudens met vijf of meer personen 1999-2000 -19 -3,4 5,4 15,5 30 10
Overig huishouden met AOW'er 1999-2000 -25 -5,6 0,8 7,2 23 3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Dynamische koopkrachtverandering jaarlijks of per twee jaar
naar kenmerken van huishoudens
1977 / 1979 - 1999 / 2000
Gewijzigd op 04 oktober 2005.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.

Toelichting onderwerpen

Verdeling van koopkrachtveranderingen
Weergegeven zijn enkele percentielen in de verdeling van
koopkrachtveranderingen. Een percentiel geeft de grens aan waarbeneden
zich een bepaald percentage van de populatie bevindt met een lagere of
even grote koopkrachtmutatie.
10e percentiel
De koopkrachtmutatie waarvoor geldt dat 10% van de populatie een lagere
of even grote koopkrachtmutatie ondervindt.
25e percentiel
De koopkrachtmutatie waarvoor geldt dat 25% van de populatie een lagere
of even grote koopkrachtmutatie ondervindt.
50e percentiel
De koopkrachtmutatie waarvoor geldt dat 50% van de populatie een lagere
of even grote koopkrachtmutatie ondervindt.
75e percentiel
De koopkrachtmutatie waarvoor geldt dat 75% van de populatie een lagere
of even grote koopkrachtmutatie ondervindt.
90e percentiel
De koopkrachtmutatie waarvoor geldt dat 90% van de populatie een lagere
of even grote koopkrachtmutatie ondervindt.
Aandeel in de bevolking
Percentage van de bevolking
Aandeel van de geselecteerde populatie in de totale bevolking van
15 jaar en ouder in particuliere huishoudens.