Rijk; aan - /verkopen en overdrachten, Benelux - hoofdfuncties, 1997 - 2005

Rijk; aan - /verkopen en overdrachten, Benelux - hoofdfuncties, 1997 - 2005

Hoofdfuncties Perioden Uitgaven Aankopen Aankoop van goederen en diensten Grond-, weg- en waterbouwkundige werken (mln euro) Uitgaven Aankopen Investeringen Nieuwe investeringen Grond-, weg en waterbouwkundige werken (mln euro) Uitgaven Overdrachten Subsidies en inkomensoverdrachten Inkomensoverdracht aan lagere overheid Waterschappen (mln euro) Uitgaven Overdrachten Kapitaaloverdrachten Kapitaaloverdrachten aan lagere overheid Waterschappen (mln euro)
Totaal van alle hoofdfuncties 2005 793 1.330 0 130
Algemeen bestuur 2005 3 1 - -
Landsverdediging 2005 - 23 - -
Openbare orde en veiligheid 2005 - - - -
Onderwijs 2005 - - - -
Volksgezondheid 2005 - - - -
Sociale voorzieningen 2005 - - - -
Volkshuisvesting en milieu 2005 - 15 0 -
Cultuur, recreatie en erediensten 2005 - - - 1
Landbouw, jacht en visserij 2005 - 59 - 3
Algemene economische aangelegenheden 2005 - - - -
Verkeer en vervoer 2005 790 1.232 - 126
Niet over andere functies te verdelen 2005 - - - -
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het CBS verzamelt, binnen het kader van de statistieken van de
overheidsfinanciën, gegevens over de omvang, de samenstelling en de
bestemming van de uitgaven en inkomsten en de balansstanden van het rijk.

Het rijk bestaat uit ministeries, begrotingsfondsen en agentschappen.
Ministeries zijn vooral actief bij het bepalen van het rijksbeleid. In de
begrotingsfondsen worden bepaalde budgetten of inkomsten meerjarig
beschikbaar gehouden voor een speciaal beleidsterrein. Agentschappen zijn
belast met uitvoerende taken.

Deze tabel bevat een deel van de uitkomsten van de jaaranalyse van de
rijksfinanciën: de bestemming van de aan- en verkopen, rente, pacht,
resultaten van vermogen, subsidies en overdrachten van de sector overheid
van het rijk.
In de tabel zijn de gegevens uit te splitsen naar:
- transactie volgens het Europees Systeem van Rekeningen 1995;
- hoofdfunctie volgens de Benelux functionele classificatie 1989.
Voor de typering van de rijksuitgaven en -inkomsten naar bestemming is t/m
statistiekjaar 2005 de Benelux functionele classificatie 1989 gehanteerd.
In 2002 heeft de Europese Commissie voor de rubricering naar bestemming de
Classification of Functions of Government 1998 voorgeschreven. Vanaf 2003
is een volgtijdelijk vergelijkbare reeks van de aan- en verkopen, rente,
pacht, resultaten van vermogen, subsidies en overdrachten van de sector
overheid van het rijk beschikbaar op basis van deze nieuwe classificatie.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1997
Frequentie: stopgezet

Status van de cijfers:
Cijfers t/m 2005 betreffen definitieve gegevens.

Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie:
Er zijn gegevens over een nieuwe periode toegevoegd en/of bijstellingen
doorgevoerd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voorlopige jaarcijfers worden negen maanden na afloop van de
verslagperiode geplaatst. De cijfers kunnen worden bijgesteld op grond van
het beschikbaar komen van nieuw of geactualiseerd bronmateriaal en op
grond van aansluiting op de cijfers in de Nationale rekeningen. Hierdoor
hebben de cijfers geruime tijd een voorlopig karakter. Er wordt
achtereenvolgens aangesloten op de nader voorlopige en definitieve
jaarraming van de Nationale rekeningen. Deze jaarramingen komen
respectievelijk in jaar t+2 en t+3 beschikbaar. Over het algemeen zijn de
bijstellingen gering van omvang. De bijstellingen worden doorgevoerd op
het moment dat een nieuw jaarcijfer aan de reeks wordt toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Uitgaven
Aankopen
Betreft aankoop van goederen en diensten, investeringen en aankoop van
grond.
Bij aankoop van goederen en diensten gaat het om de goederen en diensten
die in het eigen productieproces worden verbruikt en met arbeid en
kapitaal worden omgevormd tot eindproducten. Niet inbegrepen zijn de
meeste goederen met een meerjarig nut (investeringen) en het verbruik van
vaste activa (afschrijvingen). Goederen en diensten met een meerjarig nut
die wél tot de aankoop van goederen en diensten zijn gerekend betreffen:
duurzame goederen van geringe omvang, onderzoek met algemeen karakter
(speur- en ontwikkelingswerk, algemeen bestemmingsplan), militaire
vernietigingswapens met een duurzaam karakter in vredestijd (voer-, vaar-
en vliegtuigen, technische installaties, munitie, bewapening).
Bij investeringen gaat het om de goederen die worden aangeschaft of in
eigen beheer worden voortgebracht, met als doel om als kapitaalgoed in het
productieproces ingezet te worden. Algemeen worden als zodanig beschouwd
goederen met een levensduur van meer dan een jaar (zoals gebouwen,
woningen, machines, vervoermiddelen). Tot de investeringen worden ook
gerekend de niet-fysieke diensten die direct samenhangen met het fysiek
product (kosten van voorbereiding, ontwerp, toezicht en
eigendomsoverdracht), een beperkt aantal immateriële activa
(computerprogrammatuur en verwerving van patenten en octrooien) en aankoop
van kostbaarheden (antiek en andere kunstvoorwerpen).
Bij aankoop van grond gaat het om grondaankoop en betaalde afkoop
erfpacht. Erfpacht betreft de vergoeding voor het gebruik van land of
bouwkavels. Door deze in erfpacht uit te geven (niet in eigendom) kan de
overheid bij verlenging een aanzienlijk hogere jaarlijkse erfpacht
(canon) bedingen, waardoor de overheid profiteert van de waardestijging.
De erfpachter kan deze canon in een keer voor de gehele looptijd van de
erfpacht afkopen.
Aankoop van goederen en diensten
De goederen en diensten die in het eigen productieproces worden verbruikt
en met arbeid en kapitaal worden omgevormd tot eindproducten. Niet
inbegrepen zijn de meeste goederen met een meerjarig nut (investeringen)
en het verbruik van vaste activa (afschrijvingen). Goederen en diensten
met een meerjarig nut die wél tot de aankoop van goederen en diensten zijn
gerekend betreffen: duurzame goederen van geringe omvang, onderzoek met
algemeen karakter (speur- en ontwikkelingswerk, algemeen bestemmingsplan),
militaire vernietigingswapens met een duurzaam karakter in vredestijd
(voer-, vaar- en vliegtuigen, technische installaties, munitie,
bewapening).
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Betreft onderhoud van grond-, weg- en waterbouwkundige werken. Dit omvat
ondermeer onderhoud van wegen, waterkeringen (dijken, kaden), vaarwegen,
havens, sluizen, spoorwegen.
Investeringen
Goederen die worden aangeschaft of in eigen beheer worden voortgebracht,
met als doel om als kapitaalgoed in het productieproces ingezet te worden.
Algemeen worden als zodanig beschouwd goederen met een levensduur van meer
dan een jaar (zoals gebouwen, woningen, machines, vervoermiddelen). Tot de
investeringen worden ook gerekend de niet-fysieke diensten die direct
samenhangen met het fysieke product (kosten van voorbereiding, ontwerp,
toezicht en eigendomsoverdracht), een beperkt aantal immateriële activa
(computerprogrammatuur en verwerving van patenten en octrooien) en aankoop
van kostbaarheden (antiek en andere kunstvoorwerpen).
Nieuwe investeringen
Alle investeringen met uitzondering van de aankoop van gebruikte
investeringsgoederen, kostbaarheden en grond.
Grond-, weg en waterbouwkundige werken
Nieuwbouw van grond-, weg- en waterbouwkundige werken en toevoegingen aan
bestaande grond-, weg- en waterbouwkundige werken die de capaciteit
vergroten of de levensduur verlengen. Grond-, weg- en waterbouwkundige
werken omvatten ondermeer (vaar)wegen, waterkeringen, havens, sluizen,
spoorwegen.
Overdrachten
Betreft subsidies, inkomens- en kapitaaloverdrachten.
Subsidies zijn betalingen om niet die door de overheid of de instellingen
van de Europese Unie worden gedaan aan marktproducenten met het doel het
productieniveau, de productprijs of de kosten van productiefactoren te
beïnvloeden. Voorbeelden zijn loon-, rente- en werkgelegenheidssubsidies
en bijdragen in de tekorten van naamloze en besloten vennootschappen
(NV's, BV's) en marktbedrijven van het rijk (zoals de agentschappen
Nederlands Vaccin Instituut en Telecom). Zowel de NV als de BV is een
ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid, waarvan het kapitaal is
verdeeld. Bij de NV zijn deze aandelen overdraagbaar, bij de BV zijn deze
niet overdraagbaar.
Inkomensoverdrachten omvatten alle betalingen waar geen directe
tegenprestatie tegenover staat en die niet drukken op het vermogen van de
betaler en niet dienen om lange termijn uitgaven van de ontvanger te
financieren. Voorbeelden zijn premies, uitkeringen, giften, boetes,
afdrachten aan de Europese Unie en diverse overdrachten tussen
verschillende overheidslagen.
Kapitaaloverdrachten zijn alle betalingen waarvoor geen tegenprestatie
verwacht wordt en die drukken op het vermogen van de betaler of dienen om
investeringen in vaste activa of andere lange termijn uitgaven van de
ontvanger te financieren.
Subsidies en inkomensoverdrachten
Subsidies zijn betalingen om niet die door de overheid of de instellingen
van de Europese Unie worden gedaan aan marktproducenten met het doel het
productieniveau, de productprijs of de kosten van productiefactoren te
beïnvloeden. Voorbeelden zijn loon-, rente- en werkgelegenheidssubsidies
en bijdragen in de tekorten van naamloze en besloten vennootschappen
(NV's, BV's) en marktbedrijven van het rijk (zoals de agentschappen
Nederlands Vaccin Instituut en Telecom). Zowel de NV als de BV is een
ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid, waarvan het kapitaal is
verdeeld. Bij de NV zijn deze aandelen overdraagbaar, bij de BV zijn deze
niet overdraagbaar.
Inkomensoverdrachten omvatten alle betalingen waar geen directe
tegenprestatie tegenover staat en die niet drukken op het vermogen van de
betaler en niet dienen om lange termijn uitgaven van de ontvanger te
financieren. Voorbeelden zijn premies, uitkeringen, giften, boetes,
afdrachten aan de Europese Unie en diverse overdrachten tussen
verschillende overheidslagen.
Inkomensoverdracht aan lagere overheid
Betreft inkomensoverdrachten aan de lagere overheid.
Inkomensoverdrachten omvatten alle betalingen waar geen directe
tegenprestatie tegenover staat en die niet drukken op het vermogen van de
betaler en niet dienen om lange termijn uitgaven van de ontvanger te
financieren.
Tot de lagere overheid worden gerekend de provincies, waterschappen,
gemeenschappelijke regelingen, gemeenten, bijzonder onderwijs,
instellingen zonder winstoogmerk van de lagere overheid. Waterschappen
hebben als taken de beheersing van het waterpeil, de waterkering en de
zuivering van water. Gemeenschappelijke regelingen zijn
samenwerkingsverbanden tussen overheidslichamen opgericht op basis van de
wet gemeenschappelijke regelingen. In verreweg de meeste gevallen zijn
gemeenschappelijke regelingen aangegaan tussen gemeenten. Bijzonder
onderwijs is een onderwijsorganisatievorm die door anderen dan de overheid
wordt bestuurd. Vaak is dit een stichting of een vereniging. Instellingen
zonder winstoogmerk van de lagere overheid zijn verenigingen en
stichtingen die onder toezicht staan van en voornamelijk gefinancierd
worden door de lagere overheid.
Waterschappen
Betreft inkomensoverdrachten aan waterschappen.
Inkomensoverdrachten omvatten alle betalingen waar geen directe
tegenprestatie tegenover staat en die niet drukken op het vermogen van de
betaler en niet dienen om lange termijn uitgaven van de ontvanger te
financieren.
Waterschappen zijn overheidsorganen waarop de waterschapswet van
toepassing is. Waterschappen hebben als taken de beheersing van het
waterpeil, de waterkering en de zuivering van water. Naast de
waterschappen zijn inbegrepen de hoogheemraadschappen en de
zuiveringschappen.
Kapitaaloverdrachten
Alle betalingen waarvoor geen tegenprestatie verwacht wordt en die drukken
op het vermogen van de betaler of dienen om investeringen in vaste activa
of andere lange termijn uitgaven van de ontvanger te financieren.
Kapitaaloverdrachten aan lagere overheid
Kapitaaloverdrachten zijn alle betalingen waarvoor geen tegenprestatie
verwacht wordt en die drukken op het vermogen van de betaler of dienen om
investeringen in vaste activa of andere lange termijn uitgaven van de
ontvanger te financieren.
Tot de lagere overheid worden gerekend de provincies, waterschappen,
gemeenschappelijke regelingen, gemeenten, bijzonder onderwijs,
instellingen zonder winstoogmerk van de lagere overheid. Waterschappen
hebben als taken de beheersing van het waterpeil, de waterkering en de
zuivering van water. Gemeenschappelijke regelingen zijn
samenwerkingsverbanden tussen overheidslichamen opgericht op basis van de
wet gemeenschappelijke regelingen. In verreweg de meeste gevallen zijn
gemeenschappelijke regelingen aangegaan tussen gemeenten. Bijzonder
onderwijs is een onderwijsorganisatievorm die door anderen dan de overheid
wordt bestuurd. Vaak is dit een stichting of een vereniging. Instellingen
zonder winstoogmerk van de lagere overheid zijn verenigingen en
stichtingen die onder toezicht staan van en voornamelijk gefinancierd
worden door de lagere overheid.
Waterschappen
Betreft kapitaaloverdrachten aan de waterschappen.
Kapitaaloverdrachten zijn alle betalingen waarvoor geen tegenprestatie
verwacht wordt en die drukken op het vermogen van de betaler of dienen om
investeringen in vaste activa of andere lange termijn uitgaven van de
ontvanger te financieren.
Waterschappen zijn overheidsorganen waarop de waterschapswet van
toepassing is. Waterschappen hebben als taken de beheersing van het
waterpeil, de waterkering en de zuivering van water. Naast de
waterschappen zijn inbegrepen de hoogheemraadschappen en de
zuiveringschappen.